+
Eerweerde Heer en dierbare Vriend,
Het heeft mij zeer aangenaam geweest uwen artikel te ontvangen over Boucksoone, en 'k zal hem in no 13 van 't IXste jaar doen verschijnen.[1] Maar ter zelver tijde moet ik U zeggen dat ik niet en versta hoe gij uw troetelkind R. d. H. zoodanig kunt bastaard maken, dat gij 't beste uit uwen koker drukken laat in eene gazette, die aleenelijk niet bestemd en is om bewaard te worden![2] Is 't misschien "uit de oogen, uit het herte?" Neen, dit en zou ik nooit van u kunnen gelooven; en 't is daarom dat ik peize dat het zal genoeg zijn dit gezeid te hebben, om voortaan uwe medewerking aan R. d. H. te verzekeren en te mogen regelmatige deelneming van uwentwege in 't werk verwachten. Dat gij mij b.v. toezondet 't gene gij vindt over oudheden enz van Kortrijk dat het bewaren weerd is, dan zoudt gij mijns dunkens aan R. d. H. een grooten dienst bewijzen. - In alle geval verwacht ik van u dat gij mij zult verkrijgen eene verwisseling van publicatie tusschen R. d. H. en de Vrijheid, en ter zelver tijde, gelijk ik aan den uitgever de nos sedert 1 Dec. 73 zou zenden, zoo zou ik ook geerne de nos hebben die verschenen zijn sedert dat gij schrijft. - Reeds heb ik aan Eug. Van Damme, zonder te zeggen waarom, gevraagdp2dat hij die verwisseling zou bemiddelen; een woord van uwentwege zal den uitgever overhalen. Of misschien dat M. Dalle[3] dit zou willen doen.
Ook zou ik geerne weten wat er geworden is van the farm of Apthonga die gij medegenomen hebt in Julij 1873, beloovende de vertaling ervan bij stukken op te zenden.[4] Indien gij begonnen hebt, zendt 't gene gij hebt met Eug. VDamme mede, en doet toch voort. Hebt gij niet begonnen, zendt den boek zaterdag, dat ik hem kan bestellen aan iemand el.[5]
De zaken van R. d. H. staan op hun beste. Met de vernieuwing van 't jaar hebben wij bij de 150 inschrijvers gewonnen, en daar komen der nog dagelijks bij. Schrijf eens eenige art. in de Vrijheid over R. d. H. te Kortrijk zouden wij gemakkelijk 300 inschrijvers winnen, en wij zouden ze krijgen ware R. d. H. er bekend. Ik hebbe specimens gezonden aan al de katholike kiezers van Kortrijk. Een woord in de Vrijheid zal hun dien specimen herinneren, en vele zullen het biljet van inschrijving opzenden. Zeg erbij dat al die 5 inschrijvers bezorgt, als premie de 5 eerste jaargangen van R. d. H. voor nieten krijgt. Vergeet niet te zetten dat 't adres is: Maria-p3strate, 2 en dat al de commissien naar daar moeten komen.
Met de toelage die ik hebbe van Staat en Provincie, en met 1000 fr. die ik geschooid hebbe heb ik middels om prenten de geven die naar den rook niet en smaken, al is 't dat wij in deficit ons jaar geëindigd hebben en het tegenwoordige nog zullen eindigen.
Wij hebben eene Gilde gesticht[6] van Ste Luitgaarde, voor taal en oudheid onder kenspreuke: "Rond den Heerd." Zij bestaat uit werkende leden en eereleden, Een Raad staat aan 't hoofd. Binnen de 8 dagen zult gij een exemplaar van de Wet ontvangen. 't Is de Raad die voor de redactie van R. d. H. zorgt. Hij is samengesteld als volgt: Eer-voorzitter: Meersseman, prof.; voorzitter: uw dienaar - Greffier: Pieter Baes., Leden: Van Coillie, Mervillie, Fraeys, Carette; waarbij wij nog zullen K. Verschelde en Dr Van Steenkiste krijgen. De leden zullen een allerschoonst diploma ontvangen. Dit zal toogen dat wij leven in West-Vlaanderen. De Wet der Gilde zal overal rondgezonden worden, naar gazetten, collegien, societeiten &c in heel 't Vlaamsche land. Hebt gij candidaten als eere-leden, zendt de namen op. 't Ware nu volstrekt noodig dat gij mij een schrift[7] zoudt zenden waarbij gij bekent "dat ik R. d. H. met alle de verzamelingen, en prenten, boni en mali overgenomen hebbe, en verklaart dat ik uit dien hoofde ulieden niets schuldig en sta." Anders zouden wij kunnen met de stichting onzer Gilde kwalijk uit komen.p4Ik hope dat gij aan al de punten van dezen brief een voldoende antwoorde zult geven, zoo gauw mogelijk: want 't is achter u dat ik wachte om de zake van de stichting der Gilde openbaar te maken. Gij zoudt mij dan grooten dienst bewijzen met te spreken:
1o van uwe medewerking,
2o van de Vrijheid, (échange)*
3o van the farm of Apthonga,
4o van de declaratie van overneming van R. d. H.
M. Rembrij vraagt mij op dit laatste punt aan te dringen, hij vindt dat wij niet langer en mogen sluimeren. N.B. dat ik reeds de schuld bij Weale afgekort hebbe.
Ulieden vriend in Christo
* N.B. de conditie van R. d. H. met de gazetten waarmede hij verwisselt, is dat zij wekelijks de aankondiging van R. d. H. moeten drukken. 't Is iets van 7 of 8 regels.







