11 maart 1960
Weled[ele] Heer Frank Lateur,Ingooigem
Zeergeachte Heer,
Na ons bezoek bij U hebben wij onmiddellijk de kwestie van het honorarium van "De Oogst" laten nazien.[1] Onze afdeling boekhouding deelt ons mede dat U op 5 mei 1959 een bedrag van 39.117 F[rank] werd overgemaakt, en dat daarin was begrepen een honorarium van 15.000 F[rank] voor 'De Oogst"[2] (2 F[rank] per exemplaar voor een oplage van 7.500 ex[emplaren])
Het ware ons aangenaam wilde U zelf ook eens nazien of dit klopt.
Met onze dank bij voorbaat en de meeste hoogachting,
DESCLEE DE BROUWER,
afd[eling] Nederlandse uitgaven
(handtekening Jan François)
Jan François
afd[eling] Nederlandse uitgaven
(handtekening Jan François)
Jan François
Annotations
[1]
In verband met Streuvels' honorarium vermeldt het contract (art. 3) voor dit werk (d.d. 10.02.1958): De schrijversrechten zijn bepaald op
per exemplaar:
2 F (Twee frank) voor deze uitgave van 5.000 exx. Voor de schrijversrechten wordt als basis genomen de verkoopprijs van het boek op gewoon papier gedrukt, en ingenaaid. Zij gelden alleen voor de exemplaren in de boekhandel verkocht; zij zijn niet toepasselijk in geval van beschadiging of vernieling welke ook de oorzaak er van weze.
per exemplaar:
2 F (Twee frank) voor deze uitgave van 5.000 exx. Voor de schrijversrechten wordt als basis genomen de verkoopprijs van het boek op gewoon papier gedrukt, en ingenaaid. Zij gelden alleen voor de exemplaren in de boekhandel verkocht; zij zijn niet toepasselijk in geval van beschadiging of vernieling welke ook de oorzaak er van weze.
[2]
Cf. brief van Desclée De Brouwer aan Stijn Streuvels van 30 april 1959.









