Ik vroeg U vroeger naar een novelle of schets, die in de winter gebeurt — of kan het een paar bl[ad]z[ijden] uit Avelghem zijn? — voor het eerste der vier Seizoenenboeken, die ik met de Jesuieten Bouweraerts, Monden, Van Laer, Em[iel] [Jans][2]sen, e[n anderen] + Vande Velde, Boschvogel, Van Hemeldonck e[n anderen] opzet. Ik zou willen een stuk winterliteratuur van U ook er in hebben. Indien er over schaatsen op de Scheldemeerschen of andere winterhistories in "Avelghem" door U verteld wordt, kan deze bijdrage als beste reclame bij het jonge volk goed dienst doen. Of hebt of verkiest U iets daarbuiten? Alles is goed, maar ik houd er van, indien mogelijk, dat U een bijdrage levert! Nu meer dan ooit! In de pers lijkt het of U en onze allerbeste schrijvers niet meer bestaan en ik wil helpen, om dit te keeren! Natuurlijk wordt de medewerking gehonoreerd!Toon volledige brief