<Resultaat 3030 van 3033

>

p1

1) Loquela 1881. bl. 12. Vrouw[1] heb ik gehoord in den mond eener boerenmeid met den zin van Meesters, pachters. "Mijne Vrouw..." Het was te Wildert[2] bij Esschen ( Antw. tegen de Hollandsche grens.) De meid scheen mij niet van elders afkomstig te zijn . - In Limburg zegt men nog algemeen Vrouw N... voor Madame N... juist gelijk in het Hoogduitsch Frau N. en zie hierachter n. 7.

2) Loquela 1881. bl. 26[3] Alpen heet men in Tyrol de weiden op het gebergte gelegen. Gehoord aldaar te Feldkirch.

3) Loq. 1881. hz. 12, 19, 36, en 1882 hz. 22.[4] Pinke als woord meent iemand eener te zijn met het Fransch empeigne. - Zoo komt van carème, carener, krengen. - Of er in zake van leêr een dubbel woord pinke besta,[5] zal ik met der tijd van schoenmakers en huidevetters uithooren. - zie hierachter n. 8.

4) Loquela 1882, hz. 1-4,[6] had ik nog uitgelezen, daar ik vroeger eene vraag over leef,[7] hlaif voorstelde. - Over leef, kikkar,[8] torta,[9] mag de Statenbijbel[10] wel ingezien. Daar vind ik: Exod. XXIX, 23, éénen broodbol; - Num. VI, 19, éénen ongezuurden koek uit den korf; - I Sam. II, 36, een bolle broods; - X, 3, drie bollen broods; - I Kron. XVI, 3, eenen bol broods; - Jerem. XXXVII, 21, één‘ bol broods uit de bakkersstraat. - Bij W. Smits en P. van Hove (Pentateuchus, seu quinque libri Moysis vulgatae editionis, Versione Belgica, notis Grammaticalibus, etc. elucidati Antverpiae Everaerts. XVIIIe eeuw) staat er enkel: Exod. XXIX, 23, een stuk van een brood, - Num XI, 19, een brood zonder deesem uit den korf. De overige plaatsen hebben die schrijvers niet vertaald. zie hierachter n. 17.

5) Loquela 1882, hz. 2. Gahlaiba,[11] compagnon, commensalis: Bij Verdam (Middelnederlandsch Woordenboek) vindt men de twee woorden brootate, brootlinc, benevens broothere. Met die zelfde beteekenis van spijsgenoot is er nog p2een bijvoegelijk naamwoord broodig. "Welcke genomineerde persoonen men alleenelick sal bevryen van accyse van wyn ende bier, dwelck in heur huys by hun en hun broodige familien gedronken sal worden." (Verdrag met de Hanzesteden van 1563. Bij Mertens en Torfs, Gesch. van Antwerpen. IV, 534). - "Sy sullen moghen innelegghen wyn, bier.. ende oick mede in deselve huysen brouwen, slaene, backen... voer henselven, heure dienaers,

broodighe familie sonder eenighe accyse ofte impost daer aff te gheven." (Ontwerp van verdrag met de Hanzesteden van 1579. Bij Mertens en Torfs. ibid. bl. 549). De spelling zoo als ik die gevonden heb.

6) Loquela 1882, hz. 39. Bij Kiliaan Vorsten,[12] fristen versten, voordsten. Differre, supersedere:[13] Cessare a lite aut bello, ampliare.[14] Voorbeelden komen voor bij Mertens en Torfs, Gesch. van Antw. IVe D. Bijlage O. Proces van Jacob van Liesvelt. Bl. 639. "Veneris, IX Junij, a. xIij (1542) De Schoutet contra Jacob van Liesvelt, gevorst onder den Burgemeester, ad octo." - En op bl. 641: "Lune, XVa Junij... Tvonnisse is gevorst onder de Burgemeester, de veneris ad octo." - Op bl. 639 staat eene aanteekening. "Gevorst onder den Burgemeester, dat is: de zaek uitgesteld ten onderzoek van den Burgemeester, ad octo, om binnen acht dagen gehoord te worden." - Volgt eene aanhaling uit de Rechten en Cost. Tit. XV. Art. XXVI "Ende soo verre den Schepenen belieft hen naerder op die saecke p3te beramen ende te letten, als dan mach de ghene die dat vonnisse ghemaent is, 't selve vonnisse voortsten ende houden te advijse, op eenen anderen termijn oft vierschaer-dagh, naer ordonnancie vanden Schepenen; ende ten selven uytghesetten daghe maent ende eyscht de Schouteth den Burgemeester[15] oft Schepen, dien dat vonnisse ghemaent is, anderwerf vonnisse, om recht daer op ghedaen ende gheuyt te worden. Ende indien dat de Schepenen op de saecke als dan ooch[16] niet ghenoech ghedelibereert en hebben, soo mach de ghemaende Burghemeester[17] oft Schepen dat vonnisse anderwerf voortsten ende in advijse houden tot op eenen anderen vierschaer-dagh, ter ordonnantie vande Schepenen." - Art. XXVII. "Maer ten selven derden ghevoortsten dage daer op de saecke uytgestelt heeft gheweest, soo verre de Borgemeester oft Schepen present is, dien het vonnisse gemaent is gheweest, als dan moet men het vonnisse daer af wijsen ende pronuncieren.... sonder 't selve langher oft meer te mogen voortsten oft houden in advijse."

7) Zie hierboven 1. In vroeger eeuwen luidde de Akte van Opdracht der Congreganisten aan hunne Moeder Maria, als volgt, althans te Antwerpen: "Ghebedt der Sodaliteyt. Heylighe Maria Moeder Godts ende Maghet, ick N N. verkiese u heden tot eene Vrouwe, Patroonersse, ende voor-p4sprekersse."

8) Zie hierboven 3. Pinke, pinkeleer. Een schoenmaker, die hier en daar heeft gewoond en van S. Niklaas afkomstig is, zegt mij: "Eenieder die met leer bekend is, verstaat door pinkeleer koeihuid die in het vet gewerkt is. Als overleder dient het uitsluitend voor dokwerkers en soldaten. Van de zelfste werking snijdt men het beste af voor de riemen der stoomtuigen, maar niet onder den naam van pinke. Het is geen peerdenleer, onmogelijk. Pinke verstaat men aldus heel het Vlaamsch sprekende land door: Leuven Mechelen, S. Niklaas, .. zelfs Doornik Op Westvlaanderen en zijn Taalparticularismus schijnt de man niet te denken, hoewel zijn zwager van Deerlijk is.

9) Loquela Nog een klemspreuk, 't soortje van Parijs Salva reverentia.[18]

Le tapisseur tapissait.
Le pisseur pissait contre le tapis que le tapisseur tapissait.
Le tapisseur disait au pisseur:
Ne pissez pas contre le tapis que j'ai tapissé.

10) Wat is het woord versyck in het oud opschrift:

1236.
Doen verbrandde 't Antwerpen Craeyewyck.
Ende die Burcht byna al aff sonder versyck.

Kiliaan geeft Versijck. Flandricum Periculum.[19]

11) Staaltjes van Fransche Woordvorsching uit het boek: Cours raisonné de langue française - Les Racines et la signification des mots francais ou lecons élémentaires et pratiques sur les étymologies et les synonymes Par M. M.te Delacroix professeur à l'école normale d'arts et métiers De Châl-p5ons-sur-Marne.[20] A l'exposition universelle de 1878, cet ouvrage placé dans la Classe VI a obtenue du Jury international des récompenses une médaille de bronze, et une médaille d'argent à l'exposition philomathique de Bordeaux en 1882. Paris librairie classique Eugène Bélin. X. 412 pp. in 12.1885. Door den Franschen handel aan zijne vrienden de verfranschte Belgen opgedragen. Bl. 327. Chapitre XVI. Origine des noms propres.

Alfred blanc de bonne heure; du germain, alf, blanc et red rapide.

Aubert, ancien renommé; du flamand authbert, de autls, vieux, et bert renommé.

Bernard, guerrier exercé; du germain Berinhard; de berin, guerrier, et hard, exercé.

Edmond, refuge dans le combat; du germain hedmund, de hed, combat, et mund refuge.

Edouard, défenseur dans le combat; du germain hedaward, de hed, combat, et mund refuge.

Frédéric, paix opulente; du germain Friederich, de fride, paix, et rich, riche.

Geoffroi, bon, pacifique; du germain godefrid, de gode, bon, et frid, pacifique.

Lambert, terre renommée, ou renommée du pays; du germain Landobereth, de land, terre, et de bert, renommé.

Louis, sauvegarde du peuple; ou latin Ludovicus; du germain Ludwig, de Chlodowich, que nous avons dit primitivement Clovis, de lint ou lod, peuple, et which ou wig, combat.

Kunnen Vlaamsche gestichten dan vooruit, ten zij met boeken uit Parijs?p612) Loquela, 1883, hz. 55.[21] Op de wisselbank[22] vind ik: "District: = vlaamsch Berijd. - Vandaar berijdvoogd, berijdmeester." Kwamen die woorden dan ergens voor? Of zijn die nieuwbakken? In het Klapperken,[23] Almanach der Bisdommen van Brugge en Gent (Brugge bij van Hee - Wante)[24] geeft men de schoolopzieners op van het bisdom Brugge; en aldaar gebruikt men het woord Bestrek, dat de Bo opgeeft met den zin van étendu.

13) Loquela, 1883, hz. 57. Goezen.[25] Te Laarne bij Gent, zegt men snoesballen snoeien met den snoeistok; te Lede bij Aalst, drillen met ’nen drilder; te Mechelen, wippen met een wip; te Putte bij Mechelen, nen' patatenwipper; te Schilde bij Antwerpen, met een stoksken roeien.

14) Wisselbank. Cavalcade = rijbende. Dus luidt de Beschryvinge van de Rybende ofte cavalcade verciert met praelwagens die zal uytgevoerd worden door de jongheyd der Soc. Jezu ter oorzaeke van het 400 jarig Jubile van het Alder. Sacrament van Mirakel te Brussel 16 en 17 Juli 1770, met platen. Brussel, 1770,[26] 4°. - Bij Kramers is het: Cavalcade, féminin Prachtige optocht te paard (ook op andere lastdieren), staatsierid, schitterende ruitertocht masculin, cavalcade féminin, - gezelschap neutre te paard, plezierrit masculin

15) Wat zou dan het opschrift beteekenen dat eertijds te Antwerpen stond gebeiteld boven den ingang eener vaart?

Loft God, en drinckt den wijn, 
En laet heeren heeren sijn.

p7De steen waarop dit opschrift in Gothische letter werd gekapt, werd naderhand in den gevel gemetseld van het hoekhuis der Steenhouwersvest en der Cammerstraat. Zie Historique, des rues et places publiques de la ville d'Anvers; door Aug. Thys. blz. 447.

16) Zantekoorn. Luizemarkt, de = plunjemarkt. Kiliaan. Luys-merckt, pluys-merckt. Forum promercale, forum scrutarium, antiquarium: ubi vestimenta aut res usu tritæ venum exponuntur, vulgo forum pedicularium[27] - "Anciennement, zegt Aug. Thys, les marchandes de friperies, les revendeuses de vieux habits et de vieux linge, établissaient leurs tréteaux à proximité de l'abbaye Saint-Michel; .. ce marché fut transféré .. en 1540; à l'endroit du Bocssteeg où les rues Saint Jean et Steenberg se rencontrent. Ce marché s'appelait de Pluys-merkt, nom qui fut dénaturé d'une manière assez originale mais fort peu poétique, et appliqué dans la suite au quartier tout entier; cette désignation malsonnante est encore généralement employé dans le langage du peuple." (Historique des rues et places publiques d'Anvers. p. 416. Ruelle du Livre)

Luizekas, de = plunjekas. Fransch chiffonnière. Te Berchem bij Antwerpen, staat de luizekas der sacristij achter den autaar. Daar, zegt men mij, vindt niemand iets onbehoorlijk in dit woord. - Zie bij Tuerlinckx, Hagelandsch Idioticon Luizegezicht, Luizespel. - Wordt dit woord Luizekas elders nog gehoord?p817) Zie hierboven 4. Luthers Bijbel[28] niet hebbende,[29] heb ik dien niet kunnen vergelijken met den Katholischen Mayntzischen Bibel (Francfurt am Mayn, 1740). Zonderling genoeg komt Laib hier weinig voor. Exod. XXIX, 25, een abgebrochenes rundes Brödlein; - Num. VI, 19, aus dem Korb eins von dem ungesauerten Brod; - 1 Kon. II, 36 ein Stücklein Brods; - X, 3, drey Laib Brodts; - 1 Chron. XVI, 3, ein Kuchen Brod; - Jerem. XXXVII, 20, ein Kuchen Brodts. - Maar daarentegen heeft men niet in het Fransch boulanger, bollingmaker, en in het Spaansch het woord bollo?

18) Loquela 1888, hz. 85. Kobbe[30] = 't Hoogste deel van een stuk land. Is hier misschien een overblijfsel van het Latijn Porca.” In agro porca est quod in arando exstat, seu terra elata inter duos sulcos: quae et lira dicitur.[31] Varr. De Lingua Latina [32]4, 4. f: Ab eo quod aratri vomer sustollit,[33] sulcus; quo ea terra jacta, id est projecta (alii porrecta) porca?"[34] Colum. 11, 3. medius:[35] In locis siccis, partibus sulcorum imis disponenda sunt semina, ut tamquam in alveolis maneant: at uliginosis e contrario in summio porcæ dorso collocanda, ne humore nimio laedantur.?"[36]

Noten

[1] G. Gezelle, Vrouw. In: Zantekoorn. In: Loquela: 1 (Wiedmaand 1881) 2, p.12: VROUWE, de. = Domina, Meesteresse. Zoo hiet wijlen eer Mevrouwe van der Straeten, op Walle, bij Kortrijk.

-De Vrouwe zal 't weten. Dat het de Vrouwe wiste! Te Houthulst, verre en na, rondom 't casteel, hoort men evengelijk alzoo spreken van de Vrouwe, te weten de weledele Mevrouwe Casiers. Die. eigentlijke en alderoudste beteekenisse van het w. Vrouwe is dus nog verstaan bij 't volk, te lande, dat bovendien

eigen spraakgevoel genoeg bewaard heeft, alwaar 't past, om het w. in levend gebruik te houden. (...)”

[2] Wijk in Essen.
[3] G. Gezelle, Gans Gens Gins. In: Loquela: 1 (Oestmaand 1881) 4, p.26: ” Waren bovenstaande redens niet zonder vasten grond, zoo hadden de Gans en de Elps, alias de zwane, hunnen name

gekregen om de blinkende sneeuwwitheid van hun gewaad en kleederdracht, slachtende daarin van de Elbe of de Elve, die de tuitte stroom zou zijn; van de Alpen, dat is de witbesneeuwde bergen, van Albion, om zijne witte kustklippen; van de Elven, dat zijn de witte geesten; van vader Lab-an zelfs,

en van berg Lib-an-on, waarin, zegt men, dezelfste oorstam alb = lab, lib, ofschoon hij van eenen anderen taalboom zij, te bespeuren is.”

[4] G. Gezelle, Pinke. In: Zantekoorn. In: Loquela: 2 (Hooimaand 1882) 3, p.22.
[5] Vraag van G. Gezelle in Loquela: 1 (Wiedmaand 1881) 2, p.14: ”N.° 11. Weet er mij iemand iets naders over 't w. pinke, in den zin van leder, Ie'er te melden?”
[6] G. Gezelle, Verloren Vlaamsch. In: Loquela: 2 (Meimaand 1882) 3, p.1-4
[7] G. Gezelle, Verloren Vlaamsch. In: Loquela: 2 (Meimaand 1882) 3, p.1: ”De engelschen zeggen a loaf of bread, hetgene in ’t vl. een leef van brood zou luiden (...)”. p.2: “De Gothen (...) hieten ’t , na hunne taaleigenschap hlaifs (..) en dat beteekende ’Iemand met wien men zijn brood deelt“.
[8] G. Gezelle, Verloren Vlaamsch. In: Loquela: 2 (Meimaand 1882) 3, p.6: uitleg over panis: ” in ’t Hebreeuwsch kikkar-lehem;
[9] G. Gezelle, Verloren Vlaamsch. In: Loquela: 2 (Meimaand 1882) 3, p.5: ”Sint Hieronymus zal zijn w. torta bij de wandalen of de gothen geleerd hebben.”
[10] De officiële bijbelvertaling die in 1637 werd uitgegeven in opdracht van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
[11] G. Gezelle, Verloren Vlaamsch. In: Loquela: 2 (Meimaand 1882) 3, p.2: (...) van hlaifs maakten zij gahlaiba (? geleep, geleef) en dat beteekende ”Iemand met wien men zijn brood deelt,” zegt

Professor Kern: genoot, gezel, kameraad

[12] G. Gezelle, Tegenkomsten Brieven etc. In: Loquela: 2 (Pietmaand 1882) 5, p.39: ”(...) Vuursten, veursten, bij Kiliaen ”fristen, virsten oft vorsten,“ oudhoogduitsch fristan, middelhoogduitsch vristen, angelsassensch firstan, nederduitsch versten, oudnoordsch fresta, zweedsch frista, deensch friste, nieuw hoogduitsch fristen, van waar bij Kiliaen frist, virst, vorst, fristinghe, induciae, procrastinatio, uitstel, beteekent servare in crastinum, procrastinare, bewaren tot ander tijd, sparen tot 's anderdags; gevolgentlijk is de vuurstere de bewaarder tot 's anderdags, de bewaarder te zeggen. (...)”
[13] Vertaling (Latijn): uitstellen, niet doorgaan met.
[14] Vertaling (Latijn) Paul Thoen: dralen bij een geschil of oorlog komt neer op het erger maken ervan.
[15] In publicatie: ’Borgemeester’.
[16] In publicatie:’noch’.
[17] In publicatie: ’Borgemeester’.
[18] Vertaling (Latijn): eerbiedig gezegd.
[19] Vertaling (Latijn): Vlaams gevaar.
[20] Sinds 1998 officieel hernoemd naar Châlons-en-Champagne.
[21] G. Gezelle, Wisselbank. In: Loquela: 3 (Alderheiligen 1883) 7, p.55.
[22] Rubriek in Gezelles tijdschrift Loquela waarin bastaardwoorden en uitdrukkingen 'omgewisseld' worden voor Vlaamse alternatieven.
[23] Index of register.
[24] Van 1835 tot en met 1840 geeft Felix De Pachtere een Almanach voor het bisdom van Brugge uit.

Van de almanak voor 1841 tot en met deze voor 1849 breidt Felix De Pachtere zijn uitgave uit tot een Almanach der bisdommen van Brugge en Gent. Na diens dood in 1849 neemt Joseph Bernard Vanhee de uitgave over. De almanakken voor 1850 en 1851 staan op naam van J. Vanhee. Vanaf de almanak voor 1852 staan ze op naam van J. Vanhee-Wante. De Almanach der bisdommen van Brugge en Gent blijft bestaan tot en met de almanak voor 1879. Na de dood van Vanhee in 1879 neemt F. De Haene-Wante de uitgave over maar beperkt zich vanaf dan tot een Almanach voor het bisdom van Brugge. (Erfgoedbank Brugge)

[25] G. Gezelle, Goeze. In: Zantekoorn. In: Loquela: 3 (Kerstmaand 1883) 8, p.: ”GOEZE, goesde, gegoesd, korte oe, u. =. Gooien, smijten, werpen: bezonderlijk goesballen, ruiken werpen. Men steekt den goesbal, den kleenen appel, den eerdappel, enz., op den gescherpten top, op het spit, van eene lange buigwisse of van eenen jongen staf, die, zeer snel ombewogen zijnde en

dan schielijk terug gehouden, den goesbal vliegen laat, dat hij schuifelt door de lucht. (...)”

[26] Datum ’17 juli‘ fout overgeschreven: moet ’27 Julii’ zijn.
[27] Vertaling (Latijn): Tweedehandsmarkt, vlooienmarkt, antiekmarkt: een plek waar versleten kleding of spullen te koop worden aangeboden, meestal een vlooienmarkt.
[28] De Lutherbijbel is de Duitse vertaling van de Bijbel door Maarten Luther uit het Hebreeuws, Aramees en Grieks in het Vroegnieuwhoogduits. De eerste volledige uitgave verscheen in 1534. Luthers Bijbel verrijkte het Hoogduits ook met nieuwe woorden en uitdrukkingen, waarvan de betekenis vaak direct uit de context begrijpelijk werd. (Wikipedia)
[29] In zijn brief van 27/11/1888 aan G. Gezelle schrijft De Beck: ”Indien ge in Luthers Bijbel wilt nagezien naar het woord Laib broodklomp, deze Bijbel ligt daar: te Antw. hadden wij hem niet. Doch ik zie in de zaak geen belang meer.”
[30] G. Gezelle, Kobbe. In: Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Lente 1888) 11, p.85: ”KOBBE, de. = 't Hoogste deel van een stik lands. - Dat stik ligt met 'n kobbe. 't En groeit niet dat deugt op die kobbe. 't Deure na de kobbe. Geh. Gulleghem.”
[31] Vertaling (Latijn) Paul Thoen: Op de akker is de 'porca' (kam, richel, rug, wal) wat door het ploegen ontstaat, meer bepaald de opgeworpen aarde tussen twee voren (greppels, geulen): ze wordt ook 'lira' genoemd.

Dit is een omschrijving van 'porca' door De Beck opgesteld met formuleringen uit Varro en Columella.

[32] De Lingua Latina
[33] Deze wellicht door de briefschrijver verkozen tegenwoordige tijd is synoniem van de verleden tijd 'sustulit' die in de wetenschappelijke tekstuitgaven voorkomt. sustollere (enkel in de tegenwoordige tijd): opheffen tollere, verleden tijd: sustuli: opheffen. (Paul Thoen)
[34] Vertaling (Latijn) Paul Thoen: Door de aarde die de ploegschaar omhoogwerkt, ontstaat de voor; waar die aarde neergekomen – eigenlijk 'opgeworpen', anderen zeggen 'uitgestrekt' – is, krijg je de kam (cf. 'kobbe' in Loquela, om zijn bolvorm).
[35] Citaat uit De Re Rustica.
[36] Vertaling (Latijn) Paul Thoen: Op droge plaatsen moet het zaad in de laagste delen van de voren terechtkomen, opdat het als het ware in beddingen zou verblijven: op vochtige plaatsen daarentegen moet het op de hoogste rug van de kam uitgestrooid worden, opdat het niet te lijden zou hebben onder de te hoge vochtigheid.

Register

Correspondenten - personen

NaamDe Beck, Cyriel
Datums° Zottegem, 25/06/1839 - ✝ Gent, 11/09/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; jezuïet
BioCriel De Beck werd geboren te Zottegem op 25 juni 1839. Als jongeling was hij intern aan het jezuïetencollege van Aalst. Hij trad in bij de Sociëteit van Jezus op 25 september 1858 en legde op 2 februari 1876 zijn laatste geloften af als jezuïet. Van 1865 tot 1870 was het leraar aan het Sint-Barbaracollege in Gent. Hij gaf er wiskunde en catechismus en vanaf het schooljaar 1866-1867 ook Nederlands. Na zijn priesterwijding op 8 september 1873 te Luik wijdde hij zich aan het onderwijs en werd leraar aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Antwerpen. In 1881 gaf hij er wiskunde, fysica en Nederlands. Hij stimuleerde er de oprichting van de Katholieke Vlaamse studentengilde ‘Eigen taal en eigen zeden’ in oktober 1887. Ten gevolge van de werking van deze studentengilde en hun verboden studentenblad “Iets voor Allen” ontstonden in 1888–1889 conflicten in het Onze-Lieve-Vrouwcollege tussen Frans- en Vlaamsgezinde leerlingen, waarbij de collegeoverheid weliswaar enkele Vlaamsgezinde eisen inwilligde, maar tegelijk streng optrad en verscheidene betrokkenen die het blad trachtten voort te zetten, aan de deur zette. Cyriel De Beck moest vermoedelijk omwille hiervan het college verlaten in september 1888. Hij verhuisde naar het jezuïetenklooster in Gent. De Beck behoorde tot het zantersnetwerk van Guido Gezelle en stuurde hem taalmateriaal. Cyriel De Beck overleed te Gent op 11 september 1915.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/eigen-taal-eigen-zeden
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Beck, Cyriel
Datums° Zottegem, 25/06/1839 - ✝ Gent, 11/09/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; jezuïet
BioCriel De Beck werd geboren te Zottegem op 25 juni 1839. Als jongeling was hij intern aan het jezuïetencollege van Aalst. Hij trad in bij de Sociëteit van Jezus op 25 september 1858 en legde op 2 februari 1876 zijn laatste geloften af als jezuïet. Van 1865 tot 1870 was het leraar aan het Sint-Barbaracollege in Gent. Hij gaf er wiskunde en catechismus en vanaf het schooljaar 1866-1867 ook Nederlands. Na zijn priesterwijding op 8 september 1873 te Luik wijdde hij zich aan het onderwijs en werd leraar aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Antwerpen. In 1881 gaf hij er wiskunde, fysica en Nederlands. Hij stimuleerde er de oprichting van de Katholieke Vlaamse studentengilde ‘Eigen taal en eigen zeden’ in oktober 1887. Ten gevolge van de werking van deze studentengilde en hun verboden studentenblad “Iets voor Allen” ontstonden in 1888–1889 conflicten in het Onze-Lieve-Vrouwcollege tussen Frans- en Vlaamsgezinde leerlingen, waarbij de collegeoverheid weliswaar enkele Vlaamsgezinde eisen inwilligde, maar tegelijk streng optrad en verscheidene betrokkenen die het blad trachtten voort te zetten, aan de deur zette. Cyriel De Beck moest vermoedelijk omwille hiervan het college verlaten in september 1888. Hij verhuisde naar het jezuïetenklooster in Gent. De Beck behoorde tot het zantersnetwerk van Guido Gezelle en stuurde hem taalmateriaal. Cyriel De Beck overleed te Gent op 11 september 1915.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/eigen-taal-eigen-zeden

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen

Naam - persoon

NaamVarro, Marcus Terentius
Datums° Reate, 116 v. Chr. - ✝ Rome?, 27 v. Chr.
GeslachtMannelijk
Beroepgeleerde; auteur; staatsman
VerblijfplaatsRomeinse Rijk
BioMarcus Terentius Varro Reatinus was een Romeins geleerde, schrijver, politicus en militair in de late Romeinse Republiek. Door de uitzonderlijke breedte van zijn kennis in vrijwel alle domeinen van wetenschap en geleerdheid werd hij door tijdgenoten aangeduid als 'vir Romanorum eruditissimus' ('de meest geleerde van de Romeinen'). Varro was een uitzonderlijk productief auteur en wordt traditioneel toegeschreven met circa 74 werken, samen goed voor ongeveer 500-600 boeken. Zijn oeuvre bestreek een zeer brede waaier aan onderwerpen, waaronder taal- en rechtsgeleerdheid, geschiedenis, godsdienst, filosofie, astronomie, geografie en onderwijs. In de overlevering worden zijn geleerde werken vaak specifiek verbonden met onder meer "De lingua Latina en Rerum rusticarum". Een groot deel van zijn werk is verloren gegaan, maar hij geldt als een van de belangrijkste intellectuelen van de late Romeinse Republiek.
Links[wikipedia]
NaamColumella, Lucius Junius Moderatus
Datums° Gades (Cadiz), 4 n. Chr. - ✝ Tarente, 70 n. Chr.
GeslachtMannelijk
Beroepagronoom; militair; auteur
VerblijfplaatsRomeinse Rijk
BioLucius Junius Moderatus Columella was een Romeinse auteur uit Hispania Baetica (het huidige Zuid-Spanje). Hij diende als tribunus militum in het Romeinse leger in Syrië en Cilicië, waar hij belangstelling ontwikkelde voor landbouwpraktijken. Later vestigde hij zich in Italië, waar hij zich toelegde op agrarische literatuur. Zijn belangrijkste werk, "De re rustica", behandelt in twaalf boeken systematisch de landbouw en veeteelt en geldt als een van de belangrijkste Romeinse bronnen over agrarisch bedrijfsbeheer. Het werk maakte hem tot een gezaghebbende auteur in de Romeinse oudheid en bleef invloedrijk in de middeleeuwen.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamAalst
GemeenteAalst
NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamBerchem
GemeenteHemiksem
NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamDeerlijk
GemeenteDeerlijk
NaamEssen
GemeenteEssen
NaamGent
GemeenteGent
NaamLaarne
GemeenteLaarne
NaamLede
GemeenteLede
NaamLeuven
GemeenteLeuven
NaamMechelen
GemeenteMechelen
NaamPutte
GemeentePutte
NaamSchilde
GemeenteSchilde
NaamSint-Niklaas
GemeenteSint-Niklaas
NaamParijs
NaamDoornik
NaamFeldkirch
NaamChâlons-en-Champagne
NaamBordeaux

Naam - instituut/vereniging

NaamÉcole nationale supérieure d'arts et métiers de Châlons-en-Champagne
BeschrijvingDe 'École des Arts et Métiers', die haar oorsprong vindt in de in 1780 opgerichte School van Liancourt, verhuisde in 1806 naar Châlons, naar gebouwen die voorheen werden gebruikt door de artillerieschool van Châlons. Deze artillerieschool, die bestond van 1790 tot 1802, werd tijdens de periode van Revolutie tot Consulaat door Eerste Consul Bonaparte overgebracht naar Metz, waar ze werd omgevormd tot de School voor Toepassing in Artillerie en Genie. De verdere evolutie van de school leidde in de 19e eeuw tot talrijke aanpassingen en nieuwbouw, waaronder de herinrichting van de binnenplaatsen. Het voormalige seminarie werd ingericht als studentenhuisvesting, het gebouw van de “Dames régentes” deed dienst als werkplaatsen en later als woning voor de directeur. De ziekenboeg werd gebouwd in 1853–1854 naar plannen van de heer Isabelle. Na een brand in 1895 werden de werkplaatsen heropgebouwd. De École nationale supérieure d’arts et métiers (ENSAM) in Châlons-en-Champagne is vandaag een van de hoofdcampussen van de Franse ingenieursschool Arts et Métiers. De instelling maakt deel uit van een netwerk van verschillende campussen verspreid over Frankrijk en is uitgegroeid tot een belangrijke ingenieursschool met meerdere vestigingen.
Datering1806-heden
Links[wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard
TitelAlgemeene Kunstwoordentolk
AuteurJacob Kramers, Jz
Datum1847
PlaatsGouda
UitgeverG.B. Van Goor
Links[dbnl]
TitelMiddelnederlandsch Woordenboek
AuteurVerdam, J.
Datum1884
Plaatss Gravenhage
UitgeverM. Nijhoff
TitelBijdrage tot een Hagelandsch idioticon
AuteurTuerlinckx, J.F.
Datum1886
PlaatsGent
UitgeverHoste
TitelGeschiedenis van Antwerpen
AuteurMertens, Frans Hendrik; Torfs, Karel Lodewjk
Datum1845-1853
PlaatsAntwerpen
UitgeverJ.P. van Dieren en Cie
TitelEtymologicum Teutonicae linguae sive dictionarium Teutonico-Latinum
AuteurKiliaan, Cornelis (van Kiel, Cornelis)
Datum1599
PlaatsAntverpiae
Uitgeverex officina Plantiniana, apud Ioannem Moretum
TitelPentateuchus, Seu Quinque Libri Moysis Vulgatae Editionis, Versione Belgica, Notis Grammaticalibus, [et]c. Elucidati
AuteurSmits, Wilhelmus; van Hove, Pieter
Datum1753
PlaatsAntverpiae
UitgeverEveraerts
TitelCours raisonné de langue française. Les Racines et la signification des mots français, ou Leçons élémentaires et pratiques sur les étymologies et les synonymes
AuteurDelacroix, Modeste
Datum1886
PlaatsParis
UitgeverVve E. Belin et fils
TitelHistorique des rues et places publiques de la ville d'Anvers
AuteurThys, Augustin
Datum1873
PlaatsAntwerpen
UitgeverGerrits
TitelAlmanach der bisdommen van Gent en Brugge
Datum1841-1879
PlaatsBrugge
UitgeverFelix De Pachtere (1841-1849); J. Vanhee (1850-1851); J. Vanhee-Wante (1852-1879)
TitelBeschryvinge van de Ry-bende ofte cavalcade, verciert met praelwagens die zal uyt-gevoerd worden door de jongheyd der Societeyt Jesu, ter oorsaeke van het vier-honderd jaerig Jubilé, van het Alderheyligste Sacrament van Mirakel. Binnen Brussel 16 en 29 Julii 1770
Datum1770
PlaatsBrussel
UitgeverJ. Vanden Berghen
TitelKatholischen Mayntzischen Bibel
Datum1740
PlaatsFrancfurt am Mayn

Titel[01/01/1888 t.p.q. - 27/11/1888 t.a.q.], Antwerpen, [Cyriel De Beck] aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, De Beck Cyriel aan Gezelle Guido, Antwerpen (Antwerpen), [01/01/1888 t.p.q. - 27/11/1888 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[De Beck, Cyriel]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[01/01/1888 t.p.q. - 27/11/1888 t.a.q.]
VerzendingsplaatsAntwerpen (Antwerpen)
AnnotatieDoorhalingen van Guido Gezelle in inkt ; datum en adressaat gereconstrueerd op basis van notitie van P. Allossery ; plaats en adressant gereconstrueerd op basis van briefinhoud: de brief is geschreven in Antwerpen, net voor de verhuis van De Beck naar Gent: verwijzing naar de Luther Bijbel die niet in Antwerpen aanwezig is (in Gent is die wel aanwezig zie brief nr.3197 van 27/11/1888); deze brief is geschreven in 1888 maar wel voor de brief van 27/11/1888.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: 8p., inkt
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3196
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.5042
Inhoud
Incipit1° Loquela 1881. bl.12 Vrouw heb ik gehoord in den
Samenvatting taalkunde: reactie van De Beck op Loquela (1881, 1882, 1883, 1888)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Frans; Latijn; Duits
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.