München, den 11. März 1955
Dr. Sch./IL Herrn
Stijn Streuvels
Ingoyghem bei Kortrijk/Belgien
Sehr verehrter Herr Streuvels!
Auf der letzten Frankfurter Messe[1] hatte ich das Vergnügen, Ihren Herrn Schwiegersohn kennenzulernen.[2] Wir haben uns sehr nett unterhalten, und ich bat ihn, Ihnen meine Grüße zu sagen und meine Freude für den Fall, daß ich einmal ein neues Manuskript von Ihnen erhalten dürfte. Wir haben inzwischen vom CHRISTKIND eine weitere Auflage herausbringen können; ebenso habe ich in unserer Reihe LANGEN-MÜLLERS KLEINE GESCHENKBÜCHER eine Neuauflage der LETZTEN NACHT veranstaltet. Von beiden Titeln lasse ich Ihnen mit gleicher Post je 5 Belegexemplare zugehen und bitte Sie, mich wissen zu lassen, ob ich noch im Namen des Autors an die eine oder andere Adresse von hier aus ein Exemplar zum Versand bringen soll.
Ich hoffe, daß Sie an diesen Neuauflagen eine kleine Freude haben, und bin mit den besten Grüßen, auch an Ihre verehrte Frau Tochter und Ihren Herrn Schwiegersohn,
Ihr sehr ergebener
(handtekening Joachim Schondorff)
(handtekening Joachim Schondorff)
Separat
- 5 LETZTE NACHT
- 5 CHRISTKIND
Annotations
[1]
Vijf dagen in oktober vormt Frankfurt de belangrijkste ontmoetingsplaats voor auteurs, uitgevers, boekhandelaars, bibliothecarissen, kunsthandelaars, illustratoren, journalisten en lezers. De 'Frankfurter Buchmesse' is wereldwijd de grootste marktplaats voor de handel met rechten en licenties in de uitgeversindustrie.
[2]
Vermoedelijk ontmoette Joachim Schondorff Hugo Baert, de echtgenoot van Isa Lateur. Na het huwelijk van Isa Lateur met Hugo Baert in 1953 werd uitgeverij 't Leieschip te Kortrijk helemaal door de families Lateur en Baert overgenomen. 't Leieschip realiseerde vooral de 12-delige uitgave van de Stijn Streuvels' Volledige Werken (1950-1955) en vertegenwoordigde verder een aantal Nederlandse en Duitse fondsen. De uitgeverij staakte haar bedrijvigheid in 1956 en werd in 1958 ontbonden. Desclée De Brouwer nam van dan af de exploitatie van de Volledige Werken op zich. L. Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen. Deel II: de twintigste eeuw, p. 98 en p. 174









