<Resultaat 432 van 2882

>

Eerweerde Heer ende Vriend,[2]

Volgens Pater Soller, acta sanctæ Godelevæ, bladz. 78, staat op Heere De Hauwer's zegel zijn patroon sint Wilhelm verbeeld, in biddende houdinge.

De verbeeldinge van den Engel die tot hem uit de lucht komt vindt haren uitleg in de volgende regelen uit de Generale legende der Heiligen van RibaDineira en Ros-Weydus, eerste deel, bladz. 286.

De legende, na verteld te hebben dat sint Wilhelm zijne woonste verkozen had in een hol, niet verre van het huis van den Patriarch van Jerusalem, en dat hij negen jaar daarin verbleven heeft, zegt voort in dezer voegen:

“Hij brocht veel nachten over in het gebed, hij beweende bitterlijk zijne zonden, hij sloeg op zijne borst, ende hij leidde meer eens Engels leven als dat van eenen zoo grooten zondaar ofte sterffelijk mensch: ende alzoo begonste de Heere hem te toeven, ende Engelen tot hem te zenden, die hem dikwijls bezochten, vermaenden ende vertroosteden.

Aldus de Generale legende, in het leven van sint Guilihelmus, Eremijt, Hertog van Guyenne en Grave van Poictiers.

Over sint Wilhelm, leest R. d. H., II. 83 en IV. 82.

Misschien dat de trek die zou kunnen voor eene opkrinkelende slange genomen worden, rechts van dien zegel, den rotsewand verbeeldt van het hol waarin de Heilige woonde. Misschien is het ook wel eene slange, tot verbeeldinge van 't gene hem de duivel deed uitstaan te Pizza, in Italien, te weten, volgens de zelfste Generale legende, bl. 287: “Als hij op eenen nacht in zijne eenzaemheid was in een vierig gebed ende beschouwinge van God, zoo kwam daer eene groote menigte van duivelen, met een groot gedruisch ende getier, ende in verscheiden ende schromelijke gedaanten, van peerden, leeuwen, tigeren, beren, serpenten, ende andere wilde beesten, brieschende, ende een iegelijk zijn geluid makende, om hem te vervaren......”

Doch achter dit gebeurde verschijnt onze lieve Vrouwe, en niet een Engel, gelijk op den zegel verbeeld is.

Een der geleerdste meêschrijvers van R. d. H. is mij gisteren komen zeggen, dat hij meent dat ik mis ben wanneer ik tot voorzaat van Meester De Hauwere als Suffragaan van Doornijk opgeve Johannes Destraux. “Immers”, zeide hij mij, “volgens Sanderus, wierd broeder Niklaais de Burellis, gezeid Bureau, van 't order der Minderbroeders, Bisschop van Sarrepta en wijbisschop van Doornijk in 1520; hij stierf ten jare 1551 en wierd begraven ten Recolletten, aan den tweeden pilaar, rechts al inkomen.” Wat Johannes De Witte aangaat, die te Brugge geboren wierd den 6 Augusti 1475, en later, Prediker geworden, Bisschop van Cuba gewijd wierd, de brave en moedige man, na loop van jaren, en te enden gevrocht, kwam weder naar zijne geboortestad. “Wel is waar”, zegde mijn bezoeker, “hij oefende meermaals zijn bisschoppelijk ambt in onze stad, maar hij en mag toch geen Suffragaan van Doornijk genoemd worden. Wat aangaat Rogier de Jonghe ofte, op zijn latijnsch, Rogerius Juvenis, van 't order der Eremiten van sint Augustijn, — zijn leven en zijn portrait staan in Pater Keelhoffs Histoire du l'ancien couvent des ermites de saint Augustin à Bruges, bladz. 213 en volgende, — deze en wilde nooit, uit ootmoedigheid, het ambt aanveerden van Wijbisschop dat Bisschop Karel de Croy hem vroeg te bekleeden. Ergo dan, De Hauwers voorzaat, als Wijbisschop, was Niklaais de Burellis.”

Aldus sprak mijn geleerde vriend, volgens Sanderus. Maar ‘k hebbe hier bij der hand een stuk uit de jaren 1600, wezende eene “liste des suffragans de l'Eglise cathedral de Tournaij”. Het stuk eindigt aldus: “La liste cij dessus at été verifié par les autheurs et autres monumens par devant les six commissaires nommé par le chapitre a l'examen de laditte verification, en foij de quoij nous avons signé les presentes etoit signé par ordonnance monian secrè.” Het is een afschrift, zoo men ziet, van eene lijste gemaakt bij order van 't capitel van....? ter oorzake van....? Wie brengt er daar licht over, alsook over den name Monian, dien ik niet en kenne ?

Op deze lijste staat Johannes Destraux, als Bisschop van Sarrepta, onder Karel de Croy, te beginnen met den jare 1543. Zij en is zoo volledig niet als deze van Sanderus; de Hauwere zelve en staat er niet op vermeld, al is het dat Lucas Jacobi er ten voorschijn komt, die, navolgende Sanderus, De Hauwers opvolger was, Bisschop van Sarrepta gemaakt zijnde door zijne Heiligheid Pius IV, in 1561.

Daar De Hauwere Wijbisschop was, volgens Sanderus, sedert 1552, zou Destraux het geweest hebben van 1543 tot 1552, negen jaar lang.

Daar tegen is dat Niklaais de Burellis maar en stierf in 1551, volgens Sanderus. Ja, volgens eenen saarter,[3] die ik hier voor mij liggen hebbe, met Niklaais hangenden ronden zegel eraan, op rood lak, getuigt Heere ende Meester Niklaais, Bisschop van Sarrepta, dat hij den 13 Januarij van 't jaar 1546, more scribendi provincie remensis,[4] dat is, volgens onze tijdrekeninge, van 't jaar 1547, op verzoek van de devote in Christo zonen ende dochteren den Meester ende de Meesteresse alsook de religieuse persoonen van sint Jans hospitaal, te Brugge, in 't Bisdom Doornijk, gewijd heeft eene capelle, gelegen in de kerke van gezeid hospitaal, slinks, als men inkomt, waar eertijds een autaar gesteld wierd en geconsacreerd ter eere van God en van de heilige Anna, Apollonia en Brigidda.

Daarbij, volgens de chronike van sint Andries, door Aarnout Goethals, uitgegeven door den Heere Weale, was het Niklaais die, den 6 Maarte 1547, nieuwe styl, Johannes van der Weerden bevestigde als Abt van sint Andries.

Daaruit volgt dat Destraux maar ten vroegsten en zou kunnen wijbisschop van Doornijk geworden zijn in 1547, te nemen nog dat de Burellis zou opgehouden hebben van zijn ambt van wijbisschop uit te oefenen, eenige jaren voor zijne dood.

Uitleg blijft noodig: voor den oogenblik en zie ik er niet klaar door. Wie zal er licht brengen?

Nu eenige woorden op de andere persoonen, die in sinte Godelieven verfierteringe De Hauwer tot getuigen dienden.

A. Meester Angelus Bave,[5] die den act van sinte Godelieve teekent als Notaris, bekleedde dit ambt voor het capitel van sint Salvators sedert 1551: hij teekende den eersten keer den capitelact van 20 Julij. Zijn voorzaat droeg name Ferret. Angelus Bave komt den laatsten keer ten voorschijn als Notaris van 't capitel den 4 Julij 1675,[6] en den 16 Oest vind ik Theodorus a Bambeke of D'bambeke.

Angelus Bave vind ik nog achter 't overlijden van Pieter de Corte, eersten Bisschop van Brugge, als doende zijnen eed van Procurator curie episcopalis en commisssarius sive expeditor commissionum.[7] In deze laatste hoedanigheid zullen wij hem verder vinden onder litt. F.

Ik vinde nog eenen meester Angelus Bave, apostelijken Notaris van het bisdom Terenburg, in het tijdschrift La Flandre, 2e deel, bladz. 141.[8] Maar hij teekent een stuk van 1519, berustende in de archivenkamer van den Staat te Brugge. Zou hij de zelfste zijn met den onzen? 't Is reden om te twijfelen, om wille van die date 1519.

Deze Angelus Bavens notarieel teeken staat in 't zelfste werk, op de vijfde plate, numero 51.

B. Johannes Franciscus Affaytadi, alias d'Affaytadi, of Laffetadi, zone van Johannes en kleenzone van Karel,[9] zoo de act het getuigt. Deze laatste was een edelman van Cremona, die naar Antwerpen was komen koophandel drijven.

Ondertusschen was de groote oorlog los geborsten tusschen Keizer Karel en Frans I van Vrankrijk, die moest eindigen met den slag van Pavia, den 24 Februarij 1525, wanneer Frans I gevangen genomen wierd en aan onzen Karel de Lannoy zijn zweerd overgaf.

Anthonis van Luxenburg, Grave van Brienne en Ligny, Baron van Ramera, Piney, Vicomte de Machault, Heere van Ghistel, Tingri, enz., die later, in 1535, met Margriete van Savooien in huwelijk trad, en den 8 Februarij 1557 stierf, had de wapenen opgenomen voor den Koning van Vrankrijk en verdedigde Ligny tegen den Spanjaard, wanneer dit casteel ingenomen wierd. Tot straffe daarover verklaarde keizer Karel zijn landgoed van Ghistel, verbeurd. Wanneer Anthonis in 't slot van Vilvoorde gevangen zat, verkocht hij zijn goed van Ghistel om zijn rantsoen te betalen, en hij verkreeg eraf de somme van 40 duist guldens van Karel Affaytadi, wiens afstammelingen Heeren van Ghistel bleeven, tot dat de Fransche omwentelinge al die heerlijkheden kwam afschaffen. Aldus uit 's Heeren Grave de Limbourg-Stirums nauwkeurig werk getiteld: Le chambellan de Flandre et les Sires de Ghistelles, bladzijde 184.

C. Wilbrecht Le Bleu, die genoemd is in den act van verfierteringe van 1557, was de negen-en-twintigste Abt van sint Andries, bij Brugge. Hij was de opvolger van Heere ende Meester Johannes van der Weerde, die stierf den 11 December 1559. Sedert 1553 of daaromtrent had Le Bleu Coadjutor geweest van zijnen voorzaat van der Weerde, die vervallen was in lamheid, bij zoo verre dat, op de sprake uitgenomen, geene van zijne lidmaten hem dienstig en waren. Als Abt van der Weerde zag dat er aan zijne ziekte geen doen en was noch genezing te verhopen, zeide hij den 21 Februarij 1555 zijne abdije op, den welken dag, onder 't luiden van al de klokken, Heere Le Bleu naar de kerke geleid wierd en in het abbatiaal zitten ingehuld. Wilbrecht Le Bleu beleefde de slechte tijden der Geuzen. Hij was geprofest sedert 1533; wanneer hij Priester wierd en weet ik niet, maar hij was het reeds in 1549.

In vooruitzicht van de komste der Geuzen, deed Le Bleu 't zuiderlijk deel van de Refugie ofte schuilplaatse der Abdije, nu de Capucinessen,[10] R. d. H. II. 412, geheel herstellen. In 1559 kocht hij twee huizen om ze te vergrooten, langs den oostkant, en later kocht hij er nog een derde bij, recht over het domus lanionum,[11] dat moet gestaan hebben rechts, als men van de Vrijdagmart komt, geheel in het begin van de Hauwerstrate, zoo op Marc Gheeraerts afteekeninge van Brugge de tegenwoordige Rue de la Hâche heet.[12] Dit derde huis afgesmeten zijnde, wierd, op de erve ervan, het voorenste deel van de capelle van de Refugie gebouwd. Aldus staat in een handschrift van de zeventienste eeuwe. Daaruit komt het dat, tot voor den franschen tijd, Gilbert Le Bleu's wapens op de balken en in de veisters van den bouw te zien waren, zoo ik het te weten gekomen ben uit Pastor Ockets handschrift.

Tegen dat de Geuzen opkwamen schuilde Abt Le Bleu met zijne Paters in de refugie, verdook daar al het zilverwerk en de kostelijke kerkgewaden van zijne abdije.

Wanneer hij vernam dat de Geuzen de abdije verwoest hadden, sloeg het den ouderling aan zijn herte, hij wierd neêrslachtig, en hij vroeg eenen Coadjutor, den welken hij verkreeg op den 29 Julij 1578, in den persoon van Niklaas Michiels, die Prior was van de abdije. Le Bleu hield voor hem, om te leven, eenen ceins op het Waailand te Snaaskerke, maar willende met eenen Pater de Geuzen ontvluchten, viel hij in hunne handen. Vrijgekocht, ten prijze van veel geld, door zijnen opvolger, verliet hij het klooster, dwalende in armoede, tot dat hij, na zeven jaar, terug keerde, ende zijn leven eindigde, jubilaris, in de refugie, Abt zijnde Pieter Haymeric of Hemerijck, zijn tweede opvolger. Hij wierd begraven den 18 April 1591 in de kerke van het Godshuis sint Juliaans, aan de Bouverijepoorte; hij moest alsdan in de tachentig zijn.

Zijn wapen was: blauw veld met een zilveren sint-Andries-kruis, bevattende een zilveren merel in den ondersten hoek.

't En mag ook niet vergeten zijn dat Le Bleu het gebruik van vleesch te eten in 't klooster afschafte, en de voorige observantie van Bursfeld weder inbracht.

Laat mij toe voor vandage ervan uit te scheeden.

Uw vriend in Christo,
Ad. Duclos, presbyter

Noten

[1] De naamdag van Sint-Willibrord is 7 november.
[2] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar als lezersbrief in Rond den Heerd: 5 (19 november 1870) 52, p.411-415.
[3] Charter.
[4] Vertaling Paul Thoen (Latijn): op de wijze van schrijven van de kerkprovincie van Reims.
[5] In de passage die hierop volgt, probeert Adolf Duclos notaris Angelus Bave te beschrijven, maar hij is erg onduidelijk. Mogelijk zitten er fouten in zijn interpretatie of transcriptie, zoniet gaat het om verschillende personen met dezelfde naam.
[6] Ofwel is deze datum verkeerd afgeschreven, ofwel gaat het om een andere Angelus Bave die in de zeventiende eeuw leefde.
[7] Vertaling Paul Thoen (Latijn): procurator/zaakwaarnemer van de bisschoppelijke curie en gevolmachtigde of verzender van de opdrachten.
[8] Emile Vanden Busche, Les notaires d’autrefois, comment ils signaient leurs actes. In: La Flandre: 2 (1868-69), p.121-143.
[9] Er is hier vermoedelijk sprake van een vergissing. Giovan Carlo (Karel) had wel een zoon Giovan Francesco (Johannes), maar die stierf kinderloos. Karels zoon Cosmo, daarentegen, had een zoon Jean Charles (Johannes) met een zoon Jean François (Johannes Franciscus). Het is dus mogelijk dat Cosmo hier over het hoofd gezien werd. (M.P. Lansens, Ghistelles son ambacht et ses seigneurs pendant les trois derniers siècles. In: Annales de l'académie d'archéologie de Belgique, 19. Antwerpen, 1862, p.441-540).
[10] Het schuilhuis of refuge van de Sint-Andriesabdij was gevestigd in de Bouveriestraat te Brugge. Na de Franse tijd werd het gebruikt als klooster voor de zusters Kapucinessen.
[11] Vertaling Paul Thoen (Latijn): laniorum (niet: lanionum, want die vorm bestaat niet in het Latijn); lanius = (vlees)houwer, slachter. Domus laniorum is zodus het Houwershuis; cf. de Hauwerstrate.
[12] Het slachthuis, in 1842-43 gebouwd naar de plannen van stadsarchitect J.B. Rudd, werd in 1846 in gebruik genomen, en in 1957 gesloopt. Momenteel staat daar het Beursgebouw.

Register

Correspondenten - personen

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGheeraerts, Marcus; Gerards, Marc
Datums° Brugge, ca. 1521 - ✝ Londen?, ca. 1590
GeslachtMannelijk
Beroepgraveur; schilder
VerblijfplaatsEngeland
BioMarcus Gheeraerts was een 16e-eeuwse Brugse graveur, vooral bekend van het stadsplan van Brugge uit 1561-62. In het Gruuthusemuseum zit een exemplaar van de eerste druk, en het Brugse stadsarchief heeft de messing platen in zijn bezit.
Links[wikipedia]
Naamde Hauwere, Guillaume; de Hauwere, Wilhelm
Datums✝ Brugge, 23/02/1559
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop; pastoor
BioGuillaume (de) Hauwere was hulpbisschop van Doornik en titelvoerend bisschop van Sarepta. Hij was sinds 1538 tevens pastoor geweest op Sint-Walburga en sinds 1552 deken van Sint-Salvator Hij stierf op 23 februari 1559 te Brugge, waar hij in de Sint-Walburgakerk werd begraven.
Bronnen https://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bhanwere.html; https://archive.org/stream/handelingen01bruggoog/handelingen01bruggoog_djvu.txt; Rond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399.
NaamSanderus, Antonius; Sanders, Antoon
Datums° Antwerpen, 15/09/1586 - ✝ Affligem, 16/10/1664
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; historicus; filosoof; theoloog
BioAntonius Sanderus, geboren als Antoon Sanders, was een priester en historicus, vooral bekend om zijn rijk geïllustreerde ‘Flandria illustrata, sive Descriptio comitatus istius per totum terrarum orbem celeberrimi’ uit 1641-1644.
Links[wikipedia]
Naamvan Croÿ, Karel; de Croÿ, Charles
Datums° ca. 1506 - ✝ Saint-Ghislain, 11/12/1564
GeslachtMannelijk
Beroepabt; bisschop
BioKarel van Croÿ was bisschop van Doornik van 1525 tot 1564. Keizer Karel had deze functie aan hem voorbehouden, hoewel hij pas in 1533 tot priester en bisschop werd gewijd en in 1539 zijn plechtige intrede deed in Doornik. Daarnaast was hij abt van de abdij van Affligem.
Links[wikipedia]
NaamKarel V; keizer Karel; van Luxemburg, Karel
Datums° Gent, 24/02/1500 - ✝ Cuacos de Yuste, 21/09/1558
GeslachtMannelijk
Beroepkeizer
BioKarel van Luxemburg was vorst over de Nederlanden (1506-1555), koning van Spanje (1516-1556), aartshertog van Oostenrijk (1519-1522), maar is vooral gekend als keizer Karel of Karel V van het Rooms-Duitse rijk (1519-1556).
Links[wikipedia]
NaamAffaitati, Giovan Carlo; de Affaytadi, Johannes Carolus
Datums° Cremona, ca. 1500 - ✝ Lier, 24/12/1555
GeslachtMannelijk
Beroephandelaar
VerblijfplaatsItalië; Portugal
BioJohannes Carolus de Affaytadi werd geboren als Giovan Carlo Affaitati in een Italiaanse familie van handelaars en bankiers. Hijzelf was actief in de specerijenhandel. Eerst vestigde hij zich in Lissabon, maar verhuisde later naar Antwerpen. Hij was een vertrouweling alsook een belangrijke geldschieter van Karel V, die hem de titel van baron van Gistel schonk. Hij zou in 1555 te Lier gestorven zijn.
Bronnen https://fr.wikipedia.org/wiki/Famille_Affaitati; https://www.treccani.it/enciclopedia/giovan-carlo-affaitati_(Dizionario-Biografico)/; M.P. Lansens, Ghistelles son ambacht et ses seigneurs pendant les trois derniers siècles. In: Annales de l'académie d'archéologie de Belgique, 19. Antwerpen, 1862, p.441-540
NaamLe Bleu, Gilbert; Le Bleu, Wilbrecht
Datums✝ Brugge, 1591
GeslachtMannelijk
Beroepabt
BioGilbert Le Bleu was abt van de Sint-Andriesabdij te Brugge van 1555 tot 1578, als opvolger van Johannes van der Weerde, wiens coadjutor hij sinds 1553 was geweest. Onder zijn leiding werd de refugie van de abdij hersteld en vergroot. Het was daar dat hij stierf, waarna hij op 18 april 1591 werd begraven in de kerk van het Sint-Juliaansgesticht.
BronnenA. Duclos, Brieven. In: Rond den Heerd: 5 (19 november 1870) 52, p.414-415
NaamOcket, Arnoldus Laurentius
Datums° Oostende, 27/12/1763 - ✝ Oedelem, 07/03/1812
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; pastoor; kanunnik
BioArnoldus Ocket werd op 27 september 1763 te Oostende geboren. Hij werd in 1787 tot priester gewijd, en werd het jaar erop onderpastoor te Hooglede. Tussen 1790 en 1796 was hij onderpastoor en deservitor te Egem, om erna pastoor van de Sint-Salvatorskerk te Brugge te worden, van de gouden portie en kanunnik van het Sint-Salvatorskapittel. Hij eindigde zijn leven als pastoor te Oedelem.
Links[odis]
NaamWillem van Maleval (heilige); Willem de Kluizenaar; Willem de Grote
Datums✝ Castiglione della Pescaia, 10/02/1157
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsFrankrijk; Italië
BioWillem van Maleval werd geboren als zoon van de hertog van Guyenne en graaf van Poitiers. Na zijn bekering door Bernardus van Clairvaux en een periode van omzwervingen, leefde hij als kluizenaar in Italië. Hij schonk zijn bezittingen aan de armen, droeg een ijzeren pantser als boetedoening, en leefde een tijd in Jeruzalem. In 1153 keerde hij terug naar Toscane en probeerde groepen eremieten te hervormen, onder meer op een eiland bij Pisa. Hij kreeg volgelingen, waarmee hij in 1154 een klooster stichtte in de woeste vallei Malavalle bij Castiglione della Pescaia. Kort na zijn dood in 1157 ontstond de Orde der Willemieten. In 1202 werd hij zalig verklaard. Hij is de patroonheilige van onder meer de wapenmeesters en loodgieters. Gezelle besteed aandacht aan deze heilige in de eerste jaargangen van Rond den Heerd (II. 83 en IV. 82.) met verwijzing naar de Willemieten te Brugge (o.m. een verdwenen kerk en een reliek) en de popularisering van de Heilige in schilderijen van Memling, bloemen en namen.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.heiligen.net/heiligen/02/10/02-10-1157-guilielmus.php
Naamde Witte, Johannes; Albus, Johannes; de Witte, Jan
Datums° Brugge, 06/08/1475 - ✝ Brugge, 15/08/1540
GeslachtMannelijk
Beroeppredikheer; bisschop
VerblijfplaatsSpanje; Cuba
BioJohannes de Witte was een Vlaams humanist, titulair bisschop van Salubrië (1514) en bisschop van Santiago de Cuba (1517-1530). Daarvoor was hij taalleraar geweest aan het hertogelijk hof en aan het Hof van Savoye te Mechelen. Vanaf 1517 resideerde hij gedeeltelijk in Cuba, maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij te Brugge aan het Hof van Veurne aan de Garenmarkt, en met zijn legaat werd de oprichting van het Collegium Bilingue gefinancierd.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.museabrugge.be/nieuws/manuscript-bisschop-jan-de-witte; https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archiefvormers/zoekresultaat?text=eac-BE-A0500_117829&inLanguageCode=DUT&view=eac
NaamBureau, Nicolaus; de Burellis, Niklaais
Datums✝ Brugge, 1551
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioNicolaus Bureau was franciscaan, theoloog en een tegenstander van Erasmus. Hij was vanaf 1519 hulpbisschop van Doornik en titelvoerend bisschop van Sarrepta.
Bronnen https://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bburen.html; https://www.museabrugge.be/nieuws/manuscript-bisschop-jan-de-witte
Naamde Jonghe, Rogier; Juvenis, Rogerius
Datums° Brugge, 1842 - ✝ Brugge, 21/10/1579
GeslachtMannelijk
Beroepprior
BioRogier de Jonghe was een 16e-eeuwse Augustijnermonnik. Hij was in 1506 ingetreden bij de Augustijnen in Brugge, waar hij ook overste werd. In 1578 werd hij biechtvader in het klooster van de Zwartzusters Augustinessen te Brugge, waar hij het jaar erop overleed. De Musea Brugge bezitten meerdere portretten van hem.
BronnenP.F.W. De Ram, Mémoire sur la part que le clergé de Belgique et spécialement les docteurs de l'université de Louvain, ont prise au concile de Trente. In: Mémoires de l'Académie royale de Belgique (1841) 14, p.29; https://www.museabrugge.be/fr/collection/work/id/0000_gro1616_i; A. Keelhoff, Histoire de l'ancien couvent des ermites de Saint Augustin, à Bruges. Brugge: Vandecasteele-Werbrouck, 1869, p.213-225
NaamJacobi, Lucas
Datums° Dendermonde, - ✝ Doornik, 26/10/1574
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioLucas Jacobi was vanaf 1561 hulpbisschop van Doornik en titulair bisschop van Sarrepta. Hij stierf in 1574 te Doornik.
Bronnen https://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bjacobil.html
NaamPius IV (paus); Medici, Giovanni Angelo
Datums° Milaan, 31/03/1499 - ✝ Rome, 09/12/1565
GeslachtMannelijk
Beroeppaus
VerblijfplaatsItalië
BioGiovanni Angelo Medici was paus van 1559 tot 1565 onder de naam Pius IV.
Links[wikipedia]
Naamde Corte, Pieter; Curtius, Petrus
Datums° Brugge, 1491 - ✝ Brugge, 16/10/1567
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioPieter de Corte was de eerste bisschop van Brugge (1560-1567). In 1529 was hij tot priester gewijd in Leuven. Later werd hij kanunnik en gewoon hoogleraar theologie. Hij had goede banden met het Habsburgs-Spaanse hof, werd in 1560 door Filips II tot eerste bisschop van het nieuwe bisdom Brugge benoemd, alwaar hij in 1562 zijn intrede deed.
Links[wikipedia]
NaamFrans I van Frankrijk
Datums° Cognac, 12/09/1494 - ✝ Rambouillet, 31/03/1547
GeslachtMannelijk
Beroepkoning
VerblijfplaatsFrankrijk
BioFrans I van Frankrijk was koning van Frankrijk van 1515 tot 1547.
Links[wikipedia]
Naamvan Lannoy, Karel; de Lannoy, Charles
Datums° Valenciennes, ca. 1485 - ✝ Gaeta, 23/09/1527
GeslachtMannelijk
Beroepmilitair; onderkoning
BioKarel van Lannoy was een Vlaamse edelman en vertrouweling aan het Habsburg-Spaanse hof. Hij was officier in dienst van de Habsburgse keizers en werd in 1522 tot onderkoning van Napels aangesteld. In 1525 slaagde hij erin de Franse koning Frans I gevangen te nemen bij de Slag bij Pavia.
Links[wikipedia]
NaamAntoine II van Luxemburg
Datums✝ Ligny, 08/02/1557
GeslachtMannelijk
Beroepgraaf
VerblijfplaatsFrankrijk
BioAntoine II van Luxemburg was graaf van Brienne en Ligny. Op 7 maart 1535 huwde hij met Margareta van Savoie. Hij was de laatste heer van Luxemburg op het landgoed van Gistel, want nadat hij tegen keizer Karel en voor de Fransen gevochten had en daarvoor gevangen genomen werd, moest hij Gistel zichzelf vrijkopen middels Gistel.
Bronnen https://nl.wikipedia.org/wiki/Anton_I_van_Ligny#Huwelijken_en_nakomelingen; https://gw.geneanet.org/genroy?lang=fr&n=de+luxembourg+brienne&p=antoine+ii; Th. de Limburg Stirum, Le chambellan de Flandre et les sires de Ghistelles. Gent: Poelman, 1868, p.184-185
NaamMargaretha van Savoie
Datums✝ 1591
GeslachtVrouwelijk
BioMargareta van Savoie was de dochter van René van Savoie en huwde op 7 maart 1535 met Antoine II van Luxemburg.
Bronnen https://gw.geneanet.org/genroy?lang=fr&p=marguerite&n=de+savoie+tende
Naamvan der Weerde, Johannes
Datums✝ 11/12/1559
GeslachtMannelijk
Beroepabt
BioJohannes van der Weerde was abt geweest in Oudenburg, en van 1547 tot 1555 abt van de Sint-Andriesabdij te Brugge. Wegens ziekte droeg hij in 1555 de functie over aan Gilbert le Bleu. Vier jaar later stierf hij.
BronnenRond den Heerd: 5 (19 november 1870) 52, p.411-415; A. Goethals, Chronica monasterii sancti Andreae juxta Brugas, ordinis Sanci Benedicti. Brugge: Gailliard, 1868, p.178-179.
NaamMichiels, Nicolaas
Datums° ca. 1532 - ✝ Brugge, 14/09/1584
GeslachtMannelijk
Beroepabt
BioNicolaas Michiels was vanaf 1578 de 30e abt van de Sint-Andriesabdij te Brugge, nadat hij sinds 1575 coadjutor was geweest van Gilbert le Bleu. Door het geweld van de calvinisten ontvluchtte hij Brugge. En toen hij in 1584 terugkeerde, werd hij geveld door de pest.
BronnenA. Goethals, Chronica monasterii sancti Andreae juxta Brugas, ordinis Sanci Benedicti. Brugge: Gailliard, 1868, p.182-183
NaamHaymeryck, Petrus
Datums✝ Brussel, 04/02/1616
GeslachtMannelijk
Beroepabt
BioPetrus Haymeryck was de 31e abt van de Sint-Andriesabdij te Brugge van 1585 tot 1597. In 1592 ging hij op bevel van Filips II naar Spanje en bracht hem de linkervoet van de heilige apostel Filip mee. In 1597 werd hij benoemd tot abt van het klooster van Landelin in Crespin, dat hij niet veel later verliet om naar Brussel te gaan, waar hij stierf.
BronnenA. Goethals, Chronica monasterii sancti Andreae juxta Brugas, ordinis Sanci Benedicti. Brugge: Gailliard, 1868, p.184-185
NaamDestraux, Johannes
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop; wijbisschop
BioVolgens opzoekingen van Adolf Duclos was Johannes Destraux van 1543 tot 1552 bisschop van Sarrepta, en werd hij in 1547 wijbisschop van Doornijk.
BronnenRond den Heerd: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399; Rond den Heerd: 5 (19 november 1870) 52, p.411-415
NaamBave, Angelus
Datums° zestiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris
BioAngelus Bave was een notaris uit de zestiende eeuw, erkend door zowel kerkelijke als wereldlijke autoriteiten. Hij werkte voor het bisdom Doornik en het kapittel van Sint-Salvator in Brugge, en later voor het bisdom Brugge na de kerkelijke herindeling. Zijn naam verschijnt in een bisschoppelijk charter, besproken door Duclos in een lezersbrief voor Rond den Heerd. Angelus Bave wordt ook genoemd in een artikel over notarissen in het tijdschrift La Flandre (1868-69, deel 2, p. 141) en in het boek van E. Rembry over Sint-Gillis (1881, deel 1, p. 63).
NaamA Bambeke, Theodorus; d'Bambeke
Datums° zeventiende eeuw
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris
BioTheodorus a Bambeke was een zeventiende-eeuwse notaris, erkend door zowel kerkelijke als wereldlijke autoriteiten. Hij wordt vermeld door Duclos in een lezersbrief over oude charters voor Rond den Heerd.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamPisa

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Juliaansgesticht Brugge
BeschrijvingRond het einde van de 13e eeuw bevonden zich in de Boeveriestraat te Brugge meerdere opvangtehuizen voor passanten, daklozen en behoeftigen, dewelke in 1305 werden verenigd onder de naam Sint-Juliaans. Aan het einde van de 16e eeuw veranderde dit in een instelling voor krankzinnigen. IJverend voor een meer humane zorg voor geesteszieken, en nadat hij in 1840 directeur geworden was van het Sint-Juliaansgesticht, vestigde kannunik Petrus Joannes Maes in 1842 hierbinnen een aparte vrouwenafdeling. Op 3 mei 1842 kwam Maes zich met de algemeen overste van de Brugse zusters Apostolinnen en met enkele zusters in het Sint-Juliaansgesticht vestigen. Enkele maanden later scheidden zij zich af van de Apostolinnen en vormden aldus een nieuwe congregatie onder de benaming Zusters van de Bermhertigheid Jesu, die zich zou inlaten met de verzorging van de geesteszieken. In 1910 verhuisde de vrouwenafdeling naar de nieuw opgerichte Psychiatrische Kliniek Onze-Lieve-Vrouw in Sint-Michiels Brugge, terwijl het Sint-Juliaansgesticht nog verder bleef bestaan tot 1931.
Datering1275 (?)-1931
Links[wikipedia]
NaamSint-Janshospitaal, Brugge
BeschrijvingHet Sint-Janshospitaal te Brugge werd omstreeks 1150 gebouwd en is een van de oudste ziekenzorginstellingen op het Europese vasteland. In de eeuwen nadien werd het stapsgewijs vergroot. Terwijl het hospitaal bij aanvang in handen was van een zelfstandige gemeenschap van lekenbroeders- en zusters, kwam het in de late 16e eeuw in handen van de zusters Augustinessen. Vanaf 1796 werd het onder het bestuur van de Commissie van Burgerlijke Godshuizen gesteld, en in 1925 onder dat van de Commissie voor Openbare Onderstand, dat op haar beurt in 1977 werd omgevormd tot het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. In datzelfde jaar verhuisden de ziekenhuisdiensten naar nieuwe gebouwen van het AZ Sint-Jan in Sint-Pieters bij Brugge.
Datering1150-heden
Links[odis], [wikipedia]
NaamRecollettenklooster, Brugge
BeschrijvingRond 1226 vestigden de Minderbroeders Recoletten zich in Brugge, aanvankelijk bij de Gilliskerk. In 1254 werd het minderbroeder- of recollettenklooster gebouwd nabij de Braamberg. De straatnamen Freren Fonteinstraat en minderbroerderstraat herinneren aan deze aanwezigheid. De orde werd opgeheven in 1798. In 1850 kocht de stad het terrein van het oude klooster aan voor de aanleg van een ’jardin botanique’, het huidige Koningin Astridpark. (A. DUCLOS, Bruges, Histoire et souvenirs, Brugge, 1910, p.262).
Datering1254-1798
NaamKlooster van de paters augustijnen, Brugge
BeschrijvingEr waren reeds augustijnen gevestigd in Brugge op het moment dat het augustijnerklooster in 1286 gesticht werd aan de huidige Augustijnenrei. Het klooster heeft veel te lijden onder de pestepidemie in de 14e eeuw, de Beeldenstorm en de Tachtigjarige Oorlog. Maar onder de aartshertogen Albrecht en Isabella kent het een nieuwe bloei en wordt een college geopend. De Franse Revolutie betekent echter het einde van de Brugse augustijnen: in 1796 werden klooster en college afgeschaft, en in 1813 werden de gebouwen gesloopt.
Datering1286-1796
Links[wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelActa S. Godelevae V. et M. patronae Ghistellensium collegit, digessit, illustravit
AuteurSollerius, Joannes Baptista
Datum1720
PlaatsAntverpiae
UitgeverDu Moulin
GGBGGB 0935
TitelLa Flandre : revue des monuments d'histoire et d'antiquités
Datum1867-1885
PlaatsBrugge
UitgeverEdw. Gailliard & Cie
TitelGenerale legende der heylighen vergadert uyt de H. Schrifture, oude vaders, ende registers der Heylighe Kercke · Volume 1
AuteurPedro de Ribadinera en Heribert Rosweyde
Datum1711
PlaatsAntwerpen
UitgeverHenricus en Cornelius Verdussen
TitelHistoire de l'ancien couvent des ermites de Saint Augustin, à Bruges
AuteurAmbroise Keelhoff
Datum1869
PlaatsBrugge
UitgeverVandecasteele-Werbrouck
TitelChronica monasterii Sancti Andreae juxta Brugas ordinis sancti Benedicti
AuteurArnold Goethals
Datum1868
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard
TitelLe chambellan de Flandre et les sires de Ghistelles
AuteurThierry de Limburg-Stirum
Datum1868
PlaatsGent
UitgeverPoelman

Titel07/11/1870, Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Publicatie; Liesbeth Langouche (research); Marc Carlier (research), Duclos Adolf Juliaan aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 07/11/1870. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDuclos, Adolf Juliaan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum07/11/1870
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieLocatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: op sint Willebrood, anno Domini 1870.
Gepubliceerd inBrieven LVIII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (19 november 1870) nr.52, p.411-415
Fysieke bijzonderheden
Staat volledig
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26938
Inhoud
IncipitVolgens Pater Soller, acta sanctæ Godelevæ,
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.