<Resultaat 138 van 2074

>

p1
Revd & dear Sir,

I could not allow Sister Mary Evangelista's note[1] to go without adding a line to thank you for your kind letter and also for the trouble you took in making inquiring about the young person in Bruges[2] who wished to enter our Home of Mercy, as also about the deaf & dumb child, small as the sum was the poor parents could not afford it[3] I must have appeared most ungrateful not to have acknowledged your kindness before but I am a most dreadful correspondent.

I must therefore through[4] myself in your mercy for forgiveness.

We frequently speakp2of you and say we have no doubt but that we shall see you some day on the English Mission for we do not think that Almighty God would have given you such a strong vocation with having great designs in view for our dear Nation

Begging a remembrance in Your prayers I remain with respect
Your ever grateful &
humble servant in Jesus Christ
Sr M Catharine.

Noten

[3] Zie brief van William Burke aan Guido Gezelle van 01/11/1861. St Edward's Convent of Mercy was aan een weeshuis verbonden. Gezelle moet geprobeerd hebben om een doofstomme jongen in dit weeshuis te laten opnemen.
[4] throw

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMacdaniel, Catharine; Mary Catherine (Zuster)
Datums° Londen, 1815 - ✝ London, 1876
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; directrice
VerblijfplaatsEngeland
BioCatherine Macdaniel was de dochter van Charles Macdaniel en Catherine Beck, en de zus van Mary Anne Macdaniel. Catherine werd in januari 1854, als een van de Founding Sisters, de eerste directrice van het House of Mercy dat aanleunde bij het klooster aan Blandford Square van de Sisters of Mercy. De bouw ervan was gefinancierd door Charles Joseph Pagliano, echtgenoot van Agnes Christophers, zus van Fanny George, die bevriend was met Mary Anne Macdaniel. Catherine Macdaniel had contact met Gezelle tijdens zijn eerste Engelandreis.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefschrijver

NaamMacdaniel, Catharine; Mary Catherine (Zuster)
Datums° Londen, 1815 - ✝ London, 1876
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; directrice
VerblijfplaatsEngeland
BioCatherine Macdaniel was de dochter van Charles Macdaniel en Catherine Beck, en de zus van Mary Anne Macdaniel. Catherine werd in januari 1854, als een van de Founding Sisters, de eerste directrice van het House of Mercy dat aanleunde bij het klooster aan Blandford Square van de Sisters of Mercy. De bouw ervan was gefinancierd door Charles Joseph Pagliano, echtgenoot van Agnes Christophers, zus van Fanny George, die bevriend was met Mary Anne Macdaniel. Catherine Macdaniel had contact met Gezelle tijdens zijn eerste Engelandreis.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLonden

Naam - persoon

NaamHercy, Teresa; Mary Evangelista (Zuster)
Datums° Maidenhead, 1820 - ✝ Londen, 17/08/1880
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster
VerblijfplaatsEngeland
BioTeresa Hercy werd geboren in Cru(t)chfield House, Hawthorn Hill, Maidenhead, Berkshire in 1820. Haar vader en moeder behoorden tot de hogere burgerij. Haar vader was de magistraat John Hercy of Cru(t)chfield House (10/07/1790–15/09/1877). Het huis bestaat nog altijd en heet nu Cruchfield Manor. Haar moeder was Frances Moore (1792–19/10/1859). Een van Teresa’s zussen, Mary Ann Hercy (-06/10/1899) trouwde met Sir Charles Clifford, 1st baronet. Hij was een neef van William Vavasour en diens zus Mary Vavasour die intrad in het klooster van de Good Shepherd en ook met Gezelle correspondeerde. Teresa Hercy was kloosterlinge in het Convent of St. Edward, Blandford Square te Londen als zuster Mary Evangelista. Ze was samen met haar zus Elizabeth Hercy een van de Founding Sisters van dit klooster. Haar brief aan Guido Gezelle getuigt van humor en naar eigen zeggen was ze klein en droeg ze een bril. Ze overleed op 17 augustus 1880 in Marylebone, Londen, in het klooster na een langdurige en pijnlijke ziekte.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamMacdaniel, Catharine; Mary Catherine (Zuster)
Datums° Londen, 1815 - ✝ London, 1876
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; directrice
VerblijfplaatsEngeland
BioCatherine Macdaniel was de dochter van Charles Macdaniel en Catherine Beck, en de zus van Mary Anne Macdaniel. Catherine werd in januari 1854, als een van de Founding Sisters, de eerste directrice van het House of Mercy dat aanleunde bij het klooster aan Blandford Square van de Sisters of Mercy. De bouw ervan was gefinancierd door Charles Joseph Pagliano, echtgenoot van Agnes Christophers, zus van Fanny George, die bevriend was met Mary Anne Macdaniel. Catherine Macdaniel had contact met Gezelle tijdens zijn eerste Engelandreis.
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamBertrand, Virginie
GeslachtVrouwelijk
BioVirginie Bertrand woonde in de Vlamingstraat 36 te Brugge. Ze wilde in 1861 toetreden tot St-Edward's Convent of Mercy te Londen.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamSt Edward's Convent of Mercy
BeschrijvingDe Sisters of Mercy hadden hun klooster St Edward’s Convent op Blandford Square, dichtbij Londen. Vooraleer de Sisters of Mercy er zich in 1851 in hun nieuwe klooster vestigden, verbleven ze aan de Queen Square, Bloomsbury, waar op 2 augustus 1844 het klooster werd gesticht. Het initiatief daartoe werd genomen door de priesters Edward Hearn en zijn broer John Ambrose Hearn. Zij vonden enkele jonge vrouwen bereid om in te treden bij de Sisters of Mercy, met de bedoeling een klooster te stichten in de onmiddellijke buurt van de sloppenwijken van Marylebone, Londen. Tot het groepje jonge vrouwen behoorden onder meer Frances en Ann Hearn uit Waterford, Ierland, de zusters van Edward en John Ambrose Hearn; Catherine Macdaniel uit Londen; Elizabeth en Teresa Hercy; Sophie Boyton en enkele anderen zoals Maria Julia Philips. De eerste Mother Superior was Mary Cecilia Marmion. Ze werd opgevolgd in 1846 door Sophie Boyton (Zuster Mary di Pazzi Boyton) die de nieuwe Mother Superior werd van het klooster aan Queen Square en later aan Blandford Square en dit tot aan haar dood op 25 maart 1886. In 1851 schonk Charles Joseph Pagliano 3200 pond voor de bouw van een House of Mercy palend aan het St Edward's Convent. Om dit te vieren werd op 20 oktober 1851 ter ere van Pagliano in de kloosterkapel een mis voor de weldoener opgedragen. Het contract voor de bouw werd getekend in augustus 1852. Het huis was klaar in januari 1854. Catherine Macdaniel (Zuster Mary Catherine) werd in januari 1854, als een van de Founding Sisters, de eerste directrice van het House of Mercy. Het bood plaats aan 50 dakloze jonge vrouwen, ongeacht hun religieuze achtergrond. De meisjes waren 12 tot 15 jaar op het moment dat ze tot het House of Mercy toegelaten werden. Ze leerden er koken, schoonmaken, naaien, kleren maken, verzorgen en vooral de was doen. Zo deden ze de was van een groot aantal gezinnen van West End. Daarna werden ze geplaatst als dienstmeid. De meisjes kwamen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland, sommigen ook uit Frankrijk en België. Blandford Square was een voorbeeld van de vele Mercy programma's die vrouwen leerden onafhankelijk te worden. De kloosters van de Sisters of Mercy waar gevallen meisjes uitgebuit en mishandeld werden bevonden zich voornamelijk in Ierland. Bij het klooster was er een basis- en kleuterschool en dagschool. De zusters bezochten daarnaast ook de zieken.
Datering1851-heden

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Macdaniel, Catharine

Correspondenten

Gezelle, Guido
Macdaniel, Catharine

Naam - instituut/vereniging

St Edward's Convent of Mercy

Naam - persoon

Hercy, Teresa
Macdaniel, Catharine
Bertrand, Virginie

Naam - plaats

Brugge

Plaats van verzending

Londen

Titel[07/01/1862], [Londen], [Catharine Macdaniel] (= Zuster Mary Catharine) aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Macdaniel, Catharine]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[07/01/1862]
VerzendingsplaatsLonden
AnnotatieDatum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst (verwijzing naar St Edward's Convent of Mercy); Catharine Macdaniel = (Zuster) Mary Catharine.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.I, p.297
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 202x126
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: Aan G. Gezelle; idem rechtsboven: [7/1 1862] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4339
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10627
Inhoud
IncipitI could not allow
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.