Met het tweede deel van art[ikel] VIII kan ik niet akkoord gaan.[2] Ik meen dat de rechten van den uitgever zich beperken tot het laten drukken en uitgeven van het boek, als boek, zonder meer. Het overige blijft eigendom van den auteur. Ik bedoel voor 't geen vertalingen, bewerkingen voor film en televisie betreft. Tenzij dit zou geschieden door eigen initiatief van den uitgever.
Annotations
[1]
De originele brief van Streuvels vonden we niet terug in de geraadpleegde archieven.
[2]
Jan François had Streuvels op 11 april 1957 het contract voor Ingoyghem II gestuurd. Artikel 8 bevatte de volgende tekst: De schrijver verbindt zich er toe, het afgestane werk, zowel geheel als gedeeltelijk, niet te laten verschijnen in welke uitgeverszaak ook; noch het te laten verschijnen onder welke vorm ook hetzij mechanisch, photographisch of anders; noch er een kortere of meer uitgebreide omwerking van uit te geven voor een literair of cinematographisch doel, zonder voorafgaand accoord met de uitgeefster. De som die zou kunnen verkregen worden bij de toelating tot vertalen in een of meerdere vreemde talen, tot het uitgeven van een luxe-uitgave of van een goedkope uitgave, tot het aanpassen voor toneel, film, televisie of elke andere vorm van reproductie, zal verdeeld worden, om de helft, onder de schrijver en de uitgeefster. Deze laatste ontvangt bij deze de bevoegdheid tot onderhandelen, rekening houdende met het belang der beide contracterende partijen.
Cf. Jan François' antwoord op 16 april 1957. Artikel VIII werd uiteindelijk volledig geschrapt.








