FRANK·LATEUR
Ingoyghem den 15den Juni, '43
Waarde Heer De Meyer,
De teekeningen heb ik in goede orde ontvangen.
[1] "
De Boomen" en "
Glorierijke Licht" vind ik uitstekend.
[2] Gl[orierijk] Licht zou inderdaad beter uitkomen als het op anderen toon papier kwame.
[3] Van die teekening had ik mij voorgesteld dat de boom een breedere kruin zou gehad hebben, waar de zonnespietsen doorsteken; en de blinde wandelaar, meer op den achtergrond van het landschap. Maar gelijk het nu is, kan het er ook al door.
Van
De Boomen zouden de menschen die de boomen te keer gaan, iets duidelijker mogen uitkomen.
[4] De teekening voor "
In de Wijde Wereld" is goed.
[5] Deze voor "
In de Weide" ook, doch ik zou den teekenaar er willen op wijzen dat er geen gras groeit op zijn weide en de koeien te grazen hebben op iets als eene zandplaat.
[6]
Ik heb Zaterdag
Saverys gezien en gesproken (hij ligt te bed en is bijna onder een trein gerocht, met er al rijdend te willen opspringen!)
Ik heb hem onze wenschen voorgelegd en hij is akkoord om de aquarellen te maken op grootte en formaat van den vollen bladspiegel.
[7] Dàt is dus in orde.
Ik heb eveneens de teekeningen medegekregen voor "
Leven en Dood in den Ast",— die ik heel goed vind,— doch ik had verwacht dat hij nog geweldiger zou geweest zijn in het fantaseeren.
[8]
Ik ben nu maar benieuwd te vernemen welke letter er zal gekozen worden voor
De Vlaschaard èn voor
Leven en Dood, alsook voor de 4 plaquetten?
[9] Nu verwacht ik ook nog de schets voor S[in]t-Jan en voor Morgenstond. Voor
Morgenstond laat ik den teekenaar vrij te fantaseeren wat hij goedvindt.
[10] Voor
S[in]t Jan echter stel ik mij voor een landelijk huisje, midden in een weelderig landschap; het huisje iets afgelegen van den weg, een tuinpaadje midden voor de deur, tusschen bloemstruiken, met boomen in den achtergrond, en voor de deur of voorgevel een vlaamsche steenput of vijvertje. Het geheel in eene idyllische atmosfeer, en liefst zonder personages. Ik geef hierbij een paar foto's waarop de teekenaar zich kan inspireeren over zulk een huisje.
[11]
Voor alle gerustheid geef ik teekeningen en schetsen mede met mijn dochter Dina, die morgen naar Gent komt en het pakje zal afgeven in den Standaard-winkel. Vandaar geraakt het wel behouden in Antwerpen.
Met minzamen groet
(paraaf Stijn Streuvels)
Annotations
[1]
Streuvels ontving de illustraties voor
Boomen,
Het glorierijke licht en voor de uitgave van
Doodendans. Cf. brief van Maurits De Meyer aan Stijn Streuvels van
11 juni 1943.
[2]
De tekst van
Boomen begint op p. 7:
Twaalf ontzaglijke schaaiaards, reuzen van boomen, in 't gelid op de zoom van den hoogen barm, alleen, te midden 't bloote open veld. De paginagrote illustratie, die zich naast de titelpagina bevindt, stemt met de tekst overeen en is zoals Streuvels het zich allicht voorstelde.
De illustratie van Het glorierijke licht geeft goed weer wat Streuvels zich ervan voorstelde. Enkel de steenweg, die door Streuvels in de verte werd gedacht, bevindt zich tamelijk dichtbij op de tekening. De tekening sluit perfect aan bij de volgende passage: En zie, die twee kinders hier op den grasbodem onder de kruine in de schaduw van den grooten boom. Ze liggen nevenseen achterover in 't gras, een meiske en een jongen. [...] Midderlerwijl zien ze niet wat er bachten hen, op de hoogte van den grooten steenweg verschijnt. [...] Ginder over den steenweg stapt een enkele man, — heel alleen,— zijn kleeding is kleurloos als de eerde, zijn half doorzakte beenen stuiken met de voeten tegen de steenen, zijn rug is gebogen en zijn kop staat aan den uitgestrekten hals, met de kin vooruitgestoken. In de rechterhand houdt hij een stok waarmede hij de steenen betast waarover hij gaat; bij de linkerhand wordt hij voortgetrokken door een touw waaraan een vaal hondje gespannen is en neerstig voorop stapt. p. 19-24
[3]
de toon van papier: de tint
Van Dale, S-Z, p. 3130
400 exemplaren van Het glorierijke licht werden gedrukt op Munster Velumpapier, de overige 100 op geschept Hollandsch papier Van Gelder en Zonen.
[4]
De 12 bomen, die eigen geworden waren aan het uitzicht van het land en vergroeid waren met alles wat rond hen leefde, werden geveld.
Wat is de dood van twaalf onnoozele populieren die vergingen door menschenhand? Wat zijn een twaalftal boomen eene nietigheid in 't groote rijk van 't ontzaglijk leven van den niets ontzienden oppermeester die zijn eigen wetten maakt, [...] p. 32
De mensen die de bomen aan het vellen zijn, zijn op de tekening nauwelijks te zien.
[5]
In de wijde wereld vormt het derde hoofdstuk (p. 47-60) van
Doodendans (1946), nr. 4 van de
Lijsternestreeks. Geïllustreerd door René De Coninck. Het gaat over arme kermisartiesten die in het dorp neerstrijken en er een vertoning opvoeren, die echter weinig succes heeft. In de duisternis en regen rijden ze weer weg. De tekening bevindt zich op p. 49 en geeft een momentopname van het begin van de novelle:
Tegen valavond kwam de kermiswagen in het dorp gereden. Moe van 't rotsen achter de lange, lange bane, trok de voerman zijn peerdje op den mulligen zandweg en, na een laatsten snok, hield de wagen stil onder een reek magere kopwilgen.
[6]
In de weide is het vijfde hoofdstuk (p. 133-176) uit
Doodendans. De novelle schetst het verhaal van kinderen die hun dagen al spelend doorbrengen in de natuur, tot ze naar huis moeten, waar ze opnieuw in de wereld van de volwassenen en hun problemen terechtkomen. De illustratie toont de belangstelling van kinderen voor de 'nachtegaal' van koewachter Arie, die het muziekinstrument van zijn oom gekregen had, opnieuw een momentopname uit het begin van het verhaal. De plaats waar de koeien moeten grazen, ziet er uit als een kale vlakte. Ondanks Streuvels' opmerking daarover heeft de illustrator de tekening niet meer aangepast.
[7]
Albert Saverys maakte 4 paginagrote aquarellen (waterverfschilderijen) voor elk hoofdstuk van de
luxe-uitgave van De vlaschaard. De precieze afmetingen van de aquarellen bedragen 23,4 x 16,6 cm. Het formaat van het boek zelf is 34,8 x 24,9 cm. De vier gekleurde aquarellen bevinden zich telkens op de linkerbladzijde naast de titelpagina van elk hoofdstuk.
[8]
Het werk telt in totaal 7 lavistekeningen (
gewassen tekeningen) van Albert Saverys. Ze werden uitgevoerd in koperdiepdruk.
Uit het colofon van Het leven en de dood in den ast De donkere tekeningen stemmen telkens overeen met een passage uit de tekst.
[9]
Voor de drie genoemde werken koos men bij drukkerij-uitgeverij Lannoo voor drie verschillende lettertypes. De
vijftiende druk van De vlaschaard werd met de hand gezet uit de Grotius (16 punt of 6 mm) van H.S. De Roos,
Het leven en de dood in den ast uit de zware Hollandse mediaevalletter (14 punt of 5,25 mm). Voor
Boomen,
Morgenstond,
St. Jan en
Het glorierijke licht werd de Egmontletter gebruikt.
[10]
Cf. Streuvels' voorstel voor de illustratie van
Morgenstond in zijn brief aan De Meyer van
19 april 1943.
[11]
Cf. Streuvels' voorstel voor de illustratie van
Sint-Jan in zijn brief van
19 april 1943. Op deze tekening worden wel personen voorgesteld (Wieze met de tweeling en haar man Jan), zij het wel dat ze niet zo duidelijk op de voorgrond verschijnen. De foto's zijn echter niet meer bij de brief overgeleverd.