Noten
[1] Een hypothese is dat de briefschrijfster een moeder-overste was, bij wie een zekere zuster Cornelia was geweest in verband met een zekere Picarelle. Aangezien Picarelle een typisch Kortrijkse naam is, werd gezocht in Kortrijkse kloosters. Dan zou het om dat van de
zusters Paulinen kunnen gaan, of om dat van de
zusters van Liefde (Bersaque’s poorte). In beide kloosters was er een zuster Cornelia.
Zuster Cornelia in het klooster van de zuster Paulinen was Anna Stahl (1839-1903), die in 1860 geprofest werd. Dan zou de briefschrijfster Leontine Brancart (1848-1928) zijn, die moeder-overste was in 1889-1923 en in 1926-1928.
Zuster Cornelia in het klooster van de zusters van Liefde was Mathilde Coussement (1827-1900), die in 1850 geprofest werd. Dan zou de briefschrijfster een van volgende moeder-oversten zijn: Aloysia Seynaeve (+1879), Julie Coussement (+1891) of Febronie Declerck (+1904).
lipsus langua Dit verwijst naar ‘lapsus linguae’, waarmee een verspreking bedoeld wordt, of een omwisseling van letters. Lipsus languae is op zich al een voorbeeld van letteromwisseling. Gezelle bestudeerde dergelijke paragrammen, want onder de term ‘lipsus langua’ zijn meerdere taalkundige notities te vinden: GGA 3689, fiche 3; GGA 3689, fiche 1; GGA 3322, G fiche 42 + 3689, fiche 5; GGA 3689, fiche 2. De term ‘lapsus linguae’ (een uitschuiver van de tong, de taal) is afkomstig uit de Vulgaatvertaling van het oud-testamentische wijsheidsboek Jezus Sirach 20, 18. De verzen 18-26 van dit hoofdstuk 20 vormen een passage over 'ongepast spreken'. In De Nieuwe Bijbelvertaling gaat dit vers als volgt: “Beter dat je uitglijdt op de vloer dan dat je uitglijdt met je tong, zo komen slechte mensen snel ten val.” Het boek Jezus Sirach heet in de Vulgaat ‘Ecclesiasticus’ en daar krijgt dat vers de nummering 20, 20: “Lapsus falsae linguae quasi qui in pavimento cadens: sic casus malorum festinanter veniet.”nos mostramors nostra Brugge Dit verwijst naar ‘lapsus linguae’, waarmee een verspreking bedoeld wordt, of een omwisseling van letters. Lipsus languae is op zich al een voorbeeld van letteromwisseling. Gezelle bestudeerde dergelijke paragrammen, want onder de term ‘lipsus langua’ zijn meerdere taalkundige notities te vinden: GGA 3689, fiche 3; GGA 3689, fiche 1; GGA 3322, G fiche 42 + 3689, fiche 5; GGA 3689, fiche 2. De term ‘lapsus linguae’ (een uitschuiver van de tong, de taal) is afkomstig uit de Vulgaatvertaling van het oud-testamentische wijsheidsboek Jezus Sirach 20, 18. De verzen 18-26 van dit hoofdstuk 20 vormen een passage over 'ongepast spreken'. In De Nieuwe Bijbelvertaling gaat dit vers als volgt: “Beter dat je uitglijdt op de vloer dan dat je uitglijdt met je tong, zo komen slechte mensen snel ten val.” Het boek Jezus Sirach heet in de Vulgaat ‘Ecclesiasticus’ en daar krijgt dat vers de nummering 20, 20: “Lapsus falsae linguae quasi qui in pavimento cadens: sic casus malorum festinanter veniet.”