1) Loquela 1881. bl. 12. Vrouw[1] heb ik gehoord in den mond eener boerenmeid met den zin van Meesters, pachters. "Mijne Vrouw..." Het was te Wildert[2] bij Esschen ( Antw. tegen de Hollandsche grens.) De meid scheen mij niet van elders afkomstig te zijn . - In Limburg zegt men nog algemeen Vrouw N... voor Madame N... juist gelijk in het Hoogduitsch Frau N. en zie hierachter n. 7.
2) Loquela 1881. bl. 26[3] Alpen heet men in Tyrol de weiden op het gebergte gelegen. Gehoord aldaar te Feldkirch.
3) Loq. 1881. hz. 12, 19, 36, en 1882 hz. 22.[4] Pinke als woord meent iemand eener te zijn met het Fransch empeigne. - Zoo komt van carème, carener, krengen. - Of er in zake van leêr een dubbel woord pinke besta,[5] zal ik met der tijd van schoenmakers en huidevetters uithooren. - zie hierachter n. 8.
4) Loquela 1882, hz. 1-4,[6] had ik nog uitgelezen, daar ik vroeger eene vraag over leef,[7] hlaif voorstelde. - Over leef, kikkar,[8] torta,[9] mag de Statenbijbel[10] wel ingezien. Daar vind ik: Exod. XXIX, 23, éénen broodbol; - Num. VI, 19, éénen ongezuurden koek uit den korf; - I Sam. II, 36, een bolle broods; - X, 3, drie bollen broods; - I Kron. XVI, 3, eenen bol broods; - Jerem. XXXVII, 21, één‘ bol broods uit de bakkersstraat. - Bij W. Smits en P. van Hove (Pentateuchus, seu quinque libri Moysis vulgatae editionis, Versione Belgica, notis Grammaticalibus, etc. elucidati Antverpiae Everaerts. XVIIIe eeuw) staat er enkel: Exod. XXIX, 23, een stuk van een brood, - Num XI, 19, een brood zonder deesem uit den korf. De overige plaatsen hebben die schrijvers niet vertaald. zie hierachter n. 17.
5) Loquela 1882, hz. 2. Gahlaiba,[11] compagnon, commensalis: Bij Verdam (Middelnederlandsch Woordenboek) vindt men de twee woorden brootate, brootlinc, benevens broothere. Met die zelfde beteekenis van spijsgenoot is er nog p2een bijvoegelijk naamwoord broodig. "Welcke genomineerde persoonen men alleenelick sal bevryen van accyse van wyn ende bier, dwelck in heur huys by hun en hun broodige familien gedronken sal worden." (Verdrag met de Hanzesteden van 1563. Bij Mertens en Torfs, Gesch. van Antwerpen. IV, 534). - "Sy sullen moghen innelegghen wyn, bier.. ende oick mede in deselve huysen brouwen, slaene, backen... voer henselven, heure dienaers,
broodighe familie sonder eenighe accyse ofte impost daer aff te gheven." (Ontwerp van verdrag met de Hanzesteden van 1579. Bij Mertens en Torfs. ibid. bl. 549). De spelling zoo als ik die gevonden heb.
6) Loquela 1882, hz. 39. Bij Kiliaan Vorsten,[12] fristen versten, voordsten. Differre, supersedere:[13] Cessare a lite aut bello, ampliare.[14] Voorbeelden komen voor bij Mertens en Torfs, Gesch. van Antw. IVe D. Bijlage O. Proces van Jacob van Liesvelt. Bl. 639. "Veneris, IX Junij, a. xIij (1542) De Schoutet contra Jacob van Liesvelt, gevorst onder den Burgemeester, ad octo." - En op bl. 641: "Lune, XVa Junij... Tvonnisse is gevorst onder de Burgemeester, de veneris ad octo." - Op bl. 639 staat eene aanteekening. "Gevorst onder den Burgemeester, dat is: de zaek uitgesteld ten onderzoek van den Burgemeester, ad octo, om binnen acht dagen gehoord te worden." - Volgt eene aanhaling uit de Rechten en Cost. Tit. XV. Art. XXVI "Ende soo verre den Schepenen belieft hen naerder op die saecke p3te beramen ende te letten, als dan mach de ghene die dat vonnisse ghemaent is, 't selve vonnisse voortsten ende houden te advijse, op eenen anderen termijn oft vierschaer-dagh, naer ordonnancie vanden Schepenen; ende ten selven uytghesetten daghe maent ende eyscht de Schouteth den Burgemeester[15] oft Schepen, dien dat vonnisse ghemaent is, anderwerf vonnisse, om recht daer op ghedaen ende gheuyt te worden. Ende indien dat de Schepenen op de saecke als dan ooch[16] niet ghenoech ghedelibereert en hebben, soo mach de ghemaende Burghemeester[17] oft Schepen dat vonnisse anderwerf voortsten ende in advijse houden tot op eenen anderen vierschaer-dagh, ter ordonnantie vande Schepenen." - Art. XXVII. "Maer ten selven derden ghevoortsten dage daer op de saecke uytgestelt heeft gheweest, soo verre de Borgemeester oft Schepen present is, dien het vonnisse gemaent is gheweest, als dan moet men het vonnisse daer af wijsen ende pronuncieren.... sonder 't selve langher oft meer te mogen voortsten oft houden in advijse."
7) Zie hierboven 1. In vroeger eeuwen luidde de Akte van Opdracht der Congreganisten aan hunne Moeder Maria, als volgt, althans te Antwerpen: "Ghebedt der Sodaliteyt. Heylighe Maria Moeder Godts ende Maghet, ick N N. verkiese u heden tot eene Vrouwe, Patroonersse, ende voor-p4sprekersse."
8) Zie hierboven 3. Pinke, pinkeleer. Een schoenmaker, die hier en daar heeft gewoond en van S. Niklaas afkomstig is, zegt mij: "Eenieder die met leer bekend is, verstaat door pinkeleer koeihuid die in het vet gewerkt is. Als overleder dient het uitsluitend voor dokwerkers en soldaten. Van de zelfste werking snijdt men het beste af voor de riemen der stoomtuigen, maar niet onder den naam van pinke. Het is geen peerdenleer, onmogelijk. Pinke verstaat men aldus heel het Vlaamsch sprekende land door: Leuven Mechelen, S. Niklaas, .. zelfs Doornik Op Westvlaanderen en zijn Taalparticularismus schijnt de man niet te denken, hoewel zijn zwager van Deerlijk is.
9) Loquela Nog een klemspreuk, 't soortje van Parijs Salva reverentia.[18]
Le pisseur pissait contre le tapis que le tapisseur tapissait.
Le tapisseur disait au pisseur:
Ne pissez pas contre le tapis que j'ai tapissé.
10) Wat is het woord versyck in het oud opschrift:
Doen verbrandde 't Antwerpen Craeyewyck.
Ende die Burcht byna al aff sonder versyck.
Kiliaan geeft Versijck. Flandricum Periculum.[19]
11) Staaltjes van Fransche Woordvorsching uit het boek: Cours raisonné de langue française - Les Racines et la signification des mots francais ou lecons élémentaires et pratiques sur les étymologies et les synonymes Par M. M.te Delacroix professeur à l'école normale d'arts et métiers De Châl-p5ons-sur-Marne.[20] A l'exposition universelle de 1878, cet ouvrage placé dans la Classe VI a obtenue du Jury international des récompenses une médaille de bronze, et une médaille d'argent à l'exposition philomathique de Bordeaux en 1882. Paris librairie classique Eugène Bélin. X. 412 pp. in 12.1885. Door den Franschen handel aan zijne vrienden de verfranschte Belgen opgedragen. Bl. 327. Chapitre XVI. Origine des noms propres.
Alfred blanc de bonne heure; du germain, alf, blanc et red rapide.
Aubert, ancien renommé; du flamand authbert, de autls, vieux, et bert renommé.
Bernard, guerrier exercé; du germain Berinhard; de berin, guerrier, et hard, exercé.
Edmond, refuge dans le combat; du germain hedmund, de hed, combat, et mund refuge.
Edouard, défenseur dans le combat; du germain hedaward, de hed, combat, et mund refuge.
Frédéric, paix opulente; du germain Friederich, de fride, paix, et rich, riche.
Geoffroi, bon, pacifique; du germain godefrid, de gode, bon, et frid, pacifique.
Lambert, terre renommée, ou renommée du pays; du germain Landobereth, de land, terre, et de bert, renommé.
Louis, sauvegarde du peuple; ou latin Ludovicus; du germain Ludwig, de Chlodowich, que nous avons dit primitivement Clovis, de lint ou lod, peuple, et which ou wig, combat.
Kunnen Vlaamsche gestichten dan vooruit, ten zij met boeken uit Parijs?p612) Loquela, 1883, hz. 55.[21] Op de wisselbank[22] vind ik: "District: = vlaamsch Berijd. - Vandaar berijdvoogd, berijdmeester." Kwamen die woorden dan ergens voor? Of zijn die nieuwbakken? In het Klapperken,[23] Almanach der Bisdommen van Brugge en Gent (Brugge bij van Hee - Wante)[24] geeft men de schoolopzieners op van het bisdom Brugge; en aldaar gebruikt men het woord Bestrek, dat de Bo opgeeft met den zin van étendu.
13) Loquela, 1883, hz. 57. Goezen.[25] Te Laarne bij Gent, zegt men snoesballen snoeien met den snoeistok; te Lede bij Aalst, drillen met ’nen drilder; te Mechelen, wippen met een wip; te Putte bij Mechelen, nen' patatenwipper; te Schilde bij Antwerpen, met een stoksken roeien.
14) Wisselbank. Cavalcade = rijbende. Dus luidt de Beschryvinge van de Rybende ofte cavalcade verciert met praelwagens die zal uytgevoerd worden door de jongheyd der Soc. Jezu ter oorzaeke van het 400 jarig Jubile van het Alder. Sacrament van Mirakel te Brussel 16 en 17 Juli 1770, met platen. Brussel, 1770,[26] 4°. - Bij Kramers is het: Cavalcade, féminin Prachtige optocht te paard (ook op andere lastdieren), staatsierid, schitterende ruitertocht masculin, cavalcade féminin, - gezelschap neutre te paard, plezierrit masculin
15) Wat zou dan het opschrift beteekenen dat eertijds te Antwerpen stond gebeiteld boven den ingang eener vaart?
En laet heeren heeren sijn.
p7De steen waarop dit opschrift in Gothische letter werd gekapt, werd naderhand in den gevel gemetseld van het hoekhuis der Steenhouwersvest en der Cammerstraat. Zie Historique, des rues et places publiques de la ville d'Anvers; door Aug. Thys. blz. 447.
16) Zantekoorn. Luizemarkt, de = plunjemarkt. Kiliaan. Luys-merckt, pluys-merckt. Forum promercale, forum scrutarium, antiquarium: ubi vestimenta aut res usu tritæ venum exponuntur, vulgo forum pedicularium[27] - "Anciennement, zegt Aug. Thys, les marchandes de friperies, les revendeuses de vieux habits et de vieux linge, établissaient leurs tréteaux à proximité de l'abbaye Saint-Michel; .. ce marché fut transféré .. en 1540; à l'endroit du Bocssteeg où les rues Saint Jean et Steenberg se rencontrent. Ce marché s'appelait de Pluys-merkt, nom qui fut dénaturé d'une manière assez originale mais fort peu poétique, et appliqué dans la suite au quartier tout entier; cette désignation malsonnante est encore généralement employé dans le langage du peuple." (Historique des rues et places publiques d'Anvers. p. 416. Ruelle du Livre)
Luizekas, de = plunjekas. Fransch chiffonnière. Te Berchem bij Antwerpen, staat de luizekas der sacristij achter den autaar. Daar, zegt men mij, vindt niemand iets onbehoorlijk in dit woord. - Zie bij Tuerlinckx, Hagelandsch Idioticon Luizegezicht, Luizespel. - Wordt dit woord Luizekas elders nog gehoord?p817) Zie hierboven 4. Luthers Bijbel[28] niet hebbende,[29] heb ik dien niet kunnen vergelijken met den Katholischen Mayntzischen Bibel (Francfurt am Mayn, 1740). Zonderling genoeg komt Laib hier weinig voor. Exod. XXIX, 25, een abgebrochenes rundes Brödlein; - Num. VI, 19, aus dem Korb eins von dem ungesauerten Brod; - 1 Kon. II, 36 ein Stücklein Brods; - X, 3, drey Laib Brodts; - 1 Chron. XVI, 3, ein Kuchen Brod; - Jerem. XXXVII, 20, ein Kuchen Brodts. - Maar daarentegen heeft men niet in het Fransch boulanger, bollingmaker, en in het Spaansch het woord bollo?
18) Loquela 1888, hz. 85. Kobbe[30] = 't Hoogste deel van een stuk land. Is hier misschien een overblijfsel van het Latijn Porca.” In agro porca est quod in arando exstat, seu terra elata inter duos sulcos: quae et lira dicitur.[31] Varr. De Lingua Latina [32]4, 4. f: Ab eo quod aratri vomer sustollit,[33] sulcus; quo ea terra jacta, id est projecta (alii porrecta) porca?"[34] Colum. 11, 3. medius:[35] In locis siccis, partibus sulcorum imis disponenda sunt semina, ut tamquam in alveolis maneant: at uliginosis e contrario in summio porcæ dorso collocanda, ne humore nimio laedantur.?"[36]







