<Resultaat 34 van 2896

>

p1
Werthester Herr Gezelle[1]

Meine glückliche Ankunft, so wie die vielen Vergnügen, welche ich hier hatte glaubte ich Ihnen, Ihrem Wunsche gemäsz sogleich anzeigen zu müssen. Nachdem ich morgens um ein halb zehn wie Sie wissen von Roulers abgereist,[2] gelangte ich denselben Abend noch bis Aachen. (Aix la Chapelle). Von dort reiste ich den anderen Morgen ab und gelangte denselben Abend um 6 Uhr bis nach Koblenz, wo ich dann von meinen Eltern,
Freunden etc. bestens empfangen wurde. Auf dieser Reise stiesz mir nicht viel Neues zu; aber die Wiederschauung[3] des mit Weinbergen besäeten[4] Rheines[5] sowie der theuern[6] Vaterstadt machten einen tiefen Eindruck auf mich. Das mir so günstige Wetter verschönerte den Anblick. Ich hatte wärend den Ferien die ich hier zugebracht viele Freunde. Einen Tag belustige ich mich, indem ich im Nachen[7] fahre, den andern mache ich einen Spatziergang, was auch wegen dem schönen Wetter vortrefflich geht; doch vergesse ich auch das studiren nicht. Die Manöver sind hier in Gange, zu welchem Zwecke viele Truppen in Koblenz liegen. Der König wird auch noch in diesen Monaten nach Koblenz kommen, um dem groszen Manöver beizuwohnen. Hier in der Stadt kommen in letzterer Zeit viele Brandunglücke vor. So brannte auch kürzlich bei schrecklichem Feuer eine grosse Bierbrauerei ab. Auch riszen zwei grosze Holzflösse, die neben einander getrieben, trotz der groszen Hilfe ein Brückenjoch von der Rheinbrücke ab, welche letztere jedoch bald wiederhergestellt war. Weiter sind hier noch keine Neuigkeiten vorgefallen. Deszhalb will ich schlieszen. Ich wünsche Ihnen noch viel Vergnügen in den Ferien (wünsche). (sic). Was machen denn die neuen Dampfboote?[8] Richten Sie gefälligst viele Grüsze aus an den Herren Superior, an Herrn Bethune und die übrigen Lehrer, sowie an alle noch daseienden Schüler. An meine Verwandten werde ich nächstens auch schreiben.p2Adressiren Sie gefälligst wegen Abwesenheit meiner Eltern[9] die schickende Antwort an meine Grossmutter, Madame Anne Görtz, rue de Rhin 5 Koblenz.


Baldige Antwort erwartend, grüszet Sie freundlichst

Gustav Saffenreuter.

Sowie alle meine Angehörigen.

(Een alfabet kleine- en hoofdletters in gotisch schrift, staat hieronder, om voor Gezelle de lectuur van de gotisch geschreven brief te vergemakkelijken)[10]

Noten

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel beschikbaar in afschrift in opdracht van Frank Baur. De transcriptie van de brief werd nagezien door Joost Vanbrussel.

Vertaling (Duits) Joost Vanbrussel:

Koblenz 8 september 1856

Zeer geachte Heer Gezelle

Ik was ervan overtuigd dat ik u, naar uw wens, mijn voorspoedige aankomst, en de vele genoegens die ik hier beleefde, onmiddellijk moest meedelen. Nadat ik in de morgen om halftien, zoals u weet, vanuit Roeselare vertrok, geraakte ik diezelfde avond nog in Aken (Aix la Chapelle). Van daaruit trok de reis de volgende morgen verder en geraakte ik diezelfde avond om 6 uur in Koblenz, waar ik dan door mijn ouders, vrienden, enz. allerbest ontvangen werd. Tijdens deze reis maakte ik weinig nieuwe dingen mee, maar het weerzien van de met wijnbergen bezaaide Rijn en ook van mijn dierbare vaderstad liet een diepe indruk op mij na.

Het voor mij zo gunstig weer maakte de aanblik nog mooier. Tijdens de vakantie die ik hier doorgebracht had, had ik hier veel vrienden. De ene dag amuseer ik me met bootje varen, de andere dag trek ik op wandeling, wat ook door het mooie weer voortreffelijk lukt. Toch vergeet ik ook niet te studeren. Hier vinden de manoeuvers plaats, waartoe veel troepen in Koblenz gelegerd zijn. De koning zal ook nog in deze maanden naar Koblenz komen om de grote manoeuvers bij te wonen. Hier in de stad gebeuren de laatste tijd veel brandongevallen. Recent nog brandde een grote bierbrouwerij met een verschrikkelijk vuurzee af. Ook rukten twee grote houtvlotten die naast elkaar gedreven waren, spijts de grote hulp, een juk van de Rijnbrug af, die spoedig toch hersteld was. Verder is hier niets nieuws gebeurd. Daarom wil ik sluiten. Ik wens u nog veel plezier in de vakantie. Hoe gaat het met de nieuwe stoomboten? Wil alstublieft veel groeten overmaken aan Heer Superior, aan Heer Bethune en de overige leraars, en ook aan alle leerlingen die daar nog zijn. Ik schrijf ook eerstdaags naar mijn verwanten. Wees zo goed, wegens de afwezigheid van mijn ouders, het gebeurlijk antwoord te sturen naar mijn grootmoeder, Mevrouw Anne Görtz, rue de Rhin 5, Koblenz.

Een spoedig antwoord verwachtend, groet u heel vriendelijk

Gustav Saffenreuter

en heel mijn familie.

[2] van het kleinseminarie in Roeselare.
[3] ‘Das Wiederschaue’n (weerzien), dialect voor Zuidwest-Duitsland. Vermoedelijk is ‘Wiederschauung’ een verbastering.
[4] Besäten.
[5] Rheins.
[6] Teuren.
[7] ‘Nachen’ is een kleine boot.
[8] Dit verwijst vermoedelijk naar de maalboten die werden ingezet op de lijn Oostende-Dover, waarbij het ging om stoomboten. Guido Gezelle bracht bij het begin van de grote vakantie de Engelse leerlingen naar Oostende om hen op de overzetboot te zetten en ving hen mogelijk ook op bij aankomst. Hoewel er geen directe bevestiging is gevonden dat er in 1856 nieuwe maalboten in dienst werden genomen, is dit niet onwaarschijnlijk.
[9] De ouders van Gustave Saffenreuter zijn Albert Joseph Saffenreuter en Gertrudis Selig.
[10] De kopiist schreef dit nog onder de brief. De brief was dus in het gotisch geschreven.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSaffenreuter, Gustave Willibrord
Datums° Koblenz, 25/12/1840 - ✝ Aken, 30/10/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; deken
VerblijfplaatsDuitsland; Engeland
BioGustavus Willibrordus Theophanes Saffenreuter werd op 25 december 1840 te Koblenz geboren als zoon van de hypotheekhoudershulp Albert Joseph Saffenreuter (°1813, Andernach) en Gertrudis Selig (°1818, Koblenz). Hij werd op 27 december 1840 gedoopt in de katholieke Liebfrauenkerk. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1856-1860). Op 28 september 1860 trad hij binnen in het Engels Seminarie te Brugge bestemd voor het bisdom Salford. Op 18 december 1862 ontving hij de tonsuur. Hij werd tot subdiaken gewijd op 19 december 1863 en tot diaken op 2 juli 1864. Hij ontving zijn priesterwijding op 17 december 1864 in het Brugse grootseminarie. Daarop werd hij priester te St. Wilfred's Hulme-Manchester (1865-1870) en was hij werkzaam als deken en rector van St. James, Pendleton (1870-1899), waar hij de eerste steen legde van de nieuwe kerk in Weaste. Volgens de census van 1881 woonde zijn zus Agnes (°ca. 1846) bij hem in. In de census van 1891 komt ze niet meer voor, maar wel zijn 19 jaar oude nichtje Mary. Van 1899 tot 1900 was hij met ziekteverlof, waarna hij van 1900 tot 1904 deken was van St. Anne's in Fairfield. Daarnaast was hij kanunnik van Salford. Hij overleed op 30 oktober 1911 in Aken.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.14; https://www.ancestry.co.uk/; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.51-52

Briefschrijver

NaamSaffenreuter, Gustave Willibrord
Datums° Koblenz, 25/12/1840 - ✝ Aken, 30/10/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; deken
VerblijfplaatsDuitsland; Engeland
BioGustavus Willibrordus Theophanes Saffenreuter werd op 25 december 1840 te Koblenz geboren als zoon van de hypotheekhoudershulp Albert Joseph Saffenreuter (°1813, Andernach) en Gertrudis Selig (°1818, Koblenz). Hij werd op 27 december 1840 gedoopt in de katholieke Liebfrauenkerk. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1856-1860). Op 28 september 1860 trad hij binnen in het Engels Seminarie te Brugge bestemd voor het bisdom Salford. Op 18 december 1862 ontving hij de tonsuur. Hij werd tot subdiaken gewijd op 19 december 1863 en tot diaken op 2 juli 1864. Hij ontving zijn priesterwijding op 17 december 1864 in het Brugse grootseminarie. Daarop werd hij priester te St. Wilfred's Hulme-Manchester (1865-1870) en was hij werkzaam als deken en rector van St. James, Pendleton (1870-1899), waar hij de eerste steen legde van de nieuwe kerk in Weaste. Volgens de census van 1881 woonde zijn zus Agnes (°ca. 1846) bij hem in. In de census van 1891 komt ze niet meer voor, maar wel zijn 19 jaar oude nichtje Mary. Van 1899 tot 1900 was hij met ziekteverlof, waarna hij van 1900 tot 1904 deken was van St. Anne's in Fairfield. Daarnaast was hij kanunnik van Salford. Hij overleed op 30 oktober 1911 in Aken.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.14; https://www.ancestry.co.uk/; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.51-52

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

Naam(de) Béthune, Félix-Achille-Laurent
Datums° Kortrijk, 01/04/1824 - ✝ Brugge, 17/01/1909
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; econoom; ondersuperior; leraar
BioBaron Felix-Achille-Laurent (de) Béthune was de zoon van Félix-Antoine-Joseph (de) Béthune en Julia Renty. Hij werd econoom van het kleinseminarie te Roeselare in september 1849. Op 22 december 1849 werd hij te Brugge tot priester gewijd door bisschop Malou. Op 18 oktober 1856 werd hij door superior Faict benoemd tot ondersuperior van het kleinseminarie van Roeselare. Vervolgens werd hij in oktober 1859 leraar oudheidkunde aan het grootseminarie, dit tot 1873. Op 8 december 1859 werd hij benoemd tot erekanunnik en privé-secretaris van de bisschop en in september 1861 tot econoom aan grootseminarie te Brugge. Achtereenvolgens werd hij kerkmeester van de hoofdkerk Sint-Salvator (30/03/1870), geheim kamerheer van paus Pius IX (14/05/1873), titulair kanunnik (02/06/1876), kanunnik-cantor, huisprelaat van de paus (13/01/1882) en aartsdiaken van het kapittel van de Sint-Salvatorskathedraal (18/03/1891). Hij was ook examinator-prosynodalis en lid van de bisschoppelijke raad, erevoorzitter van de Société Royale de Numismatique de Belgique, voorzitter van de Société Archéologique en van de Commission du Musée te Brugge en officier in de Leopoldsorde.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamFaict, Joannes Josephus
Datums° Leffînge, 22/05/1813 - ✝ Brugge, 04/01/1894
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, professor, superior, erekanunnik, vicaris-generaal, coadjutor, bisschop
BioIn 1834 was J.J. Faict, zoon van Henri Faict, brouwer, en Marie Hellinck, laureaat van de retorica aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd doctor in de theologie, wijsbegeerte en letteren. Op 09 juni 1838 werd hij te Brugge door Mgr. Boussen tot priester gewijd. Hij werd professor kerkgeschiedenis en wetenschappen (12/01/1839) en professor theologie (oktober 1840) aan het grootseminarie in Brugge. Vanaf augustus 1849 tot oktober 1856 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd erekanunnik (29/12/1853) en vicaris-generaal van Mgr. Malou op 18/10/1856. In september 1862 werd hij huisprelaat van paus Pius IX en op 25/02/1864 coadjutor van Mgr. Malou. Hij was bisschop van Brugge van 18/10/1864 tot aan zijn dood in 1894.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoverste; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSaffenreuter, Gustave Willibrord
Datums° Koblenz, 25/12/1840 - ✝ Aken, 30/10/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; deken
VerblijfplaatsDuitsland; Engeland
BioGustavus Willibrordus Theophanes Saffenreuter werd op 25 december 1840 te Koblenz geboren als zoon van de hypotheekhoudershulp Albert Joseph Saffenreuter (°1813, Andernach) en Gertrudis Selig (°1818, Koblenz). Hij werd op 27 december 1840 gedoopt in de katholieke Liebfrauenkerk. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1856-1860). Op 28 september 1860 trad hij binnen in het Engels Seminarie te Brugge bestemd voor het bisdom Salford. Op 18 december 1862 ontving hij de tonsuur. Hij werd tot subdiaken gewijd op 19 december 1863 en tot diaken op 2 juli 1864. Hij ontving zijn priesterwijding op 17 december 1864 in het Brugse grootseminarie. Daarop werd hij priester te St. Wilfred's Hulme-Manchester (1865-1870) en was hij werkzaam als deken en rector van St. James, Pendleton (1870-1899), waar hij de eerste steen legde van de nieuwe kerk in Weaste. Volgens de census van 1881 woonde zijn zus Agnes (°ca. 1846) bij hem in. In de census van 1891 komt ze niet meer voor, maar wel zijn 19 jaar oude nichtje Mary. Van 1899 tot 1900 was hij met ziekteverlof, waarna hij van 1900 tot 1904 deken was van St. Anne's in Fairfield. Daarnaast was hij kanunnik van Salford. Hij overleed op 30 oktober 1911 in Aken.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.14; https://www.ancestry.co.uk/; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.51-52
NaamSaffenreuter, Albert Joseph
Datums° Andernach, 13/12/1812
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsPruisen (Duitsland)
BioAlbert Joseph Saffenreuter werd geboren op 13 december 1812 in Andernach, Rheinland als zoon van Johan Saffenreuter en Sophia Waldecker. Hij was gehuwd met Gertrude Selig. Ze waren de ouders van Gustave Willibrord Saffenreuter.
BronnenFamilysearch
NaamSelig, Gertrudis
Datums° Koblenz, 1818
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsPruisen (Duitsland)
BioGertrudis Selig werd geboren in 1818 in Koblenz. Ze was gehuwd met Gustave Willibrord Saffenreuter en de moeder van Gustave Willibrord Saffenreuter, die leerling was van Guido Gezelle aan het kleinseminarie van Roeselare. Er zijn geen verdere gegevens over haar gevonden.
NaamGörtz, Anne
Datums° Koblenz,
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsPruisen (Duitsland)
BioAnne Görtz was de grootmoeder Gustave Willibrord Saffenreuter langs moeders kant. Ze woonde in 1856 op dit adres: "Rue de Rhin 5, Koblenz". Er werden geen verdere gegevens over haar gevonden.
NaamFrederik Willem IV van Pruisen
Datums° Berlijn, 15/10/1795 - ✝ Potsdam, 02/01/1861
GeslachtMannelijk
Beroepkoning
VerblijfplaatsPruisen (Duitsland)
BioFrederik Willem IV van Pruisen werd geboren als zoon van kroonprins Frederik Willem III van Pruisen. Hij was koning van Pruisen van 1840 tot 1861. Hij bekleedde tegelijkertijd het ambt van soeverein vorst van het Vorstendom Neuchâtel van 1840 tot 1857. Hij trouwde in 1823 met Elisabeth Ludovika van Beieren (dochter van Maximiliaan I Jozef van Beieren en Caroline van Baden). Het koppel kreeg geen kinderen. In 1840 overleed zijn vader en trad hij aan als koning. Hij begon met een gematigd liberaal beleid, maar stelde al snel teleur door een constitutioneel systeem te weigeren. Tijdens de Maartrevolutie van 1848 werd hij gedwongen concessies te doen, maar herstelde later zijn macht door het leger in te zetten en liberale hervormingen terug te draaien. In 1849 weigerde hij de keizerskroon van het Frankfurter Parlement, omdat hij deze niet van een volksvertegenwoordiging wilde aannemen. Zijn poging om een Pruisisch geleide Duitse eenheid te vormen mislukte na het Verdrag van Olmütz in 1850. Na meerdere beroertes in 1857 was de koning geestelijk niet langer in staat om te regeren. In 1858 werd hij onder curatele gesteld, waarna zijn jongere broer Wilhelm het regentschap op zich nam. Na zijn overlijden in 1861 volgde Wilhelm hem op als vorst.
Links[wikipedia]

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]

Titel08/09/1856, Koblenz, Gustave Willibrord Saffenreuter aan [Guido Gezelle]
EditeurNel Top
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenNel Top, Saffenreuter Gustave Willibrord aan Gezelle Guido, Koblenz, 08/09/1856. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderSaffenreuter, Gustave Willibrord
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum08/09/1856
VerzendingsplaatsKoblenz
AnnotatieLocatie origineel onbekend: brief is enkel beschikbaar in afschrift in opdracht van Frank Baur.
Fysieke bijzonderheden
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden kopie in opdracht van Frank Baur
Toevoegingen Onder de brief schreef de kopiist: Een alfabet kleine- en hoofdletters in gotisch schrift, staat hieronder, om voor Gezelle de lectuur van de gotisch geschreven brief te vergemakkelijken
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 533, map 3,83 M
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26274
Inhoud
IncipitMeine glückliche Ankunft, so wie die vielen Vergnügen, wel-
Tekstsoortbrief
TalenDuits
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.