17 XI '44.
Geachte Heer Lateur,
Een antwoordje op uw schrijven van gister,
[1] betreffende de
weeldeuitgave van De Vlaschaard:
- 1. U zou zelf de n[umme]rs moeten schrijven, dus 200.001, enz[ovoort]
- 2. Vermits U houdt van de n[umme]rs 1 & 3 neemt U die dan maar. Ik had graag n[umme]rs 2 en 8; de Standaard kan de n[umme]rs 4 en 7 krijgen en Saverys de n[umme]rs 5 en 6; de n[umme]rs 9 tot en met 12 hebben nog geen bestemmeling; de tijden hebben verhinderd met de mogelijke koopers, die zouden de heeren De Coene, Deleu en D[octo]r Martens geweest zijn te onderhandelen. Laat de laatste vier n[umme]rs dan zonder inschrijvingen buiten het n[umme]r en uw handteekening + opdrach[t] kan later aangebracht worden.
Ik vroeg aan d[e ]h[ee]r De Meyer U rechtstreeks te willen schrijven, wat hij voor zijn ex[emplaren] wenscht te zien inschrijven.[2]
- 3. Voor twee ex[emplaren], die wij in onze huisboekerij zullen behouden, kan U schrijven wat U wenscht; zooals U het zoudt wenschen, dat ons kinderen het later graag zullen herlezen; — feitelijk mogen zij op mijn naam en op dien van mijn Vrouw staan.
Zoodra ik de ex[emplaren] hier heb, laat ik deze naar Antwerpen[3] persoonlijk brengen als ik weet, dat ze er slechts enkele dagen zullen blijven. Al die V's[4] aldaar geven geen zekerheid, maar de heele oplage is er en vraagt een heele partij werk. Ik verwacht een proef-ex[emplaar] in de eerste dagen en zal pogen, dat U er ook een ontvangt. Komen deze ex[emplaren] over Tielt, dan breng ik U die thuis of laat ze brengen. De uren van den autobus zijn veranderd[5] — voor het geval dat U de reis opnieuw moest aanpakken: Uit Kortrijk te 8, 12, 14, 16.30 en 18.50 uur; uit Tielt te 7, 9, 13, 15, 17.30 uur. In 55 min[uten] is U in Tielt, daar de brug te Ingelmunster nu hersteld is. Het blijkt, dat van af Meulebeke meestal geen volk meer opgeladen wordt voor Kortrijk.
Ik heb eergister ook mijn aanvraag ingediend
[6] voor "
De Oogst" als proefballon en natuurlijk ook van niets gebaard. Zich van niets aantrekken! We kunnen niet anders dan handelen of er geen look in den meersch was, maar we moeten afwachten wat het antwoord zijn zal! Ik verkies te voorzien, dan achteraf te moeten een verwarde klos in orde brengen: ik hoop, dat het bezoek van
Paul gevolgen zal gehad hebben. Ik vermoed zelfs dat de verwarde toestand te Brussel eer verzachtend zal werken bij de hyperpatriotten!
[7]
Ik hoop zelfs eerlang te pogen in Langemark te geraken,
[8] om te vernemen of daar verder kan gewerkt worden, daar de beide patroons geïnterneerd werden.
[9] Heeft
Paul voor de omslagen van deze uitgaven
[10] gezorgd, zooals U zelf voorgesteld had? We zouden én van
Teleurgang én van
Prutske én van
Langs de Wegen alle ex[emplaren] willen laten binden. Te Meenen zal ook doorgewerkt worden aan
Teleurgang.
Zoodra ik antwoord uit Brussel ontvangen heb, in gunstigen of ongunstigen zin, zal ik U dadelijk verwittigen en daarna aanvragen insturen voor
Teleurgang,
Langs de Wegen en
Prutske.
[11]
Het blijkt, dat we eerlang ook een treinverbinding met Gent zullen krijgen en dan zal er middel zijn om naar Brussel te reizen en uit te zien wat er [2]voor het doorzetten met de Lijsternestreeks kan gedaan worden. Indien we over geen houtvrij papier beschikken kunnen, wachten we zoolang tot er wel is en geven intusschen andere uitgaven van uw werk.
Met vriendelijken wedergroet,
(handtekening Joris Lannoo)
Annotations
[1]
De bedoelde brief van Stijn Streuvels aan Joris Lannoo vonden we niet terug in de geraadpleegde archieven.
[3]
naar de boekbinderij Van Dieren
[4]
V1 en V2: vliegende bommen
[5]
In zijn brief aan Stijn Streuvels van
6 november 1944 deelde Joris Lannoo de uren van de
rechtstreeksche autobusdienst tussen Tielt en Kortrijk mee.
[6]
Begin oktober werd door de 'Belgian Military Mission' in Brussel een Informatiedienst opgericht, verbonden aan het geallieerd opperbevel van de Britse generaal Erskine. Majoor William Ugeux, een figuur uit het Belgisch verzet, stond aan het hoofd van deze dienst. Op 27 oktober schreef Lannoo zijn eerste aanvraag:
Door het Syndicaat der Belgische Uitgevers wordt me bericht, dat het uitgeven van boeken aan een toelating van uw diensten onderworpen is. Die diensten moesten oordelen over Ruusbroec, Edward Vermeulen en Walther Vanbeselaere. Ze stuurden op 4 november een aantal formulieren en een verklaring die door de uitgever moest ondertekend worden.
Romain Vanlandschoot, Joris Lannoo. Drukker en uitgever voor Vlaanderen. 1891-1971, p. 202
[8]
bij drukkerij Vonksteen
[9]
Beide zaakvoerders van drukkerij Vonksteen waren lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), een Vlaams-nationalistische partij (1933-1945). Hitlers beslissing, d.d. 12 juli 1944, om Vlaanderen te annexeren bij Duitsland bezegelde het failliet van de VNV-politiek nog voor de geallieerde bevrijding een maand later de partij van de kaart veegde. De meeste VNV-kaders en duizenden partijleden vluchtten naar Duitsland. In het bevrijde België werden partijleden die niet gevlucht waren inmiddels vervolgd wegens politieke collaboratie. Diegenen die verantwoordelijke posten hadden aanvaard of zich aan andere vormen van collaboratie hadden schuldig gemaakt, werden voor militaire rechtbanken gedaagd en liepen vaak celstraffen op. Gewone leden werden geïnterneerd en verloren vrijwel steeds voor een tijd hun burgerrechten. Velen werden ontslagen en leden financiële schade door boetes en verbeurdverklaringen. Velen hadden ook te lijden van de straatrepressie. De hoogste VNV-kaders werden meestal ter dood veroordeeld. De meesten ontvingen gratie.
Elektronische NEVB