<Resultaat 535 van 2155

>

p1
Eerwaarde Heer!

Uwe vriendelijke briefkaart van 8 dezer[1] is mij eindelijk in handen gekomen.

Ge ziet ik woon hier en wel ongeveer drie jaren.

Ik wil gaarne met uw blaadje, hoe eer hoe liever kennis maken, ieder voorstander der Vlaamsche zaak is mij dierbaar en welkom. ’k behoor met tot de vele rijken en aanzienlijken, ‘k ben kind des volks, doch heb het gemeene vaderland en zijne dichten en geschiedschrijvers lief. Bijgevolg kunt ge beschikken over mijne geringe werkkrachtenp2voor dat blaadje – of wat ook Aardenbursch is bladjen.

Ach er viel bij mij zoo menig keer ‘n en bladje in ‘t water[2] maar wat erger is wel eens een bloesempje en een vruchtjen. t Leven geeft echter of zeer veel of zeer weinig, naar we ‘t opnemen. Ik hoop binnen niet al te lang u persoonlijk te zien, ‘t zou de eerste Katholieke Priester niet zijn, met wien ik mij op eenig veld kan vinden.[3]

Vrede zij U! moed en lust bij uwe studien.
Hartelijke groeten ook van
3 GRoos .’.

Geen vrijmetselaar ik kanp3mijne handteekening niet meer veranderen, ‘t is eene zonde mijner jeugd.[4]

Ik woon Spanje straat n° 26.

Noten

[1] Brief van G. Gezelle aan G.P. Roos van 06/08/1881, de briefkaart werd afgestempeld te “Courtrai, 6 août 1881”. Op het adres is het woord Aardenburg doorstreept, en vervangen door Roulers. Een tweede poststempel draagt “Aardenburg, 7 aug. 81”, en de kaart werd voor de derde maal afgestempeld te “Roulers, 8 août 1881” (De Smet, Jos, Gezelle en G.P. Roos van Aardenburg. In: Biekorf: 67 (1966) 1-2, p.250).
[2] Verwijzing naar het gedicht van G. Gezelle t Er viel ‘ne keer een bladtjen op het water.
[3] G.P. Roos was protestants (NNBW p.882).
[4] Hij bedoelt het dusteken (.’.) op het einde van zijn handtekening, een teken dat vaak gebruikt werd binnen de vrijmetselarij. Voor de handtekening staat ook het cijfer 3. Het symboliseert evenwicht en voortzetting bij de vrijmetselaars.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRoos, Gerrit Pieter
Datums° Aardenburg, 06/12/1822 - ✝ Croix, 19/06/1905
GeslachtMannelijk
Beroepstadsarchivaris; klerk; boekhandelaar; auteur; dichter
VerblijfplaatsNederland; Frankrijk
BioGerrit Pieter Roos werd geboren te Aardenburg als de zoon van Johannes Roos en Maria Van Den Berghe. Aanvankelijk opgeleid als onderwijzer, koos hij er op zijn zestiende voor om notarisklerk te worden. Geleidelijk breidde hij zijn functie uit en werd hij zaakwaarnemer. In 1851 werd hij deeltijds ambtenaar bij het gemeentebestuur en boekhandelaar. Al vanaf zijn twintigste legde hij zich toe op de dichtkunst. Dat zou hij zijn hele leven volhouden. Zo gaf hij samen met zijn goede vriend Abraham de Ligny in 1846 een vrolijke vertelling in verzen uit: “Vroolijke tooneelen uit het leven van Heldewijs, in zijn tijd pastoor ter gemeente Lapscheure, provincie West-Vlaanderen, meer algemeen bekend onder de naam van Paap Lapscheure". Begin augustus 1853 trouwde Roos in Sluis met Levina van Dale, de zuster van zijn goede vriend, de woordenboekschrijver Johan Hendrik Van Dale. Na 1856 combineerde Roos zijn job als boekhandelaar met dat van postkantoorhouder en schrijver. Hij was ook ontvanger-griffier van de hervormde kerk. Hij werkte vanaf 1854 intensief mee aan het literaire jaarboekje “Cadsandria” (1854-1859) dat ook aandacht had voor de Vlaamse taalstrijd en waaraan ook Vlaamse letterkundigen meewerkten. De Vlaamse taalstrijd zal Roos tot op hoge leeftijd in zijn verzen memoreren. Roos werd op eigen verzoek in 1855 aangesteld als onbezoldigd archivaris van Aardenburg. In het tijdschrift “De Navorscher” publiceerde hij de resultaten van zijn historisch, taal- en letterkundig, volkskundig en genealogisch onderzoek. Ook voor aardrijkskunde had hij grote belangstelling. Vanaf 1860 werd hij redacteur van het “Sluisch Weekblad”, een nieuws- en advertentieblad voor West-Zeeuws-Vlaanderen. In 1874 publiceerde hij zijn “Beknopt geschied- en aardrijkskundig woordenboek van Zeeuwsch-Vlaanderen - westelijk deel”. Hij stuurde een exemplaar naar Guido Gezelle. In de jaren zeventig ging het bergaf en kwam hij in moeilijkheden. Begin december 1870 moest hij zijn boekenvoorraad veilen. In 1872 werd hij ontslagen als postkantoorhouder, naar verluidt omwille van zijn nonchalance. In de zomer van 1874 werd hij ontslagen als redacteur van het “Sluisch Weekblad”. De redenen hiervoor blijven duister. Toch lijkt hij in uitstekende verstandhouding met het gemeentebestuur Aardenburg te hebben verlaten. Ondertussen had Roos toenemende contacten gelegd met de protestanten in Vlaanderen. Hij verbond zich nauw met de protestantse gemeente in Roeselare waar hij zich op 23 oktober 1878 samen met zijn vrouw liet inschrijven. Hij woonde er in de Spanjestraat. Zijn beroep was er kantoorbediende. In die jaren kwamen heel wat protestantse Zeeuwen in Roeselare terecht waar ze werk vonden bij de protestantse en liberale textielfabrikant Henri Tant. In Roeselare werd Roos ouderling, lid van de kerkenraad en koster. Hij bleef koster tot aan zijn vertrek uit Roeselare in 1884. Ondertussen hadden zijn zus Maria Kristina Roos en zijn schoonbroer Abraham van Hal zich in 1882 in Roeselare gevestigd. Ze gingen inwonen bij Gerrit Roos en zijn gezin. Er zijn geen aanwijzingen dat tussen beide gezinnen een financiële relatie bestond. Wel was Abraham van Hal eind maart 1879 - Roos was toen evenwel al naar Roeselare uitgeweken - in Aardenburg gearresteerd en voor een paar jaar in de gevangenis opgesloten voor de aanranding van twee minderjarige meisjes. In mei 1884 vertrok Roos met zijn gezin naar Calais, meer bepaald naar het dorpje Saint-Pierre-les-Calais. Hij zou het plan hebben opgevat er Nederlandse les te geven. Ook in Calais was een kleine protestantse gemeente. Na 1893 werd hij opgenomen in het huis van zijn dochter Levina in Croix, een dorpje bij Roubaix. Hij overleed er op 19 juni 1905.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.ensie.nl/encyclopedie-van-zeeland/gerrit-pieter-roos; Lo van Driel, Omtrent Gerrit Pieter Roos. In: Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen: nr.46, Aardenburg, 2018, p.328

Briefschrijver

NaamRoos, Gerrit Pieter
Datums° Aardenburg, 06/12/1822 - ✝ Croix, 19/06/1905
GeslachtMannelijk
Beroepstadsarchivaris; klerk; boekhandelaar; auteur; dichter
VerblijfplaatsNederland; Frankrijk
BioGerrit Pieter Roos werd geboren te Aardenburg als de zoon van Johannes Roos en Maria Van Den Berghe. Aanvankelijk opgeleid als onderwijzer, koos hij er op zijn zestiende voor om notarisklerk te worden. Geleidelijk breidde hij zijn functie uit en werd hij zaakwaarnemer. In 1851 werd hij deeltijds ambtenaar bij het gemeentebestuur en boekhandelaar. Al vanaf zijn twintigste legde hij zich toe op de dichtkunst. Dat zou hij zijn hele leven volhouden. Zo gaf hij samen met zijn goede vriend Abraham de Ligny in 1846 een vrolijke vertelling in verzen uit: “Vroolijke tooneelen uit het leven van Heldewijs, in zijn tijd pastoor ter gemeente Lapscheure, provincie West-Vlaanderen, meer algemeen bekend onder de naam van Paap Lapscheure". Begin augustus 1853 trouwde Roos in Sluis met Levina van Dale, de zuster van zijn goede vriend, de woordenboekschrijver Johan Hendrik Van Dale. Na 1856 combineerde Roos zijn job als boekhandelaar met dat van postkantoorhouder en schrijver. Hij was ook ontvanger-griffier van de hervormde kerk. Hij werkte vanaf 1854 intensief mee aan het literaire jaarboekje “Cadsandria” (1854-1859) dat ook aandacht had voor de Vlaamse taalstrijd en waaraan ook Vlaamse letterkundigen meewerkten. De Vlaamse taalstrijd zal Roos tot op hoge leeftijd in zijn verzen memoreren. Roos werd op eigen verzoek in 1855 aangesteld als onbezoldigd archivaris van Aardenburg. In het tijdschrift “De Navorscher” publiceerde hij de resultaten van zijn historisch, taal- en letterkundig, volkskundig en genealogisch onderzoek. Ook voor aardrijkskunde had hij grote belangstelling. Vanaf 1860 werd hij redacteur van het “Sluisch Weekblad”, een nieuws- en advertentieblad voor West-Zeeuws-Vlaanderen. In 1874 publiceerde hij zijn “Beknopt geschied- en aardrijkskundig woordenboek van Zeeuwsch-Vlaanderen - westelijk deel”. Hij stuurde een exemplaar naar Guido Gezelle. In de jaren zeventig ging het bergaf en kwam hij in moeilijkheden. Begin december 1870 moest hij zijn boekenvoorraad veilen. In 1872 werd hij ontslagen als postkantoorhouder, naar verluidt omwille van zijn nonchalance. In de zomer van 1874 werd hij ontslagen als redacteur van het “Sluisch Weekblad”. De redenen hiervoor blijven duister. Toch lijkt hij in uitstekende verstandhouding met het gemeentebestuur Aardenburg te hebben verlaten. Ondertussen had Roos toenemende contacten gelegd met de protestanten in Vlaanderen. Hij verbond zich nauw met de protestantse gemeente in Roeselare waar hij zich op 23 oktober 1878 samen met zijn vrouw liet inschrijven. Hij woonde er in de Spanjestraat. Zijn beroep was er kantoorbediende. In die jaren kwamen heel wat protestantse Zeeuwen in Roeselare terecht waar ze werk vonden bij de protestantse en liberale textielfabrikant Henri Tant. In Roeselare werd Roos ouderling, lid van de kerkenraad en koster. Hij bleef koster tot aan zijn vertrek uit Roeselare in 1884. Ondertussen hadden zijn zus Maria Kristina Roos en zijn schoonbroer Abraham van Hal zich in 1882 in Roeselare gevestigd. Ze gingen inwonen bij Gerrit Roos en zijn gezin. Er zijn geen aanwijzingen dat tussen beide gezinnen een financiële relatie bestond. Wel was Abraham van Hal eind maart 1879 - Roos was toen evenwel al naar Roeselare uitgeweken - in Aardenburg gearresteerd en voor een paar jaar in de gevangenis opgesloten voor de aanranding van twee minderjarige meisjes. In mei 1884 vertrok Roos met zijn gezin naar Calais, meer bepaald naar het dorpje Saint-Pierre-les-Calais. Hij zou het plan hebben opgevat er Nederlandse les te geven. Ook in Calais was een kleine protestantse gemeente. Na 1893 werd hij opgenomen in het huis van zijn dochter Levina in Croix, een dorpje bij Roubaix. Hij overleed er op 19 juni 1905.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.ensie.nl/encyclopedie-van-zeeland/gerrit-pieter-roos; Lo van Driel, Omtrent Gerrit Pieter Roos. In: Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen: nr.46, Aardenburg, 2018, p.328

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamRoos, Gerrit Pieter
Datums° Aardenburg, 06/12/1822 - ✝ Croix, 19/06/1905
GeslachtMannelijk
Beroepstadsarchivaris; klerk; boekhandelaar; auteur; dichter
VerblijfplaatsNederland; Frankrijk
BioGerrit Pieter Roos werd geboren te Aardenburg als de zoon van Johannes Roos en Maria Van Den Berghe. Aanvankelijk opgeleid als onderwijzer, koos hij er op zijn zestiende voor om notarisklerk te worden. Geleidelijk breidde hij zijn functie uit en werd hij zaakwaarnemer. In 1851 werd hij deeltijds ambtenaar bij het gemeentebestuur en boekhandelaar. Al vanaf zijn twintigste legde hij zich toe op de dichtkunst. Dat zou hij zijn hele leven volhouden. Zo gaf hij samen met zijn goede vriend Abraham de Ligny in 1846 een vrolijke vertelling in verzen uit: “Vroolijke tooneelen uit het leven van Heldewijs, in zijn tijd pastoor ter gemeente Lapscheure, provincie West-Vlaanderen, meer algemeen bekend onder de naam van Paap Lapscheure". Begin augustus 1853 trouwde Roos in Sluis met Levina van Dale, de zuster van zijn goede vriend, de woordenboekschrijver Johan Hendrik Van Dale. Na 1856 combineerde Roos zijn job als boekhandelaar met dat van postkantoorhouder en schrijver. Hij was ook ontvanger-griffier van de hervormde kerk. Hij werkte vanaf 1854 intensief mee aan het literaire jaarboekje “Cadsandria” (1854-1859) dat ook aandacht had voor de Vlaamse taalstrijd en waaraan ook Vlaamse letterkundigen meewerkten. De Vlaamse taalstrijd zal Roos tot op hoge leeftijd in zijn verzen memoreren. Roos werd op eigen verzoek in 1855 aangesteld als onbezoldigd archivaris van Aardenburg. In het tijdschrift “De Navorscher” publiceerde hij de resultaten van zijn historisch, taal- en letterkundig, volkskundig en genealogisch onderzoek. Ook voor aardrijkskunde had hij grote belangstelling. Vanaf 1860 werd hij redacteur van het “Sluisch Weekblad”, een nieuws- en advertentieblad voor West-Zeeuws-Vlaanderen. In 1874 publiceerde hij zijn “Beknopt geschied- en aardrijkskundig woordenboek van Zeeuwsch-Vlaanderen - westelijk deel”. Hij stuurde een exemplaar naar Guido Gezelle. In de jaren zeventig ging het bergaf en kwam hij in moeilijkheden. Begin december 1870 moest hij zijn boekenvoorraad veilen. In 1872 werd hij ontslagen als postkantoorhouder, naar verluidt omwille van zijn nonchalance. In de zomer van 1874 werd hij ontslagen als redacteur van het “Sluisch Weekblad”. De redenen hiervoor blijven duister. Toch lijkt hij in uitstekende verstandhouding met het gemeentebestuur Aardenburg te hebben verlaten. Ondertussen had Roos toenemende contacten gelegd met de protestanten in Vlaanderen. Hij verbond zich nauw met de protestantse gemeente in Roeselare waar hij zich op 23 oktober 1878 samen met zijn vrouw liet inschrijven. Hij woonde er in de Spanjestraat. Zijn beroep was er kantoorbediende. In die jaren kwamen heel wat protestantse Zeeuwen in Roeselare terecht waar ze werk vonden bij de protestantse en liberale textielfabrikant Henri Tant. In Roeselare werd Roos ouderling, lid van de kerkenraad en koster. Hij bleef koster tot aan zijn vertrek uit Roeselare in 1884. Ondertussen hadden zijn zus Maria Kristina Roos en zijn schoonbroer Abraham van Hal zich in 1882 in Roeselare gevestigd. Ze gingen inwonen bij Gerrit Roos en zijn gezin. Er zijn geen aanwijzingen dat tussen beide gezinnen een financiële relatie bestond. Wel was Abraham van Hal eind maart 1879 - Roos was toen evenwel al naar Roeselare uitgeweken - in Aardenburg gearresteerd en voor een paar jaar in de gevangenis opgesloten voor de aanranding van twee minderjarige meisjes. In mei 1884 vertrok Roos met zijn gezin naar Calais, meer bepaald naar het dorpje Saint-Pierre-les-Calais. Hij zou het plan hebben opgevat er Nederlandse les te geven. Ook in Calais was een kleine protestantse gemeente. Na 1893 werd hij opgenomen in het huis van zijn dochter Levina in Croix, een dorpje bij Roubaix. Hij overleed er op 19 juni 1905.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.ensie.nl/encyclopedie-van-zeeland/gerrit-pieter-roos; Lo van Driel, Omtrent Gerrit Pieter Roos. In: Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen: nr.46, Aardenburg, 2018, p.328

Naam - plaats

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare
NaamAardenburg

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Titelt Er viel ' ne keer een bladtjen op het water
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 63

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Roos, Gerrit Pieter

Correspondenten

Gezelle, Guido
Roos, Gerrit Pieter

Naam - persoon

Roos, Gerrit Pieter

Naam - plaats

Roeselare
Aardenburg

Plaats van verzending

Roeselare

Titel - gedicht van Guido Gezelle

t Er viel ' ne keer een bladtjen op het water

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel29/08/1881, Roeselare, Gerrit Pieter Roos aan [Guido Gezelle]
EditeurLouise Snauwaert
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderRoos, Gerrit Pieter
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum29/08/1881
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 134x104
wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5208bis
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|18443
Inhoud
IncipitUwe vriendelijke briefkaarte van 8
Samenvatting Loquela
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.