De heer De Meyer stelde met mijn instemmen voor, dat wij over een veertiental dagen zouden samenkomen om de kwestie der illustratie te bespreken en meteen deze der twee luxe-uitgaven, waarover wij met elkaar in de laatste tijden van gedachten gewisseld hebben.
Dat N[elly] Degoey nog niet verwittigd was, ligt aan een vergetelheid van d[e ]h[ee]r De Meyer, die haar moest een ex[emplaar] van Levensbloesem sturen, daar ik er geen bezat. Nu is dit reeds in orde.
De teekeningen van Ivanovsky zijn reeds bij den clicheur en betaald.
De zotte historie met Kerstekind of Kerstvertellingen is nog niet ten einde. Veen schrijft, dat hij niets heeft en Desclée stuurt me bijgaande kaartje. Van Prutske worden me een paar geb[onden exemplaren] beloofd uit Amsterdam.
U kan de teekeningen en geb[onden exemplaren] (lederen) uit de Lijsternestreeks afgeven bij tante, J[uffrou]w Marie Maes, markt 14, Waregem; dat is het rechterhoekhuisje als U van Ingooigem-Vichte uit op de markt komt te W[aregem] Tante woont daar in bij de gewezen meid van een andere overleden tante, waar het winkel en bakkerij is. Een van de beide kinderen, die thuis zijn, Godelieve of Raf, zul[2]len er dezer dagen op ravitailleeringsbezoek gaan. Komt er echter niemand van U vooraleer zij er komen, dan is het niet erg, dan kunnen misschien de boeken daarheen gebracht worden en de platen medegebracht worden bij ons aanstaande samenzijn, zoodat d[e ]h[ee]r De Meyer, die kan medenemen.
Toon volledige brief