<Resultaat 430 van 2679

>

Eerweerde Heer ende Vriend,[1]

Uw correspondent van Zondag laatst, die D. teekent, schijnt goed de geschiedenisse van sint Bruno, en nog wat erbij te kennen.[2]

t Is waar dat sint Bruno doceerde te Rhyemen; 'k zal erbij voegen dat hij opvolgentlijk lesse gaf in de studia humaniora, in de wijsheid en in de Godheid, hetgene de Bollandisten klaar bewijzen in den commentarius prævius tot zijn leven.

De betrekkingen die tusschen de Metropolies Rhyemen en Brugge bestonden, kunnen nog opgehelderd worden door de gifte die Ebbo, Aartsbisschop van Rhyemen, in 842 aan Grave Boudewin den Iseren deed, het lichaam te weten van sint Donatianus, zijnen voorzaat, dat bestemd was om in Bruggen Kathedrale vereerd te worden zoodra Grave Boudewin den Burg zou verschansd hebben.

Tot verder bewijs daarvan zal ik nog bijbrengen dat men in ons bisdom in 't jaartellen den styl van Rhyemen volgde, die bestond in het jaar te beginnen met Paaschen. Ja, dat men zelfs de gewone schrijfmanieren, die elders in Vrankrijk gevolgd wierden, niet aan en nam, om te beduiden of een dag voor of na Paaschen kwam. Aldus, van eenen dag, waarover men, zonder aanteekeninge, zou kunnen getwijfeld hebben of hij voor of achter Paaschen viel, en zetten de capitelacten van sint Salvators niet: ante of post pascha, noch ook: more gallicano, gelijk elders overal, maar: more scribendi prouincie Rhemensis.[3] Dit zal verder in dezen mijnen brief blijken uit hetgene ik aanhale uit gemelde acten. -

Laat mij nu, eerweerde Heer ende Vriend, wederkeeren naar Bisschop de Hauwere, waarvan ik begonnen heb te spreken, op sinte Rosalia laatstleden, bladz. 338.[4]

Maar eerst moet ik u vragen dat gij zoudt de woorden Bisschop van Tererburg dood doen, achter den name van Drogo; alsook de o van Meeussono veranderen in eene e. ' k Zou u ook nog moeten vragen waarom gij gedrukt hebt Hugo Doens, in plaatse van Hugo Coens, en waarom gij achter Meeussone, Meeuwsseune stelt met een?, alsof het zou eene questie zijn of Meeussone en Meeuwsseune hetzelfste is. Misschien omdat gij twijfeldet of ik het woord wel geschreven hadde, maar ik verzekere u dat, in het stuk dat in 1380 geschreven is, de name gespeld staat zoo ik hem geschreven hebbe. Pater Soller en heeft dit stuk niet nauwkeurig afgeschreven, zoo ik gezien hebbe, wanneer ik zijne uitgave vergeleek met het oorspronklijk pergament.

Nu, een kruisken en een vaantjen over de missen die gij mij hebt doen begaan, aangezien dat ze toch niet onverbeterd en zullen geboekt blijven.

Voor de Hauwere, zet Sanderus en, na hem, Pastor Ocket, in zijn handschrift, De Harwere; elders, in zijne handschriften en vinde ik deze laatste spellinge niet, maar de houwere, dhauwere, ab houerio, of kort af Houerius.

Hoort hoe Wilhelm de Hauwere Deken wierd van sint Salvators.

Heere ende Meester Pieter de le Carreest, alias Carreest of de le Kerrest, Deken van sint Salvators, was dezer wereld overleden den 18 Junij 1552, en, op den zelfsten dag had het Capitel, in zijne vergaderinge, Meester Aarnout Dierckens, Pastor van de Gouden Portie, aangesteld om 't gezag te oefenen tijdens de vacantie van de Dekenije.

Eenige dagen later, te weten op den 21 van de zelfste maand, hielden de Kaneuniken kiezinge, en de meerderheid van stemmen viel op Meester Jan Baheyt, hunnen confrater, en Commissaris van het Hof van Doornijk.

Heer Baheyt was wel te vreden over zijne kiezinge, ook, den 27 Junij bedankte hij plechtiglijk de Kaneuniken, zoo de capitelacten het ons doen weten. En, al is het dat de capitelacten het zwijgen, zoo peize ik, zonder vermetel oordeel, te mogen erbij voegen, dat de bedankinge zal het leven gekost hebben aan meer als een kopstuk uit Meester Baheyt zijnen kelder.

't Ging Baheyt gedenken zoo vroegtijdig bedankt te hebben. Immers Keizer Karel had zijnen Deken gereed, en die Deken was Bisschop Wilhelm De Hauwere. Het sleepte nogtans een tijdeken aan, en de Kaneuniken van sint Salvators en roerden niet, ten minsten voor zoovele het te vernemen is uit de capitelacten.

Het was bij Pauselijke gunste, dat de benoeminge tot geestelijke weerdigheden en tot al de kerken van 't Rijk, den Keizer toekwam. De keizerlijke brieven van benoeminge van De Hauwere tot de Dekenije van sint Salvators zijn gegeven te Bergen, den 16 Julij 1552.

Maar, wilde De Hauwere Deken gekozen worden door 't capitel, hij moest eerst Kaneunik zijn.

Hij vroeg gevolgentlijk om zijne cantorije in de Capellekerke te Brussel, aan sint Jooris autaar, te verwisselen tegen de canonicale prebende aan sinte Kathelinen autaar in de collegiale van sint Salvators, welke prebende alsdan bezat Meester Pieter Brondhon, Priester van 't bisdom van Kamerijk. De verwisselinge geschiedde, en, den 30 Oest 1552, presenteerde Heere en de Meester De Hauwere zijne brieven van collatie van den Bisschop van Doornijk, zijner Hoogweerdigheid Karel de Croy. Den zelfsten dag nam hij bezit en wierd geinstalleerd, door Meester Aarnout Dierkins, die, om reden van het openstaan der Dekenije, het voorzitterschap bekleedde.

Daarna, altijd op den zelfsten 30 Augusti, na den inhoud van de keizerlijke brieven, die de Capitelheeren verzochten hem te willen kiezen of vragen, wierd hij Deken gekozen.

De brieven van den Bisschop van Doornijk aangaande zijn canonicaat staan uitgeschreven in den Registrum III, folio 150 verso, en deze van den Keizer nopens de Dekenije, ibidem, folio 152, recto.

De prebende aan sinte Kathelinenautaar was gevestigd in de nog bestaande sinte Kathelinen capelle, het capelleken voorbij dat van Karel den Goede, dat alsdan sint Lieven capelle was, en waar de Schrijnwerkers hunnen dienst deden.[5]

In de capelle waar Heere ende meester de Hauwere zijne prebende had, vierden de Wagenmakers hunne diensten sedert den 28 julij 1516. Het is in dit capelleken dat het geschilderd glasraam van den zeer eerweerden Heere Kaneunik Andries te zien is. Sinte Katheline is er nog te aanschouwen, in beelde, boven op den autaar, en haar wiel speelt in de versieringen van den tuin.

De Hauwere draagt in al deze acten den titel van Bisschop van Sarrepta. Het is geweten dat de Bisschoppen van Doornijk, om reden van de uitgestrektheid van hun bisdom, alsdan, even als nu de Aartsbisschop van Mechelen, wijbisschoppen hadden. Vele onder dezen waren Bisschoppen van Sarrepta in partibus, en resideerden te Brugge. Meester de Hauweres voorzaat, Johannes Destraux, was Bisschop van Sarrepta sedert 1543. Wanneer de Hauwere gewijd wierd, waar en door wien, is mij tot nu toe onbekend gebleven.

Ondertusschen terwijlen dat de Hauwer Deken was van sint Salvators, kwam de pastorije van sinte Walburge open te vallen, die, als ook de pastorije van sint Jacobs, onder het patronaat van het capitel van sint Salvators stond. Immers Meester Jooris Vandenberghe, als Procurator van Meester Wilhelm de la Couronne, had de pastorije, namens dezen laatsten, opgezeid, ter cause van permutatie tegen de eeuwigdurende geestelijke kosterije, custodiam siue matriculariam,[6] die gesticht was in de prochiekerke van Waerdamme.

Volgens capitulaire acten, wierd de collectie tot de openstaande pastorije gedaan ten voordeele van Heere ende Meester de Hauwere, op den 27 Februarij, volgens de wijze van 't jaar te rekenen die in voegen was in 't Rhyemsche, more scribendi prouincie Rhemensis,[7] van 't jaar 1557. Dat is, volgens de nieuwe tijdrekeninge, op den 27 Februarij 1558. Immers wij beginnen het jaar met den 1sten Januarij, daar in de provincie van Rhyemen het jaar met Paaschen begon, en 't capitel van sint Salvators stond onder Doornijk, 't welke bisdom van eersten af deel gemaakt had van de aartsbisschoppelijke provincie van Rhyemen.

De act van bezitneminge van de Hauwere, als Pastor van sinte Walburge, is van den 4 Maarte, 't zelfste jaar 1558.

Maar wanneer stierf Bisschop De Hauwere? Sanderus antwoordt: Omtrent 1560. Er is middel van dit nader te bepalen.

Hij was misschien reeds ziek op den laatsten October 1558, immers in capitelacte van dezen dag, wanneer kaneuniken Pieter Strekelinc en Pieter Cocquel bezit namen van hunne prebenden, wierd het capitel voorgezeten door Meester Pieter Verdonck, de oudste van de drie Pastors van sint Salvators, in de afwezigheid van den Deken.

Daarmede nogtans en komen wij niet verre; want er zou kunnen gemeend worden, en 't heeft ook zijne waarschijnelijkheid, dat Bisschop De Hauwere ten tijde misschien op vorminge was, wijbisschop zijnde van Doornijk.

In de capitelacten van sint Salvators vind ik diesaangaande op den 24 Februarij, feestdag van sint Matthijs, van 't jaer 1558, volgens den styl van Rhyemen, 1559 volgens onze tijdrekening: “Aangezien zaliger gedachtenisse, de eerbiedweerdige Heere ende Vader in Christo, Meester Wilhelm De Hauwere, Doctor in de Godheid, laatste Deken van de collegiale kerke van sint Salvators te Brugge, daags te vooren, 's nachts, 't gene zonder bittere droefheid niet en kan vermeld worden, den tol aan de nature betalende, zijnen geest aan den oppersten schepper, zijnen Heere, wedergegeven heeft, de Heeren van 't capitel, vergaderd......”

Wij hebben daar gevolgentlijk de date van Heere ende Meester De Hauwere zijn overlijden, te weten hij stierf op den 23 Februarij 1559, volgens den nieuwen styl.

Zijn opvolger, den zelfsten dag gekozen, en goedgekeurd door keizerlijke brieven van Philips II, van 28 Julij 1559, was Heere ende Meester Dionysius Paulin, Kanonik van sint Salvators, die, den 23 October van 't zelfste jaar bezit nam van zijne dekenije.

Daar is 't al dat ik tot nu toe vernomen hebbe, aangaande Bisschop De Hauwere.

Ten naasten keer eenige woorden over de andere persoonen die te voorschijn komen in den act van verheffinge van sinte Godelieven Reliquien, die door De Hauwere gedaan wierd.

Uw toegenegen
Ad. Duclos, Priester.

Noten

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar als lezersbrief gepubliceerd in: Rond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399.
[2] Het gaat hier over de lezersbrief die werd gepubliceerd in Rond den Heerd: 5 (29 oktober 1870) 49, p.391.
[3] Vertaling Paul Thoen (Latijn): voor of na Pasen, noch ook op de Gallicaanse wijze, gelijk elders overal, maar: op de wijze van schrijven van de kerkprovincie van Reims.
[4] Zie lezersbrief van Adolf Duclos van 04/09/1870 gepubliceerd in: Rond den Heerd: 5 (17 september 1870) 43, p.338-339.
[5] Op 23 april 1827 waren de relieken van Karel de Goede overgebracht van de Sint-Donaaskerk naar de Sint-Livinuskapel in de Sint-Salvatorkathedraal. (K. Verschelde, De kathedrale van S. Salvator te Brugge. Geschiedkundige beschryving. Brugge: Edw. Gailliard, 1865, p.279).
[6] Vertaling Paul Thoen (Latijn): custodiam of matriculariam, de twee termen betekenen allebei ’kosterij’.
[7] Vertaling Paul Thoen (Latijn): op de wijze van schrijven van de kerkprovincie van Reims.

Register

Correspondenten - personen

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
Naamvan Denemarken, Karel; Karel de Goede
Datums° Denemarken, ca. 1080-1086 - ✝ Brugge, 02/03/1127
GeslachtMannelijk
Beroepgraaf van Vlaanderen
VerblijfplaatsDenemarken; graafschap Vlaanderen
BioKarel, bijgenaamd de Goede, was graaf van Vlaanderen van 1119 tot aan zijn dood. Na de moord op zijn vader Knoet IV, koning van Denemarken, in 1086 vluchtte zijn moeder Adela met Karel naar het hof van haar vader Robrecht de Fries. Karel werd raadgever voor zijn neef, graaf Boudewijn VII van Vlaanderen, en volgde hem op als graaf. Zijn bijnaam de Goede kreeg hij door zijn optreden tijdens de hongersnood in 1124-1125, zijn godsvrucht en zijn streven naar openbare vrede. Een samenzwering van de Erembalden leidde tot de moordaanslag in de Sint-Donaaskerk te Brugge op 02/03/1127, waarna zijn lichaam daar bewaard werd. Na zijn dood werd hij het voorwerp van religieuze verering. 700 jaar later kregen zijn overblijfselen een nieuwe bestemming in de Sint-Salvatorkathedraal. Op voorstel van de Brugse bisschop J. Faict werd Karel de Goede op 09/02/1882 door de paus zalig verklaard. Op 14/12/1882 werd hij erkend als tweede patroon van de stad en het bisdom Brugge. Jean Bethune ontwierp een nieuw neogotisch reliekschrijn dat bewaard wordt in de Sint-Salvatorskathedraal. Op 24, 26 en 28/08/1884 ging in Brugge een luisterrijke Karel de Goedestoet uit.
Links[wikipedia]
Naamde Hauwere, Guillaume; de Hauwere, Wilhelm
Datums✝ Brugge, 23/02/1559
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop; pastoor
BioGuillaume (de) Hauwere was hulpbisschop van Doornik en titelvoerend bisschop van Sarepta. Hij was sinds 1538 tevens pastoor geweest op Sint-Walburga en sinds 1552 deken van Sint-Salvator Hij stierf op 23 februari 1559 te Brugge, waar hij in de Sint-Walburgakerk werd begraven.
Bronnen https://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bhanwere.html; https://archive.org/stream/handelingen01bruggoog/handelingen01bruggoog_djvu.txt; Rond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399.
NaamSanderus, Antonius; Sanders, Antoon
Datums° Antwerpen, 15/09/1586 - ✝ Affligem, 16/10/1664
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; historicus; filosoof; theoloog
BioAntonius Sanderus, geboren als Antoon Sanders, was een priester en historicus, vooral bekend om zijn rijk geïllustreerde ‘Flandria illustrata, sive Descriptio comitatus istius per totum terrarum orbem celeberrimi’ uit 1641-1644.
Links[wikipedia]
Naamvan Terwaan, Drogo
Datums✝ 21/08/1078
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioDrogo was bisschop van Terwaan tussen 1030 en 1078. In 1049 liet hij Boudewijn, graaf van Vlaanderen, het Godsvredesakkoord tekenen.
Links[wikipedia]
Naamdu Sollier, Jean Baptist; Sollerius, Joannes Baptist
Datums° Herzeeuw, 28/02/1669 - ✝ Brussel, 17/06/1740
GeslachtMannelijk
BioJan Baptist du Sollier was een Westvlaamse bollandist, die in 1720 een uitvoerig werk schreef over Sint-Godelieve van Gistel.
BronnenA.A. Keersmaekers, Het leven van de H. Godelieve in handschriften. In: Vlaanderen. Kunsttijdschrift: 33 (1984), p.156-160 (https://www.dbnl.org/tekst/_vla016198401_01/_vla016198401_01_0038.php); https://www.zwinstreek.eu/geschiedenis/heemkundige-kringen/zoeken-in-publicaties/569-nog-over-sint-guthago-1984-02
Naamvan Croÿ, Karel; de Croÿ, Charles
Datums° ca. 1506 - ✝ Saint-Ghislain, 11/12/1564
GeslachtMannelijk
Beroepabt; bisschop
BioKarel van Croÿ was bisschop van Doornik van 1525 tot 1564. Keizer Karel had deze functie aan hem voorbehouden, hoewel hij pas in 1533 tot priester en bisschop werd gewijd en in 1539 zijn plechtige intrede deed in Doornik. Daarnaast was hij abt van de abdij van Affligem.
Links[wikipedia]
NaamKarel V; keizer Karel; van Luxemburg, Karel
Datums° Gent, 24/02/1500 - ✝ Cuacos de Yuste, 21/09/1558
GeslachtMannelijk
Beroepkeizer
BioKarel van Luxemburg was vorst over de Nederlanden (1506-1555), koning van Spanje (1516-1556), aartshertog van Oostenrijk (1519-1522), maar is vooral gekend als keizer Karel of Karel V van het Rooms-Duitse rijk (1519-1556).
Links[wikipedia]
NaamFilips II; van Spanje
Datums° Valladolid, 21/05/1527 - ✝ San Lorenzo de El Escorial, 13/09/1598
GeslachtMannelijk
Beroepkoning; keizer
VerblijfplaatsSpanje
BioFilips II, zoon van Karel V, was koning van Spanje, Napels, Sicilië, Sardinië (1556-1598), en onder andere heerser van Portugal (1580-1598) en Engeland (1554-1558). Hij voerde het bewind van de Spaanse Nederlanden van 1555 tot 1581 en regeerde over het grootste koloniale rijk van de 16e eeuw. Hij werd bekend om zijn rol bij religieuze conflicten zoals de Nederlandse Opstand. Onder zijn bewind bereikte Spanje een hoogtepunt in macht, maar ook een economische uitputting die leidde tot een achteruitgang na zijn dood. Filips was vier keer getrouwd en kreeg uiteindelijk een mannelijke troonopvolger met zijn laatste vrouw.
Links[wikipedia]
NaamBruno van Keulen
Datums° Keulen, ca. 1032 - ✝ Serra San Bruno, 06/10/1101
GeslachtMannelijk
Beroeptheoloog; heilige
VerblijfplaatsDuitsland; Italië
BioBruno van Keulen was de stichter van de kartuizers en werd in 1623 heilig verklaard. Hij gaf les aan de kathedraalschool van Reims. De latere paus Urbanus II was daarbij een van zijn leerlingen en zou hem in 1090 als adviseur naar Rome roepen.
Links[wikipedia]
Naamvan Reims, Ebbo
Datums° ca. 775 - ✝ Hildesheim, 20/03/851
GeslachtMannelijk
Beroepaartsbisschop
VerblijfplaatsDuitsland
BioEbbo van Reims was aartsbisschop van Reims (816-835, 840-841) en bisschop van Hildesheim (845-851). Hij kreeg zijn opleiding aan het hof van Karel de Grote, waarna hij de adviseur werd van diens zoon, Lodewijk de Vrome. Die benoemde hem tot aartsbisschop van Reims. Als mecenas had hij een grote invloed op de kunsten van de Karolingische renaissance.
Links[wikipedia]
NaamBoudewijn I van Vlaanderen; Boudewijn met de IJzeren arm; Boudewijn de Goede
Datums° ca. 840 - ✝ Sint-Omaars, 02/01/879
GeslachtMannelijk
Beroepgraaf
BioBoudewijn I van Vlaanderen huwde in 862 met Judith, de dochter van Karel de Kale, waarna hij de eerste graaf van Vlaanderen werd. De legende van het Brugse beertje verwijst naar de schaking van Judith door Boudewijn, tijdens dewelke Boudewijn een gevreesde beer had gedood.
Links[wikipedia]
NaamDonatianus van Reims (heilige); Donatius; Donaas; Donatiaan
Datums° Rome, - ✝ 390
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioDonatianus van Reims is de patroonheilige van het bisdom Brugge en van de stad Reims, waar hij bisschop was van 360 tot 390. Zijn band met Brugge dateert van de 9e eeuw, toen Karel de Kale zijn gebeente schonk aan zijn schoonzoon Boudewijn I van Vlaanderen. Hij bracht ze op zijn beurt over naar de collegiale kerk op de Burg in Brugge, die daarop aan de heilige gewijd werd.
Links[wikipedia]
NaamCoene, Hugo; Coens, Hugo
Datums✝ 1578
GeslachtMannelijk
Beroepkanunnik; kapelaan; deservitor
BioHugo Coene was sinds 1569 kapelaan te Bredene en Gistel. In 1571 werd hij kanunnik van Sint-Salvator te Brugge, wat hij combineerde met zijn functie als kapelaan te Zande. Na het overlijden van pastoor Franciscus Duutius werd hij in 1572 deservitor van de derde portie van Sint-Salvator te Brugge. Hij stierf vóór 14 maart 1578.
Links[odis]
BronnenWilhelm de Hauwere, Sinte Godelieve heure verheffinge en verfierteringe. In: Rond den Heerd: 6 (4 februari 1871) 11, p.85-86.
NaamOcket, Arnoldus Laurentius
Datums° Oostende, 27/12/1763 - ✝ Oedelem, 07/03/1812
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; pastoor; kanunnik
BioArnoldus Ocket werd op 27 september 1763 te Oostende geboren. Hij werd in 1787 tot priester gewijd, en werd het jaar erop onderpastoor te Hooglede. Tussen 1790 en 1796 was hij onderpastoor en deservitor te Egem, om erna pastoor van de Sint-Salvatorskerk te Brugge te worden, van de gouden portie en kanunnik van het Sint-Salvatorskapittel. Hij eindigde zijn leven als pastoor te Oedelem.
Links[odis]
NaamDierkens, Aarnout
Datums✝ Brugge, 1587
GeslachtMannelijk
Beroeppastoor; kanunnik
BioAarnout Dierkens was kanunnik van Sint-Salvator te Brugge en pastoor van de gulden portie van Sint Salvator van 1552 tot 1558. In 1574 werd hij kapelaan van Sint-Pieters te Leuven, een functie die hij tot aan zijn dood, wellicht in 1587, bekleedde.
BronnenWilhelm de Hauwere, Sinte Godelieve heure verheffinge en verfierteringe. In: Rond den Heerd: 6 (21 januari 1871) 9, p.70; Wilhelm de Hauwere, Sinte Godelieve heure verheffinge en verfierteringe. In: Rond den Heerd: 6 (28 januari 1871) 10, p.79.
Naamde le Carreest, Pieter
Datums✝ Brugge, 15/06/1552
GeslachtMannelijk
Beroepdeken
BioPieter de le Carreest was deken van het kapittel van Sint Salvator. Hij stierf op 18 juni 1552.
BronnenWilhelm de Hauwere, Sinte Godelieve heure verheffinge en verfierteringe. In: Rond den Heerd: 6 (21 januari 1871) 9, p.70.
NaamVerdonck, Petrus
Datums✝ 04/10/1575
GeslachtMannelijk
Beroeppastoor; kanunnik
BioPetrus Verdonck was sinds november 1571 pastoor van de zilveren portie van Sint-Salvator te Brugge. In december werd hij er kanunnik tot aan zijn dood op 4 oktober 1575.
Links[odis]
NaamPaulin, Dionysius
Datums✝ 1583
GeslachtMannelijk
Beroepkanunnik; deken
BioDionysius Paulin was kanunnik van Sint-Salvator te Brugge en deken van 1559 tot aan zijn dood in 1583.
BronnenA. Dewitte, De Brugse collegiale Sint-Salvatorskerk 1600-1650. In: Biekorf: 104 (2004), p.369-370.
NaamDestraux, Johannes
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop; wijbisschop
BioVolgens opzoekingen van Adolf Duclos was Johannes Destraux van 1543 tot 1552 bisschop van Sarrepta, en werd hij in 1547 wijbisschop van Doornijk.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399; Rond den Heerd: 5 (19 november 1870) 52, p.411-415
NaamStrekelinc, Pieter
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kanunnik
BioPriester Pieter Strekelinc werd op 30 oktober 1558 benoemd tot kanunnik van het Kapittel van Sint-Salvator, dat toen nog onder het bisdom Doornik viel. Hij wordt terloops genoemd in een lezersbrief van Adolphe Duclos in Rond den Heerd.
NaamCocquel, Pieter
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kanunnik
BioPieter Cocquel werd op 30 oktober 1558 benoemd tot kanunnik van het Kapittel van Sint-Salvator, dat toen nog onder het bisdom Doornik viel. Hij wordt terloops genoemd in een lezersbrief van Adolphe Duclos in Rond den Heerd.
NaamBaheyt, Jan
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kanunnik
BioJan Baheyt was een kanunnik van het Sint-Salvatorskapittel en Commissaris van het Hof van Doornik, die op 21 juni 1552 door zijn confraters werd verkozen tot deken van Sint-Salvators na het overlijden van Pieter de le Carreest. Zijn aanstelling bleek echter van korte duur: Keizer Karel V had reeds een andere kandidaat voor het ambt, de latere bisschop Willem De Hauwere.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.398
NaamBrondhon, Pieter
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kanunnik
BioPieter Brondhon was een priester uit het bisdom Kamerijk en kanunnik van Sint-Salvators in Brugge. Hij bekleedde een prebende aan het Sint-Katharinataltaar in de collegiale kerk van Sint-Salvators. In 1552 werd zijn prebende geruild met Willem De Hauwere, cantor in de Kapellekerk van Brussel, die zo in aanmerking kwam om deken van Sint-Salvators te worden.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.398
NaamVandenberghe, Jooris
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioJooris Vandenberghe, Meester in de theologie, vertegenwoordigde in 1558 pastoor Wilhelm de la Couronne bij het Sint-Salvatorskapittel in Brugge. Hij regelde de ruil van de pastorij van de Sint-Walburgakerk met de eeuwigdurende kosterij van de parochiekerk van Waardamme, waardoor Willem De Hauwere pastoor van Sint-Walburga kon worden.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.398
Naamde la Couronne, Wilhelm
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioWilhelm de la Couronne, Meester in kerkelijke studies, was pastoor van Sint-Walburga in het midden van der zestiende eeuw. In 1558 verruilde hij deze pastorij tegen de eeuwigdurende kosterij van de parochiekerk van Waardamme. Hij werd opgevolgd in Brugge door Willem De Hauwere.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.398

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamReims

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelUittreksel uit het handschrift rakende de parochiale kerk van S. Salvator te Brugge opgesteld door Arnoldus Laurentius Joannes Ocket
AuteurArnoldus Laurentius Joannes Ocket
Datum1799

Titel02/11/1870, Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research), Duclos Adolf Juliaan aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 02/11/1870. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDuclos, Adolf Juliaan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum02/11/1870
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieLocatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: Alderzielendag A. D. 1870.
Gepubliceerd inBrieven LIII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (5 november 1870) nr.50, p.397-399
Fysieke bijzonderheden
Staat volledig
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26937
Inhoud
IncipitUw correspondent van Zondag laatst, die D
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.