<Resultaat 247 van 2531

>

FRANK·LATEUR
Waarde Uitgever,
Aan "Vlaamsche Land" zoudt Gij kunnen N[ummer] 11 geven (Mijn Loopbaan op de Planken)[1] en, (ik vermoed dat G[ust Van] Cauwelaert U ook een stuk vragen zal voor Dietsche Warande)[2] — hem kunt Gij laten kiezen: een stuk uit Veurn-Ambacht[3] of uit N[ummer] 5 Volkslectuur (over Vr[ouwe] Courtmans)[4] of een dezer stukken op zijn geheel[5] — als Gij er geen bezwaar in ziet. — Het blijft verstaan dat het honorar[ium] voor de opgenomen stukken, door die tijdschr[iften] betaald, aan mij toekomt. Met de proeven[6] zal het toch zulk geen vaart nemen?!
genegen groet
(paraaf Stijn Streuvels)
VICHTE 23.IX.1924
Den heer Joris Lannoo
Uitgever
Ypersche straat, 22
Thielt
 

Annotations

[1] Cf. briefkaart van Joris Lannoo aan Stijn Streuvels van 22 september 1924.
Mijn Loopbaan op de Planken is het tiende deel uit Herinneringen uit het verleden (p. 195-213). Het stuk verscheen voor het eerst in Het Vlaamsche Land, 1924, pp. 636-637, 652-653, nummers van 4 en 11 oktober.
[2] Het Vlaamse rooms-katholieke tijdschrift Dietsche Warande en Belfort ontstond in 1900 uit de versmelting van Dietsche Warande, in 1855 door Jozef Alberdingk Thijm gesticht, en het te Gent door Siffer sedert 1886 uitgegeven tijdschrift Het Belfort. Het kwam tot stand onder leiding van M.E. Belpaire. Elke nieuwe generatie is erin aan het woord gekomen. GWP, deel 7, p. 368 August Van Cauwelaert was van 1924 tot 1945 redactiesecretaris van het tijdschrift.
[3] Veurn-Ambacht is het derde deel uit Herinneringen uit het verleden (p. 55-59).
[4] 'Volkslectuur (Over Vrouwe Courtmans)' is het vierde stuk uit Herinneringen uit het verleden (p. 97-132). Het was de herwerking en uitbreiding van Over Vrouwe Courtmans.
[5] In Dietsche Warande & Belfort is niets verschenen uit Herinneringen uit het verleden.
[6] De proeven van Herinneringen uit het verleden.

Register

Naam - persoon

Courtmans-Berchmans, Johanna D. (° Oudegem, 1811-09-06 - ✝ Maldegem, 1890-09-22)

Schrijfster.

Johanna Berchmans was gehuwd met J.B. Courtmans, leraar en auteur van schoolboeken. Na zijn dood in 1856 richtte zij in Maldegem een kostschool op, die zij ondanks felle katholieke tegenwerking in stand wist te houden. Aanvankelijk schreef zij gedichten, toneelstukken en schetsen. Maar de strijd tegen haar omgeving bracht haar er toe om vanaf 1860 een hele reeks tendensverhalen en romans te schrijven. Haar romans en novellen waren geïnspireerd door het plattelandsleven (hoofdzakelijk in het Meetjesland), de verfransing en de schoolstrijd. Ze schreef over de sociale crisis en de mensonterende levensomstandigheden van de landbouwers en landarbeiders. De sociale inslag en de kritiek op de tijdsomstandigheden geven haar werk documentaire waarde. In haar roman Bertha Baldwin greep ze terug naar het roemrijke Vlaamse Verleden en wou ze Consciences Leeuw van Vlaanderen een vrouwelijke tegenhanger geven. Het Geschenk van den Jager, over de tegenstelling tussen het plattelands- en fabrieksleven, werd in 1865 met de vijfjaarlijkse staatsprijs voor Nederlandse letterkunde bekroond.

Van Cauwelaert, August (° Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, 1885-12-31 - ✝ Antwerpen, 1945-07-04)

Vlaams dichter, essayist en romanschrijver.

Broer van Frans van Cauwelaert en schoonzoon van Juliaan De Vriendt. Was de zoon van een welgestelde boer uit het Pajottenland, studeerde van 1898 tot 1905 aan het Klein Seminarie van Hoogstraten en daarna tot 1911 rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 9 september 1911 begon Van Cauwelaert zijn stage als advocaat bij Hector Lebon in Antwerpen. In 1914 meldde hij zich als vrijwilliger bij het Belgische leger, kreeg zijn opleiding te Bayeux in Normandië en kwam in maart 1915 aan het front. Op 7 april 1916 levensgevaarlijk gewond nabij Passendale, werd hij verpleegd in Hoogstade en op 27 september door zijn broer Frans voor herstel naar Cannes meegenomen. Na zijn genezing werd hij lid van een wervingscommissie in Bordeaux en in juli 1918 stuurde men hem naar Nederland als hoofd van een passenbureau. Op 6 augustus 1919 werd hij vrederechter in Kontich, in 1922 rechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen en in 1927 voorzitter van de politierechtbank aldaar. Reeds in Hoogstraten onderging Van Cauwelaert de invloed van Vlaamsgezinde leraren, zoals Aloïs Walgrave, Thaddeus Spaeninkx en Karel De Wals. In Leuven was hij actief in Met Tijd en Vlijt, dat in 1909 zijn bundel Verzen I uitgaf, en in de tijdschriften De Vlaamsche Keikop, De Student en Ons Leven; van 17 tot 19 februari 1912 fungeerde hij er nog als voorzitter van het derde Groot-Nederlands Studentencongres, nadat hij de Leuvense studenten had doen toetreden tot het in 1910 op het eerste Groot-Nederlands Studentencongres in Antwerpen gestichte en hoofdzakelijk vrijzinnig georiënteerde Algemeen Nederlandsch Studentenverbond. In de Eerste Wereldoorlog werd Van Cauwelaert voorzitter van de in zijn bataljon opgerichte Vlaamse studiekring (mei 1915). Hij werkte mee aan De Belgische Standaard - met mejuffrouw Maria Belpaire zou hij zijn leven lang innig bevriend blijven - en aan Vrij België, het blad van zijn broer; zijn voorgenomen opneming in de raad van beheer van het eerstgenoemde blad kon ten gevolge van zijn verwonding en evacuatie geen doorgang vinden. Ontstemd over de houding van de Belgische regering in ballingschap tegenover de Vlaamse frontsoldaten, schreef hij in oktober 1917 het gedicht Voor onze regeering, dat eindigt met de verzen: 'Eerst krijgen de Rijnlandsche schurken hun loon, dan drijven we op 't dansen van trommel en fluit, de schaamtlooze Heeren van Havere er uit.' Na reeds voor de oorlog van nabij betrokken te zijn geweest bij de redactie van de tijdschriften De Lelie en Vlaamsche Arbeid, richtte hij in april 1919 Het Vlaamsche Land op, tegelijk weekblad, uitgeverij en boekhandel. Van 1924 tot 1945 leidde hij het tijdschrift Dietsche Warande en Belfort, in een brede, humane geest. In 1930 werd hij corresponderend en in 1937 werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde; zijn eerste lezing (1931) ging, onder de titel Daar hapert iets, over de verhouding Vlaanderen-Nederland, die hij onbevredigend achtte; in dat verband beval hij Vlaanderen 'zelfkritiek naar binnen en zelfrespect naar buiten' aan. In 1938 werd hij aangesteld tot lid van de Nederlandsche Cultuurraad. Hij was ook nationaal bestuurslid en Antwerps voorzitter van de IJzerstichting en lid van het IJzerbedevaartcomité. Van zijn scheppend werk mag hier de roman Het licht achter den heuvel (1929) genoemd worden, literair overschaduwd door de bekroonde roman Harry (1935), doch in historisch opzicht belangwekkender door de schildering van de naoorlogse atmosfeer in de Vlaamse dorpen, waar de terugkerende frontsoldaten de gevestigde orde aantasten, en zijn dichtbundel Liederen van droom en daad (1918), gedichten over de oorlog, over zijn verwonding en over de liefde tot zijn latere vrouw. Verder werden zijn verhalen uit zijn rechtersloopbaan (Vertellen in toga, 1935, en En de rechter vertelt opnieuw, 1944) en zijn Verzen van het leven en de overvaart (1940) bekend.

Titel - werken van Streuvels

Streuvels, Stijn, Mijn loopbaan op de planken (1924). [bio]
Het Vlaamsche Land, 1924, p. 636-637, p. 652-653, nummers van 4 en 11 oktober.
Streuvels, Stijn, Mijn loopbaan op de planken (1924).
Voorpublicatie
  • Het Vlaamsche Land, 1924, p. 636-637, p. 652-653, nummers van 4 en 11 oktober.
Streuvels, Stijn, Veurn-Ambacht [bio]
Streuvels, Stijn, Veurn-Ambacht
Bio
  • Streuvels, Stijn, Herinneringen uit het verleden (1924).
Streuvels, Stijn, Over vrouwe Courtmans (1911). [monografie]
Streuvels, Stijn, Over vrouwe Courtmans (1911).
Druk
  • Maldeghem, Victor Delille, 1911, [II] + XXIII + [I] + 131 p., 21,5 x 17 cm. Duimpjesuitgave, nr. 88. Inleiding in: De gemeente-onderwijzer. Romantisch verhaal door Vrouwe Courtmans (geboren Berchmans). Met een voorwoord van Stijn Streuvels.
  • Maldeghem, Victor Delille, 1911, [II] + XXIII + [I] p., 21 x 17 cm. Duimpjesuitgave, nr. 91 (Toemaatje).
  • Gent, A. Siffer, Drukker der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1911, 17 + [I] p., 20,3 x 13 cm.
  • Verslagen en Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1911, p. 559-575.
  • De Tijdspiegel, LXIX, 1912, dl. 1, p. 36-52.
Streuvels, Stijn, Over vrouwe Courtmans (1911).
Bio
  • Streuvels, Stijn, Herinneringen uit het verleden (1924).
Streuvels, Stijn, Mijn loopbaan op de planken (1924). [bio]
Streuvels, Stijn, Mijn loopbaan op de planken (1924).
Voorpublicatie
  • Het Vlaamsche Land, 1924, p. 636-637, p. 652-653, nummers van 4 en 11 oktober.
Streuvels, Stijn, Mijn loopbaan op de planken (1924).
Bio
  • Streuvels, Stijn, Herinneringen uit het verleden (1924).
Streuvels, Stijn, Herinneringen uit het verleden (1924). [bio]
[Eerste druk], Thielt, Drukkerij-Uitgeverij J. Lannoo, 1924, 280 + [VIII] p., 21,4 x 15,7 cm.
Extra info:
Colofon: 'De omslagteekening is van Alb. Saverys. Van deze uitgaaf werden 25 exemplaren getrokken op Hollandsch papier, genummerd van 1 tot 25.'
Streuvels, Stijn, Herinneringen uit het verleden (1924).
Druk
Streuvels, Stijn, Over vrouwe Courtmans (1911). [monografie]
Gent, A. Siffer, Drukker der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1911, 17 + [I] p., 20,3 x 13 cm.
Streuvels, Stijn, Over vrouwe Courtmans (1911).
Druk
  • Maldeghem, Victor Delille, 1911, [II] + XXIII + [I] + 131 p., 21,5 x 17 cm. Duimpjesuitgave, nr. 88. Inleiding in: De gemeente-onderwijzer. Romantisch verhaal door Vrouwe Courtmans (geboren Berchmans). Met een voorwoord van Stijn Streuvels.
  • Maldeghem, Victor Delille, 1911, [II] + XXIII + [I] p., 21 x 17 cm. Duimpjesuitgave, nr. 91 (Toemaatje).
  • Gent, A. Siffer, Drukker der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1911, 17 + [I] p., 20,3 x 13 cm.
  • Verslagen en Mededeelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, 1911, p. 559-575.
  • De Tijdspiegel, LXIX, 1912, dl. 1, p. 36-52.