Gister had ik hier Pater Bouweraerts S[ocietatis Jesu], op bezoek. U hebt hem laatst bij ons ontmoet. Ik vertelde U dan van het opzetten van dezen Jesuiet samen met zijn confrater den bekenden P[ater] Van Laer, dat ze vier seizoenenboeken voor de jeugd klaar maken. Het eerste zou het winterboek zijn, dat met November moet klaar komen. Kunnen we op een verhaal of novelle van U rekenen: ik heb er U om gevraagd toen de paters vertrokken waren en U scheen de zaak niet ongenegen. de medewerkers worden
gehonoreerd Indien U daartoe bereid is, zouden we uw bijdrage vooraan in de uitgave opnemen als eerste bijdrage: ik stelde het hun voor en ze waren er onmiddellijk mede akkoord. Definitief wordt het heele eerste deel rond Paschen vastgesteld en het zou me genoegen doen kon ik dan aan de Paters uw antwoord mededeelen. Ook Van Hemelrijck, Vande Velde, Boschvogel e[n anderen] zouden medewerken en waarschijnlijk ook Meulemans en Tinel met een paar liederen. Daarbij ook bijdragen van allerlei Jesuieten, enz[ovoort] Elk seizoen zou een nieuw deel verschijnen, zoodat in Febr[uari], Mei en Augustus '46 de volgende d[e]l[en] zouden verschijnen. Ik verwacht dus bij gelegenheid hierover uw antwoord en groet U inmiddels vriendelijk.
Toon volledige brief