Volgens een overeenkomst d.d. 23 mei 1942 werd L.J. Veens Uitgeversmaatschappij voor Nederland toch de exploitant van de Lijsternestreeks: Lateur, Zonnewende, Lannoo alsmede alle andere deelnemende Vlaamsche firma's geven Veen de exclusieve exploitatierechten der Lijsternestreeks voor Nederland. De onderhandelingen daarover liepen echter niet altijd van een leien dakje, vooral niet met betrekking tot De vlaschaard. Volgens L.J. Veen berustten de publicatierechten van De vlaschaard bij haar zolang de firma voorraden ter beschikking had. Het feit dat ze af en toe toestemming gaf aan andere uitgeverijen tot het brengen van nieuwe drukken, betekende volgens haar niet dat zij van deze bescherming afstand deed. De firma deed voor de verdediging van haar rechten een beroep op een contract van 15 mei 1907, waarin staat dat bij elke herdruk van 1000 ex. de somma van Frcs. 750,- te betalen is en waardoor Veen dus automatisch het alleenrecht voor eventuele verdere uitgaven bezat. Brief van 08.11.1941, Letterenhuis, S 935/B2/Veen
Met het doel de onenigheden op te lossen, werd er een driedelige ontwerpovereenkomst opgemaakt: Veen zou afstand doen van alle publicatierechten op het werk van Streuvels; de firma zou alle exploitatierechten op de voorraden afstaan aan Zonnewende; een derde overeenkomst was die tussen Lannoo en de firma Veen, die ook door Maurits De Meyer van Standaard Boekhandel en door Gilbert Grymonprez van Zonnewende ondertekend werd.
Toon volledige brief