15 Maart 1957
Geachte Heer Lateur;
Ik ontving een copie van Veens brief aan U van 12 dezer.[1]
Wij verkiezen dat Veen niet met een afzonderlijke uitgave van de "OOGST" op de markt komt; namelijk om verwarrende versnippering te voorkomen.
Aangezien wij echter een schooluitgave hebben,[2] vinden wij het normaal indien hij voor de "OOGST" wenst te blijven werken; zich voor de verspreiding van deze uitgave in Nederland zou inspannen.
Wanneer deze uitgave uitverkocht is kan de zaak opnieuw onderzocht worden.[3]
Wij ontvingen insgelijks op 12 dezer een schrijven van Veen met voorstel over deze zaak[4] en wachten hierop te antwoorden tot wij van U enig nieuws ontvangen.[5]
Met de meeste hoogachting,
DESCLEE DE BROUWER & C[ompagnie]
afd[eling] Nederlandse uitgaven
(handtekening Jan François)
Jan François
afd[eling] Nederlandse uitgaven
(handtekening Jan François)
Jan François
Annotations
[1]
Deze brief (d.d. 12.03.1957) wordt nu bewaard in het Letterenhuis (S 935/B2/Veen). In dit schrijven stelde M.Th.Veen voor: De kwestie waarover ik gaarne met U van gedachten gewisseld had, was de herdruk van "Oogst". In Nederland en in Nederlands sprekende landen buiten Europa wordt "Oogst" op de scholen gebruikt bij het onderwijs in de Nederlandse taal, maar ook wordt het boekje als geschenk gegeven bij het verlaten der school. De verkoopprijs van het boekje moest daarom laag worden gehouden, [...] De heer Baart [schoonzoon van Stijn Streuvels, echtgenoot van Isa Lateur, JD] nu deelde mij mede, dat U voor een herdruk van onze editie geen toestemming wilde geven, daar U bezwaar had tegen een uitgave naast die van de firma Desclée de Brouwer [d.i. de veertiende druk van De oogst, JD]. Deze uitgave echter, voor het onderwijs in België bedoeld, van voetnoten voorzien en ingenaaid in de handel, is, [...] geheel iets anders dan ons kleine, in linnen gebonden, van stempelband-omslag voorzien boekje. Ik heb deze kwestie met de heer François besproken: [...] Nu zend ik de heer François een afschrift van deze brief. Postscriptum op de ommezijde: Ik vergat nog te vermelden, dat met de heer François overeengekomen werd, dat L.J. Veen ook zal proberen, de geannoteerde uitgave van Desclée de Brouwer in Nederland ingang te doen vinden.
[2]
De Kortrijkse uitgeverij 't Leieschip, in 1950 opgericht door Isa Lateur met de steun van haar vader, staakte in 1956 haar bedrijvigheid. Desclée De Brouwer nam toen de exploitatie over van Streuvels' werken die bij 't Leieschip verschenen waren. Ludo Simons, Het boek in Vlaanderen sinds 1800. Een cultuurgeschiedenis., p. 353
[3]
In 1958 verscheen de vijftiende druk van De oogst bij Desclée De Brouwer. L.J. Veen zorgde voor de verspreiding van het boek in Nederland. Cf. brief van Jan François aan Stijn Streuvels van 29 januari 1958.
[4]
Deze brief wordt bewaard in het Rijksarchief te Beveren (Orbis en Orion/Dossiers Auteurs/118/De oogst).
[5]
Met een schrijven van 20 maart 1957 probeerde Desclée De Brouwer een einde aan deze zaak te maken. Zo schreef Jan François aan de firma Veen: Na correspondentie met Stijn Streuvels betreffende de zaak van de schooluitgave van de OOGST, moeten wij U tot onze spijt mededelen dat wij, om te grote versnippering van het oeuvre van Streuvels te voorkomen, ook dit werk voortaan in Nederland zullen exploiteren. Brief in Rijksarchief te Beveren, Orbis en Orion/Dossiers Auteurs/118/De oogst









