We verwachten U dus eerlang nog te Tielt: er zijn nog schoone dagen, die niet te warm zijn. "Avelghem" zal me zeker interesseeren: het is zeker best mogelijk, dat wij aanstaanden winter samen zullen moeten wonen in de keuken! En dat wij misschien niet eens zullen kunnen werken. Geen kolen en geen papier een jaar nadat wij ons eigen landsbestuur opnieuw aan het bewind zien. Ik vroeg U vroeger naar een novelle of schets, die in de winter gebeurt — of kan het een paar bl[ad]z[ijden] uit Avelghem zijn? — voor het eerste der vier Seizoenenboeken, die ik met de Jesuieten Bouweraerts, Monden, Van Laer, Em[iel] [Jans][2]sen, e[n anderen] + Vande Velde, Boschvogel, Van Hemeldonck e[n anderen] opzet. Ik zou willen een stuk winterliteratuur van U ook er in hebben. Indien er over schaatsen op de Scheldemeerschen of andere winterhistories in "Avelghem" door U verteld wordt, kan deze bijdrage als beste reclame bij het jonge volk goed dienst doen. Of hebt of verkiest U iets daarbuiten? Alles is goed, maar ik houd er van, indien mogelijk, dat U een bijdrage levert! Nu meer dan ooit! In de pers lijkt het of U en onze allerbeste schrijvers niet meer bestaan en ik wil helpen, om dit te keeren! Natuurlijk wordt de medewerking gehonoreerd!
Toon volledige brief