<Resultaat 87 van 2074

>

p1
Hooggeachten Heer Gezelle G.

Wy wenschen u uit het diepste van ons hert een geluk zalig nieuw jaer een grooten voortgang in u onderneeming een heilig leven daerna een heilige dood. Wy verzoeken u dat gy zou believen een nouvene te doen van alle dagen een messe te lezen ter eer van ‘d heilige dryvuldigheid en de onbevlekte Maegd en geheel het hemels hof tot dankbaer-p2heid en dat wy in al eeuwigheid den lofzang zouden mogen met hun zingen.

Vele complementen van onzen eerbiedt weerdigen pastor met den wensch, van een zalig nieuw jaer hy verzoekt dat gy zoo goedt zou willen zyn van Jean brieven aen de Secretaris van den Bisschop te toonen, hy zou se geern weer hebben om zyn ziel nog meer op te wekken.

Besten vriend in den Heer
E De Neve
Voor Vader en Moeder
Heyst den 11 January 1861

Register

Correspondenten

NaamDe Neve, Eugénie; De Neve, Eugenia
Datums° Heist, 12/04/1845 - ✝ Heist, 30/05/1926
GeslachtVrouwelijk
BioEugenia De Neve werd geboren op 12 april 1845 te Heist. Haar ouders boerden er op het hof van Hector Coornaert. Zij was de jongere zus van Jan De Neve die leerling was in de poësisklas van Gezelle. Ze was pas 19 jaar oud toen ze huwde met de 31-jarige Leopoldus Desutter, de latere burgemeester van Heist. Samen kregen ze 11 kinderen. Voor dit huwelijk schreef Gezelle het gelegenheidsgedicht 'Het leven is zoo kort'. In de jaren '60 bemiddelde zij per brief tussen Gezelle en haar broer, die passionist was in Engeland. Ze stierf op 81-jarige leeftijd in haar geboortedorp Heist.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Neve, Eugénie; De Neve, Eugenia
Datums° Heist, 12/04/1845 - ✝ Heist, 30/05/1926
GeslachtVrouwelijk
BioEugenia De Neve werd geboren op 12 april 1845 te Heist. Haar ouders boerden er op het hof van Hector Coornaert. Zij was de jongere zus van Jan De Neve die leerling was in de poësisklas van Gezelle. Ze was pas 19 jaar oud toen ze huwde met de 31-jarige Leopoldus Desutter, de latere burgemeester van Heist. Samen kregen ze 11 kinderen. Voor dit huwelijk schreef Gezelle het gelegenheidsgedicht 'Het leven is zoo kort'. In de jaren '60 bemiddelde zij per brief tussen Gezelle en haar broer, die passionist was in Engeland. Ze stierf op 81-jarige leeftijd in haar geboortedorp Heist.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHeist
GemeenteKnokke-Heist

Naam - persoon

Naam(de) Béthune, Félix-Achille-Laurent
Datums° Kortrijk, 01/04/1824 - ✝ Brugge, 17/01/1909
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; econoom; ondersuperior; leraar
BioBaron Felix-Achille-Laurent (de) Béthune was de zoon van Félix-Antoine-Joseph (de) Béthune en Julia Renty. Hij werd econoom van het kleinseminarie te Roeselare in september 1849. Op 22 december 1849 werd hij te Brugge tot priester gewijd door bisschop Malou. Op 18 oktober 1856 werd hij door superior Faict benoemd tot ondersuperior van het kleinseminarie van Roeselare. Vervolgens werd hij in oktober 1859 leraar oudheidkunde aan het grootseminarie, dit tot 1873. Op 8 december 1859 werd hij benoemd tot erekanunnik en privé-secretaris van de bisschop en in september 1861 tot econoom aan grootseminarie te Brugge. Achtereenvolgens werd hij kerkmeester van de hoofdkerk Sint-Salvator (30/03/1870), geheim kamerheer van paus Pius IX (14/05/1873), titulair kanunnik (02/06/1876), kanunnik-cantor, huisprelaat van de paus (13/01/1882) en aartsdiaken van het kapittel van de Sint-Salvatorskathedraal (18/03/1891). Hij was ook examinator-prosynodalis en lid van de bisschoppelijke raad, erevoorzitter van de Société Royale de Numismatique de Belgique, voorzitter van de Société Archéologique en van de Commission du Musée te Brugge en officier in de Leopoldsorde.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Neve, Eugénie; De Neve, Eugenia
Datums° Heist, 12/04/1845 - ✝ Heist, 30/05/1926
GeslachtVrouwelijk
BioEugenia De Neve werd geboren op 12 april 1845 te Heist. Haar ouders boerden er op het hof van Hector Coornaert. Zij was de jongere zus van Jan De Neve die leerling was in de poësisklas van Gezelle. Ze was pas 19 jaar oud toen ze huwde met de 31-jarige Leopoldus Desutter, de latere burgemeester van Heist. Samen kregen ze 11 kinderen. Voor dit huwelijk schreef Gezelle het gelegenheidsgedicht 'Het leven is zoo kort'. In de jaren '60 bemiddelde zij per brief tussen Gezelle en haar broer, die passionist was in Engeland. Ze stierf op 81-jarige leeftijd in haar geboortedorp Heist.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamDe Neve, Jan; Pater Hubertus Benedictus Labre
Datums° Heist, 20/08/1836 - ✝ Glasgow, 28/07/1866
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris
VerblijfplaatsEngeland
BioJan De Neve was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare van 1855 tot 1860 en behoorde tot Gezelles eerste poësisklas (1857-1858). Het plan om aan het Engels Seminarie te Brugge te studeren mislukte. Begin oktober 1860 vertrok De Neve dan naar het seminarie van Douai, waar hij niet aanvaard werd. In november 1860 trad hij in bij de passionisten in St. Saviour's Retreat te Broadway (Worcestershire) waar hij geprofest werd op 12 november 1861 onder de naam P. Hubertus Benedictus Labre. Op 07/03/1862 verhuisde hij naar St. Joseph's Retreat, Highgate (Londen) om er theologie te studeren. Gezelle bezocht hem samen met Eugeen Van Oye tijdens zijn tweede Engelandreis, in de zomer van 1862. Op 12/06/1865 ontving hij in St. Anne's Sutton bij Liverpool zijn priesterwijding. Hij werd benoemd in het klooster Retreat of St. Mungo's in Glasgow. Begin december 1865 verhuisde hij van Sutton naar Glasgow. Hij oefende zijn priesterambt uit in het ziekenhuis en overleed in 1866 aan een tyfusbesmetting. In 1867 verscheen in Rond den Heerd een levensbeschrijving met zijn laatste brief aan Gezelle.
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling Gezelle kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.kuleuven.be/thomas/page/tijdschriften/viewarticle/93304/
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVerdievel, Joannes-Baptista
Datums° Staden, 07/03/1801 - ✝ Koolkerke, 11/08/1866
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; pastoor
BioJoannes-Baptista Verdievel werd geboren in Staden op 7 maart 1801, als zoon van Petrus Verdievel en Cornelia Tyteca. Hij werd tot priester gewijd in Gent en was o.a. coadjutor te Eksaarde en deservitor te Blankenberge. Vanaf 1829 werd hij achtereenvolgens tot onderpastoor benoemd in de Sint-Janskerk te Anzegem (tot 1833), de Sint-Salvatorskerk te Harelbeke (tot 1835) en de Sint-Maartenskerk te Kortrijk (tot 1848). Daarna werd hij achtereenvolgens pastoor in de Sint-Maartenskerk te Westvleteren (tot 1848) en de Sint-Elooiskerk te Moen waar hij op 2 april 1856 ontslag nam. In mei van datzelfde jaar werd hij aangesteld als pastoor in de Sint-Antoonskerk te Heist, waar hij ijverde voor een grotere kerk. Getuige hiervan een brief die hij begin 1861 richtte aan het bisdom. Vanaf 22 februari 1861 was hij pastoor in de Sint-Niklaaskerk te Koolkerke waar hij op 11 augustus 1866 overleed.
Links[odis]
Bronnen https://www.zwinstreek.eu/geschiedenis/heemkundige-kringen/zoeken-in-publicaties/656-de-verdwenen-sint-antoniuskerk-te-heist-deel-3-1964-03
NaamDe Neve, Albertus
Datums° Beernem, 26/10/1791 - ✝ Brugge, 11/07/1870
GeslachtMannelijk
Beroeplandbouwer; grondeigenaar
BioAlbertus Deneve werd op 26 oktober 1791 te Beernem geboren als zoon van Joannes Deneve en Brigitta Vanhullebusch. Net als zijn vader, was Albert landbouwer in Heist. Hij was aanvankelijk getrouwd met Victoria De Landshuysere (1773-1834), en na haar dood met Isabella Clara Nachtegaele. Met haar kreeg hij zeven kinderen. Het echtpaar Deneve-Nachtegaele had aanzien in Heist. Albert Deneve was er tot 1886 schepen. Albert en Isabella bezaten heel wat gronden, waarvan ze op een bepaald moment een perceel grond van 400 vierkante meter langs de Kursaalstraat en de Kerkstraat, in het centrum van Heist aan de zusters schonken voor de bouw van een vrije jongensschool. Het echtpaar boerde goed en verhuisde naar Brugge waar ze gingen wonen in de Jeruzalemstraat. Beiden zijn er overleden.
BronnenRijksarchief; https://www.archiefbankbrugge.be/
NaamNachtegaele, Isabella Clara
Datums° Ramskapelle, 04/02/1812 - ✝ Brugge, 02/12/1890
GeslachtVrouwelijk
Beroeplandbouwer; grondeigenaar
BioIsabella Clara Nachtegaele werd op 4 februari 1812 te Ramskapelle bij Heist geboren als dochter van Michael Nachtegaele en Barbara Maria Anna Bentein. Op 24 juni 1835 trad ze te Ramskapelle in het huwelijk met de weduwnaar Albertus Deneve, waarmee ze zeven kinderen kreeg. Het echtpaar Deneve-Nachtegaele had aanzien in Heist. Albert Deneve was er tot 1886 schepen. Albert en Isabella bezaten heel wat gronden, waarvan ze op een bepaald moment een perceel grond van 400 vierkante meter langs de Kursaalstraat en de Kerkstraat, in het centrum van Heist, aan de zusters schonken voor de bouw van een vrije jongensschool. Het echtpaar boerde goed en verhuisde naar Brugge waar ze gingen wonen in de Jeruzalemstraat. Beiden zijn er overleden.
BronnenRijksarchief; https://www.archiefbankbrugge.be/

Naam - plaats

NaamHeist
GemeenteKnokke-Heist

Titel11/01/1861, Heist, Eugénie De Neve aan [Guido Gezelle]
EditeurBart Vandekerkhove; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Neve, Eugénie
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum11/01/1861
VerzendingsplaatsHeist (Knokke-Heist)
AnnotatieAdressant signeert voor V en M [= Vader en Moeder] ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 214x135
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: papier postal breveté 4 grammes
Toevoegingen op zijde 1 rechts in de bovenrand: 11/1 1861 (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4132
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10451
Inhoud
IncipitWy wenschen u uit
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.