<Resultaat 2394 van 2531

>

Weled[ele] Heer Frank Lateur,
"Lijsternest"
INGOOIGEM.

Zeergeachte Heer Lateur,
De jury is volop bezig met de beoordeling van de prijskamp voor de lagere cyclus, terwijl wij bijna klaar zijn met het schiften van de verhandelingen die dan ook nog naar de jury moeten.[1]
Er zijn reeds enkele duizenden antwoordkaarten verstuurd en er gaan er nog elke dag buiten.[2]
Wij schrijven vandaag nog aan d[e ]h[ee]r Schmook om de praktische kant van de overdracht van dat spectaculair geschenk te regelen.[3]
Met vriendelijke groeten en oprechte hoogachting.
DESCLEE DE BROUWER
Afdeling Ned[erlandse] Uitgaven
(handtekening Jan François)
Jan François

Annotations

[1] In oktober 1961 werd door Desclée De Brouwer, in samenwerking met het Ministerie van Nationale Opvoeding, een opstelprijskamp uitgeschreven over Streuvels, naar aanleiding van zijn 90e verjaardag. Meer dan 60.000 leerlingen uit het Middelbaar Onderwijs namen eraan deel. Aan de jongens en meisjes uit de hogere cyclus van het middelbaar onderwijs werd gevraagd een verhandeling te schrijven over het onderwerp 'Als de Bakker gaat schrijven over de Oogst'; aan de leerlingen uit de lagere cyclus vroeg men 'Een literair Paspoort van Prutske' te schrijven in ten hoogste 20 regels, met bijgevoegd een tekening van Prutske. Op 31 mei 1962 volgde de bekendmaking van de resultaten van de nationale opstelprijskamp voor de jeugd. Die vond plaats in het Kursaal te Oostende. Samenstelling van de jury: André Demedts, Arno Brys, Jan François, Hubert Lampo en Hubert Van Herreweghen. L. Schepens, Kroniek van Stijn Streuvels, p. 131-133
[2] Streuvels stond erop dat naar alle inzenders een antwoord werd gestuurd. Op de voorzijde van de kaart stond een foto van Streuvels, op de achterzijde de volgende (geschreven) tekst: Het doet mij allemachtig deugd, aan mijn negentigste levensjaar te mogen ondervinden dat de Vlaamse jongens en meisjes mij geern zien. [handtekening]
[3] Geen informatie.

Register

Naam - persoon

Lateur, Frank (° Heule, 1871-10-03 - ✝ Ingooigem, 1969-08-15)

Geboren als Frank Lateur en bakker van opleiding, maar onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels als prozaschrijver bekend geworden in tijdschriften als Van Nu en Straks, Vlaanderen, De Gids en De Nieuwe Gids. De vlaschaard (1907) en De teleurgang van den waterhoek (1927) zijn twee van zijn bekendste romans.

Schmook, Ger (eigenlijk Gerard) E.K. (° Antwerpen, 1898-08-17 - ✝ Antwerpen, 1985-07-05)

Bibliothecaris; cultuurflamingant; conservator van het AMVC-Letterenhuis, directeur van de Stedelijke Bibliotheken van Antwerpen en van de Stedelijke Middelbare School voor Opleiding van Bibliotheek-, Archief- en Museumpersoneel.

Studeerde aan de Stedelijke Normaalschool van Antwerpen voor onderwijzer (1913-1917). Daarna was Schmook bibliothecaris van de Algemene Diamantbewerkersbond van België-ADB (1919-1937), bestuurssecretaris van het Wereldverbond van Diamantbewerkers te Antwerpen en Amsterdam (1924-1937); conservator van het Museum van de Vlaamsche Letterkunde (1937-1963); directeur van de Stedelijke Middelbare School voor Opleiding van Bibliotheek-, Archief- en Museumpersoneel te Antwerpen (1945-1963), directeur van de Stedelijke Bibliotheken te Antwerpen (1945-1963). Schmook werd tijdens zijn vormingsjaren aan de normaalschool sterk beïnvloed door Frans Van Cuyck en Hendrik Bellens. De normalist Schmook weigerde na de oorlog zijn handtekening voor de vernederlandsing van de Gentse hogeschool (von Bissing Universiteit) te verloochenen en werd bijgevolg op de wachtlijst voor een aanstelling tot onderwijzer geschrapt. Hij maakte van de bibliotheek van de ADB op korte tijd de voornaamste privé openbare bibliotheek van het land. In de sfeer van vooruitgangswil na de Eerste Wereldoorlog en krachtens de mogelijkheden ontstaan door de bibliotheekwet- Jules Destrée van 1921 ging zijn jong dynamisme zich meer en meer toespitsen op het vraagstuk der lectuurvoorziening als hefboom voor de volksontwikkeling. Betere bibliotheken zouden ipso facto smaak, vorming en peil en dus ook het zo nodige zelfbewustzijn van het Vlaamse volk in de hand werken. Dit liep parallel met het streven van de in 1921 gestichte Vlaamse Vereniging van Bibliotheek-, Archief- en Museumpersoneel, waarin hij trouwens een actief aandeel zou nemen. Schmook werd de promotor bij uitstek van de moderne bibliotheekgedachte in Vlaanderen. Hij ontpopte zich niet alleen tot een bibliotheektechnicus van formaat maar ook tot een alzijdig kenner van het boek en zijn draagwijdte. Toen Schmook in 1937 opgeroepen werd tot het ambt van conservator van het door Lode Baekelmans en Willem Eekelers tot stand gebrachte Museum van de Vlaamsche Letterkunde had hij reeds zijn synthese Wordingsgeschiedenis van het boek (1931) gepubliceerd en leverde hij - met medewerking van Victor Van de Berghe - zijn nog steeds niet vervangen handleiding voor de bibliotheekpraktijk Boek en Bibliotheek (1938-1935), waar hij zijn gezag mee vestigde. Daarmee had hij meteen zijn strijd aangevat voor het weghalen van de openbare bibliotheek uit de sfeer van de weldadigheid en uit de ideologische (synoniem van financiële) verdeeldheid en onbeduidendheid. Als conservator van het AMVC-Letterenhuis gaf Schmook deze instelling een wetenschappelijke grondslag, een degelijke behuizing en bouwde hij ze bovenal uit tot het thans zeer rijke archief niet alleen van de Vlaamse Beweging, maar meteen van de Vlaamse literatuur, muziek enzovoort. De gedachte aan de documentaire en archivarische vastlegging van de Vlaamse Beweging, reeds in de 19de eeuw opgevat door Michiel Van der Voort, verdergedragen door Pol De Mont, Emmanuel De Bom, Eugène De Bock en ten slotte gerealiseerd door Baekelmans, mocht hij in grote mate in daad omzetten. Het ambt bracht hem in contact met vooral de negentiende-eeuwse letterkundige geschiedenis: daarover bracht hij in menige diepgaande studie nieuwe feiten aan het licht. Als literatuurhistoricus en essayist doorgroef Schmook het terrein aan alle kanten. Hij ontwikkelde ook een grote activiteit als voordrachtgever voor talloze verenigingen. In 1945 volgde hij Baekelmans op als directeur van de Stedelijke Bibliotheken van Antwerpen, het grootste stedelijk bibliotheekcomplex van het land, dat hij organisatorisch krachtig in de hand hield en met talrijke initiatieven verstevigde. In 1947 volgde zijn benoeming tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waar hij zich een bedrijvig lid betoonde en waar hij tweemaal het ambt van bestuurder waarnam. In 1967 werd hij doctor honoraris causa van de Universiteit van Amsterdam en later ook van de Rijksuniversiteit van Gent. Een actief leven bracht mee dat Schmook als onmisbare schakel of veeleer als voortrekker betrokken werd bij allerlei initiatieven op cultureel gebied: lid van de Provinciale Commissie voor Vlaamse Letterkunde en Openbare Bibliotheken, van de Interprovinciale Commissie voor Vlaamse Letterkunde, lid en voorzitter van de Hoge Raad der openbare bibliotheken, negentien jaar lang Vlaams voorzitter van de sectie bibliotheekwezen bij de Conferentie der Nederlandse Letteren. Schmooks cultuurflamingantisme wortelde in het activisme van de Eerste Wereldoorlog en in het socialisme; het komt niet alleen tot uiting in schrifturen maar ook in het openbare leven, bijvoorbeeld als medeorganisator van de Conscience-feesten in 1938 te Antwerpen in opdracht van het Verbond van Vlaamse Cultuurverenigingen Antwerpen, het lidmaatschap van het Centrum-Harmel, het lidmaatschap van de Kultuurraad voor Vlaanderen en aldaar ondervoorzitter van de raad van beheer, de organisatie van een petitie over het "geval Brussel" waarbij burgemeester Lode Craeybeckx de door Schmook bedachte slogan 'Antwerpen laat Brussel niet los' lanceerde.

Indextermen

Naam - persoon

Lateur, Frank
Schmook, Ger