<Resultaat 732 van 2182

>

p1
Ma chere enfant

Que se soit de bonne augure pour vous et pour moi! La première plume d'encre tirée du brillant encrier de première communion, qui se trouve devant moi, sert à vous écrire. Allez tout tranquilement et décidement communier, le plus tot que c'est possible, et, apres cela, vous viendrez voir votre confesseur quand vous voudrez. Vous direz au bon Dieu que c'est son pretre, que c'est votre père qui vous envoie. Coupez la tete au serpent et la queue ne vous fera pas mal, qu'elle sautille et fasse des siennes tant qu'elle voudra. On représente la S. Vierge, la premiere Emma, la Mere du sauveur, marchant sur la tete du serpent. La meilleure façon d'imiter votre sainte patronne est celle que vous prescrit et vous ordonne

Votre tout devoue en Jésus Christ
Guido Gezelle

tourner s’il vous plaît

p2
Zoekt niet op den steert te terdten
van 't serpent, dat u ontsnapt;
Wilt gy vrij zyn, vrij van herten,
Zij de kop in tween getrapt![1]

Guido Gezelle

Noten

[1] De brief bevat duidelijk de geautoriseerde versie van dit kwatrijn. Er zijn meerdere versies uit een vroeger stadium bekend, waaronder een kladversie met open varianten op de keerzijde van een brief van G. Beyaert van 04/06/1884. De bestaande edities zijn op die kladversies gebaseerd, tot en met die in het Verzameld dichtwerk 7, 174. (Zie: P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: Kroniek van de Gezellestudie 4 (1992) 2, p.48 en 51)

Register

Correspondenten

NaamCrombet, Emma
Datums° Kortrijk, 19/03/1835 - ✝ Kortrijk, 02/08/1913
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Crombet (1835-1913) was de dochter van de linnenfabrikant Louis Charles Crombet (1798-1875) en Adelaide Paulie Titeca. Ze had twee overlevende zusters (Victorine Clémence (1839-1888) die gehuwd was met de Kortrijkse nijveraar Paul Lagae; Mathilde Julie (1836-1920) die gehuwd was met de Kortrijkse handelsrechter en provincieraadslid Jules Jean Vandale), en een broer Louis Charles Joseph (1837-1862). Emma trouwde in 1866 met de Kortrijkse industrieel Julien Charles Beke. Samen hadden ze vijf dochters: Marie Louise Charlotte Josephine (°1867), Anne-Marie Josephine (°1868), Gabrielle Marie Josephine (°1870), Joséphine Louise (°1871) en Agnes Désirée Angeline Marie (°1873). Het echtpaar woonde in de Onze-Lieve-Vrouwestraat 35 te Kortrijk, en speelde een belangrijke rol in het katholieke leven op de Onze-Lieve-Vrouweparochie. Op 13 mei 1884 werd Emma lid van de Congrégation du Très Saint Nom de Marie, een congregatie bestemd voor de (Franssprekende) dames uit de burgerij, en waarvan Guido Gezelle sinds 1879 'directeur spirituel' was. Maar ook daarbuiten onderhield Gezelle nauw contact met de familie Beke-Crombet. Zo was hij biechtvader van Emma Crombet en schreef hij gelegenheidsgedichten voor de kinderen. Bijvoorbeeld in 1885 schreef hij een gedicht voor de eerste communie van Agnes, die op kostschool zat bij de Dames de l'Instruction Chrétienne in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenM. Lagae, De familie Laga(e) in de voetsporen van hun voorouders, Aalter, 1977, 101-102; P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: 4 (1992) 2.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamCrombet, Emma
Datums° Kortrijk, 19/03/1835 - ✝ Kortrijk, 02/08/1913
GeslachtVrouwelijk
BioEmma Crombet (1835-1913) was de dochter van de linnenfabrikant Louis Charles Crombet (1798-1875) en Adelaide Paulie Titeca. Ze had twee overlevende zusters (Victorine Clémence (1839-1888) die gehuwd was met de Kortrijkse nijveraar Paul Lagae; Mathilde Julie (1836-1920) die gehuwd was met de Kortrijkse handelsrechter en provincieraadslid Jules Jean Vandale), en een broer Louis Charles Joseph (1837-1862). Emma trouwde in 1866 met de Kortrijkse industrieel Julien Charles Beke. Samen hadden ze vijf dochters: Marie Louise Charlotte Josephine (°1867), Anne-Marie Josephine (°1868), Gabrielle Marie Josephine (°1870), Joséphine Louise (°1871) en Agnes Désirée Angeline Marie (°1873). Het echtpaar woonde in de Onze-Lieve-Vrouwestraat 35 te Kortrijk, en speelde een belangrijke rol in het katholieke leven op de Onze-Lieve-Vrouweparochie. Op 13 mei 1884 werd Emma lid van de Congrégation du Très Saint Nom de Marie, een congregatie bestemd voor de (Franssprekende) dames uit de burgerij, en waarvan Guido Gezelle sinds 1879 'directeur spirituel' was. Maar ook daarbuiten onderhield Gezelle nauw contact met de familie Beke-Crombet. Zo was hij biechtvader van Emma Crombet en schreef hij gelegenheidsgedichten voor de kinderen. Bijvoorbeeld in 1885 schreef hij een gedicht voor de eerste communie van Agnes, die op kostschool zat bij de Dames de l'Instruction Chrétienne in Gent.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenM. Lagae, De familie Laga(e) in de voetsporen van hun voorouders, Aalter, 1977, 101-102; P. Couttenier, Gezelles brieven aan Emma Crombet. In: Gezelliana: 4 (1992) 2.

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelZoekt niet op den steert te terten
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 174

Indextermen

Briefontvanger

Crombet, Emma

Briefschrijver

Gezelle, Guido

Correspondenten

Crombet, Emma
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Gezelle, Guido

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Zoekt niet op den steert te terten

Titelxx/[06/1884], [Kortrijk], Guido Gezelle aan [Emma Crombet (= mevrouw Emma Beke)]
EditeurPiet Couttenier; Miet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Crombet, Emma]
Verzendingsdatumxx/[06/1884]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieOriginele brief is aanwezig in de Provinciale Bibliotheek en Cultuurarchief te Brugge nr. 12 AB 37; adressaat en datum gereconstrueerd op basis van artikel van Piet Couttenier; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inGezelles brieven aan Emma Crombet. / door Piet Couttenier. - in: Gezelliana. Jrg 4 (1992), p.48
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel [?]
rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief12832, 16 (4)
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|25298
Inhoud
IncipitQue se soit de bonne augure pour vous
Samenvatting Gezelle eist een absolute aanval op vijand en kwaad; eindigt brief met een kwatrijn (zoekt niet op den steert te terten, Verz. Dichtw., Dl. VII, p.174)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Frans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.