<Resultaat 2497 van 2874

>

p1
Mijnheer Gezelle

Zuster Cornelia[1] heeft dezen middag bij mij geweest om te zeggen dat het nog niet noodzakelijk was voor Dochter Picarelle, dat die vrouw die mij dezen morgen tot u gezonden had, de zaek wat overdreven heeft dat het juist nu nog niet gevaerlijk is en dat gij zoudt willen de goed

p2

Noten

[1] Een hypothese is dat de briefschrijfster een moeder-overste was, bij wie een zekere zuster Cornelia was geweest in verband met een zekere Picarelle. Aangezien Picarelle een typisch Kortrijkse naam is, werd gezocht in Kortrijkse kloosters. Dan zou het om dat van de zusters Paulinen kunnen gaan, of om dat van de zusters van Liefde (Bersaque’s poorte). In beide kloosters was er een zuster Cornelia.

Zuster Cornelia in het klooster van de zuster Paulinen was Anna Stahl (1839-1903), die in 1860 geprofest werd. Dan zou de briefschrijfster Leontine Brancart (1848-1928) zijn, die moeder-overste was in 1889-1923 en in 1926-1928.

Zuster Cornelia in het klooster van de zusters van Liefde was Mathilde Coussement (1827-1900), die in 1850 geprofest werd. Dan zou de briefschrijfster een van volgende moeder-oversten zijn: Aloysia Seynaeve (+1879), Julie Coussement (+1891) of Febronie Declerck (+1904).

lipsus langua Dit verwijst naar ‘lapsus linguae’, waarmee een verspreking bedoeld wordt, of een omwisseling van letters. Lipsus languae is op zich al een voorbeeld van letteromwisseling. Gezelle bestudeerde dergelijke paragrammen, want onder de term ‘lipsus langua’ zijn meerdere taalkundige notities te vinden: GGA 3689, fiche 3; GGA 3689, fiche 1; GGA 3322, G fiche 42 + 3689, fiche 5; GGA 3689, fiche 2. De term ‘lapsus linguae’ (een uitschuiver van de tong, de taal) is afkomstig uit de Vulgaatvertaling van het oud-testamentische wijsheidsboek Jezus Sirach 20, 18. De verzen 18-26 van dit hoofdstuk 20 vormen een passage over 'ongepast spreken'. In De Nieuwe Bijbelvertaling gaat dit vers als volgt: “Beter dat je uitglijdt op de vloer dan dat je uitglijdt met je tong, zo komen slechte mensen snel ten val.” Het boek Jezus Sirach heet in de Vulgaat ‘Ecclesiasticus’ en daar krijgt dat vers de nummering 20, 20: “Lapsus falsae linguae quasi qui in pavimento cadens: sic casus malorum festinanter veniet.”nos mostramors nostra Brugge Dit verwijst naar ‘lapsus linguae’, waarmee een verspreking bedoeld wordt, of een omwisseling van letters. Lipsus languae is op zich al een voorbeeld van letteromwisseling. Gezelle bestudeerde dergelijke paragrammen, want onder de term ‘lipsus langua’ zijn meerdere taalkundige notities te vinden: GGA 3689, fiche 3; GGA 3689, fiche 1; GGA 3322, G fiche 42 + 3689, fiche 5; GGA 3689, fiche 2. De term ‘lapsus linguae’ (een uitschuiver van de tong, de taal) is afkomstig uit de Vulgaatvertaling van het oud-testamentische wijsheidsboek Jezus Sirach 20, 18. De verzen 18-26 van dit hoofdstuk 20 vormen een passage over 'ongepast spreken'. In De Nieuwe Bijbelvertaling gaat dit vers als volgt: “Beter dat je uitglijdt op de vloer dan dat je uitglijdt met je tong, zo komen slechte mensen snel ten val.” Het boek Jezus Sirach heet in de Vulgaat ‘Ecclesiasticus’ en daar krijgt dat vers de nummering 20, 20: “Lapsus falsae linguae quasi qui in pavimento cadens: sic casus malorum festinanter veniet.”

Register

Correspondenten - personen

Naamonbekend
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

Naamonbekend

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

Naamonbekend

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamBrancart, Leontine Elisabeth; Joséphine (Zuster, Moeder)
Datums° Brussel, 23/03/1848 - ✝ Kortrijk, 07/12/1928
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosteroverste
BioLeontine Elisabeth Brancart werd op 23 maart 1848 te Brussel geboren als dochter van Dominique Brancart, bediende, en Catherine Fievez, naaister. Op 2 februari 1872 trad ze in bij de zusters paulinen te Kortrijk, waar ze het jaar erop haar professie deed als zuster Joséphine. Op 2 mei 1889 werd ze tot overste gekozen, en dit tot 1923. In 1926 werd ze opnieuw overste, wat ze bleef tot haar dood op 7 december 1928.
Links[odis]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
NaamStahl, Anna-Eva; Cornelia (zuster)
Datums° Dauborn, 29/09/1839 - ✝ Kortrijk, 11/06/1903
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster
VerblijfplaatsDuitsland
BioAnna-Eva Stahl werd op 29 september 1839 in Dauborn (Hertogdom Nassau) geboren als dochter van Joris-Filiep Stahl en Katharina Herber. Ze werd gedoopt op 24 november 1852. Op 13 maart 1859 deed ze haar intrede bij de zusters paulinen te Kortrijk, waar ze het jaar erop haar professie deed als zuster Cornelia. Ze stierf op 11 juni 1903 te Kortrijk.
Bronnen https://beeldbank.kortrijk.be/
NaamCoussement, Mathilde; Cornelia (zuster)
Datums° Bissegem, 01/08/1827 - ✝ Kortrijk, 04/07/1900
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster
BioMathilde Coussement werd op 1 augustus 1827 geboren te Bissegem. Op 29 november 1848 trad ze in bij de zusters van liefde in Bersaque’s Poorte, om er in 1850 gekleed en geprofest te worden als zuster Cornelia. Op 29 november 1898 vierde ze haar 50-jarige jubileum, en op 4 juli 1900 overleed ze.
Bronnen https://beeldbank.kortrijk.be/
NaamCoussement, Julie; Dominique, mère
Datums° Moorsele, ca. 1822 - ✝ Kortrijk, 25/08/1891
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; kloosteroverste
BioJulie Coussement werd rond 1822 in Moorseele geboren, en trad in 1843 binnen in het klooster van de Zusters van Liefde in de Groeningestraat te Kortrijk. Het jaar erop deed ze haar professie, en in 1879 werd ze overste. Als Mère Dominique stierf ze op 25 augustus 1891.
NaamPicarelle
GeslachtVrouwelijk
BioNiet geïdentificeerd. Zij werd als 'dochter Picarelle' vermeld in een brief van een onbekende correspondent aan Guido Gezelle.
NaamSeynaeve, Aloysia
Datums✝ 10/01/1879
GeslachtVrouwelijk
BioAloysia Seynaeve was overste in het klooster van de Zusters van Liefde te Kortrijk.
NaamDeclerck, Febronie
Datums✝ 10/02/1904
GeslachtVrouwelijk
BioFebronie Declerck was overste in het klooster van de Zusters van Liefde te Kortrijk.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamCongregatie van de Zusters Paulinen Kortrijk
BeschrijvingVanaf 1815 was Anna Planckaert (1792-1873), samen met twee andere onderwijzeressen, actief in het volksonderwijs (armenschool, kantschool, wezenschool) in Kortrijk. Pas in 1833 konden ze het klooster van de H. Vincentius a Paulo oprichten. Anna Planckaert, als Zuster Vincentia, werd er de eerste overste. In 1843 telde de gemeenschap reeds zeventien leden die zich toelegden op het meisjesonderwijs en in 1850 hun intrek konden nemen in de Groeningestraat waar ze anderhalve eeuw gevestigd bleven. Dit met uitzondering van de jaren van de Schoolstrijd (1879-1884). In 1897 telde de congregatie 33 leden zodat het kleine klooster in de Groeningestraat moest worden uitgebreid. In Gezelles Kortrijkse jaren kwam hij vooral in contact met de oversten Zuster Augustine (Caroline Lefebvre, 1812-1894) en Zuster Joséphine (Leontine Brancart, 1848-1928). In 1928 kocht het klooster het aanpalende gebouw in de Guido Gezellestraat waar Gezelle dertien jaar gewoond had. Later werden in en buiten Kortrijk diverse filialen opgericht. Na W.O. II bood de congregatie in Kortrijk kleuter, lager en middelbaar technisch en beroepsonderwijs aan. Op verzoek van bisschop De Smedt sloten de zusters Paulinen van Kortrijk zich in 1956 aan bij de grotere congregatie van de Zusters van de H. Vincentius a Paulo van Kortemark.
Datering1833-1956
Links[odis]
NaamCongregatie van de Zusters van Liefde van de H. Vincentius a Paulo, Kortrijk
BeschrijvingDe wortels van het Kortrijkse klooster van de Zusters van Liefde van Sint-Vincentius a Paulo liggen in de gemeenschap van vrouwen die in 1806 door pastoor Francis-Jozef Desmedt opgericht was met als doel de zieken en armen aan huis te verzorgen. In 1840 werden ze als congregatie erkend en vestigden ze zich in de Groeningestraat nabij het 'Bersaque's Poortje'. Ze bleven (vaak gratis) instaan voor medische bijstand aan huis, maar ook in diverse medische instellingen in Kortrijk en Bellegem, en onder meer in het in 1949 door hen gestichte Sint-Vincentiusziekenhuis. Naast hun eigen inkomsten, werden ze ook (financieel) gesteund door de familie Debbaudt-Vercruysse (van wie ze hun pand kregen) en Vincent Goethals-Danneel. In 1877 stichtte zuster Vincentia (Cordula Scheers) de zustergemeenschap in de Budastraat, die zich van de congregatie afscheurde. In 1954 fusioneerden de zusters van de Bersaque's poorte met de Zusters van het Geloof van Tielt.
Datering1806-1954
Links[odis]

Titels.d., s.l., onbekend aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Julien Vermeulen (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Julien Vermeulen (research), onbekend aan Gezelle Guido, onbekend, s.d. . In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2024 Available from World Wide Web: link .
Verzenderonbekend
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatums.d.
Verzendingsplaatsonbekend
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef ; Zuster Cornelia (= Mathilde Coussement, Zuster van Liefde in Bersaques-Poorte van Kortrijk)
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 102x132
wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat fragment: onderkant van vel ontbreekt
Toevoegingen op zijde 2 rechts: taalkundige notities: lipsus langua nos mostra mors nostra Brugge (inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3689, fiche 4
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|6530
Inhoud
IncipitZuster Cornelia heeft dezen middag
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.