<Resultaat 90 van 2036

>

p1+
Vriend Hugo.

Eindelyk en ten laetsten, zult gy zeker zeggen, ’t is er toch van gekomen en waerlyk t is alzoo. Ik zende u eenigte staelkes maer wel te verstaen op voorwaerde dat gy ook uwen kant keert en als ik u dat plezier doen dat gy my ook en t wat zou zenden want dat doet my toch vele leute als ik t een of t andere ontvange van al die beschrevene paters zoo als gy Karel Pytho en andere. wat Pytho aengaet hy is daer in niet meer ten agteren Dat is ne mensch die bloeit en leeft.

Je wensch me een nieuw jaer in verzen, maer als er van u ‘nen brief komt t is met moeite en ruze genoeg twee kantjes en ge moet dat nog met tween deelen. Nu Hugo t is vasten dat is tempus acceptabile[1] enp2‘k peize met dien voordeeligen tyd dat gy uw leven gaet beteren en nog nooit geen 8 dagen ik krygen ‘nen brief die by geen kantjes maer zelfs by geen meters te meten zal zyn. Daerby ne postscriptum al zoo lank of de reste van den brief en dat geheel in verzen. Dat zal ’t lezen weerd zyn!

Nu Hugo me gaen ‘nen andere register uittrekken.

Geef dat hier by zittende stukske aen M. Gezelle doet hem myne komplementen en zegt dat het een presentjen is dat ik hem zende want we zouden wel allenskes heel vreemde worden aen malkanderen[2]

‘K en twyffel niet of ge moet dikwyls tjeppen zien doet hem myne komplementen en zeg hem: Als zyn vader ‘nen hovenier is dat de myn ‘nen bakker is en dat hy daer niets tegen te zeggen heeft.

Hugo ’t is tyd van der van af te zien.

De komplementen van M. Sobry; hy gaet u te naeste weke zal schryven.

Ros wenscht u een zalig nieuwjaar.

De komplementen aen Houthave, Bonte en aen den een en den anderen al volgens beliefte en naer dat past.

Pater consrciptus tot ziens
VVC
Rousselaere 36. dagen voor Paeschen A. D. 1861[3]
p3+.
Heere zy het my gegeven
op de bane van myn leven
Waer by ramp en ongeluk
Menig doorn en dister groeit.
Als er soms een rooze bloeit
Dat myn zondaers hand ze pluk
Niet voor my, o Heere, o neen!
Maer voor uwen naem alleen.
___

Gelyk de schipper op zyn mast
Zyn vaderlandsche vaên bind vast
En onvervaerd
De zee doorvaert.
Zoo reizen wy naer ’t verre land
Wy Kristen, wy,
Door ’s werelds ty
Met ’t Kruis op onzen mast geplant.
___

Heer ende schepper van alle zaken
Wat wist gy wondere dingen te maken!
Schouwe ik den breeden Hemel aen
‘K zie der by duizende sterrekes pinken!
Laet ik myne oogen op d’aerde gaen
‘K zie der by duizende bloemekes blinken!
Zie ik het klare water aen
‘K zie der by duizende visselkes wiegen!
Laet ik myn oogen om hooge gaen
‘K zie der by duizende vogelkes vliegen
Heere van Hemel en aerderyk
Wat zyn uw werken toch wonderlyk.
p4In een album
Kost ik myn … ik zoude ‘et toch geeren
Kost ik iets schryven ik schreve ‘et zoo geeren
Maer wat gedicht of wat aengegaen
Weerdig van hier in geschreven te staen?

Neem ik myn penne ik legge ze weêre
Schreve ik een dichtje in uw letterschat neêre
t is ’t ware een wolkske in een Roomsche baen
Waer niets dan blinkende sterrekes staen.

Schreve ik, ik zou als een distel doen groeijen
Waer niets dan blinkende bloemkes bloeijen
Wat dan gedicht of wat aengegaen
Weerdig van hier in uw album te staen?

Daerom ik zal maer één woordeken schrijven:
Mag het ons beiden in 't herte toch blijven –
t is dat het vrye Vlaemsche Kind
Godsdienst en Tael ende Vaderland mind!
___

Sterrekes lief en sterrekes kleene
Zie ‘k er geen duizend ‘k en zie der geen eene
Zie ‘k er geen honderd duizend aen
’t hoge gewemel
Van den Hemel
Lievelyk blinkende en pinkeld’ staen.
___

Zie eens t begint er op aen te komen.
‘K schryve nog altijd en ‘k ben aen de zoomen.
En wat nog meer is men luid voor de smul
Hugo vaerwel het bladje is vul.
Amen.

Noten

[1] Vertaling (Latijn): aanvaardbare tijden
[2] Waarschijnlijk is deze brief daarom in het bezit van Gezelle gekomen.
[3] = 23/02/1861

Register

Correspondenten

NaamVan Coillie, Victor
Datums° Beveren bij Roeselare, 13/10/1838 - ✝ Ingelmunster, 20/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; auteur
BioVictor Van Coillie was de zoon van bakker Jan Van Coillie (Beveren bij Roeselare 1797-1862) en Juliana De Clercq (Roeselare 1800 - Beveren bij Roeselare 1845). Hij was een poësisleerling van Guido Gezelle aan het kleinseminarie te Roeselare (1858-1859), retorica (1859-1860) en filosofie (1860-1861). Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 10 juni 1865. In 1865 werd hij leraar Nederlands en Frans aan het college te Kortrijk. In 1867 ging hij les geven aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Vervolgens werd hij onderpastoor op Sint-Michiels te Roeselare (21/08/1875) en op Sint-Amands te Ingelmunster (19/09/1877). Hij was een letterkundige en in 1877 publiceerde hij Drij verhalen: Geeraard de Broedermoord, De ring van Aartsbisschop Boonen en 't Verzonken kasteel. Hij werkte mee aan het tijdschrift Rond den Heerd met bijdragen als Helfried de schelm en De Kruisvaart der kinderen. Van Coillie was een vriend van Gezelle, die voor hem gelegenheidsgedichten schreef zoals Van de wilgen in de bundel Gedichten, gezangen en gebeden en het zielsgedichtje Hij, dichterlijk begaafd bij zijn overlijden in 1888.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent; medewerker Rond den Heerd; gelegenheidsgedichten
Bronnen https://docplayer.nl/22053553-Roeselaarse-auteurs-openbare-bibliotheek-brugge-guido-gezellearchief-fotocollectie-victor-van-coillie.html
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamVan Coillie, Victor
Datums° Beveren bij Roeselare, 13/10/1838 - ✝ Ingelmunster, 20/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; auteur
BioVictor Van Coillie was de zoon van bakker Jan Van Coillie (Beveren bij Roeselare 1797-1862) en Juliana De Clercq (Roeselare 1800 - Beveren bij Roeselare 1845). Hij was een poësisleerling van Guido Gezelle aan het kleinseminarie te Roeselare (1858-1859), retorica (1859-1860) en filosofie (1860-1861). Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 10 juni 1865. In 1865 werd hij leraar Nederlands en Frans aan het college te Kortrijk. In 1867 ging hij les geven aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Vervolgens werd hij onderpastoor op Sint-Michiels te Roeselare (21/08/1875) en op Sint-Amands te Ingelmunster (19/09/1877). Hij was een letterkundige en in 1877 publiceerde hij Drij verhalen: Geeraard de Broedermoord, De ring van Aartsbisschop Boonen en 't Verzonken kasteel. Hij werkte mee aan het tijdschrift Rond den Heerd met bijdragen als Helfried de schelm en De Kruisvaart der kinderen. Van Coillie was een vriend van Gezelle, die voor hem gelegenheidsgedichten schreef zoals Van de wilgen in de bundel Gedichten, gezangen en gebeden en het zielsgedichtje Hij, dichterlijk begaafd bij zijn overlijden in 1888.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent; medewerker Rond den Heerd; gelegenheidsgedichten
Bronnen https://docplayer.nl/22053553-Roeselaarse-auteurs-openbare-bibliotheek-brugge-guido-gezellearchief-fotocollectie-victor-van-coillie.html

Briefontvanger

NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamBonte, Frederik
Datums° Hooglede, 19/05/1839 - ✝ Engeland,
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris
VerblijfplaatsEngeland
BioFrederik Bonte was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare in Gezelles eerste poësisjaar (1857-1858). Hij studeerde daarna aan het Engels Seminarie. Hij werd tot priester gewijd in 1864. Hij bekwam reeds op 31/10/1862 een exeat voor Liverpool. Van 1868 tot 1893 was hij aalmoezenier van de gevangenis te Liverpool, waarna hij ontheven werd uit zijn ambt. Bij zijn terugkomst te Roeselare werd hij protestant. Later trok hij weer naar Engeland.
Relatie tot Gezelleoud-leerling
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, studeerde aanvankelijk te Brugge en later te Roeselare en te Turnhout. In Leuven volgde hij een opleiding aan het Amerikaans Seminarie. Net zoals zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. In 1863-1864 was Jozef ingeschreven in het Engels Seminarie te Brugge. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd en na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Pieter-Jan
Datums° Heule, 29/09/1791 - ✝ Heule, 27/05/1871
GeslachtMannelijk
Beroephovenier
BioDe vader van Guido Gezelle was afkomstig van Heule en werkte aanvankelijk als tuinman in het kleinseminarie te Roeselare. Na de sluiting ervan door het Nederlandse bewind was hij werkzaam in de Bijloke te Gent. Op zevenendertigjarige leeftijd ging hij wonen in de Rolweg te Brugge waar hij hovenier werd van de familie Th. Van de Walle-Van Zuylen. Op 2 juni 1829 trouwde hij met Monica De Vriese. Om bij te verdienen was hij ook tuinman in het Brugse grootseminarie van Brugge, had hij een eigen boomkwekerij en werd hij ook opzichter bij een bebossingexperiment langs de kust. Na de dood van Theodoor Van de Walle in 1848 stelde de barones een andere tuinman aan. Zo verhuisde Pieter-Jan op 24 januari 1849 naar de overkant van de Rolweg. In 1871 verbleef hij met zijn vrouw bij zijn dochter Louise in Heule waar hij in mei overleed
Relatie tot Gezellefamilie: vader van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be
NaamHoutave, Edmond Lodewijk
Datums° Damme, 11/11/1838 - ✝ Brugge, 01/12/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; directeur kloosterorde; pastoor; deken
BioEdmond Houtave, zoon van Josephus Houtave, gemeentesecretaris, en Marie Van Iseghem, deed zijn humaniora aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In 1858 schreef hij het gedicht De prysdeeling voor de prijsuitreiking in het college. Het gedicht verscheen in De Katholyke Zondag (28/08/1858). In 1859 ging hij filosofie studeren aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij les kreeg van Guido Gezelle. Hij was een schitterend student. Nadien ging hij naar het grootseminarie te Brugge. Op 19/12/1863 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Na een korte periode als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (10/01/1864-28/12/1864) werd hij leraar aan het college van Ieper, waarvan hij op 28/04/1869 principaal werd. Zijn opvolger als principaal was Hugo Verriest. Hij werd op 18/01/1877 geestelijk directeur van de Ierse Dames te Ieper. Op 07/08/1878 werd hij aangesteld als bestuurder van het Sint-Juliaansgesticht te Brugge, en op 26/10/1885 werd hij pastoor te Sint-Eloois-Winkel, waarna hij op 20/06/1892 benoemd werd tot pastoor-deken te Diksmuide. Op 29/06/1895 keerde hij naar Brugge terug, waar hij een aantal belangrijke kerkelijke functies bekleedde : titulair kanunnik, vicaris-generaal, examinator prosynodalis, lid van de bisschoppelijke raad, voorzitter van de commissie voor kloosterzaken en geestelijk directeur van de zusters van Sint-Jozef te Brugge. Op 19/06/1907 werd hij kanunnik-cantor bij het kapittel van de Brugse Sint-Salvatorkathedraal. Dat Edmond Houtave een zeer verdienstelijk man was, blijkt uit het feit dat hij tijdens zijn leven benoemd werd tot Ridder in de Leopoldsorde. Guido Gezelle droeg zijn gedicht Een wijzer woord (Gedichten, Gezangen en Gebeden) aan hem op en schreef nog gedichten waarin Houtave voorkomt (o.m. De Bisschop onzen Deken nam).
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; gelegenheidsgedichten
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamPytho, Karel
GeslachtMannelijk

Titel23/02/1861, Roeselare, Victor Van Coillie aan [Hugo Verriest]
EditeurPaul Thoen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVan Coillie, Victor
Ontvanger[Verriest, Hugo]
Verzendingsdatum23/02/1861
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieBriefversie van datering: 36. dagen voor Paeschen A. D. 1861 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef en toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 214x138
groen
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Hugo Verriest; idem rechts: [23/2] 1861 (inkt, beide hand P.A.); handtekening aangevuld (potlood, onbekende hand)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4165
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10477
Inhoud
IncipitEindelyk en ten laetsten, zult gy
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.