De Heer Stijn Streuvels,
"Het Lijsternest",
Ingooigem.
ONZE REF.: S.-A./A./G.
Maar wij hebben uw redenen begrepen[2] en — elk redelijk man zwicht voor de rede.
| < | Resultaat 2070 van 2531 | > |
|---|
Gezelle, Guido (° Brugge, 1830-05-01 - ✝ 1899-11-27)
Priester-dichter en leraar.
Oom van Caesar Gezelle en Stijn Streuvels. Priester-dichter en leraar die met zijn nationaal-religieus geïnspireerde lessen, gedichten en journalistieke publicaties grote invloed uitoefende op de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Gezelle werkte achtereenvolgens in Roeselare (Klein Seminarie), Brugge, Kortrijk en opnieuw Brugge. Hij maakte vlug naam als Vlaams literair auteur met zijn Kerkhofblommen (1858), en was ook zeer actief als taalgeleerde, volkskundige, pamflettist, polemist, en stichter-stimulator en uitgever van tijdschriften als Rond den Heerd, Loquela en Biekorf. Gezelle was een taalparticularist, wat tot uiting kwam in zijn bijdragen aan deze tijdschriften. Hij liet tevens een bundel Laatste Verzen na die in 1901 postuum uitgegeven zou worden.
Streuvels, Stijn (° Heule, 1871-10-03 - ✝ Ingooigem, 1969-08-15)
Geboren als Frank Lateur en bakker van opleiding, maar onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels als prozaschrijver bekend geworden in tijdschriften als Van Nu en Straks, Vlaanderen, De Gids en De Nieuwe Gids. De vlaschaard (1907) en De teleurgang van den waterhoek (1927) zijn twee van zijn bekendste romans.
Van Hemeldonck, Emiel (° Zwijndrecht, 1897-11-29 - ✝ Arendonk, 1981-01-13)
Vlaams schrijver.
Van Hemeldonck was inspecteur (1928-1949), daarna hoofdinspecteur (1949-1959) van het Lager Onderwijs. Hij is een veelgelezen en vruchtbaar schrijver van goedgebouwde en boeiend vertelde streekromans die in de Antwerpse Kempen spelen (Dorp in de hei, 1938; Maria, mijn kind, 1944) en van breed opgezette historische romans, ook grotendeels met regionalistische inslag (De cleyne Keyser, 1943). Hij schreef ook een paar geslaagde psychologische romans (Troosteres der bedrukten, 1956; Hier zijn mijn handen, 1959).
Vereniging van Vlaamse Letterkundigen
De Vereniging van Vlaamse Letterkundigen werd op 23 november 1907 te Antwerpen opgericht onder voorzitterschap van Prosper van Langendonck (1862-1920). De vereniging bepleitte bij de regering de splitsing van de diensten van onderwijs, kunsten en wetenschappen en van de Hogere Raad voor Volksopleiding en de Raad voor de Openbare Bibliotheken en zocht tegelijk toenadering tussen Noord en Zuid. Tussen juni 1914 en maart 1921 lag de werking van de vereniging stil. Na de wapenstilstand kon ze slechts moeizaam haar activiteiten hervatten als gevolg van de kloof tussen activisten en 'passivisten' die zich tijdens de oorlogsjaren had gevormd. August Vermeylen, de eerste naoorlogse voorzitter was antiactivistisch (Frank Lateur profileerde zich eerder als pro-activistisch), diende zijn ontslag in maar werd in 1924 opnieuw bereid gevonden om het voorzitterschap op zich te nemen (tot 1939). Sinds haar oprichting zette de VVL zich als pluralistische vereniging in voor auteursbelangen (o.a. het bepleiten van een vaste boekenprijs), het statuut van de schrijver, het fonds van letterkundigen en de uitkering van een leenvergoeding voor auteurs. Uit deze vereniging zal in 1929 de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen voortkomen.