14.3.1950
Herrn D[okto]r Stijn Streuvels
Ingoyghem/Belgien
Het Lijsternest
Hochverehrter lieber Herr D[okto]r Streuvels!
Vor einigen Tagen ist nun das Idioticon bei mir eingetroffen und ich bin überaus glücklich, dieses wichtige Buch wieder zu besitzen. Ich habe Fräulein Isa bereits für die liebenswürdige Zusendung gedankt und sie gebeten, mir den Preis anzugeben, damit wir ihn mit den von ihr bezogenen Büchern verrechnen können.[1]
Ich finde die von ihr noch beigelegte kleine Biographie mit Würdigung Ihres Werkes recht instruktiv,[2] wenngleich sich natürlich viel mehr hätte sagen lassen, habe aber das Ganze sofort übersetzt, da wir die biographischen Daten recht gut für manche Anfragen der Presse verwenden können.
Ganz prächtig aber ist die grosse Fotografie mit Ihrer Unterschrift und dafür danke ich ebenfalls ganz besonders.[3] Allerdings kann man, da es sich nicht um ein Originalfoto handelt, nicht danach reproduzieren, denn wenn wir nach einem Klischeedruck eine neue Aufnahme machen, gibt es ein Moiré-Muster.[4] Ich finde aber gerade dieses Bild aus späterer Zeit sehr wirkungsvoll und gut und wäre Ihnen daher sehr dankbar, wenn Sie mir durch den Fotografen einen Originalabzug dieses Bildes senden lassen könnten.
Angeregt durch den kleinen Aufsatz über Sie lese ich jetzt "Avelghem", und zwar mit grösstem Genuss. Ich habe Fräulein Isa bereits gebeten, mir doch auch "Heule" und "Ingoyghem" zu senden, damit ich ganz im Zusammenhang lesen kann. "Heule" haben Sie mir freundlicherweise ja schon einmal früher geschickt und ich habe daraus die ersten beiden Kapitel übersetzt,[5] aber dieser Band steckt anscheinend noch in einer Kiste, die ich während des Bombenkrieges[6] ins Gebirge geschickt und auch gerettet, aber noch nicht wieder ausgepackt habe.
[2]
Mit allergrösster Freude höre ich von Fräulein Isa und heute auch in einem Brief von Herrn Nimtz, dass wir in diesem Jahr Ihren Besuch in Stuttgart erwarten dürfen. Das ist ganz herrlich und Sie glauben gar nicht, wie sehr wir uns darauf freuen, um so mehr, als ich fürchte, dass es doch noch eine gewisse Zeit dauern wird, bis ich wieder nach Flandern fahren und Sie im Lijsternest besuchen kann.
Mittlerweile hat der Verlag Schwann die verabredete Strafsumme von D[eutsche ]M[ark] 500.-- bezahlt und ich habe die Hälfte davon Ihrem Konto gutgebracht. Der Antrag auf Freigabe wenigstens eines Teiles Ihres Honorars läuft noch.[7]
Mit allen guten Wünschen für Sie und die Ihrigen und sehr herzlichen Grüssen
stets verehrungsvoll Ihr
(handtekening Adolf Spemann)
(handtekening Adolf Spemann)
Annotations
[1]
Titelbeschrijving: Leonard Lodewijk de Bo (bew.), Westvlaamsch idioticon. Brugge, Boek- en Steendrukkerij Edw. Gailliard & Comp., 1870-1873. In 1892 volgde er een heruitgave van Joseph Samyn (Gent, Siffer).
Van grote betekenis is De Bo's wetenschappelijke activiteit op het gebied van de taalkunde, inzonderheid de lexicologie van het West-Vlaamse dialect. In samenwerking met collega-priesters uit West-Vlaanderen (vooral met Guido Gezelle, met wie hij in 1850 vriendschap sloot, maar ook met J.-B. De Corte, H.A. De Badts, Pieter Baes en vele anderen) verzamelde hij al vanaf zijn studietijd (1846-1851) bouwstenen voor het West-Vlaamse lexicon op basis van oude geschreven bronnen en de gesproken taal. Die werkzaamheden hielden verband met plannen die op de eerste Nederlandse Taal- en Letterkundige Congressen (van 1849 en 1850) werden bekendgemaakt voor een algemeen Nederduits woordenboek, naderhand het Woordenboek der Nederlandse Taal, met het pleidooi van Zuid-Nederlanders als Jan-Baptist David om het Zuid-Nederlandse taaleigen te laten opnemen in de Nederlandse standaardtaal en met de oproep om met dit doel dialectwoordenboeken samen te stellen. Het jarenlange verzamelwerk van De Bo resulteerde in het volumineuze Westvlaamsch Idioticon Elektronische NEVB
Volgens een kaartje dat bij Spemanns brief bewaard wordt, kostte hetWestvlaamsch idioticon 58,33 DM.
[2]
Geen verdere informatie.
[3]
Geen verdere informatie.
[4]
Een moirépatroon is een interferentiepatroon dat ontstaat als twee sets met lijnen over elkaar heen gelegd worden onder een iets verschillende hoek, of als zij een iets verschillende lijnafstand hebben.. Moirépatronen kunnen ontstaan als een reeds gerasterde (kranten)foto nogmaals afgedrukt wordt en daarmee nogmaals gerasterd wordt.
[5]
In zijn brief aan Streuvels van 18 juni 1941 stelde Spemann voor om een mooie uitgave te maken naar aanleiding van Streuvels' 70ste verjaardag. Spemann was op het idee gekomen een kleine Streuvels-anthologie te maken, die men het 'Streuvels-Buch' zou kunnen noemen. Deze uitgave zou een opstel van Friedrich Griese over Streuvels bevatten, 2 hoofdstukken uit Spemanns vertaling van Heule, 'Leseproben' uit verschillende bij Engelhorn Verlag verschenen werken van Streuvels en een volledige Streuvels-bibliografie.
Samen met zijn brief aan Streuvels van 18 juni 1941 verzond Spemann ook zijn Duitse vertaling van de eerste twee hoofdstukken van Heule met het verzoek recht kritisch zu sein. Op 24 juni 1941 reageerde Streuvels naar aanleiding van deze vertaalproef: Aan Uwe vertaling meen ik niets te moeten wijzigen,- de uitleg van enkele moeilijkheden gaat hierbij en daarmede zult U gemakkelijk de vergissingen kunnen goedmaken.
[6]
Stuttgart was met zijn Daimler-Benzfabrieken een begeerd doelwit voor de geallieerden. In de strijd om het Ruhrgebied van 5 maart tot 14 juli 1943 voerden de geallieerden tussen de vijfhonderd en duizend vluchten uit tot boven Stuttgart. In de nacht van 11 maart 1943 werd Spemanns huis zwaar getroffen en hij had zijn leven uitsluitend te danken aan het feit dat hij met een tijgersprong de schuilkelder had bereikt. Bij de aanval van 24 juli tot 18 november 1943 op het noordelijk gelegen Hamburg kreeg het zuidelijk gelegen Stuttgart het nog eens hard te verduren. Daarbij werd vooral het stadscentrum zwaar getroffen. Bovendien werd de toevoer van papier afgesneden, zodat talloze uitgeverijen over de kop gingen. Toch zou Spemann de zaak blijven bagatelliseren tot in de herfst van 1943. De 'area bombing' trof Stuttgart in de nacht van 7 op 8 oktober. Het staande zetsel van Streuvels' Ausgewählte Werke in zwei Bänden werd vernietigd. Tijdens de slag om Berlijn tussen 18 november 1943 en 31 maart 1944 werd Stuttgart opnieuw hevig gebombardeerd. Tijdens het bombardement van 25 juli 1944 verloor Spemann zijn beide dochters, zijn huis en weer eens Streuvels' inmiddels gedrukte Ausgewählte Werke (ongeveer 4500 stuks). H. Speliers, Als een oude Germaanse eik, p. 478-480.
[7]
Adolf Spemann had in het Frankfurter Börsenblatt nr. 86 van 11 november 1949 (p. 3259) de aankondiging gezien van het door Franz Hoyer geredigeerde Dreikönigsbuch, waarin ook Streuvels' novelle Die drei Könige an der Küste (De drie koningen aan de kust) zou opgenomen worden. Spemann liet dit niet zomaar aan zich voorbij gaan, omdat Streuvels aan Engelhorn Verlag het 'Verlags- und Vervielfältigungsrecht' voor de Duitse vertaling van deze novelle had gegeven, wat op 11 mei 1937 contractueel werd vastgelegd.
Franz Hoyer van uitgeverij L. Schwann te Düsseldorf - verbaasd als hij was - gaf Spemann in een brief van 19 november 1949 wat meer uitleg. De vertaling in het Dreikönigsbuch stamde van Erkelenz en werd reeds in 1937 gepubliceerd in de Bibliothek der Unterhaltung und des Wissens (Union Deutsche Verlagsgesellschaft). Erkelenz had verklaard van Streuvels het vertalingsrecht verkregen te hebben en gaf Franz Hoyer de toestemming om de novelle in het 'driekoningenboek' te publiceren. Wat Spemann tot een boze retourbrief aanzette, waren Hoyers overtuiging dat Erkelenz van het 'Verlags- und Vervielfältigungsrecht' niet op de hoogte moet geweest zijn en zijn laatste zin: hat es den Anschein, dass Herr Dr. Streuvels versäumt hat, Sie darauf hinzuweisen, dass er bereits vor dem Abschluss des Vertrages mit Ihnen das Übersetzungsrecht an Herrn Erkelenz übertrug. Voor zijn boze antwoordbrief d.d. 26 november baseerde Spemann zich op Streuvels' brieven van 15 december 1936 en 29 april 1937. Bovendien ontkende ook de Union Deutsche Verlagsgesellschaft aan uitgeverij L. Schwann de toestemming gegeven te hebben om Erkelenz' vertaling af te drukken.
Nu wou de firma Schwann een schadevergoeding betalen van 500 DM voor de eerste 5000 exemplaren en voor elke verdere oplage van 5000 exemplaren nog eens 400 DM. Spemann stelde voor het aanbod te aanvaarden maar wou liever eerst nog Streuvels' mening hieromtrent kennen. Op 3 februari 1950 deed Spemann de firma Schwann het volgende aanbod:
- 1. Ihr Verlag bezahlt für die ersten 5.000 Stücke eine einmalige Abfindung von DM 500.-
- 2. Ihr Verlag bezahlt im Falle weiterer Auflagen ein Seitenhonorar von DM 15.- und zwar jeweils bei Druckbeginn für die ganze Auflage voraus.
- 3. Anstelle der Übersetzung von Herrn Erkelenz wird in künftigen Neuauflagen die im bei mir erschienen Band Weihnachtsgeschichten enthaltenen Übersetzung von Hermine Schmülling verwendet.
- 4. Als Quelle wird der erwähnte Band Weihnachtsgeschichten angegeben.









