<Resultaat 80 van 2126

>

p1
Mynheer de Professor,

Vooreerst moet ik u grondhertig bedanken over uwe ieverige liefde jegens Polydore en zyne ziele zaligheid; God alleen kan en zal u die vergelden.

Uwen brief van gisteren heeft my ‘t herte met angst vervuld; en niet zonder reden. Volgens ‘t gene uwen vriend schryft (uwen vriend welken ik niet ken maer rade eenen student te wezen) ligt Polydore in innige betrekkingen met V. van W. en V. R van O. welke gy maer al te wel kent en waer acchter Polydore niet goeds kan leeren.[1] Ik versta daer uit dat Polydore aen dreigende gevaer van zedebederf blootgesteld is. Maer indien V. van W. en V. R van O. zoo voor iets als zedebedervers mogen aenzien worden, zou het niet betamen, Mynheer, is het niet eene pligt van de overste van ‘t Kleen Seminarie te waerschuwen en hun te verwittigen over de daedzaken die plaetse grypen?.. - Dan, indien die gasten, na onderzoek, pligtig gevonden worden, Mr den Superior zoude zonder aerzelen, meen ik, deze gevaerlyke jongelingen wegjagen?.- Zoo niet, zoude ‘t Kollegie van Rousselaere geene veiligheid meer geven aen de studenp2ten, geene waerborg aen de familien; en, zekerlyk, gy, Mynheer, als broeder, ik als zuster en meter en alle ouders zouden het moeten voor eene strenge pligt aenzien van aenstonds onze broeders of hunne kinderen uit zulk een slecht gesticht te trekken?...

‘T is my troostende hier iets te mogen byvoegen over Polydore. Over veertien dagen heb ik te Rousselaere geweest. ‘T was juist la proclamation du Mois, en om die reden heeft Polydore ‘t overige van den dag met my mogen blyven. Ik heb gene veranderingen kunnen bemerken in geheel zyn maniere van spreken en doen. Hy was eerste in thême latin die de eenige compositie was, en zesden van d’eerste klas van Conduite et application. Wat meer is heeft Mr Van Hove my de beste getuigenissen gegeven over zyn gedrag en vlytig leeren en dat in zyn aenwezigheid en buiten zyn aenwezigheid. -

Polydore van zynen kant heeft my gezeid dat hy geheel kontent was in ‘t Kollegie; dat hy nu beter dan in ‘t begin zynen professor verstond in ‘t uitleggen hunner lessen, en dat het een allerbraefste en geleerde man was. Van eenen anderen kant, Polydore vergeet niet van ons te schryven; Emile heeft sedert de vakanse een zeer voldoende brief ontvangen, en ik heb er twee gekregenp3waervan den laetsten nu over acht dagen. ‘K zou daer nog moeten byvoegen dat Polydore my byzonder achter u gevraegd heeft, my erinnerende dat hy u verschot van geld schuldig gebleven was.

Dit al doet my hopen en betrouwen dat Polydore tot nu toe onpligtig gebleven is. Zyt gy niet, met my, overtuigd, Mynheer de professor, dat hy met ‘t verlies van zyne goede zeden toch wel iets van zyne beminnelyke handelwyze zou verloren hebben? zelfs van zynen iever voor ‘t leeren?...

Maer, Mynheer, wat besluit moet er voor ‘t toekomende genomen worden? Gy hebt de goedheid van hem te willen schryven; uwen brief zal dan onder ‘t toezicht van den surveillant komen. Gaet dit genoegzaem zyn om hem en de andere overste te verwittigen over ‘t gevaer dat Polydore, en andere studenten ook, zonder twyfel, loopen door ‘t verkeeren met deze welke gy zoo klaer berispelyk oordeelt?...

Mag ik u eerbiedig eene antwoorde vragen om toch klaerder te weten wat my zelve te doen staet?

Aenveerd, Mr de Professor, met de nieuwe uitdrukking myner dankbaerheid over de bewezene diensten, de verzekering myner hoogachting en eerbied.
Léonie De Monie.

Noten

[1] Op 19/11/1860 had Amaat Lootens Gezelle een brief geschreven waarin hij waarschuwde voor de vriendschap tussen Polydore Demonie en Verhaeghe van Waregem, alsook tussen Polydore en Van Heerswinkel van Oostende. Meer bepaald haalde Amaat het feit aan dat de jongens met elkaar ‘carambleerden’ (dit is boksen, maar vooral onder de gordel) en briefjes naar elkaar schreven. Hij vroeg dan ook aan Gezelle om Polydore een brief te schrijven – evenwel zonder zijn eigen naam te vermelden – opdat aan deze betrekkingen een einde zou komen.

Register

Correspondenten

NaamDemonie, Léonie; Leonida
Datums° Aarsele, 25/05/1835
GeslachtVrouwelijk
BioLeonida Euphrasia Demonie werd op 25 mei 1835 geboren in Aarsele als dochter van Joannes Franciscus Demonie (+ Aarsele, 20/05/1851) en Rosalia Vandendriessche (+ Aarsele, 19/09/1845). Na de vroege dood van haar ouders was zij verantwoordelijk voor haar jongere broer Polydore, wiens meter ze was. Volgens het Brugse bevolkingsregister ging ze in 1859 bij haar broer Leopold wonen in de Katelijnestraat 76 (C10/19/2), samen met haar broers Emile (dokter) en Polydore (student), en Justine Demonie (°Zwevezele, 08/03/1848). In 1862-1863 woonde ze met Justine en Polydore - nog steeds student - in de Mariastraat in Brugge. Op 28 september 1863 verhuisde ze naar Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenRijksarchief; Bevolkingsregisters
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDemonie, Léonie; Leonida
Datums° Aarsele, 25/05/1835
GeslachtVrouwelijk
BioLeonida Euphrasia Demonie werd op 25 mei 1835 geboren in Aarsele als dochter van Joannes Franciscus Demonie (+ Aarsele, 20/05/1851) en Rosalia Vandendriessche (+ Aarsele, 19/09/1845). Na de vroege dood van haar ouders was zij verantwoordelijk voor haar jongere broer Polydore, wiens meter ze was. Volgens het Brugse bevolkingsregister ging ze in 1859 bij haar broer Leopold wonen in de Katelijnestraat 76 (C10/19/2), samen met haar broers Emile (dokter) en Polydore (student), en Justine Demonie (°Zwevezele, 08/03/1848). In 1862-1863 woonde ze met Justine en Polydore - nog steeds student - in de Mariastraat in Brugge. Op 28 september 1863 verhuisde ze naar Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenRijksarchief; Bevolkingsregisters

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

NaamDemonie, Léonie; Leonida
Datums° Aarsele, 25/05/1835
GeslachtVrouwelijk
BioLeonida Euphrasia Demonie werd op 25 mei 1835 geboren in Aarsele als dochter van Joannes Franciscus Demonie (+ Aarsele, 20/05/1851) en Rosalia Vandendriessche (+ Aarsele, 19/09/1845). Na de vroege dood van haar ouders was zij verantwoordelijk voor haar jongere broer Polydore, wiens meter ze was. Volgens het Brugse bevolkingsregister ging ze in 1859 bij haar broer Leopold wonen in de Katelijnestraat 76 (C10/19/2), samen met haar broers Emile (dokter) en Polydore (student), en Justine Demonie (°Zwevezele, 08/03/1848). In 1862-1863 woonde ze met Justine en Polydore - nog steeds student - in de Mariastraat in Brugge. Op 28 september 1863 verhuisde ze naar Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenRijksarchief; Bevolkingsregisters
NaamDemonie, Polydor
Datums° Aarsele, 18/09/1844 - ✝ Brugge, 07/04/1887
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; gemeenteraadslid
BioPolydore Demonie was de jongste van de acht kinderen van Jean-François Demonie en Rosalie Van den Driessche, en neef van Emiel Demonie. Hij was al wees toen hij van 1857 tot 1863 de humaniora volgde aan het kleinseminarie te Roeselare. Daar bekommerde Gezelle zich om dit wat "dolend kind, niemand had hem ooit vast" (Hugo Verriest). Gezelle richtte verschillende gedichten aan hem, waaronder 'O lied', 'Gelukkig kind', eventueel 'Mocht ik', en - het best bekend - 'Polydor, gij kind van Vlanderen', toen de jongen in 1860 de eerste van de klas werd (en dit zou blijven tot in de retorica). Polydore studeerde rechten en haalde het doctoraat in 1870. In 1873 vestigde hij zich als advocaat in Brugge, waar hij na de overwinning van de katholieken in de gemeenteraadsverkiezingen van 1875 ook stedelijk mandataris werd. In 1878 behoorde hij tot de eersten die de grondwettelijke eed in het Nederlands aflegden. Hij was gehuwd met Leonie Van den Driessche en ze hadden negen kinderen. Ten gevolge van toenemende hartproblemen stierf hij op amper tweeënveertigjarige leeftijd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamLootens, Amaat
GeslachtMannelijk
NaamVanhove, Bruno
Datums° Izegem, 05/11/1819 - ✝ Tielt, 19/08/1891
GeslachtMannelijk
Beroep(aarts)priester; leraar; inspecteur onderwijs; schooldirecteur; ere-kanunnik en titulair kanunnik; vicaris-generaal
BioBruno Vanhove was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare. Via het grootseminarie van Brugge werd hij op 21/12/1844 tot priester gewijd. Hij was leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (1844-1846) en leraar retorica aan het kleinseminarie te Roeselare (1849-1859). In 1850 was hij ook inspecteur van het lager onderwijs in Roeselare en vanaf 1855 in Tielt. In 1859 werd Vanhove superior van het kleinseminarie te Roeselare tot juli 1869. Als superior was Vanhove het niet altijd eens met de pedagogische aanpak, het proselitisme en de Vlaamsgezindheid van zijn leraar Gezelle. Van Hove werd ere-kanunnik (1864), bisschoppelijk inspecteur voor het lager en middelbaar onderwijs (1869) en vicaris-generaal van het bisdom Brugge (1875-1890). Hij was ook aartspriester van het kapittel en de stad Brugge, huisprelaat van de paus en ridder in de Leopoldsorde.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; superior van Gezelle in het kleinseminarie van Roeselare
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVerhaeghe, Felix
Datums° Waregem, 06/09/1843 - ✝ Zeveren, 01/04/1906
GeslachtMannelijk
Beroeppastoor
BioFelix Amandus Verhaeghe werd op 6 september 1843 geboren in Waregem als zoon van de brouwer Karel Ludovicus Verhaeghe (1799-1869) en spinster Pauline Bekaert (1805-1874). Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare waar hij bevriend was met Polydoor Demonie en lid was van Gezelles Confraternity. In 1869 ontving hij zijn priesterwijding in Gent, waarop hij coadjutor werd in Bassevelde. De jaren erop nam hij de taak van onderpastoor op te Nokere (1870), Schellebelle (1870 en Ouwegem (1875). Vanaf 1888 was hij werkzaam als pastoor in Vosselare (1888) en op de Sint-Amandusparochie te Zeveren (1889). Het was aldaar dat hij stierf op 1 april 1906.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenJ. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.16; https://gw.geneanet.org/fransferrari?n=verhaeghe&oc=&p=felix;
NaamDelbaere, Rufin; Delbaere, Ivo Rufinus
Datums° Ingooigem, 07/02/1833 - ✝ Brugge, 22/12/1887
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioIvo Rufinus Delbaere werd op 7 februari 1833 geboren als zoon van Martinus Josephus Delbaere (1798-1855), heel- en vroedmeester, en Marie Juliana Christiaens (1801-1853). Net als zijn broers was hij oud-leerling van Guido Gezelle. Hij werd in 1858 zelf leraar aan het St.-Amandscollege van Kortrijk. Hij ontving zijn priesterwijding op 18/12/1858 te Brugge. In 1859 werd hij leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd titularis van de poësis in 1863 en in 1865 van de retorica, waar hij in 1873 opgevolgd werd door Hugo Verriest. Vervolgens werd hij onderpastoor van de O.L.Vrouwekerk te Brugge (24/09/1873), pastoor te Sint-Andries (09/05/1877) en pastoor van de Sint-Jacobskerk te Brugge (25/07/1883). Hij overleed er op 22 december 1887. Hij is tevens de auteur van een aantal toneelstukken.
Links[odis]
Relatie tot Gezellekleinseminarie Roeselare; oud-leerling van Gezelle
Bronnen https://nl.geneanet.org/; https://doodsprentjes.be/index.php?lang=Nld&p=search;
NaamVanheerswynghels, Augustus Alphonus
Datums° Oostende, 07/01/1845 - ✝ Oostende, 20/04/1873
GeslachtMannelijk
Beroepkantoorklerk; adjunct-griffier
BioAugustus Alphonsus Vanheerswynghels (of Vanheerswijnghels) werd in Oostende geboren op 7 januari 1845 als zoon van horlogemaker Petrus Joannes Maria Vanheerswijnghels (°Brugge, 07/08/1810) en Coleta Victoria Mathilde Doude (Oostende, 12/12/1820 - Oostende, 03/01/1847). Zijn ouders huwden op 22 november 1842 in Oostende. Petrus Vanheerswijnghels had zijn zaak in de Kaaistraat in Oostende. Augustus liep eerst school aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Oostende waar hij in 1855 een eerste prijs voor Nederlands behaalde. Later was hij leerling aan het Klein Seminarie in Roeselare, waar hij vermeld staat tussen 1859 en 1861. Hij huwde op 13 juni 1870 in Oostende met Evelina Justina Mathildis D'Hennin (Oostende, 29/05/1849 - Schaarbeek, 07/12/1933). Het echtpaar kreeg drie kinderen van wie alleen de oudste dochter Evelina Maria (°Oostende, 20/04/1871) in leven bleef. Augustus werd eerst kantoorklerk bij de Registratie en Domeinen in Oostende, later werd hij adjunct-griffier in de Rechtbank van Koophandel in Oostende. Hij overleed op 28-jarige leeftijd in Oostende op 20 april 1873.
BronnenRijksarchief; https://nl.geneanet.org/; Historische Kranten Oostende (Feuille d'Ostende van 23 augustus 1855)
NaamDemonie, Emile Leander
Datums° Aarsele, 07/09/1826 - ✝ Ingelmunster, 12/11/1866
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioEmile Leander Demonie werd geboren in Aarsele op 7 september 1826 als zoon van Joannes Franciscus Demonie (+ Aarsele, 20/05/1851) en Rosalia Vandendriessche (+ Aarsele, 19/09/1845). Hij was de oudere broer van Polydore, Leonie en Leopold Demonie. Emile Leander Demonie studeerde op 5 augustus 1858 aan de UGent af als geneesheer of ‘docteur en médecine, en chirurgie et en accouchements’. Volgens het Brugse bevolkingsregister woonden Leopold (priester), Emile (dokter), Leonie (bijzondere), Polydore (student) en Justine Demonie (°Zwevezele, 08/03/1848) op het einde van de jaren 1850 samen in een huis in de Katelijnestraat. Emile Leander vertrok daar op 15 februari 1860 met bestemming Heist, waar hij zich al sinds 1859 gevestigd had. Hij overleed als geneesheer in Ingelmunster op 12 november 1866.
BronnenRijksarchief; https://www.archiefbankbrugge.be/; Rapport sur l’état de l’administration dans la Flandre Occidentale, Brugge, 1860, p. 226. Annuaire médical de la Belgique I, 1861, p. 318

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook lagere basisschool verbonden was. De school trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Hij volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundel waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]

Titel23/11/1860, s.l., Léonie Demonie aan [Guido Gezelle]
EditeurPaul Thoen; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDemonie, Léonie
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum23/11/1860
Verzendingsplaatss.l.
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x134
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: zuster // Demonie Pol. (rood en zwart potlood); idem linksboven: Moeder // over P. DeMonie. (balpen, schuin over potloodnotitie geschreven)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4095
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10412
Inhoud
IncipitVooreerst moet ik u grondhertig bedanken
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.