<Resultaat 330 van 1594

>

p1
Myn achtbare zeer geleerde Heere
Johan Winkler
aen den Kleinen Houtweg N° 61
tot Haerlem
 
p2
Achtbare zeer geleerde Heer,

Ben u hertelyk dankbaar over uwe wel ontvangen brieven[1] benevens over uw toestemmen in myn verzoek om uwe terechtwyzing[2] aangaande Goossens etc te mogen drukken[3] Uw name, die, sedert het uitkomen van het Dialecticon, door "Rond den Heerd"[4] en Cie onder de jonge vlamingen wel bekend en vereerd is, zal myn bladtjen een steun en die het lezen een bevestiging gelden. Zende u hierby de proeve[5] van t geene ik uit uw brieven in mynen naasten n° te wege was mee te deelen, mits uw goedkeuren. Zoo gy het, aangaande spellinge en al, belieft gedrukt te hebben zoo zal 't zyn. Ware 't u onverschillig ik ware bly uit Haarlem eenen brief of uittrek van brief in Loquela te drukken met ae in stede van aa[6] Gy en hebt geen gedacht tot hoe verre de Vlamingen in 't algemeen hunp3ne eigen schoone oudheid van tale miszaken en verachten!

Ik voeg by dit myn schryven eenen uittrek en afschrift uit den Notarius Belgicus, waarin de doopname ? Commertje[7] te passe komt; zoudt gy dit commertje aanveerden voor Ontkommere of wat dunkt u dat het zyn zou?

Ik heb een oud geschreven gebedenboek "in 't duutsche" waar een gebed[8] in komt tot Sinte Ontcommer[9] 'k wist vry[10] van wat voor een landman die gebeden opgesteld of verduitscht mochten zyn! gevolgentlyk waar Sint-Ontkommer gediend wierd. Myn handschrift zegt byv. Korsten, Korstdag voor Kersten Kerstdag, Krensken almechtig voor Kransken, almachtig, zuut, brüder voor zoet, broeder enz.

Wist ik eene gemakkelyke en zekere manier om u het handschrift over te zenden ik liete het u geworden, verzekerd zynde dat gy het, in een twee drie, wel zoudt weten thuis te wyzen p4en te zeggen daar en dan is t opgesteld, daar en dan is t afgeschreven.

Myne Sente Ontkommerdulheid[11] en is in 't geheele geen Bollandistische[12] of hagiographische[13] taalkundig en van naamswegen alleen komt zy te passe onder myn zantekoorn[14]

Hopende dat gy in goeden staat van gezondheid en alleszins voorspoedig zyt en blyven moogt
Blyve ulieden toegenegen
Guido Gezelle

P.S. Ik late my voorenstaan dat uw postwezen ook drukproeven verzendt onder postzegel 1 of 2 centimen, zou u dus verplicht zyn wildet gy bygaande proeve[15] nagezien onder band doen en terug zenden.

Noten

[2] In zijn vorige brief (30/08/1881, Haarlem) benadrukte Winkler dat de namen Gosens, Goossens en Goesens niets te maken hebben met goes = gans, iets wat Gezelle wel mogelijk achtte. Dit deed hij eveneens in de brief daarvoor (24/08/1881, Haarlem). Uit beide brieven zijn citaten gepubliceerd in Tegenkomsten brieven etc. in Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.44
[3] Tegenkomsten brieven etc. in Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.44-45
[4] In ”Rond den Heerd“ vinden we in 1874 al verwijzingen naar Winkler en zijn Dialecticon vb. Westvlaamsch. In: Rond den Heerd: 9 (1874) 48, p.393. Winkler zelf werkte mee aan ”Rond den Heerd“ vanaf 1875.
[5] Drukproef van Tegenkomsten brieven etc. in Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.44-45, waarin Gezelle de stukken uit Winklers brieven opnam.
[6] Gezelle veranderde ‘aa‘ naar ‘ae‘ in het citaat uit Winklers brief in Tegenkomsten brieven etc. in Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.44-45
[7] Deze naam komt meermaals voor in ”Notarius Belgicus”, onder meer op pagina’s 41, 72, 135 en 411.
[8] In het Guido Gezellearchief steekt een mapje met opschrift S. Ontcommer. Met daarin o.a. “een handschrift van de hand van Cordelia Van De Wiele, secretaresse van Gezelle, met als titel: Gebeth tot Sint Ontcomer. Daarbij een hs. Van Gezelle (…) met dezelfde tekst in ’Vlaamse’ vertaling. Inc: ’Soe wie ontbonden wil wesen van alre bangicheit der herten Die lese vijf pater noster ende ave Maria voor dat beelt van sinte Ontcommer in die eer der heiliger vyf wonden dat hi alle bedructe herten met haer wil vertroesten gebeth (...)’”: P. Couttenier, Uit de werkkamer van een negentiende-eeuwse filoloog. In: Leuvense Bijdragen: (2018-2020) 102, p.91
[9] Sint-Ontkommer is een fictieve vrouwelijke heilige die vereerd werd in delen van Europa en Latijns-Amerika; haar feestdag of naamdag is 20 juli. God gaf haar een baard om te ontkomen aan een huwelijk met een heidense prins. Gezelle koesterde een bijzondere interesse voor haar, voornamelijk taalkundig.
[10] ik vraag mij af
[11] ”Naar analogie van wat Gezelle in 1880 zijn ’oudeboekendulheid’ noemde om een idee te geven van de mate waarin hij in de ban van oude boeken was geraakt” : P. Couttenier, Uit de werkkamer van een negentiende-eeuwse filoloog. In: Leuvense Bijdragen: (2018-2020) 102, p.91
[12] Groepering binnen de jezuïeten uit de 17e eeuw die zich bezighield met het onderzoeken en beschrijven van de levens van heiligen. In 1837 steunde de Belgische overheid een heroprichting van de bollandisten. De groepering was dus ook gedurende het leven van Gezelle nog actief.
[13] Met betrekking tot de beschrijving van heiligenlevens.
[14] ”Dat is vlaamsche woorden, woordengedaanten of woordenbeteekenissen, die ongeboekt, mijns wetens, en tot nog toe épea pterôënta, d. i. vluchtig gebleven waren.” uit Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.41
[15] Drukproef van Tegenkomsten brieven etc. in Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6, p.44-45, waarin Gezelle de stukken uit Winklers brieven opnam.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Naam - plaats

NaamHaarlem

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelAlgemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon
AuteurWinkler, Johan
Datum1874
Plaatss-Gravenhage
UitgeverMartinus Nijhoff
TitelNotarius Belgicus, Oft Ampt Der Notarissen, Verdeelt In Theorie En Practyque : Met Byvoeginge Van D'authoriteyten Van Rechten, De Placcaerten En Edicten Van Syne Majesteyt, Mitsgaders De Formulieren Volgens Den Modernen Stiele, En Hedendaegsche Observantie, Waer Naer Volgt Een Extens Vocabulair
AuteurHuygens, Jean-Baptiste-Joseph
Datum1725
PlaatsBrussel
UitgeverSimon t'Serstevens

Titel[09/09/1881], [Kortrijk], Guido Gezelle aan Johan Winkler
EditeurSofie Meneve
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerWinkler, Johan
Verzendingsdatum[09/09/1881]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van poststempel.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.34-35
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 213x137 ; omslag: 73x112
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, purperen inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op zijde 4: stempel: afbeelding, Guido Gezelle Museum
briefomslag bewaard, met adres en postzegel, afgestempeld
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8836
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|17090
Inhoud
IncipitBen u hertelyk dankbaar over uwe
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.