Tusschen mij, D[octo]r Kollar en M[ijnhee]r Lannoo is er eigenlijk niets definitiefs afgesproken. Wat de auteursrechten van uwe boeken betreft dacht ik dat de heer Lannoo U reeds had ingelicht. Nu tot een definitief akkoord komen schijnt uitgesloten te zijn, maar D[octo]r Kollar is wel bereid zich bij voorbaat te onderwerpen aan de besluiten van een scheidsgerecht dat zou kunnen aangesteld worden direct na den oorlog, een scheidsgerecht dat zou samengesteld zijn uit een jurist door U aan te duiden en een door hem aan te duiden, die dan in gezamenlijk overleg een derde scheidsrechter zouden aanstellen. Ik zelf vond deze oplossing uitstekend mits zij geen terugwerkende kracht zou hebben op hetgeen nu gebeurt en de firma Veen zich uitdrukkelijk hiermede akkoord zou verklaren. D[octo]r Kollar scheen hiermede volledig in te stemmen en zou een voorstel doen in dien zin. Dit voorstel wachten wij nu af.
Toon volledige brief