Wat "De Vroolijke Knaap" betreft, die Hollandsche uitgaaf (waarvan Gij een ex[em]pl[aar] bij U hebt) is eigenlijk een overdruk geweest voor een soort Volkslectuur; de toelating en de afspraak ging langs de firma Veen, zonder mijne persoonlijke tusschenkomst. Toen er kwestie was van mijne uitgaaf, heb ik daarover aan Veen geschreven, en als antwoord gekregen: dat er hoegenaamd geen rechten waren afgestaan, en ik gerust eene nieuwe uitgaaf kon beginnen. Uit den brief van de firma Veen dien Gij mij te lezen stuurt, veronderstel ik dat zij daar een aantal van bedoelde uitgaaf hebben aangekocht, en die eerst uit de voeten willen maken. Anders begrijp ik er niets van, want die uitgave waartoe ik indertijd vergunning heb gegeven, (zonder afstand van gelijk welke rechten) werd niet door de firma Veen geëxploiteerd,— stond er geheel buiten. Ik zou nu maar voortdoen, met gelegenheid zal ik die zaak wel eens onderzoeken, en U berichten wàt er kan gedaan worden.
Toon volledige brief