<Resultaat 718 van 3116

>

p1+Geloofd Zij Jezus Christus[1]

Als ze schooten op Willem van Duitschland[2] en op Sander van Rusland,[3] zonden de andere vorsten achterna nen brief met de komplimenten. Gelijkerwijze kom ik nu ook met mijnen brief U geluk wenschen omdat gij vervolging hebt geleden voor de rechtveerdigheid, en 'k hope dat die pak slagen, door U geleden en verdregen voor Ons Heere, Uedele zullen dienstiger zijn als 't onderpastoorsconcours van dees weke, waarvan ge zeker vrij zijt. 'k Hadde gepeisd van Uedele Dijsendage te Mr. Demonies te ontmoeten, maar mijnen Bisdommelijken Almanak[4] raadplegende, heb ik gezien dat, ”ter gelegenheid der nationale onafhankelijkheid (1830-1880) gij uwe gratie bekomen hebt”. 't Was zeker voor kwijtansie dat die schurksche schobbejakse sloubers Uedele aanrandden. – [5] Als ik het gisteravond aan mijn muziekanten[6] vertelde ze zeien alzoo ”hadden we daar moeten zijn, 't en hadde alzoo niet gegaan; die luifers[7] wierden hunne oogen uit hunnen kop gehaald en in stukken gevierendeeld”. - “Hadt het nog gij[8] geweest of Fons Vanhee, zei Gusta en Julie[9] g'en hadt het gijder niet gestolen, maar den braven mijnheere Gezelle, dat is toch zonde Gods”.

Nu dan, wat er ook van wezen of wegen moge, ik schrijve Uedele dit briefje al mijn meditatie doende over de bescherminge van 't H. Schapulier van den Carmelusberg;[10] en ik verhope dat Onze Vrouwe Uedele zal hulp en troost verleend hebben opdat ge zoudt kunnen 1° Fons Vanheens brief zoeken en weêrezenden, 2° 't gedichtje[11] maken van Berten Rodenbach zaliger[12] voor de vlagge. J'espère que votre bras n'est pas frappé agneau![13] (historieke spreuke voor den officiële hondermeester[14] van Lissewege).

Waarmede ik blijve met alle genegenheid
Uwen Ameet, pr.

Noten

[1] De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar: Jozef Geldhof, Dudzeelse felicitatiebrief voor Gezelle, aangerand te Kortrijk op 12 juli 1880. In: Opstellen omtrent Gezelle. Speciaal nr. van: Biekorf: 80 (1980) 7-10, p. 361.
[2] Keizer Wilhelm I van Duitsland was in 1878 het slachtoffer van een aanslag.
[3] Tsaar Alexander II van Rusland kreeg verschillende aanslagen op zijn leven te verduren, onder andere een aanval in een koets in Parijs in 1867. Hij zou een jaar later om het leven komen bij een moordaanslag in 1881.
[4] Referentie niet duidelijk, mogelijk gaat het om een artikel in de door het bisdom gesteunde Standaerd van Vlaenderen op 15/07/1880. (p.2).
[5] Vyncke verwijst naar het feit dat Gezelle op 12 juli 1880 te Kortrijk aangevallen werd op straat. De nationale feestdag viel op 11 juli.
[6] Amaat Vyncke had in 1876 een muziekvereniging opgericht met de naam ’De fanfarengilde der Xaverianen’, voorloper van de Koninklijke Harmonie Poldergalm. Gezelle had hen leren kennen toen hij de feestrede hield bij de inhuldiging van het Gregoriusstandbeeld op 29 september 1879.
[7] Schelm, deugniet.
[8] Zijn zuster Gusta spreekt hem aan, “gij” is dus Amaat Vyncke zelf.
[9] Door Jozef Geldof in zijn artikel geïdentificeerd als Vynckes huishoudster Julie. In de bevolkingsregisters wordt enkel zijn zuster Gusta als huishoudster vermeld. Waarschijnlijk gaat het hier niet om een persoon, maar om een grammaticale constructie.
[10] Volgens de overlevering overhandigde de Maagd Maria op 16 juli 1251 een bruin wollen scapulier aan de heilige karmeliet Simon Stock in Cambridge. Zij was de patrones van de zeelieden en werd door reizigers aanbeden als een beschermheilige bij stormen.
[11] Guido Gezelle schreef geen gedicht op het overlijden van Rodenbach dat in De Vlaamsche Vlagge verschenen zou zijn.
[12] Albrecht Rodenbach was enkele weken eerder overleden op 24 juni.
[13] Humoristische vertaling van ”lam geslagen”.
[14] Verwijzing naar Jerome De Pauw, de onderwijzer van de officiële gemeenteschool van Lissewege, een concurrent van Vyncke in de schoolstrijd.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat

Briefschrijver

NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDudzele
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Datums° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NaamRodenbach, Albrecht; Berten; De selscuttere
Datums° Roeselare, 27/10/1856 - ✝ Roeselare, 23/06/1880
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter
BioAlbrecht Rodenbach was een schrijver en dichter die geboren werd in Roeselare op 27 oktober 1856. Hij genoot zijn opleiding aan in het kleinseminarie van Roeselare en was er in 1867 leerling aan de section préparatoire waar hij Gustaaf Flamen als priester-leraar had. Hij was van 1870 tot 1878 leerling van de humaniora, waar hij deel uitmaakte van de ‘wonderklasse’ van Hugo Verriest, oud-leerling van Gezelle. In 1875 ontstond er op school grote ophef toen de leerlingen tijdens een feest ter ere van de superior geen toestemming kregen om Rodenbachs lied ‘Het Lied Der Vlaamsche Zonen’, ook bekend als ‘De Blauwvoet’ voor te dragen. Het verbod leidde tot een studentenprotest tegen het anti-Vlaamse schoolbeleid dat bekendstaat als de ‘Groote Stooringe’. Met zijn gedicht startte hij een studentenbeweging genaamd de Blauwvoeters die gedichten en teksten publiceerden om Vlaamsgezindheid te promoten. Hieruit volgde onder meer het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". De Blauwvoeterij vloog over naar Leuven toen Rodenbach en zijn klasgenoten er in 1876 gingen studeren. Rodenbach was erg actief in het studentenleven. Zo was hij medestichter van dagblad "Het Pennoen" en de "Vlaamsche Studentenbond". Daarnaast was hij lid van de Sint-Tillogilde en de toneelvereniging de Sint-Jansgilde. Later verminderde zijn engagement echter en spendeerde hij meer aandacht aan zijn literaire werken. Op 23 juni 1880 kwam hij op slechts 23-jarige leeftijd in zijn geboortestad te overlijden aan tuberculose. Na zijn dood groeide Rodenbach uit tot een icoon van de Vlaamse Studentenbeweging en Roeselare. In 1909 werd daar als eerbetoon een standbeeld van hem onthuld.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/rodenbach-albrecht#roeselare-en-de-groote-stooringe
NaamVan Hee, Alfons; Willem
Datums° Lo, 03/04/1846 - ✝ Moere, 28/05/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar, coadjutor; onderpastoor; pastoor; redacteur, auteur
BioAlfons Vanhee was oud-leerling van het kleinseminarie van Roeselare. Hij was er voorzitter van de Lettergilde. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd op 26/09/1873 zelf leraar aan het kleinseminarie. Wegens zijn Vlaamsgezinde houding werd hij door Superior Delbaere ontslagen. Vervolgens was hij coadjutor van pastoor Ghyselen te Alveringem (17/03/1876); onderpastoor te Wijtschate (07/08/1876) en te Langemark (23/09/1885) en pastoor te Moere (24/02/1900). Hij was lid van de Swighende Eede, een geheim genootschap van Vlaamsgezinde vrienden opgericht door Hugo Verriest. Hij was schrijver van blijspelen o.a. Het Testament, Boerenkrakeel. Hij schreef talrijke bijdragen in het West-Vlaamsch Idioticon van De Bo, Loquela, De Vlaamsche Vlagge, De Student en Nieuwe Tijd, maar werd vooral bekend door de oprichting van 't Manneke uit de Mane, een West-Vlaamse Volksalmanak. In de Vlaamsche Vlagge en De Student publiceerde hij onder het psuedoniem Willem. Guido Gezelle stuurde hem het gedichtje Uw mes hebt gij naar aanleiding van een maaltijd die Van Hee bij Gezelle genoot.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Loquela; medewerker Biekorf; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; gelegenheidsgedicht
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat
NaamVyncke, Gusta; Vyncke, Augusta Maria Mathildis; Maria Callista (Zuster)
Datums° Zedelgem, 28/10/1860 - ✝ Snellegem, 12/11/1941
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares; kloosterzuster
BioAugusta Maria Mathildis Vyncke werd geboren in Zedelgem op 28 oktober 1860 en overleed in Snellegem op 12 november 1941. Ze was de zus van Amaat Vyncke, en het jongste kind van Augustus Vyncke (1820-1893) en Maria Theresia Detollenaere (1818-1891). Augustus was koster in Zedelgem, bediende bij de Burgerlijke Stand, ontvanger van de gemeente en van de dis in Zedelgem. Zijn echtgenote was winkelierster van beroep. Op 7 februari 1882 trad Augusta in het klooster bij de Zusters van Liefde in Heule. Daar nam ze de naam Zuster Maria Callista aan. Ze werd geprofest op 13 augustus 1883, was jubilaris op 13 augustus 1933, en was onderwijzeres.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://gw.geneanet.org/flamtec1?lang=en&p=augusta+maria+mathildis&n=vyncke; https://beeldbank.kortrijk.be/index.php/image/watch/49e2957ac3f84f6a8eaec757f430f28a936f3552785d4f7798b78e5867aa4f2e9f6e07a6451042cba9239b312f2e7c78?tab=related_items
NaamWilhelm I van Duitsland
Datums° Berlijn, 22/03/1797 - ✝ Berlijn, 09/03/1888
GeslachtMannelijk
Beroepkoning; keizer
VerblijfplaatsDuitsland
BioWilhelm I van Duitsland was de tweede zoon van Frederik Willem III van Pruisen (1770–1840) uit het huis van de Hohenzollern. In 1829 huwde hij prinses Augusta von Sachsen-Weimar-Eisenach (1811-1890). Ze kregen twee kinderen: Frederik van Pruisen (1831-1888), de kroonprins, en Louise Marie Elisabeth van Pruisen. Van 1807 tot 1825 doorliep Wilhelm een schitterende militaire loopbaan in het Pruisische leger. Hij bestreed in die periode de expansiepolitiek van Napoleon I. Deze ervaringen bezorgden hem een diepe afkeer voor Frankrijk. Binnen de familie van de Hohenzollern beschouwde men hem als de deskundige in militaire zaken. In 1861 kwam hij op de troon van Pruisen als Willem I. Hij ijverde voor de uitbreiding van de dienstplicht en de militaire uitgaven, maar het was uiteindelijk Otto von Bismarck, kanselier van Pruisen (1862-1890) die het Huis van Afgevaardigden van deze noodzaak kon overtuigen. De koning liet de politieke agenda voortaan afwerken door zijn eerste minister Von Bismarck. Wel verzette hij zich enkele malen, overigens tevergeefs, tegen de oorlogen die de kanselier voerde om zijn eigen persoonlijk politiek ideaal te verwezenlijken: de vereniging van de Duitse staten zonder Oostenrijk in één federatie onder leiding van Pruisen. Na de Oostenrijks-Pruisische oorlog (1866) werd de Noord-Duitse Bond opgericht, een federale staat. Willem I verkreeg het Bundespräsidium. Hij had de controle over de buitenlandse politiek, benoemde de bondskanselier, en kon op verzoek van de Bondsraad de rijksdag ontbinden. In 1870 verklaarde Napoleon III Pruisen de oorlog uit vrees voor mogelijke Spaanse troonpretendenten onder de Hohenzollern. Dit betekende het begin van in de Frans-Duitse Oorlog. Na de overwinning werd Willem I op 18 januari 1871 in de spiegelzaal van het Paleis van Versailles tot keizer uitgeroepen. De eenmaking van Duitsland, gestoeld op een stevig economisch fundament met bloeiende mijnen en staalfabrieken onder Pruisische suprematie (zonder inmenging van de rooms-katholieke kerk), en de stichting van het Duitse Keizerrijk werden stilaan een feit. Driemaal werd het leven van de keizer door aanslagen bedreigd. Wilhelm I overleed uiteindelijk in 1888 in Berlijn. Zijn zoon, Frederik III, volgde hem op maar zou al na 99 dagen in datzelfde jaar sterven aan keelkanker. Daarop werd zijn kleinzoon, Wilhelm II (1859-1941), de nieuwe Duitse keizer en koning van Pruisen.
Links[wikipedia]
Bronnen https://nl.wikipedia.org/wiki/Oostenrijks-Pruisische_Oorlog; https://nl.wikipedia.org/wiki/Bundespr%C3%A4sidiumhttps://www.dhm.de/lemo/biografie/otto-bismarck https://www.dhm.de/lemo/biografie/wilhelm-i.html A. Doedens, L. Mulder, Frans Duitse Oorlog 1870-1871: De moeder van de Grote Oorlog, Zutphen: Walburg Pers, 2015.
NaamAlexander II van Rusland
Datums° Moskou, 29/04/1818 - ✝ Sint-Petersburg, 13/03/1881
GeslachtMannelijk
Beroeptsaar
VerblijfplaatsRusland
BioAlexander II van Rusland, lid van het huis Romanov, was tsaar van Rusland van 1855 tot zijn dood. Hij volgde zijn vader Nicolaas I op en werd bekend als een hervormingsgezinde vorst. Zijn belangrijkste maatregel was de afschaffing van de lijfeigenschap in 1861, waarvoor hij de bijnaam de bevrijder kreeg. Daarnaast hervormde hij rechtspraak, bestuur, onderwijs en leger, en stimuleerde hij de aanleg van spoorwegen. Onder zijn bewind breidde het Russische Rijk zich verder uit in de Kaukasus en Centraal-Azië. In 1867 verkocht hij Alaska aan de Verenigde Staten. Ondanks zijn hervormingen werd hij geconfronteerd met groeiende revolutionaire onrust. Alexander II kwam om het leven bij een bomaanslag in 1881 en werd opgevolgd door zijn zoon Alexander III.
Links[wikipedia]
NaamDe Pauw, Jerome Joseph; De Pauw, Hieronymus; De Pauw, Jérôme
Datums° Vladslo, 28/06/1839 - ✝ GentBrugge, 27/05/1910
GeslachtMannelijk
Beroeponderwijzer
BioJerome De Pauw werd geboren te Vladslo op 28 juni 1839 als zoon van Joannes Josephus De Pauw (1797-1870) en Maria Antonia Vanderheyde (1806-1888). Hij was actief als hoofdonderwijzer in de gemeenteschool van Lissewege, een concurrent van de katholieke school van Amaat Vyncke (Dudzele) in de schoolstrijd. Hij woonde op het grondgebied van Dudzele. In 1896 ging hij met pensioen. De Pauw trouwde in Lo op 18 mei 1870 met Emerentia De Coninck (1852-1926). Hij overleed te Gentbrugge op 27 mei 1910.
BronnenArchiefbank Brugge; Geneanet; FamilySearch

Naam - plaats

NaamDudzele
GemeenteBrugge
NaamLissewege
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamDe fanfarengilde der Xaverianen
BeschrijvingIn 1876 richtte onderpastoor Amaat Vyncke, in Dudzele een muziekvereniging op met de naam 'De fanfarengilde der Xaverianen'. Dit was de voorloper van de huidige Koninklijke Muziekmaatschappij Poldergalm. Tussen 1891 en 1896 had E.H. Alfons Mervillie de leiding over het korps. Hij veranderde de naam van de vereniging in 'Noordergalm'. Onder de naam 'Noordergalm' groeide het korps verder uit en werd het in 1911, dankzij geschonken klarinetten, een harmonie. In 1913 werd het een gemeentemuziek. Na de Eerste Wereldoorlog werd het korps heropgericht onder de naam 'Poldergalm'.
Datering1876-

Titel - ander werk

TitelStandaerd van Vlaenderen (periodiek)
Datum1829-1898
PlaatsBrugge
UitgeverR. Boeteman-Janssens; A. Neut
TitelDe Vlaamsche Vlagge (periodiek)
Datum1875-1933
PlaatsBrugge
UitgeverDelplace

Titel16/07/1880, Dudzele, Amaat Vyncke aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Marc Carlier (research); Publicatie
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Marc Carlier (research); Publicatie, Vyncke Amaat aan Gezelle Guido, Dudzele (Brugge), 16/07/1880. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVyncke, Amaat
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum16/07/1880
VerzendingsplaatsDudzele (Brugge)
AnnotatieLocatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar.
Gepubliceerd inDudzeelse felicitatiebrief voor Gezelle, aangerand te Kortrijk op 12 juli 1880. / door Jozef Geldhof. - In: Opstellen omtrent Gezelle. Speciaal nr. van: Biekorf (Brugge) Jrg. 80 (1980) nr 7-10, p.361
Fysieke bijzonderheden
Staat volledig
Bewaargegevens
Bewaarplaatslocatie origineel onbekend
ID Gezellearchieflocatie origineel onbekend
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26985
Inhoud
IncipitO.L.V. van 't Schapulier Als ze schooten op Willem van Duitschland
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.