<Resultaat 2507 van 2531

>

BELGIËLEI 147a, ANTWERPEN 1

Aan de Heer Frank Lateur
Lijsternest
INGOOIGEM

onze ref.: MvN/bm

Geachte Heer Lateur,
Anton van Wilderode heeft voor ons een taalboek voor de poësis (de lyriek en de epiek van de middeleeuwen tot nu) gemaakt.[1]
Daarin neemt hij fragmenten op van uw "Jantje Verdure".[2]
Nu hebben wij getracht voor dit mooie boek steeds originele illustraties te vinden, geen portretten en zo, maar documenten die rechtstreeks bij de teksten aansluiten of deze helpen situeren.
Zo zoeken wij dus ook voor Jantje Verdure zo'n document.
De vraag is nu of U ons daar niet bij helpen kunt. Bestaan er foto's of tekeningen van de bakkerij van Jantje Verdure, of bestaat de bakkerij zelf nog, en tot wie kunnen wij ons hiervoor wenden?
Wij zouden het heel erg op prijs stellen als U ons een handje wilde toesteken.[3]
Mogen wij een berichtje verwachten?
Ik dank U bij voorbaat en groeten U vriendelijke met de meeste hoogachting,
STANDAARD UITGEVERIJ
(handtekening W. Doevenspeck)
W. Doevenspeck
ANTWERPEN 14.VI.1968
Ingooigem
 

Annotations

[1] Anton Van Wilderode, De dubbelfluit. Antwerpen-Utrecht, Standaard Boekhandel, 1968. Taalmozaïek 5. 2 vol. Nederlands taalboek voor de tweede humaniora en daarmee gelijk te stellen klassen. In het eerste volume wordt de Nederlandse letterkunde vanaf de middeleeuwen tot de romantiek behandeld, in het tweede volume de letterkunde vanaf 1880 tot heden.
[2] Getuigenissen van Stijn Streuvels over Jantje Verdure: Bij deze bakker zou Streuvels, na zijn leertijd in de bakkerij van Vandendriessche te Kortrijk (cfr. Avelghem, pp. 118-130), thans te Heule in de leer gaan: Moeder had naar iets uitgezien en gauw het gezochte gevonden. Er was overeengekomen dat ik tot aldertijd bij Jantje Verdure mijn leerjaren zou voortzetten. Jantje Verdure's bakkerij was aan den overkant der dorpsplaats; ik zou er 's morgens heengaan en naar huis komen eten en slapen. Dat was iets naar mijn zin. Jantje kende ik als een braaf, gemoedelijk stil mannetje, maar met Theresia, zijn vrouw, was het anders gesteld... 't Geen verder over Jantje Verdure, over Theresia, over Irmatje en over de bakkerij te zeggen valt, heb ik eenigszins geromanceerd, beschreven in het boek dat Jantje Verdure's naam draagt en voorkomt in den eersten bundel van "Dorpsgeheimen". [...] Avelghem, pp. 131, 136-137
In het tweede volume van De dubbelfluit wordt naast een korte biografie van Streuvels en de opsomming van (een groot aantal van) zijn werken, een — qua spelling gemoderniseerd — fragment uit Jantje Verdure (p. 65-70) opgenomen. Daarna wordt wat (o.a. taalkundige) uitleg met betrekking tot dit fragment gegeven. De dubbelfluit, deel 2, p. 129-137
[3] Het antwoord van Streuvels ontbreekt. Cf. verder de brief van de Standaard Boekhandel aan Stijn Streuvels van 23 juli 1968.

Register

Naam - persoon

Lateur, Frank (° Heule, 1871-10-03 - ✝ Ingooigem, 1969-08-15)

Geboren als Frank Lateur en bakker van opleiding, maar onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels als prozaschrijver bekend geworden in tijdschriften als Van Nu en Straks, Vlaanderen, De Gids en De Nieuwe Gids. De vlaschaard (1907) en De teleurgang van den waterhoek (1927) zijn twee van zijn bekendste romans.

Van Wilderode, Anton (° Moerbeke-Waas,, 1918-06-28 - ✝ Sint-Niklaas, 1998-06-15)

Pseudoniem van: COUPE, Cyriel (Moerbeke-Waas, 28.06.1918 - Sint-Niklaas, 15.06.1998).

Coupé volgde de Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Jozef Klein Seminarie van Sint-Niklaas. Na zijn priesteropleiding en -wijding in 1944, studeerde Coupé nog twee jaar klassieke filologie aan de Leuvense universiteit. Sinds 1946 was hij onafgebroken, tot aan zijn pensionering in 1982, leraar aan zijn vroegere college in Sint-Niklaas. In 1975 werd hij benoemd tot doctor honoris causa aan de Leuvense Alma Mater en verkozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent.

Van Wilderode, dichter, vertaler, bloemlezer en essayist, is redacteur van Dietsche Warande en Belfort. Hij schreef monografieën over Filip De Pillecyn (1960) en André Demedts (1965). In 1975 voltooide hij zijn Vergilius-vertaling en was hij hiermee de eerste die, na Vondel in de 17de eeuw, het complete oeuvre van de Latijnse dichter in het Nederlands vertaalde. Ook uit het werk van Horatius heeft hij een ruime keuze vertaald. Als bloemlezer verwierf hij vooral bekendheid met het tweedelige, gecommentarieerde handboek De dubbelfluit (1968), bestemd voor het secundair onderwijs, Het groot jaargetijdenboek (1971), En het woord was bij God (1979) en Het tweede jaargetijdenboek (1987). Als dichter is Van Wilderode de auteur van een omvangrijk en belangrijk oeuvre, dat meer dan twintig bundels telt en klassieke allures bezit. Vertrekkend vanuit een romantisch eenzaamheidsgevoel (De moerbeitoppen ruisten, 1943), uitgedrukt in elegisch-dromerige verzen en in een zangerig-impressionistische vorm, verruimde hij geleidelijk zijn thematiek. In Najaar van Hellas (1947) tilde hij zijn individuele situatie op in een ruimere context, met name het lot van de hedendaagse mens, die zich doorheen een beschavingscrisis worstelt. Het proces van vereenzaming en verinnerlijking bracht hem in Het land der mensen (1952) tot een deemoedig aanvaarden van de realiteit en een zich inschakelen in dienstbaar verband, ten bate van de gemeenschap. Het werkte ook een taalversobering in de hand. Zijn dichterschap bereikte zijn hoogste bloei in de laatste twee decennia. Vanaf Dorp zonder ouders (1978) werd zijn thematiek omgebogen in spiritualistische zin en is ze steeds meer gericht op de overzijde van dit bestaan. Benevens andere prijzen ontving Van Wilderode in 1956 de Interprovinciale prijs voor letterkunde, in 1980 de driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie en de Joost Van den Vondelprijs, in 1986 de Interprovinciale prijs voor letterkunde voor het gehele oeuvre en in 1987 de driejaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan. Sinds 1993 was hij eredeken van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond. Van Wilderode noemt zich een Vlaams-nationalist. Hij schreef scenario's voor radio en televisie, maar ook scripten voor religieuze, culturele en volksnationale manifestaties (Guldensporenherdenking, 1966; herdenking van De Groote Stooringe, 1975). In 1958 en van 1974 tot 1976 schreef hij de bindteksten voor het Vlaams Nationaal Zangfeest in Antwerpen. Voor de IJzerbedevaart schreef hij voor de eerste maal teksten en gelegenheidsgedichten in 1953, daarna ononderbroken van 1965 tot 1993 (enkele malen waren de teksten gedeeltelijk van zijn hand). De IJzerbedevaartgedichten nam hij op in de eerste uitgave van Verzamelde gedichten (1974). Later werden ze afzonderlijk uitgegeven in De dag begint bij een puin (1985). Ook ter herdenking of bij het overlijden van Vlaamse figuren schreef hij gedichten, waarvan er een aantal werd opgenomen in In al begonnen vrede (1993). Deze gelegenheidsgedichten releveren een zeldzaam talent. Zij kregen betekenis in de Vlaamse strijd en maken van Van Wilderode daardoor een van de belangrijkste auteurs van flamingantisch geïnspireerde poëzie. Vele ervan werden getoonzet door bekende componisten. Zo is het innige Lied van mijn land, op muziek van Ignace De Sutter, wellicht het mooiste populaire lied uit het naoorlogse Vlaamse repertoire. Het wordt zowat als de officieuze Vlaams-nationale hymne beschouwd.

Minder strijdbaar, maar evenzeer gedragen door zijn liefde voor Vlaanderen en zijn volk, zijn de tientallen gedichten, geschreven bij prachtige foto's van Jan Decreton en gepubliceerd in de trilogie: Daar is maar één land dat mijn land kan zijn (1983), En het dorp zal duren (1983), Het sierlijke bestaan van steden (1990).

Sinds 1970 was hij lid van het IJzerbedevaartcomité en sinds 1972 lid van de raad van beheer van de bedevaartorganisatie. Zijn verhouding tot het IJzerbedevaartcomité verliep evenwel niet altijd rimpelloos. In de periode voor 1965 leefde hij reeds in onmin met het Comité, toen regisseur Remi Van Duyn zonder aanwijsbare reden werd ontslagen. Begin 1995 nam hij, samen met enkele anderen (de zogenaamde Groep van Gent) zelf ontslag, omdat hij het niet eens was met de niet-herverkiezing van Michiel Debackere. Hij trad eveneens toe tot het IJzerbedevaardersforum.

Titel - werken van Streuvels

Streuvels, Stijn, Jantje Verdure (1904). [novelle]
[Tweede druk], Gent, Snoeck Ducaju en zoon, Tweede Reeks Blauwe Snoeckjes, nr. 1, 1943, 132 + [II] p., 19,8 x 13,8 cm.
Streuvels, Stijn, Jantje Verdure (1904).
Voorpublicatie
  • Jantje Verdure I, In: Vlaanderen, 1903, oktober, jg. 1, p. 433-468
    Jantje Verdure II (vervolg), In: Vlaanderen, 1903, november, jg. 1, p. 481-500
    Jantje Verdure III (vervolg), In: Vlaanderen, 1903, december, jg. 1, p. 529-548.
Druk
  • [Eerste druk], Opgenomen in: Dorpsgeheimen, eerste deel. Amsterdam: L.J. Veen, [1904], [VIII] + 216 p., 21 x 15,5 cm; p. 82-216.
  • [Tweede druk], Gent, Snoeck Ducaju en zoon, Tweede Reeks Blauwe Snoeckjes, nr. 1, 1943, 132 + [II] p., 19,8 x 13,8 cm.
  • [Derde druk], Opgenomen in: Tien van Streuvels, Leuven, Davidsfonds, [1973], 370 + [II] p., 20,7 x 12,7 cm; p. 193-286.
Streuvels, Stijn, Jantje Verdure (1904). [novelle]
Streuvels, Stijn, Jantje Verdure (1904).
Voorpublicatie
  • Jantje Verdure I, In: Vlaanderen, 1903, oktober, jg. 1, p. 433-468
    Jantje Verdure II (vervolg), In: Vlaanderen, 1903, november, jg. 1, p. 481-500
    Jantje Verdure III (vervolg), In: Vlaanderen, 1903, december, jg. 1, p. 529-548.
Druk
  • [Eerste druk], Opgenomen in: Dorpsgeheimen, eerste deel. Amsterdam: L.J. Veen, [1904], [VIII] + 216 p., 21 x 15,5 cm; p. 82-216.
  • [Tweede druk], Gent, Snoeck Ducaju en zoon, Tweede Reeks Blauwe Snoeckjes, nr. 1, 1943, 132 + [II] p., 19,8 x 13,8 cm.
  • [Derde druk], Opgenomen in: Tien van Streuvels, Leuven, Davidsfonds, [1973], 370 + [II] p., 20,7 x 12,7 cm; p. 193-286.
Streuvels, Stijn, Avelghem (1946). [bio]
[Eerste druk], Tielt, Drukkerij-Uitgeverij J. Lannoo; Antwerpen, N.V. Standaard Boekhandel, [1946], 356 + [IV] p., 21 x 15,7 cm. De Lijsternestreeks, nr. XXVII.
Extra info:
Met een foto van Stijn Streuvels. Colofon: '"Avelghem", het tweede deel van 's schrijvers levensverhaal, verschijnt bij zijn vijf en zeventigste verjaren — 1871 — 3 oktober-1946 — en het vijftigste verjaren van zijner eerste verhalen. — Deze uitgave werd gezet uit de Hollandsche mediaevalletter veertien punt en gedrukt op de persen van Joris Lannoo te Tielt. — Van deze uitgave werden twintig genummerde exemplaren getrokken op zwaar getint Munster Velum papier voorzien van 's schrijvers handteekening.'
Streuvels, Stijn, Avelghem (1946).
Voorpublicatie
  • Wintervreugde - Dit nieuw Seizoen. I. Winter 1945-1946, Tielt, J. Lannoo [1945], p. 61 (= Avelghem, p. 111-115).
  • Herinneringen uit Avelghem - Dietsche Warande en Belfort, XLVI, 1946, p. 451-460 (= Avelghem, p. 293-313, over Lente en Lenteleven).
  • Twee avonturen uit den Avelghemschen tijd - Nieuw Vlaamsch Tijdschrift, I, 1946, p. 706-711 (= Avelghem, p. 331-334, 335-339), het bezoek van Albert Verwey, het bezoek van Emmanuel de Bom en zijn jonge vrouw).
Druk
  • [Eerste druk], Tielt, Drukkerij-Uitgeverij J. Lannoo; Antwerpen, N.V. Standaard Boekhandel, [1946], 356 + [IV] p., 21 x 15,7 cm. De Lijsternestreeks, nr. XXVII.
  • [Tweede druk], in: Volledig werk. Deel IV. Brugge-Utrecht: Uitgeverij Orion, N.V. Desclée De Brouwer, [1973], p. 999-1268.

Indextermen

Naam - persoon

Lateur, Frank
Van Wilderode, Anton

Titel - andere werken

De dubbelfluit

Titel - werken van Streuvels

Avelghem
Jantje Verdure