<Resultaat 323 van 2531

>

Waarde Uitgever,
Hiermede meld ik U goede ontvangst van postmandaat[1] bedrag: 1329 fr[anc]s ter verrekening van honor[arium] twee eerste deelen Gezelle Verzen.[2] Dat U geen nieuws van Jos. gekregen hebt,[3] verwondert mij geenszins: uwe afspraak met hem deugt niet,—[4] er moest een datum gesteld, waarna Gij hem met de niet geleverde teekeningen kondet laten zitten, en op een ander gaan,— nu zal het wel Kerstdag worden,... of nog later. In dien tijd ben ik bij Veen reeds met twee boeken klaar, waarvan één geïllustreerd. Hier echter gaat alles met 't lang vier[5].
Ik raad U aan Walgrave op zijn brief niet te antwoorden, ofwel hem te schrijven dat Gij zijn brief aan mij hebt doorgestuurd.[6] Ik moet hem toch schrijven over diezelfde zaak.[7]
Met minzamen groet
(paraaf Stijn Streuvels)

Annotations

[1] postwissel: formulier waarmee men per post geld verzenden kan; (metonymisch) het aldus verzonden bedrag Van Dale, J-R, p. 2634
Cf. briefkaart van Joris Lannoo aan Stijn Streuvels van 2 juli 1925.
[2] Guido Gezelle, Guido Gezelle's dichtwerken. 1. Dichtoefeningen. Vijfde druk. Tielt, J. Lannoo, s.d. [1925]; 2. Kerkhofblommen. Zestiende druk. Tielt, J. Lannoo, s.d. [1925].
Cf. briefkaart van Joris Lannoo aan Stijn Streuvels van 2 juli 1925.
[3] Cf. briefkaart van Joris Lannoo aan Stijn Streuvels van 2 juli 1925.
[4] In zijn brief aan Lannoo van 11 mei 1925 had Streuvels al kritiek geuit op Lannoos onduidelijke afspraken met Joz.
[5] met 't lang vier: heel erg traag
[6] Op 1 juli 1925 schreef Walgrave aan Joris Lannoo: Ik ontvang eene aankondiging van Uwe nieuwe uitgave van Gezelle's Gedichten. Volgens daar gezeid is, moet het 1e deel reeds verschenen zijn en zullen de andere kort opvolgen. De uitgave zal zeer verzorgd zijn, staat er. Dat zal wel, wat de druk betreft ben ik er gerust in. Maar tekst, verklaring? Zullen herhalingen en verkeerde opgaven verbeterd zijn sedert de Hollandsche uitgaven, die alle om 't slechtst zijn? Ik beef bij het denkbeeld dat, als alles verschenen is, wij nog eens een uiterlijk verzorgde, innerlijk gebrekkige uitgave gaan hebben. Vergeef het mij, maar al wat Gezelle betreft, bekommert mij zoo! Indien het mag, zend mij de proeven van ieder deeltje éér het voor goed afgedrukt wordt. Dan zal ik U de aanmerkingen maken die anders — te laat — na het verschijnen moeten gebeuren en den indruk geven van beknibbeling. Er is al een groote fout in de aankondiging[.] Gezelle werd niet geboren den 14 Mei, maar 1 Mei ... Zie wel! Wat zal 't in die boekjes zijn? [...] Ik vrees. Laat ons al doen dat we kunnen om een zeer correcte uitgave te hebben. Zie naar niemand en zend me zoo ge kunt de proeven; op twee dagen hebt ge ze telkens weer. Ik vraag voor 't werk niets dan een expl. der uitgave als gedachtenis en om de collectie mijner Gezelle-uitgaven. Brief in Letterenhuis, W 183/B
Cf. briefkaart van Joris Lannoo aan Stijn Streuvels van 2 juli 1925.
[7] Op 3 juli schreef Streuvels een boze brief aan Walgrave als antwoord op diens brief aan Lannoo. Walgrave antwoordde hem op 4 juli. Streuvels' reactie op Walgraves brief van 4 juli is niet bewaard gebleven, Walgraves wederwoord van 8 juli daarentegen wel. Blijkbaar was tegen die tijd de zaak geregeld: Uw wederwoord maakt mij blijde. Het is immers beter dat menschen malkaar verstaan. Indien ge mij een ex van G.'s gedichten wilt zenden, b.v. een van de Veen's kleine uitgaven, zal ik er al in aanteekenen wat nuttig kan zijn en het u weerzenden. Ik vraag dan maar dat, in het voorwoord, mijn naam als medewerker worde genoemd, en ook een exempl. van de nieuwe uitgave 1930, als we nog leven. Brief in Letterenhuis, W 183/B
Walgrave nodigde Streuvels bij deze gelegenheid zelfs uit om eens te komen logeren. Op dezelfde dag (8 juli 1925) schreef Walgrave ook nog een brief aan Lannoo om de hele zaak recht te zetten.

Register

Naam - persoon

De Swerts, Joz (° Antwerpen, 1890-03-08 - ✝ Merksem, 1939-06-28)

Leraar tekenen en illustrator, o.a. van enkele werken van Streuvels. Hij signeerde zijn werk meestal als Joz. Hij werd bekend als afficheontwerper, o.m. voor de IJzerbedevaarten, als boekillustrator en als een der belangrijkste medewerkers van Pallieter (1922-1927). Joz tekende wekelijks een karikatuurportret van een figuur die in de publieke belangstelling stond, welke dan de frontpagina sierde en de illustratie vormde bij het hoofdartikel van Filip De Pillecyn. Ook de 'Opstellen' van 't Pallieterke in hetzelfde weekblad werden door hem geïllustreerd. Hij was een der eerste en beste karikaturisten in de moderne Vlaamse pers, die zijn tekenstift als een wapen gebruikte om de verworpenheid van zijn volk aan de kaak te stellen. Dat Pallieter het vijf jaar volhield was vooral aan hem te danken.

Gezelle, Guido (° Brugge, 1830-05-01 - ✝ 1899-11-27)

Priester-dichter en leraar.

Oom van Caesar Gezelle en Stijn Streuvels. Priester-dichter en leraar die met zijn nationaal-religieus geïnspireerde lessen, gedichten en journalistieke publicaties grote invloed uitoefende op de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Gezelle werkte achtereenvolgens in Roeselare (Klein Seminarie), Brugge, Kortrijk en opnieuw Brugge. Hij maakte vlug naam als Vlaams literair auteur met zijn Kerkhofblommen (1858), en was ook zeer actief als taalgeleerde, volkskundige, pamflettist, polemist, en stichter-stimulator en uitgever van tijdschriften als Rond den Heerd, Loquela en Biekorf. Gezelle was een taalparticularist, wat tot uiting kwam in zijn bijdragen aan deze tijdschriften. Hij liet tevens een bundel Laatste Verzen na die in 1901 postuum uitgegeven zou worden.

Gezelle, Guido (° 1830 - ✝ 1899)

Priester-dichter, West-Vlaamse taalparticularist. De groep rond Van Nu en Straks bewonderde hem als dichter en heeft bijgedragen tot de grote interesse die er tot vandaag nog voor zijn werk bestaat.

Gezelle, Guido (° 1830 - ✝ 1899)

Priester, dichter, taalkundige en journalist. Zijn zus Louise Gezelle (1834 1909 was de moeder van Stijn Streuvels, die bijgevolg een neef was van Guido Gezelle.

Walgrave, Aloïs (° Gent, 1876-02-09 - ✝ Brugge, 1930-02-28)

Priester.

Kandidaat in de wijsbegeerte en letteren. In zijn studententijd werkte hij mee aan Jong Dietschland (1898-1914), een driemaandelijks studententijdschrift voor kunst en letteren, dat zich als katholiek profileerde. In 1920 werd hij pastoor te Vollezele. Hij was tevens leraar, en Vlaamsvoelend als hij was, prentte hij zijn leerlingen de liefde voor de moedertaal in. Tevens wijdde hij hen in in de poëzie, vooral die van Guido Gezelle. Walgrave dichtte zelf in de trant van Gezelle en schreef een paar bijbelstukken voor collegetoneel. Na jarenlange studie van de gedichtengroei van Gezelle (in o.a. Gedichtengroei. Studieën op Gezelle) publiceerde hij een uitvoerige levensbeschrijving van de West-Vlaamse meester onder de titel Het leven van Guido Gezelle (2 delen, 1923-1924). In 1923 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.

Naam - uitgever

L.J. Veen

Nederlandse uitgeverij die in 1887 door Lambertus Jacobus Veen was opgericht. De firma maakte naam door werk te publiceren van o.a. Louis Couperus en Stijn Streuvels.