<Resultaat 2079 van 3116

>

p1

Noch een noch geen: tusschen half en hebbelyk.[1] Die sparren 'n zyn noch een noch geen: nog niet bekwaam om te verkoopen.

Hoelen en broelen: 't wierd 'en vlage te maken en 't hoelde en 't broelde al t'hoope.

Inhangen - Dat is hier zware grond: de eer’appels en meugen er maar rechts inhangen of ze zoûn onder blyven.

Herheule = herdoens.[2]

Pyleport? Die oude vrouwe gaat nog pyleport rechte.

Die vruchten vieren[3] en flodderen:[4] door natte en gebrek aan vettep2 t' Hoope truizen[5] = d'hoofden t'hoope steken om raad te slaan (achter de maaltyd de familie truisde t'hoope)

Soberen: in soberen staat bevelen.

(niet) Gebokkelyk = niet opkrygelyk. 't schilt[6] alle menschen te vele, 't en is niet gebokkelyk.[7]

By de stolinge = ten dievelinge[8]

Laatwetendheid - de laatwetendheid doen.

Landesnel = snelligheid van te lande die 'wat groever, wat bloediger[9] is als de steedsche.

't Is e' snel meiske.
- Ja 't, alzoo van dat landesnel.[10]

Noten

[1] L. L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 413:”Tusschen half en hebbelijk, niet te wel, zus en zoo, fr. entre le zist et le zest. Het gaat maar tusschen half en hebbelijk (het gaat maar gemeen).”
[2] L. L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 371: “HERHEULEN, herheulde of heulde her, herheuld of hergeheuld, b. w. Bij landb. Met het heulhouwe wederom de aarde oplichten. Dat wortelstuk moet herheuld.”
[3] L. L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 1360: “VUREN (wvl. VIEREN), vuurde, ben gevuurd, o. w. Bij landb. Hetzelfde als Branden, sprekende van zeker akkervruchten die in hunne eerste jeugdgeel worden, kwijnen en vergaan. Het vlas viert. De haver is gevierd. De erwten vieren.”
[4] Opgenomen door Gezelle in Loquela.

G. Gezelle, Flodderen. In: Zanterkoorn. In: Loquela: 8 (Oostermaand 1891) 12, p.91: “FLODDEREN, flodderde, geflodderd. = Flauw staan, fladderachtig zijn. -Die vruchten flodderen: 'ge ziet van ends-ent-ends de veure. Geh. Wynghene.”

[5] L. W. Schuermans, Algemeen Vlaamsch Idioticon. Leuven: Gebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn, 1865-1883, p. 750: “TRUIS, TRUISEL, TRUIZEL, m. , 1º tros , troppel , trochel, fr . grappe: een truisel appelen, noten, druiven, enz . : die blommen hangen schoon in truisen (Westvl .)”.
[6] Scheelt.
[7] L. L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 140: naast ‘bokken’ in de betekenis van uithouden, uitharden, ook ‘gebokken’. ‘Gebokkelijk’ is dan afgeleid zoals ‘aannemelijk’ van ‘aannemen’.
[8] Zie: G. Gezelle, Bij stolingen. In: Zantekoorn. In: Loquela: 10 (Pietmaand 1890) nr.5, p.33 :”BIJ STOLINGEN. = Stelender wijze, als men nauwelijks tijd, moete, getijdig weder, enz. heeft. - Ze hebben bij stolingen hunnen oest moeten indoen. Geh. Lichtervelde”.
[9] Met stevige blos.
[10] ’Snel‘ betekent hier mooi, fraai, lieftallig. ’Landesnel‘ betreft de schoonheid van de plattelandsmensen.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamPersyn, Hendrik; Heirman of H.
Datums° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; notaris
BioHendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik

Briefschrijver

NaamPersyn, Hendrik; Heirman of H.
Datums° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; notaris
BioHendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamWingene
GemeenteWingene

Naam - persoon

NaamDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamWingene
GemeenteWingene

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Persyn, Hendrik

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Persyn, Hendrik

Naam - persoon

De Bo, Leonard Lodewijk

Naam - plaats

Wingene

Plaats van verzending

Wingene

Titelxx/[03?/1891], Wingene, [Hendrik Persyn] aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes; Universiteit Antwerpen, Persyn Hendrik aan Gezelle Guido, Wingene (Wingene), xx/[03?/1891]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Persyn, Hendrik]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[03?/1891]
VerzendingsplaatsWingene (Wingene)
AnnotatieDatering gerconstrueerd op basis van de publicatie van woorden in Loquela (Oostermaand 1891); maand onzeker; adressant en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 215 mm x 135 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan: Aan G. Gezelle door H. Peryn (inkt, hand P.A.) ; op zijde 1: aanvullingen in tekst (inkt, hand G.G.) ; op zijde 1 stukken tekst doorgehaald en zijde 2 met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3240
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.5093
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/a24f0706cf3e5882f009f254aa18508caec16806/manifest
Inhoud
IncipitNoch een noch geen:
Samenvatting verzameling woorden; waarvan 'flodderen' gepubliceerd in Loquela
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.