Gister heb ik d[e ]h[ee]r De Meyer ontmoet; hij heeft Maandag namiddag een samenkomst met d[e ]h[ee]r Van Ael uit Antwerpen over de illustratie van Maanden. Hij meent, dat het de illustrator is, die U verlangt; dadelijk na de samenkomst met van Ael zal d[e ]h[ee]r De Meyer U schrijven. Ik heb hem gevraagd zeker niet uit te stellen om een nieuwe uitgave buitenDe Lijsternestreeks te vermijden. We kunnen dadelijk Maanden aanpakken, daar van Ael reeds een opvatting over de illustratie heeft en nu uw richtlijnen zal ontvangen. Hij zal dadelijk aan het werk gaan, zoodat Maanden op Teleurgang kan volgen. Ik hoop, dat die oplossing U bevallen zal.
Het papier voor Teleurgang is op weg en we zullen beginnen drukken; de vellen waarin de illustraties moeten komen laten wij over, zoodat het werk vooruitgaat. In den loop der volgende week ontvangt U de rest in proefvorm.
Ik was tevreden, dat d[e ]h[ee]r De Meyer als gevolg van een samenkomst, die hij met U had, reeds d[e ]h[ee]r Van Ael Maanden ter lezing gegeven had, zoodat wij verder zijn, dan we dachten. Hier zullen we dus niet op de ill[ustraties] moeten wachten.
Toon volledige brief