<Resultaat 2046 van 2182

>

p1

de Academie.

Dagorde:

1. Kiezingen: voor drie werkende Leden en eenen Onder-Bestuurder,

2. Voortzetting der beraadslaging over het ontwerp van reglement.[1]

De levenslange Secretaris,
Frans De Potter.
p2

Noten

[1] Geschreven in een onbekend handschrift.
Idioticon AudenaerdeA. Van Heuverswyn AsperTh. ------------------- SinghemK. Van Caeneghem EineP. Van Dorpe Neder EenaemeVan Cauwenbergh MaterP. Bernard S. M. Laethem De zantersgilde van Zuid-Vlaanderen verzamelde lokale woordenschat naar het voorbeeld van Gezelles Loquela en De Bo’s West-Vlaamsch Idioticon. Ze publiceerden hun vondsten in het tijdschrift Volk en Taal. In een ongedateerde brief schreef August van Heuverswyn aan Gezelle dat ze aan het werk waren om een rijk Idioticon van het Oudenaardsche tot stand te brengen aan de hand van zijn instructies. Of ze hiermee een zelfstandige uitgave voor ogen hadden is niet duidelijk. In elk geval zou dit pas effectief gerealiseerd worden met het Zuid-Oostvlaandersch idioticon (1908-1924) van S. Tierens en I. Teirlinck. De zantersgilde van Zuid-Vlaanderen verzamelde lokale woordenschat naar het voorbeeld van Gezelles Loquela en De Bo’s West-Vlaamsch Idioticon. Ze publiceerden hun vondsten in het tijdschrift Volk en Taal. In een ongedateerde brief schreef August van Heuverswyn aan Gezelle dat ze aan het werk waren om een rijk Idioticon van het Oudenaardsche tot stand te brengen aan de hand van zijn instructies. Of ze hiermee een zelfstandige uitgave voor ogen hadden is niet duidelijk. In elk geval zou dit pas effectief gerealiseerd worden met het Zuid-Oostvlaandersch idioticon (1908-1924) van S. Tierens en I. Teirlinck.

Register

Correspondenten

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamBernard, Prosper
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioProsper Bernard was onderwijzer van de lagere school van Sint-Maria-Latem. Hij was lid van de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen en redacteur van het tijdschrift "Volk en Taal".
Relatie tot Gezellezanter (zantersgilde); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; correspondent
NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamVan Caeneghem, Kamiel
Datums° Huise, 30/12/1860 - ✝ Buggenhout, 14/09/1944
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioKamiel van Caeneghem brak zijn opleiding aan de Normaalschool van Sint-Niklaas af vanwege de schoolstrijd om als ongediplomeerd onderwijzer les te geven te Eine bij Oudenaarde. In 1885 behaalde hij alsnog zijn diploma via de Centrale Examencommissie. Samen met de broers Van Heuverswyn richtte hij in 1887 de katholieke onderwijzerskring God en Recht op te Oudenaarde met het gelijknamige tijdschrift. In 1888 stichtten ze de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen met het tijdschrift Volk en Taal in nauw contact met Gezelle. In 1893 was hij stichter en voorzitter van het Oostvlaamsch Verbond van Christene Onderwijzers dat een jaar later de basis vormde voor het nationaal Christen Onderwijzersverbond (COV). Op 1 november 1893 startte hij met het tijdschrift 'Christene School', waarvan hij zes jaar lang hoofdredacteur was. Met zijn politieke activiteiten wou hij de brug slaan tussen de Vlaamse Beweging en de beginnende christendemocratie. In 1889 stichtte hij een regionale Katholieke Vlaamsche Bond waarmee hij Vlaamsgezinde kandidaten wou leveren voor de katholieke lijsten. Van daaruit stichtte hij een Vlaamsche Katholieke Landsbond, die de Vlaamsgezinde verenigingen moest bij elkaar brengen. Als secretaris was hij er de drijvende kracht van. In 1900 werd hij benoemd tot kantonnaal hoofdinspecteur voor het lager onderwijs in het kanton Lokeren. Dit betekende het einde van zijn politieke activiteiten. In 1917 werd hij door het activistische bestuur aangesteld tot hoofdinspecteur van het hoofdgebied Gent. Daarom werd hij in 1920 werd hij op vervroegd pensioen gesteld. Hij overleed op 14 september 1944 te Buggenhout.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent, zanter
NaamVan Cauwenberghe, Frederik; Van Cauwenberge
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioFrederik Van Cauwenberghe was onderwijzer van de lagere school van Mater. Hij was lid van de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen en medewerker van het tijdschrift "Volk en Taal".
Relatie tot Gezelleadresboekje Gezelle; correspondent; zanter
NaamVan Heuverswyn, August
Datums° Nazareth, 28/11/1859 - ✝ Aalst, 09/04/1958
GeslachtMannelijk
Beroepdirecteur; leraar
BioAugust was de jongere broer van Theophiel Van Heuverswyn. Hij behaalde het diploma van onderwijzer in 1879 aan de Bisschoppelijke Normaalschool te Sint-Niklaas. Hij begon als onderwijzer te Asper. Samen met zijn broer en Kamiel van Caeneghem richtte hij in 1887 de katholieke onderwijzerskring God en Recht op te Oudenaarde, waarvan hij voorzitter was. Hij was ook een van de meest actieve medewerkers aan het gelijknamige tijdschrift. In 1888 stichtten ze de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen met het tijdschrift "Volk en Taal" in nauw contact met Gezelle. Op 22 september 1894 werd hij priester gewijd door mgr. Stillemans. Daarna werd hij subregent aan de Bisschoppelijke Normaalschool te Sint-Niklaas, om in 1895 wegens ziekte overgeplaatst te worden als leraar naar Sint-Gregoriusinstituut te Ledeberg. Hij schreef vele bijdragen in het tijdschrift "Het katholiek Onderwijs". Samen met zijn broer schreef hij de studie "Een vreemde spraak als voertaal voor 't Onderwijs" die in 1899 bekroond werd door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Op 9 september 1898 werd hij directeur van de Sint-Camillusschool te Aalst.
Links[odis]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
NaamVan Heuverswyn, Theofiel
Datums° 1864 - ✝ 18/02/1915
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioTheophiel was de jongere broer van August Van Heuverswyn. Hij was onderwijzer in Zingem. Samen met zijn broer en Kamiel van Caeneghem richtte hij in 1887 de katholieke onderwijzerskring God en Recht op te Oudenaarde met het gelijknamige tijdschrift. In 1888 stichtten ze de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen met het tijdschrift "Volk en Taal" in nauw contact met Gezelle. Hiermee lagen ze aan de basis van het Christelijk Onderwijzersverbond. Theophiel van Heuverswyn was de derde gouwvoorzitter van COV Oost-Vlaanderen van 1902-1915. Vanaf de start in 1894 tot zijn dood was hij secretaris van het COV nationaal.
Links[odis]
Relatie tot Gezellezanter; correspondent
NaamVan Dorpe, Paul
Datums° Eine, 20/06/1853 - ✝ Oudenaarde, 20/10/1936
GeslachtMannelijk
Beroepleraar, burgemeester
BioPaul Van Dorpe was onderwijzer van de lagere school van Neder-Eename en later ook burgemeester van die gemeente. Hij was de drijvende kracht achter de succesvolle lokale afdeling van de Vlaamse katholieke bond. Hij was lid van de Zantersgilde van Zuid-Vlaanderen en medewerker van het tijdschrift Volk en Taal.
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter
Bronnenbidprentje

Naam - plaats

NaamAsper
GemeenteGavere
NaamEine
GemeenteOudenaarde
NaamMater
GemeenteOudenaarde
NaamNederename
GemeenteOudenaarde
NaamSint-Martens-Latem
GemeenteSint-Martens-Latem
NaamZingem
GemeenteZingem

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]

Titel[06/07/1886 t.p.q.], [Gent], Frans De Potter aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Potter, Frans
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[06/07/1886 t.p.q.]
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieT.p.q., adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegeven.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: 1p., inkt
Staat fragment: bovenkant ontbreekt
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief10621
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|19843
Inhoud
IncipitDagorde: 1. Kiezingen: voor drie werkende Leden
Samenvatting uitnodiging voor vergadering van de Koninklijke Vlaamse Academie
Tekstsoortbrief
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.