270 bl[ad]z[ijden]
groot
| < | Resultaat 1733 van 2531 | > |
|---|
De Meyer, Maurits (° Elversele, 1895-03-02 - ✝ Wilrijk, 1970-11-24)
Uitgever en volkskundige.
Studeerde tussen 1916 en 1918 klassieke filologie en geschiedenis aan de door de Duitse bezetter vernederlandste Gentse universiteit von Bissing Universiteit). Dit had tot gevolg dat de Belgische universiteiten en de Centrale Examencommissie voor hem na de oorlog gesloten bleven. Spoedig trad hij in dienst van de nog jonge uitgeverij Standaard Boekhandel, waarvan hij 35 jaar lang directeur (01.10.1924) en later beheerder was. Zo was hij ook medestichter van de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen (VBVB), die hij ook als voorzitter zou leiden, en was hij betrokken bij de organisatie van de Boekenbeurs voor Vlaanderen in Antwerpen. Als wetenschapsman verwierf de Meyer faam door zijn activiteiten op gebied van volkskunde - het is mede dankzij hem dat men deze wetenschap in Vlaanderen ernstig is gaan beoefenen. De Meyer specialiseerde zich in de studie van Vlaamse sprookjes, waarover hij in binnen- en buitenland publiceerde.
Deleu, Jozef (° Roeselare, 1937-04-20)
Onderwijzer, redacteur, auteur.
Jozef Deleu studeerde aan de normaalschool in Torhout en was van 1956 tot 1970 als onderwijzer werkzaam, eerst in Moeskroen, daarna in Menen. Op twintigjarige leeftijd, in 1957, stichtte Deleu, met zijn vriend André Demedts als mentor, het tijdschrift Ons Erfdeel. Als hoofdredacteur bouwde hij dit blad op tot een algemeen-Nederlands cultureel tijdschrift. In 1970 was hij de drijvende kracht bij de oprichting van de Stichting Ons Erfdeel waarvan hij afgevaardigd bestuurder werd en waarvan hij de verschillende publicaties leidde (Septentrion, De Franse Nederlanden, The Low Countries). In de periode 1960-1961 was Deleu redactielid van het tijdschrift Neerlandia. In de jaren 1960 nam hij actief deel aan de werking van het taalgrenscomité West- Vlaanderen. Voorts werd hij lid van het Komitee voor Frans-Vlaanderen en van de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren. Als auteur publiceerde Deleu sinds 1963 9 dichtbundels en 7 prozawerken, die hem een vijftal literaire onderscheidingen opleverden. Ook een zestal bloemlezingen staat op zijn naam, onder meer het populaire meermaals gedrukte Groot Gezinsverzenboek thans Groot Verzenboek. Deleu heeft voorts een tiental essays op zijn naam, handelend over onderwerpen als Frans-Vlaanderen, Vlaamse en Nederlandse cultuurpolitiek of de evolutie van de Vlaamse Beweging. De idee van een cultuurbeleid ten overstaan van het buitenland was reeds de rode draad in zijn eerste bundel notities, Nederlander en Europeër, journaal van een cultuurimperialist (1966). Twee jaar later publiceerde hij zijn eerste boek over Frans-Vlaanderen in samenwerking met Frits Niessen. Nieuw hierin was de situering, wars van elke irredentistische visie, van Frans-Vlaanderen als minderheidsprobleem in het Franse staatsverband en als onderdeel van de Nederlandse cultuurpolitiek.
In de periode 1969-1975 lag Deleu mee aan de basis van de eerste, tweedelige Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, waarvan hij redactielid was. Veel weerklank vonden de lezingen en essays die hij in de late jaren 1980 en in de jaren 1990 publiceerde. De waarde en weerklank van zijn werk op cultuurpolitiek en filosofisch gebied werden in de loop der jongste 25 jaar erkend met een negental onderscheidingen, in 1994 bekroond met een eredoctoraat van de Universiteit Gent en in 1995 met de Taaluniepenning.
Gezelle, Guido (° Brugge, 1830-05-01 - ✝ 1899-11-27)
Priester-dichter en leraar.
Oom van Caesar Gezelle en Stijn Streuvels. Priester-dichter en leraar die met zijn nationaal-religieus geïnspireerde lessen, gedichten en journalistieke publicaties grote invloed uitoefende op de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Gezelle werkte achtereenvolgens in Roeselare (Klein Seminarie), Brugge, Kortrijk en opnieuw Brugge. Hij maakte vlug naam als Vlaams literair auteur met zijn Kerkhofblommen (1858), en was ook zeer actief als taalgeleerde, volkskundige, pamflettist, polemist, en stichter-stimulator en uitgever van tijdschriften als Rond den Heerd, Loquela en Biekorf. Gezelle was een taalparticularist, wat tot uiting kwam in zijn bijdragen aan deze tijdschriften. Hij liet tevens een bundel Laatste Verzen na die in 1901 postuum uitgegeven zou worden.
Lateur, Frank (° Heule, 1871-10-03 - ✝ Ingooigem, 1969-08-15)
Geboren als Frank Lateur en bakker van opleiding, maar onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels als prozaschrijver bekend geworden in tijdschriften als Van Nu en Straks, Vlaanderen, De Gids en De Nieuwe Gids. De vlaschaard (1907) en De teleurgang van den waterhoek (1927) zijn twee van zijn bekendste romans.
Lateur, Paul (° Ingooigem, 1909-01-04 - ✝ Halle, 1993-06-21)
Kunstenaar.
De enige zoon van Streuvels was geen briljante leerling, maar door zijn artistieke aanleg lag een kunstambacht voor de hand. In 1924 ging hij naar Maredsous, voor een kunstopleiding in de abdijschool. Streuvels had besloten dat zijn zoon edelsmid zou worden. Paul vestigde zich later in Brussel als tekenaar.
Ost, Alfred (° Zwijndrecht, 1884-02-14 - ✝ Antwerpen, 1945-10-09)
Tekenaar.
Studeerde aan de kostschool te Malonne, het Klein Seminarie van Hoogstraten, de Sint-Lucasschool te Gent en de academie te Antwerpen en te Mechelen. In 1910 voerde Ost te Mechelen een strijd ter vrijwaring van het oude stedenschoon. Hij ontwikkelde een eigen stijl in reeksen tekeningen, lithografieën, affiches. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog hielp hij vaak flamingantische publicaties en affiches vormgeven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam hij de wijk naar Amsterdam, waar hij zijn kunst ten dienste van de noodlijdende vluchtelingen stelde. Hij vestigde zich daarna te Borgerhout bij zijn broer die daar priester was. Hij werd tekenleraar, maar kon zich met zijn onstuimig temperament en bohémien-levensstijl noch maatschappelijk integreren noch artistiek doen erkennen. Zijn oeuvre schonk hij grotendeels weg aan enkele musea. Ost werd een volkse illustrator van het boerenleven en van het grote-stadsleven. Hij evolueerde naar een mystiek-religieus gemeenschapsideaal en kwam in contact met De Pelgrim-beweging en met de katholiek- expressionistische toneelbeweging (Anton Van de Velde, Paul De Mont en anderen). Die religieuze bevlogenheid hield hem ver van het pluralistische Het Vlaamsche Front in de Antwerpse agglomeratie. De motieven in zijn duizenden tekeningen zijn van betekenis geweest voor de Vlaamse bewustwording in beeld en kleur. Na 1960 kreeg zijn werk, via talrijke tentoonstellingen (Mechelen, Borgerhout, Hasselt, Oostende, Antwerpen), inzonderheid onder impuls van Frans Mertens, meer bekendheid.
Saverys, Albert (° Deinze, 1886-05-12 - ✝ Petegem-aan-de-Leie, 1964-04-29)
Kunstschilder en aquarellist, vriend van Stijn Streuvels.
Albert Saverys, die vaak in Frankrijk werkte, volgde een opleiding aan de Academie te Gent, o.m. bij J. Delvin en G. Minne. Werkte mee in de drukkerij-uitgeverij De Eikelaar, was daarvoor reeds lange tijd medewerker van de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Hij werd professor aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Zijn vroege werk is pointillistisch, maar hij ging al snel over op een persoonlijke stijl, die gekenmerkt wordt door een vlotte schilderwijze en een eigen koloriet, d.w.z. het effect van de gezamenlijke kleuren van het kunstwerk. Saverys' oeuvre omvat zowel landschappen (voornamelijk van de Leiestreek), stillevens als bloemstukken en straalt een oppervlakkige levensblijheid uit en bereikt door de innemendheid van de onderwerpen en de trefzekere penseelvoering decoratieve effecten.
Van Vlaenderen, Michel (° Gent, 1894-11-07 - ✝ Baarle, 1965-06-24)
Theateracteur en -regisseur.
Zwager van Leo Picard.
Studeerde aan het Koninklijk Atheneum te Gent, waar hij les kreeg van onder anderen René De Clercq en Hippoliet Meert. In 1913-1914 was Van Vlaenderen voorzitter van Jong-Vlaanderen, een samenwerkingsverband van Gentse studenten uit het officieel middelbaar- en normaalonderwijs. Hij was ook een van de medewerkers van het studenten- en scholierentijdschrift De Goedendag, waarin hij de toepassing van de taalwetgeving op het Gentse Atheneum in scherpe bewoordingen aanviel. In 1915 liet hij De Goedendag weer verschijnen en maakte hij met het tijdschrift een duidelijke keuze voor het activisme. In hetzelfde jaar schreef hij zich in aan de Gentsche Tooneelschool, waar hij tegelijk als leerling en leraar werkzaam was met collega's als Oscar De Gruyter en de Nederlandse regisseur Arie Vanden Heuvel. In 1918 benoemde de activistische schepen voor onderwijs en cultuur, Jan Wannyn, hem tot vaste medewerker aan de Nederlandsche Schouwburg te Gent. Zijn theaterloopbaan was al in 1912 begonnen met optredens in Gentse amateurtoneelkringen. Tot zijn intellectuele leermeesters en inspirators rekende hij Vanden Heuvel naast Gordon Craig en Georg Fuchs met hun anti-naturalistische opvattingen. Zijn keuze voor het activisme leverde Van Vlaenderen in 1919 het ontslag op als leraar aan de Gentsche Tooneelschool. Hij bleef echter werkzaam als acteur en regisseur aan de Nederlandsche Schouwburg te Gent en had engagementen bij het Rotterdamsch-Hoftooneel, Het Vlaamsche Volkstooneel en het Nieuw Volkstooneel, weldra Het Nationaal Vlaamsch Tooneel geheten, van Staf Bruggen met wie hij intensief samenwerkte. Als overtuigd socialist was hij tijdens het interbellum de huisregisseur van de Gentse Multatulikring. Met dit vooraanstaande socialistische amateurtoneelgezelschap waagde hij zich in 1932 voor het eerst aan de regie van een massaspel Koning Arbeid, dat hij in de Gentse Velodroom liet opvoeren. Dit spektakel voor en door het volk beantwoordde volmaakt aan zijn behoefte het theater als ethisch en esthetisch instrument in dienst te stellen van de gemeenschap. Als gelovig socialist was Van Vlaenderen ook een veelgevraagd regisseur en adviseur voor katholieke amateurtoneelgezelschappen. Vanuit deze overtuiging - katholiek en socialist - koos hij voor het Godsvredestandpunt en koppelde dit aan een overtuigd flamingantisme. Als theatermaker betekende dit voor hem dat hij zijn volk 'in schoonheid' wilde dienen en dat door middel van het theater hoopte te bereiken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als regisseur aan de Nederlandsche Schouwburg te Gent met Bruggen als directeur. Zij slaagden er redelijk in de Duitse censuur en de eisen van het Nieuwe-Orde-denken te omzeilen. In 1944 zetten de bezetters Van Vlaenderen korte tijd gevangen wegens 'intellectuele sabotage'. Na de oorlog kon hij zijn werk voortzetten. Zijn collega en directeur Bruggen werd echter geschorst. Van Vlaenderens eigen toneelstukken weerspiegelen zijn katholiek-socialistische achtergrond, maar hebben in de toneelliteratuur geen blijvende invloed uitgeoefend.
Brepols, Philippus Jacobus
Grafisch bedrijf en uitgeverij, in 1796 te Turnhout gevestigd door Pieter Corbeels. Hij werd in 1798 opgevolgd door Philippus Jacobus Brepols (1778-1845). Er werden kerk- en schoolboeken, almanakken, administratief drukwerk, kinderprenten, volksprentjes,... gemaakt. Brepols breidde zijn bedrijf nog uit door andere drukkerijen op te kopen en zocht afzetgebieden in het buitenland. Na jaren experimenteren keerde Brepols terug tot zijn beginperiode, nl. alles wat met de drukkerij te maken had. Naast het drukken en inbinden van boeken zouden vooral de gemarmerde en gekleurde papieren alsmede de speelkaarten een bron van inkomsten worden. Het bedrijf bestaat nog steeds en is eigendom gebleven van de afstammelingen van de stichter.
