Wat de afrekening betreft, daarin hebt U gelijk: die had moeten volgen in den loop van de maand Januari. Op einde December hadden wij echter nog geen 1000 ex[emplaren] verkocht, zoodat er practisch niets af te rekenen viel, daar wij een voorschot op 1000 ex[emplaren] betaalden. Ik geef echter graag toe dat dit geen reden moest zijn om U niet op [de] hoogte te houden van den verkoop. Wel meen ik U te hebben medegedeeld dat Veen, einde 1940, nog 500 ex[emplaren] nabestelde, zoodat er practisch door ons nog 500 ex[emplaren] te verrekenen zouden zijn. Morgen vertrek ik nu voor een tiental dagen naar Nederland; ik neem echter schikkingen opdat onder mijne afwezigheid de volledige staat zou opgemaakt worden van den verkoop van KERSTVERTELLINGEN en PARADIJSSPROOKJES.
Die zal U dan einde Juni toegezonden worden... met al mijn spijt dat het niet eerder gebeurde, en de beste voornemens voor beterschap!
Toon volledige brief