Volgens L.J. Veen berustten de publicatierechten van De vlaschaard bij haar zolang de firma voorraden ter beschikking had. Het feit dat ze af en toe toestemming gaf aan andere uitgeverijen tot het brengen van nieuwe drukken, betekende volgens haar niet dat zij van deze bescherming afstand deed. De firma deed voor de verdediging van haar rechten een beroep op een contract van 15 mei 1907, waarin staat dat bij elke herdruk van 1000 ex. de somma van Frcs. 750,- te betalen is en waardoor Veen dus automatisch het alleenrecht voor eventuele verdere uitgaven bezat. Brief van 08.11.1941, Letterenhuis, S 935/B2/VeenToon volledige brief