1 
‘Ziezo,’ zei Val, ‘ik begin!’ 
 2 
Hij had nu ook gedaan met eten en de eerste helft van zijn tweede fles wijn uit. Zijn stemming kreeg een studentikoze kleur, zodat Hernhutter en ik elkaar geamuseerd aankeken. De hoogleraar had hem een sigaar aangeboden, die Val had opgestoken zonder het bandje te verwijderen. Het vrij grote stuk stond grappig in zijn kindergezicht, dat tuitlippen moest vormen om te verhinderen dat het gevaarte, door de onbedreven mond te vochtig gemaakt, weg zou glippen. De kelner had de tafel afgenomen en bracht nieuwe asschaaltjes en schone glazen – dit keer geen gewone tafelglazen, doch fijne roemers, ruim van ronding maar bovenaan sterk vernauwend, zodat je onder het drinken meteen het bouquet kunt opsnuiven, zonder dat daarvan iets verloren gaat. De juffrouw bevond zich ook juist weer in onze buurt. 
 3 
Val trok zijn jas uit, gooide die achter zich op een haak en haalde uit zijn zak een spel kaarten. Zoals hij daar thans in zijn lichtgekleurde overhemd stond, de das jongensachtig schuin en een eenvoudige riem om zijn pantalon, vormde hij werkelijk een heel innemende verschijning. Zijn bewegingen waren nu niet ingetogen meer, zoals gedurende het grootste gedeelte van de tijd die we reeds samen hadden doorgebracht, maar leuk geanimeerd en wezenlijk op zijn ruimst gemeten, kennelijk om de aandacht van onze omgeving te prikkelen. Uitstekende tactiek – ik meende aan Hernhutter’s uitdrukking te zien dat hij er ook aldus over dacht – want zo we nog iets anders dan het ons bekende wilden achterhalen, dienden we als allereerste ongetwijfeld te proberen, nauwer in voeling te komen met de herberg en zijn publiek. 
 4 
Zoals verwacht, slaagde Val daarin haast aanstonds, niet alleen vanwege zijn leuke gebaar en omdat hij nu eenmaal een wezenlijk mooie en bekoorlijke jongeman was, maar ook nog door iets anders, vreemd boeiends, wat ik al sterker aan hem ging voelen. Waarin het eigenlijk bestond, viel niet zo maar uit te maken, en ofschoon het zeker niet gewoon was, had het toch niets geheimzinnigs. Ik kan alleen zeggen dat het mij even deed denken aan de natuurlijk-raadselachtige gratie van een cherub
 5 
De juffrouw bleef glimlachend toekijken, en ook van verscheidene andere tafeltjes zag ik de blikken vriendelijk belangstellend op ons gericht. Het was zelfs of de leden van het strijkje, om ons beter gade te slaan, de hals rekten en naar de leuning der galerij overhelden, waardoor hun spel verlangzaamde, ongeveer op de wijze van een grammofoon waarvan de veer afgespeeld geraakt, maar zonder de toonkelderende gevolgen van dien. Aan het tafeltje naast het onze, waar thans ook avondeten werd gebruikt, door twee heren en een grijzende dame in amazonenpak, werd de maaltijd zelfs even onderbroken. 

Zoek / Exporteer

Zoek


Exporteer

Inhoudsopgave