<Resultaat 494 van 2155

>

p1

Celui-ci remplacera l'autre [1]

Si scandaleusement outrage!

Quant à l’ignoble soufflet, nous tâcherons de l’effacer par nos larmes et nos prières, adressées chaque jour au Seigneur pour vous, le plus digne, le plus vénéré de ses ministres.

A Monsieur Gezelle

Vicaire à Notre Dame

Noten

[1] In de zomer van 1880 werd Gezelle in Kortrijk aangevallen door een groepje dronken mannen. De schermutseling vond plaats op 12/07/1880 in de centraal gelegen Budastraat. De Standaerd van Vlaenderen (15/07/1880) en Gazette van Kortrijk (17/07/1880, 18/02/1881) geven ons een idee van wat er toen gebeurde: op maandag 12 juli 1880 wandelde Gezelle in ‘een der volksrykste straten onzer stad’. Ter hoogte van een herberg sprongen ‘een aental gemeene kerels’ naar buiten ‘en vielen op den weerlozen priester, die zy erg mishandelden’. ‘Er dient hier bygevoegd te worden dat de meerderheid der geweldigaerds Walen waren.’ Door de snelle hulp van voorbijgangers en buren konden drie van die ‘woestaerds’ naar het politiebureau gebracht worden. De commentator voegde eraan toe dat de Kortrijkse bevolking bijzonder ontstemd was over de laaghartige behandeling van deze ‘weerdigen geestelyke’, van ‘een der grootste dichters van onze tyd’. De lokale Gazette van Kortrijk schetste meer in detail wat Gezelle op deze maandagse marktdag overkwam. Vijf ‘leuren’ die in Frankrijk werkten, liepen al de hele dag zat rond en nabij een café in de Budastraat ontmoetten ze Gezelle. ‘Spotsgewijze vroegen zij de benedictie’. Maar omdat de priester niet reageerde, riep één van hen: ‘’k Zal ik hem de benedictie geven.’ Tegelijk gaf hij Gezelle een kaakslag zodat zijn hoed op de grond viel. Ook de andere ‘deugnieten’ gaven hem enkele vuistslagen.

Het medeleven van de Kortrijkse bevolking was groot. De journalist wees de (liberale) pers aan voor het verspreiden van laster en kritiek over de kerk en de clerus. De aanslag werd in verband gebracht met de schoolstrijd die sinds 1879 het politiek klimaat beïnvloedde. Potentiële daders werden buiten het deftig katholieke circuit gesitueerd: Walen, arbeiders uit Frankrijk, gemeen volk, straatlopers, zatlappen, geweldenaars, en lasteraars van de kerk. Dezelfde toon van verontwaardiging en meeleven vinden we ook in dit briefje van Elisabeth. Bovendien bezorgde ze Gezelle een nieuwe hoed als compensatie voor ‘l’ignoble soufflet’ waar hij het slachtoffer van werd. Hierop repliceerde Gezelle met een vriendschappelijk-relativerend dankgedichtje: ‘Geraden heb ik aan ’t geschrift’. In dit vers heeft de dichter het over een ‘onverdienden vijandsslag’.

Een half jaar later, op 18/02/1881, kon de Gazette van Kortrijk de uitspraak van de rechtbank van Kortrijk publiceren. Een man, genaamd Vansteenkiste, werd beschuldigd van slagen en, net als de twee anderen, ook van opstand tegen de politie. De eerste kreeg een maand gevangenis, de anderen respectievelijk vijftien en acht dagen.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVanden Broeck, Elisabeth Josèphe Thérèse
Datums° Sint-Niklaas, 19/11/1844 - ✝ Kortrijk, 02/06/1933
GeslachtVrouwelijk
BioElisabeth Vanden Broeck werd geboren te Sint-Niklaas in 1844 als jongste dochter van Victor Vanden Broeck (1808-1873) en Thérèse van Naemen (1801-1876) uit Sint-Niklaas. Ze huwde Camille Alphonse Vercruysse (Kortrijk, 27/07/1839 – Kortrijk, 11/09/1905) te Sint-Niklaas op 22 augustus 1865. Op 22 augustus 1890 vierden Elisabeth en Camille hun zilveren huwelijksjubileum. De Franstalige pers besteedde de nodige aandacht aan dit jubileum waar, naar verluidt, pauselijke felicitaties overgebracht werden. Het gezin Camille en Elisabeth Vercruysse woonde in de Leiestraat 32. Samen met haar man voedde ze vijf kinderen op. Marie-Joséphine (1866-1929), Esther (1868-1929), Louis (1870-1912), Mathilde (1873-1914) en Alix (1875-1962). Elisabeths caritatieve werkdomeinen waren ‘Membre jubilaire de la Congrégation de la Sainte Vierge’ en ‘Membre des Dames de la Miséricorde’. De familie C. Vercruysse-Vanden Broeck speelde een belangrijke rol in de Kortrijkse jaren van Gezelle. Als jonge onderpastoor was hij de begeleider van de elitaire ‘Congrégation du Très-Saint Nom de Marie’ die in het klooster van de Zusters Paulinen samenkwam. Via deze organisatie kwam Gezelle in contact met het gegoed Franstalige milieu en het caritatieve netwerk waarin de familie Vercruysse een essentiële rol speelde. Met de nodige toewijding gidste Elisabeth hem doorheen de gefortuneerde klassen van een besloten provinciestad waarin ook een vrijzinnige, liberale zuil tot ontwikkeling kwam. Persoonlijk steunde ze hem meermaals in perioden van sociaal isolement of mentale moeilijkheden want in haar huis vond hij steeds een warm gastgezin. Het gezin hielp hem ook financieel (onder andere voor een Engelandreis) en Elisabeth zorgde er ook voor dat haar zus Mathilde hem een vaste uitkering gaf zodat hij vanaf 1889 zijn ambt van onderpastoor kon neerleggen om zich probleemloos aan zijn literair werk te wijden. In Gezelles Franstalige gedichten vinden we verscheidene communieverzen terug voor de vijf kinderen van Camille en Elisabeth. Enkele gedichten en brieven alluderen ook op de vriendschap tussen de dichter en de beschermvrouw, zoals Toen Gezelle in de Budastraat het slachtoffer werd van een belaging door enkele dronken lui bezorgde Elisabeth hem een nieuwe hoed als compensatie voor ‘l’ignoble soufflet’! Gezelle repliceerde met een vriendschappelijk dankvers ‘Geraden heb ik aan ’t geschrift’. Elisabeth overleed te Kortrijk op 89-jarige leeftijd op 2 juni 1933. Ze werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Kortrijk op donderdag 7 juni 1933 om 11 uur.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gedichten
Bronnen https://gw.geneanet.org/hourmanmichel?n=van+den+broeck&oc=&p=elisabeth; https://search.arch.be/; https://www.ancestrylibrary.com/discoveryui-content/view/208108887:60541?tid=&pid=&queryId=60be71f006c48ab1d3cfe1fab16d66c1&_phsrc=SSE29&_phstart=successSource

Briefschrijver

NaamVanden Broeck, Elisabeth Josèphe Thérèse
Datums° Sint-Niklaas, 19/11/1844 - ✝ Kortrijk, 02/06/1933
GeslachtVrouwelijk
BioElisabeth Vanden Broeck werd geboren te Sint-Niklaas in 1844 als jongste dochter van Victor Vanden Broeck (1808-1873) en Thérèse van Naemen (1801-1876) uit Sint-Niklaas. Ze huwde Camille Alphonse Vercruysse (Kortrijk, 27/07/1839 – Kortrijk, 11/09/1905) te Sint-Niklaas op 22 augustus 1865. Op 22 augustus 1890 vierden Elisabeth en Camille hun zilveren huwelijksjubileum. De Franstalige pers besteedde de nodige aandacht aan dit jubileum waar, naar verluidt, pauselijke felicitaties overgebracht werden. Het gezin Camille en Elisabeth Vercruysse woonde in de Leiestraat 32. Samen met haar man voedde ze vijf kinderen op. Marie-Joséphine (1866-1929), Esther (1868-1929), Louis (1870-1912), Mathilde (1873-1914) en Alix (1875-1962). Elisabeths caritatieve werkdomeinen waren ‘Membre jubilaire de la Congrégation de la Sainte Vierge’ en ‘Membre des Dames de la Miséricorde’. De familie C. Vercruysse-Vanden Broeck speelde een belangrijke rol in de Kortrijkse jaren van Gezelle. Als jonge onderpastoor was hij de begeleider van de elitaire ‘Congrégation du Très-Saint Nom de Marie’ die in het klooster van de Zusters Paulinen samenkwam. Via deze organisatie kwam Gezelle in contact met het gegoed Franstalige milieu en het caritatieve netwerk waarin de familie Vercruysse een essentiële rol speelde. Met de nodige toewijding gidste Elisabeth hem doorheen de gefortuneerde klassen van een besloten provinciestad waarin ook een vrijzinnige, liberale zuil tot ontwikkeling kwam. Persoonlijk steunde ze hem meermaals in perioden van sociaal isolement of mentale moeilijkheden want in haar huis vond hij steeds een warm gastgezin. Het gezin hielp hem ook financieel (onder andere voor een Engelandreis) en Elisabeth zorgde er ook voor dat haar zus Mathilde hem een vaste uitkering gaf zodat hij vanaf 1889 zijn ambt van onderpastoor kon neerleggen om zich probleemloos aan zijn literair werk te wijden. In Gezelles Franstalige gedichten vinden we verscheidene communieverzen terug voor de vijf kinderen van Camille en Elisabeth. Enkele gedichten en brieven alluderen ook op de vriendschap tussen de dichter en de beschermvrouw, zoals Toen Gezelle in de Budastraat het slachtoffer werd van een belaging door enkele dronken lui bezorgde Elisabeth hem een nieuwe hoed als compensatie voor ‘l’ignoble soufflet’! Gezelle repliceerde met een vriendschappelijk dankvers ‘Geraden heb ik aan ’t geschrift’. Elisabeth overleed te Kortrijk op 89-jarige leeftijd op 2 juni 1933. Ze werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Kortrijk op donderdag 7 juni 1933 om 11 uur.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gedichten
Bronnen https://gw.geneanet.org/hourmanmichel?n=van+den+broeck&oc=&p=elisabeth; https://search.arch.be/; https://www.ancestrylibrary.com/discoveryui-content/view/208108887:60541?tid=&pid=&queryId=60be71f006c48ab1d3cfe1fab16d66c1&_phsrc=SSE29&_phstart=successSource

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVanden Broeck, Elisabeth Josèphe Thérèse
Datums° Sint-Niklaas, 19/11/1844 - ✝ Kortrijk, 02/06/1933
GeslachtVrouwelijk
BioElisabeth Vanden Broeck werd geboren te Sint-Niklaas in 1844 als jongste dochter van Victor Vanden Broeck (1808-1873) en Thérèse van Naemen (1801-1876) uit Sint-Niklaas. Ze huwde Camille Alphonse Vercruysse (Kortrijk, 27/07/1839 – Kortrijk, 11/09/1905) te Sint-Niklaas op 22 augustus 1865. Op 22 augustus 1890 vierden Elisabeth en Camille hun zilveren huwelijksjubileum. De Franstalige pers besteedde de nodige aandacht aan dit jubileum waar, naar verluidt, pauselijke felicitaties overgebracht werden. Het gezin Camille en Elisabeth Vercruysse woonde in de Leiestraat 32. Samen met haar man voedde ze vijf kinderen op. Marie-Joséphine (1866-1929), Esther (1868-1929), Louis (1870-1912), Mathilde (1873-1914) en Alix (1875-1962). Elisabeths caritatieve werkdomeinen waren ‘Membre jubilaire de la Congrégation de la Sainte Vierge’ en ‘Membre des Dames de la Miséricorde’. De familie C. Vercruysse-Vanden Broeck speelde een belangrijke rol in de Kortrijkse jaren van Gezelle. Als jonge onderpastoor was hij de begeleider van de elitaire ‘Congrégation du Très-Saint Nom de Marie’ die in het klooster van de Zusters Paulinen samenkwam. Via deze organisatie kwam Gezelle in contact met het gegoed Franstalige milieu en het caritatieve netwerk waarin de familie Vercruysse een essentiële rol speelde. Met de nodige toewijding gidste Elisabeth hem doorheen de gefortuneerde klassen van een besloten provinciestad waarin ook een vrijzinnige, liberale zuil tot ontwikkeling kwam. Persoonlijk steunde ze hem meermaals in perioden van sociaal isolement of mentale moeilijkheden want in haar huis vond hij steeds een warm gastgezin. Het gezin hielp hem ook financieel (onder andere voor een Engelandreis) en Elisabeth zorgde er ook voor dat haar zus Mathilde hem een vaste uitkering gaf zodat hij vanaf 1889 zijn ambt van onderpastoor kon neerleggen om zich probleemloos aan zijn literair werk te wijden. In Gezelles Franstalige gedichten vinden we verscheidene communieverzen terug voor de vijf kinderen van Camille en Elisabeth. Enkele gedichten en brieven alluderen ook op de vriendschap tussen de dichter en de beschermvrouw, zoals Toen Gezelle in de Budastraat het slachtoffer werd van een belaging door enkele dronken lui bezorgde Elisabeth hem een nieuwe hoed als compensatie voor ‘l’ignoble soufflet’! Gezelle repliceerde met een vriendschappelijk dankvers ‘Geraden heb ik aan ’t geschrift’. Elisabeth overleed te Kortrijk op 89-jarige leeftijd op 2 juni 1933. Ze werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Kortrijk op donderdag 7 juni 1933 om 11 uur.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gedichten
Bronnen https://gw.geneanet.org/hourmanmichel?n=van+den+broeck&oc=&p=elisabeth; https://search.arch.be/; https://www.ancestrylibrary.com/discoveryui-content/view/208108887:60541?tid=&pid=&queryId=60be71f006c48ab1d3cfe1fab16d66c1&_phsrc=SSE29&_phstart=successSource

Titelxx/[07/1880], [Kortrijk], [Elisabeth Josèphe Thérèse Vanden Broeck (= mevrouw Elisabeth Josèphe Thérès Vercruysse] aan Guido Gezelle
EditeurJulien Vermeulen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVanden Broeck, Elisabeth Josèphe Thérèse
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatumxx/[07/1880]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en adressant gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie,de brief is geschreven tussen 17-30 juli; gekleefd in schrift van P. Allossery op p.60; Foutieve datering P. Allossery.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 129x103
wit
papiersoort: 1 zijde, inkt
Staat volledig
Toevoegingen onder brief: Briefje Elisabeth Vercruysse // na de aanslag van 17/ 7 1893 // waarvan boven spraak is op blz. 26-27 (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief11041 M
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|20779
Inhoud
IncipitCelui-ci remplacera l'autre [....] // Si scandaleusement outrage
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.