<Resultaat 364 van 2647

>

Mijnheer en vriend,[1]

k Leze geern van de groote uitvindingen, om reden dat zij mij de goedheid Gods doen gedenken en dat zij mij een gedacht kunnen geven der almachtigheid van Hem die den mensch zijn schepsel zoo machtig laat zijn ende gemaakt heeft.

Ter dier gelegentheid zou ik uwe geerde lezers iets willen mededeelen, hetwelke misschien wel het meeste deel onder hun niet en weten, dat is aangaande de eerste proeven van Dampstoven.

Van Grieken en Romeinen en zal ik al niet vele zeggen, immers men vindt dat in alle boeken.

Heron van Alexandrien, alzoo 120 jaar voor Ons Heeren Incarnatie, wierd uitvinder van eenen dampketel, die al boven, uit eenen mond, bij kracht van den damp, eenen bal spoog; hadde hij voortgezocht hij zou 't gevonden hebben om zijn getuig plat te leggen en een soort van canon ervan te maken, dat ballen zou geworpen hebben.

't Is 't gene een italiaansche schilder, van 't uiterste endeken der vijftienste eeuwe, Leonardo da Vinci, naging, in wiens schrijf- en teekenboeken wij een soort van dampcanon geteekend vinden, met opschrift in het italiaansch: Come si porta in campo l'architonitro, dat is: hoe men den aartsdonder op het slagveld brengt.

Maar dit is menigeen bekend. Vele min is het geweten wat Wilhem Sommerset, gezeid Wilhem van Malmesbury, een engelsch benedictiner Meunik, omtrent de jaren 1140 schreef van Gerbert, die het uitvond om eenen orgel in beweging te brengen en er den wind in te jagen, bij middel van kokende water.

Deze Gerbert was ook een Meunik, en, wat meer is, hij wierd Paus, in 999, onder den name van Silvester II, nadat hij Aartsbisschop geweest was te Rhiemen, sedert 992, en Aartsbisschop te Ravenna in Italien, sedert 995. Hij hadde in Spanjen de natuursporende wetenschappen aangeleerd, hij was er zoo ervaren in geworden, en bleef er zoo bekend om, dat, eene eeuwe na zijne dood, een schismatike schrijver hem uitgaf voor eenen tooveraar, hetgene eenige eenvoudige menschen eindigden met te gelooven, klaar om de wonderen die hij deed. Ook, vooral eer hij nog Bisschop wierd, was hij te Rhiemen Professor, en hij mocht Koning Robrecht van Vrankrijk en keizer Ortho III onder zijne leerlingen tellen.

Zoo waren de Pausen al van over duist jaar!

Hadde Gerbert maar 400 jaar later geleefd, of had hij een ongeloovend mensch geweest, zijn naam zou in al de boeken staan, die over dampwagens, dampstoven en dampkracht handelen; de groote mannen zouden hem doen klinken en zijne uitvindinge schatten naar weerde; maar Gerbert was Meunik, Paus, gevolgentlijk en had hij geen recht om wijs en ervaren te zijn. Zoo leeren nu wijze mannen, maar zij dolen.

Hoe Gerbert dit aan boord lei om zijn damptuig te maken, om den damp te vangen en hem te doen beweginge geven aan den blaasbalg van zijn orgel, dit en zijn wij tot nu toe nog niet wijs geworden, en, waarschijnelijk en zullen wij nooit tot die kennis geraken; dit niettegenstaande en is er geen middel om te loochenen dat Gerbert de kennis bezeten hebbe, van het te nutte brengen van de dampkracht en dat Salomon de Caus, Papin, Newcomen en Watt, niet anders gedaan en hebben of 't en zij wedervinden en langzaam verbeteren 't gene een Paus, in de jaren 900 na Christo, reeds wist en uitgevoerd had.

Als wij alles nauwkeurig nazien, zoo komen wij altijd daarop uit, dat bijkans al de grootste uitvindingen van geestelijke mannen voortkomen, of aen geestelijke orders toe te schrijven zijn, en dat onze hedendaagsche wijzen, die de heilige Kerke altijd voor eene vriendinne vande onwetendheid uitgeven, zelve de onwetendste van al zijn.

Doet moedig voort, heer uitgever: Rond den Heerd komt wel te passe om al zulke vrijwillig vergetene zaken eens weêr voor den dag te brengen, en de eere te geven aen wien zij toekomt.

Uw dienaar en vriend in Christo
AD. D.

Noten

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar als lezersbrief in: Rond den Heerd: 3 (22 augustus 1868) 39, p.311-312.

Register

Correspondenten - personen

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
Naamvan Alexandrië, Heron
Datums° Alexandrië, ca. 10 - ✝ Alexandrië, ca. 70
GeslachtMannelijk
Beroepwetenschapper; wiskundige
VerblijfplaatsGriekenland
BioHeron van Alexandrië was een Griekse wiskundige en wetenschapper uit de 1e eeuw na Christus, hoewel er ook bronnen zijn die hem situeren ca. 150 voor Christus. Hij was de uitvinder van de eerste stoommachine, en schreef boeken over diverse machines, apparaten en natuurkunde.
Links[wikipedia]
Naamda Vinci, Leonardo
Datums° Vinci, 15/04/1452 - ✝ Amboise, 02/05/1519
GeslachtMannelijk
Beroepwetenschapper; kunstenaar
VerblijfplaatsItalië; Frankrijk
BioLeonardo da Vinci was een van de belangrijkste kunstenaars uit de Italiaanse Renaissance, maar was onder meer ook wetenschapper, schrijver, filosoof en architect.
Links[wikipedia]
Naamof Malmesbury, William; Somerset, William
Datums° Wiltshire, ca. 1095 - ✝ Wiltshire, ca. 1143
GeslachtMannelijk
Beroepmonnik; historicus; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWillem van Malmesbury was een Engelse historicus uit de 12e eeuw. Hij leefde als monnik in de abdij van Malmesbury. In 1125 voltooide hij zijn ‘Gesta Regum Anglorum’, een geschiedschrijving van Engeland. Dit en zijn andere boeken worden nog steeds gerekend tot de belangrijkste geschiedkundige werken in Engeland.
Links[wikipedia]
Naamvan Aurillac, Gerbert; Silvester II
Datums° Saint-Simon, ca. 946 - ✝ Rome, 12/05/1003
GeslachtMannelijk
Beroepmonnik; leraar; wetenschapper; auteur; paus; abt; aartsbisschop
VerblijfplaatsFrankrijk, Italië
BioGerbert van Aurillac was een Franse geleerde uit de 10e eeuw en de eerste Franse paus onder de naam Silvester II. Hij was privéleraar van de jonge Otto II en Otto III, keizers van het Heilig Roomse Rijk. In 998 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Ravenna, en het jaar erop tot paus. Tijdens zijn leven schreef hij verschillende boeken over onderwijs en wetenschappen. Ook bouwde hij een hydraulisch orgel.
Links[wikipedia]
NaamOtto III
Datums° Kessel, 980 - ✝ Civita Castellana, 23/01/1002
GeslachtMannelijk
Beroepkoning; keizer
VerblijfplaatsDuitsland; Italië
BioOtto III was koning van Duitsland en vanaf 996 keizer van het Heilig Roomse Rijk.
Links[wikipedia]
NaamRobert I van Frankrijk
Datums° 15/08/866 - ✝ Soissons, 15/06/923
GeslachtMannelijk
Beroepkoning
VerblijfplaatsFrankrijk
BioRobert I van Frankrijk was de zoon van hertog Robert de Sterke, en een broer van Odo I van Frankrijk. Na de dood van Odo I in 898 ging het koningschap over West-Francië over op Karel de Eenvoudige. In 922 deed Robert I een staatsgreep en werd hij tot koning gekroond. Maar het jaar erop sneuvelde hij in de Slag bij Soissons.
Links[wikipedia]
Naamde Caus, Salomon; de Caux, Salomon
Datums° Dieppe, ca. 1576 - ✝ Parijs, 02/1626
GeslachtMannelijk
Beroepnatuurkundige; tuinarchitect; ingenieur
VerblijfplaatsFrankrijk; Engeland
BioSalomon de Caus was een Franse natuurkundige, ingenieur en tuinarchitect, die onder meer werkte aan het hof van Albrecht en Isabella. Hij was gespecialiseerd in fonteinen, artificiële grotten en automaten. Een tijd lang werd hij ook gezien als de uitvinder van de stoommachine.
Links[wikipedia]
NaamPapin, Denis
Datums° Blois, 22/08/1647 - ✝ Londen, 1712
GeslachtMannelijk
Beroepnatuurkundige; wiskundige
VerblijfplaatsFrankrijk; Engeland
BioDenis Papin was een Franse natuurkundige en wiskundige. Vooral op het vlak van thermodynamica deed hij baanbrekend werk, met uitvindingen zoals de zuigerstoommachine en de constructies van stoomboten.
Links[wikipedia]
NaamNewcomen, Thomas
Datums° Darthmouth, 02/1663 - ✝ Londen, 05/08/1729
GeslachtMannelijk
Beroepuitvinder
VerblijfplaatsEngeland
BioThomas Newcomen was een Britse uitvinder, bekend om zijn stoommachines. Later verbeterde James Watt de machine van Newcomen tot de eerste moderne stoommachine.
Links[wikipedia]
NaamWatt, James
Datums° Greenock, 19/01/1736 - ✝ Birmingham, 25/08/1819
GeslachtMannelijk
Beroepingenieur
VerblijfplaatsSchotland; Engeland
BioJames Watt was een Schotse ingenieur, vooral bekend als uitvinder van de moderne stoommachine. Hij introduceerde paardenkracht als eenheid van vermogen bij de classificatie van stoommachines. Later werd de eenheid van vermogen naar hem genoemd.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamReims
NaamRavenna

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel05/08/1868, Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research), Duclos Adolf Juliaan aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 05/08/1868. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDuclos, Adolf Juliaan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum05/08/1868
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieLocatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: Onze Lieve Vrouwe ter Sneeuw, 1868.
Gepubliceerd inBrieven XXXVII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.3 (22 augustus 1868) nr.39, p.311-312
Fysieke bijzonderheden
Staat volledig
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26931
Inhoud
Incipit'k Leze geern van de groote uitvindingen, om
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Italiaans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.