8 februari
8.2.1952
Herrn 8.2.1952
D[okto]r Stijn Streuvels
Ingoijghem [bei] Kortrijk
Het Lijsternest
Lieber hochverehrter Herr D[okto]r Streuvels!
Herzlichsten Dank für Ihren Brief vom 28.1.[1] und die liebenswürdige Zustimmung zu meinen Vorschlägen wegen der Neuausgabe von FRÜHLING, ebenso aber für die zwei letzten Erklärungen, die Fräulein Isa mir gestern zugesandt hat.[2]
Ich bin soeben mit der Abschrift meiner Übertragung fertig geworden und sende sie Ihnen gleichzeitig als EINGESCHRIEBENES MANUSKRIPT zu. Verzeihen Sie bitte die vielen handschriftlichen Verbesserungen; ich bin ein sehr schlechter Maschinenpianist, und da ich das ganze M[anu]s[k]r[ipt] in der alten Gabelsberger-Stenografie geschrieben hatte,[3] kann niemand ausser mir selbst es entziffern.
Ich bin Ihnen nun dankbar, wenn Sie die Arbeit durchsehen, und hoffe, dass Sie sie gutheissen können. Ich habe mich bemüht, meinen Grundsatz zu verwirklichen, dass eine Übersetzung sich dem Originaltext anschmiegen müsse wie ein nasser Badeanzug dem menschlichen Körper. Das ist gerade bei Übertragungen aus dem Flämischen wegen der engen Verwandtschaft unserer Sprachen fast immer durchführbar.
Sobald ich das M[anu]skr[ipt] wieder hier habe, wird mit der Herstellung begonnen.
Leider ist unser schöner Schnee wieder weggeschmolzen und wir haben das, was der Schwabe mit dem schönen Wort "Sauwetter" bezeichnet - also Dreck, Regen, unnatürliche laue Luft. Das richtige Infektionswetter. Wie Horieneke zählt man die Tage, bis der wirkliche LENTE kommt![4]
Seien Sie alle sehr herzlich gegrüsst!
Stets verehrungsvoll
Ihr
(handtekening Adolf Spemann)
(handtekening Adolf Spemann)
Annotations
[1]
Cf. brief van Stijn Streuvels aan Adolf Spemann d.d. 28 januari 1952.
[2]
Op 30 januari 1952 schreef Spemann aan Streuvels dat hij zijn vertaling van Lente eerstdaags anderendaags zou afgewerkt krijgen, en vroeg hij nog enkele verduidelijkingen voor vertaalmoeilijkheden. Op 7 februari 1952 ontving Spemann van Isa Lateur de gevraagde verklaringen.
[3]
De Gabelsberger-Stenografie was een populaire stenografievorm, die rond 1817 door Franz Xaver Gabelsberger was bedacht. Het systeem bevatte een volledig alfabet, met tekens voor klinkers en medeklinkers.
[4]
Horieneke werd opgenomen in de novellenbundel Stille avonden (1905). Horieneke begint met een beschrijving van het landschap. Het is valavond in de lente en het hoofdpersonage wandelt naar Heestert. Onderweg gaat al zijn aandacht naar de bomen. Het is tien jaar geleden dat hij voor het eerst Horieneke zag. Een linde bij een oud huis, geklingel van een klokje in de verte, zaterdagavond en morgen eerste-communie. Heel het verleden leeft in hem op. A. Demedts, Stijn Streuvels. Een terugblik op leven en werk, p. 162.









