<Resultaat 146 van 2074

>

p1
My own dear Father -

I have a few moments this evening, I will devote them to you, I am just now overwhelmed with many things so much to do in the House - I should not like you to see me when I get a few moments and fly to my own room, I am then indeed a poor weak Child Your last dear letter is now before me, I will do my best to answer it, I never gave you up, I never put you down in my black books, I felt sure you would write to me the moment you could find time. I fear from what you say you do not wish me to continue writing to you in the same confiding way I have done, And why not dear Father Am I ever to continue a desolatep2Child, will no one help me carry my cross, will no one assist me to atone for the past, so that one day I may rest in the bosom of my God; and why cannot you be my Father by writing, have I given you pain from what I have told you, I did not open my mind to you without having first asked Almighty to know his will, I even went to Holy Communion for that intention I am very unhappy to say the least - Will you never come to England again - Pray for me -

Friday May 30th My dearest Father I hope to be able to finish this to you to day. I do continue faithful in my Order, I hope to be Professed in October, Sister Girtrude is my name. We had a Chapter this morning, one more received my practice for June - Devotion to the Blessed Sacrement. (They that go far from Thee shall perish) My Saint, St Norbertp3I do dear Father continue to go to Holy Communion, I have not once broken my promise of Obedience made to you - I am every morning with you in spirit during the time you say your Mass, at 7 O’clock I leave the House for the Church, by the time our Mass begins at half past seven you have almost finished yours. My dearest Edmund has told you where I am going when my Sister leaves here[3] do you not think it is the best place for me, under the circumstances, no Convent would take me. I am quite sure I am watched, (by him[4]) so I need be in a place he would not dare to come to - My Father I never feel safe, how could I come and live in Bruges I have thought very much about it but I cannot see how it could be done, I would indeed be a Mother to you both[5] I am sure you would dop4your best to cheer me up - I could never forget you my father, I never thought you had forgotten me - I am glad my Teddy[6] is all right I am at times worried about him by a relation, whom I see now & then She hopes he will not be made a Priest before the time, & not to persuade him to embrace the state I have never done so, I can say I have never expressed half what I felt at the thought that I might one day see the treasure of my heart a Holy Priest, because I feared to influence him dear Child - God forbid I should have more to answer for than my own sins you my dear Father would never allow him to take upon himself a state that was not his true Vocation, you feel sure he is suited for the state he is about to embrace God give him all the grace he needs A few days & he will take the other for ever*p1I do pray for him & for you - Our sweet month of May is just upon the close, Now I have importuned our dear Mother, for grace, you pray often for me so that in the end I may be all that Almighty God desires I should be -

Saturday May 31st My dear Father I have only a few moments to finish this. My Cross all the morning has pressed heavily upon me my family expects so much of me, rest & God alone are the desires of my heart. Perhaps when you receive this my beloved Teddy may be in retreat if so do not disturbe him, if not give him my fond love & God bless him, tell him to pray for his Mother - 12 & 1 o’clock are my usual hours to go to rest, so I am later than Flanders up at a quarter to 6*p2you can imagine what I have to do in the House we have had company to dinner ever since the 14th of May we have the same to day Sunday & Monday, On Tuesday we have a Priest from York he will remain with us till Friday or Saturday the Revnd J. Hurst. he will have the room you slept in[7] I must settle it on Monday, how I wish I was going to do it for you. -

When you have read this bless & pray for me - I must finish I hope you will write to me do not deny me this - Believe me dear Father to remain with gratitude and affection your sincere Child in Jesus Christ
(Mary Girtrude) Fanny

Pray that I may become very*p3humble & that I may lead a hidden life.

Adieu my own kind Father & friend - Your Child
Fanny —

Noten

[1] Het huis van haar zus Agnes Mary Christophers en haar schoonbroer Charles Joseph Pagliano in Brook Green, Hammersmith, Londen.
[2] In 1862 viel Hemelvaartsdag op 29 mei.
[3] Haar zus zou vertrekken naar Brighton om in het huwelijk te treden.
[4] De duivel?
[5] Gezelle en haar zoon Edmund.
[6] Edmund.
[7] Gezelle verbleef er slapen bij zijn bezoek vermoedelijk de nacht van woensdag 18 september 1861 op donderdag 19 september.

Register

Correspondenten

NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLonden

Naam - persoon

NaamChristophers, Agnes Mary
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1822 - ✝ 14/12/1899
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioAgnes Christophers was de zus van Francesca Ursula Christophers (Fanny George). Op 15 november 1848 huwde ze met Charles Joseph Pagliano in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton, Hampshire. Tijdens de volkstelling van 1851 woonde het gezin Pagliano-Christophers in The Lodge, Brook Green, Hammersmith, Londen. In het huis verbleven op dat moment ook Caroline Hicks, 20 jaar, geboren in 1830 in Emsworth, ongetrouwde gouvernante en dochter van John Hicks en zijn eerste vrouw Mary Ann Walker, en Constance Christophers, 5 jaar, geboren in 1846, Marylebone, Middlesex, vermoedelijk een dochter van John Crowch Christophers en Laura Cuerton. Het gezin was welstellend, met meiden en knechten. In 1861 woonde het gezin nog altijd op dit adres. Zus Fanny verbleef er in 1861 ook. Op 17 augustus 1861 overleed Charles Pagliano. Daarna verhuisde Agnes in 1863 naar Brighton. Ze was van plan daar opnieuw te huwen en zich in Ierland te vestigen, maar dit ging niet door. Ze betrok in maart-april 1864 een nieuwe woonst, 39 Montpellier Road te Brighton. Zus Fanny trok bij haar in. Agnes was met de volkstelling van 1871 49 jaar oud. Ze woonde toen in het subdistrict van Saint-Mary Paddington, Londen.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamChristophers, Francesca Ursula; George, Fanny; Sister Mary Girtrude
Datums° Saint-Pancras, Londen, 1816 - ✝ Elham, 01/1889
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister
VerblijfplaatsEngeland
BioFanny George, in werkelijkheid Francesca Ursula Christophers, werd geboren als dochter van John Christophers en Mary Elizabeth Crowch. Haar ouders John Christophers en Mary Crowch trouwden op 24 oktober 1811 in Saint-Pancras Old Church te Londen. Fanny George werd gevormd door de bisschop van het Londense district Dr. James Yorke Bramston (een benedictijn) op 25/11/1832. Ze huwde te Southampton op 29/04/1840 met de chirurgijn John Hicks (°21/02/1790) in de Saint-Josephs Chapel, Bugle Street, Southampton. Ze was Johns tweede vrouw en het koppel kreeg samen één zoon: de bekende Edmund Benedict Hicks, gedoopt op 11/01/1842 in Brockhampton, Hampshire. John stierf kort daarop in 1844. Fanny George overleefde ook haar zoon Edmund, die overleed in Frankrijk in 1869. Op 05/02/1848 kwam haar vader haar intrede in het noviciaat van de benedictinessen te Hammersmith regelen. Ze was toen 30 jaar en haar zesjarig zoontje zou bij zijn grootvader verblijven. Op 09/03/1848 trad ze in, maar binnen de maand moest ze wegens haar zwakke gezondheid het klooster verlaten. Ze ging toen bij haar zuster Agnes inwonen in The Lodge, Brook Green, Londen. Ze trad in 1861 toe tot de lekenorde van de Sisters of Penance of Saint Dominic als 'Sister Girtrude' en werd er tertiaris, een lid van de Derde Orde van de Dominicanessen. Ze was arm en verrichte borduurwerk (van o.m. onderrokken) om in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Toen haar zus na de dood van haar man in 1863 naar Brighton verhuisde om te hertrouwen verliet ze op 17 juli 1863 The Lodge. Ze verbleef vanaf 18 juli 1863 even bij haar zus te Brighton waar ze zwaar ziek werd door ontstekingen aan vinger en been, waardoor ze met een kruk moest lopen. In september 1863 woonde ze bij haar stiefdochter Augusta Hicks te Portsea, Hanover Street, 61. Augusta was protestants van geloof, waardoor Fanny niet lang bij haar wilde verblijven. Toen het huwelijk van haar zus niet doorging kwam Fanny in januari 1864 terug naar Brighton. In maart-april 1864 ging ze er bij haar zus wonen in de nieuwe woonst, 39 Montpellier Road. Ze stierf in Elham, Kent in januari 1889.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamHicks, Edmond Benedict Edward; Teddy
Datums° Emsworth, 27/12/1841 - ✝ Nantes, 05/02/1869
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kapelaan
VerblijfplaatsEngeland
BioEdmond Hicks werd gedoopt op 11/01/1842 in de St. Joseph's Church te Havant. Hij was de zoon van dokter John Hicks (° 21/02/1790, Langton) die in 1840 tot de katholieke Kerk terugkeerde toen hij op 29/04/1840 huwde met Francesca Ursula Christophers, alias Fanny George (° rond 1819, Southampton). Kort na het huwelijk overleed John Hicks. Edmund was de beschermeling van de Pagliano's uit Rouen. Hij kwam in het schooljaar 1854- 1855 aan in het Sint-Michielsinstituut. Gedurende het schooljaar 1855-1856 (vierde klas) kreeg hij van Gezelle bijzonder onderricht zodat hij op één jaar de leerstof van het lager middelbaar voldoende onder de knie had om in oktober 1856 de derde Latijnse aan te kunnen. In mei 1857 moet hij lid en leider geworden zijn van de Engelse Confraternity, waarvan hij de statuten schreef. Hij volgde de derde klas (1856-1857), de poësis (1857-1858) en de retorica (1858-1859) en begon zijn eerste jaar filosofie te Roeselare (1859-1860) waar hij samen met Deneve in 'La Petite Association du Très Saint Sacrément' de regeling van de aanbidding op zich nam. In 1860 werd hij leerling aan het Engels Seminarie te Brugge en ontving er de tonsuur op 21/12/1861 en de lagere orden op 09/07/1862. In november 1862 ging hij aan het Engels college te Rome studeren, waar hij stilaan vervreemdde van Gezelle. Op 05/03/1865 werd hij tot priester gewijd en werd hij kapelaan van St. Patrick's in Londen. Toen hij ziek werd, werd hij vervangen door de latere kanunnik Vere.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamHurst, Joseph
Datums° Ormskirk, Lancashire, 1835
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; hulppriester; proost; vicaris-capitularis
VerblijfplaatsEngeland
BioJoseph Hurst werd op 10/04/1847 toegelaten in het college te Lissabon. Hij werd er tot priester gewijd en verliet het college op 20/05/1859. Hij was hulppriester te St. Wilfrid's York bij Joseph Render, proost en vicaris-capitularis, van 1859 tot 1863, en later te Sheffield (1863-1865) en Middlesborough (1865-1866). Hij was vanaf 1866 als rooms-katholiek priester actief in Attercliffe/Sheffield tot 1905. Hij ging toen met pensioen. Volgens de census verbleef hij in 1911 nog te Sheffield.
Links[wikipedia]
NaamPagliano, Charles Joseph
Datums° Positano, 1798 - ✝ Londen, 12/08/1861
GeslachtMannelijk
Beroephuiseigenaar; zakenman; aandeelhouder
VerblijfplaatsItalië; Engeland
BioCharles Joseph Pagliano werd in 1798 geboren in Positano (Italië), een dorp aan de Amalfikust, bezuiden Napels. Hij was de zoon van Jean Baptiste Pagliano. Hij week uit naar Londen en huwde er op 26 juli 1830 een eerste keer met Mary Famenias Floris (Londen, 1 november 1809 - 18 april 1846) in St. James, Westminster, Londen. Zij was de dochter van Juan Matgi Famenias Sabater Floris (1756-1836), een Spanjaard uit Minorca, en Elizabeth Hodgkiss. Mary was een zeer goede partij want de firma Floris ontwierp en vervaardigde in Londen parfums. Het echtpaar was een vermaard, steenrijk, katholiek koppel. Ze waren de eigenaars van het befaamde Sablinière Hotel, Leicester Square, Londen waar heel wat Italiaanse expats over de vloer kwamen. In het hotel werd in januari 1844 de St. Vincent de Paul Society opgericht. De eerste voorzitter werd Charles Joseph Pagliano. Pagliano was een filantroop die heel wat katholieke initiatieven financieel steunde. Zo was hij een tijdlang actief als secretaris van de 'Aged Poor Society' en van het 'Alms House Fund'. Op 18 april 1846 overleed Mary Famenias Floris op 36-jarige leeftijd waarna Charles Joseph Pagliano op 15 november 1848 hertrouwde met Agnes Mary Christophers, de zus van Fanny George, in de St. Joseph's Chapel, Bugle Street, Southampton, Hampshire. Zo werd hij de schoonbroer van Fanny George en de oom van Edmund Hicks. Tijdens de volkstelling van 1851 woonde het gezin Pagliano-Christophers in The Lodge, Brook Green, Hammersmith, Londen. In 1851 schonk Charles Joseph Pagliano 3200 pond voor de bouw van een House of Mercy palend aan het St. Edward's Convent van de Sisters of Mercy in Blandford Square. Om dit te vieren werd op 20 oktober 1851 ter ere van Pagliano in de kloosterkapel een mis voor de weldoener opgedragen. Pagliano overleed eind augustus 1861, een maand voor Gezelle in Londen arriveerde en in 'The Lodge' op bezoek kwam bij Edmond Hicks, zijn moeder en tante en er in de huiskapel een mis voor Pagliano opdroeg. De begrafenis van Pagliano werd voorgegaan door vicaris-generaal Edward Hearn, die nauw verbonden was met het klooster van de Sisters of Mercy in Blandford Square. Aanwezig op Pagliano's begrafenis waren Mother Superior van de Sisters of Mercy, acht zusters en een dertigal meisjes van de House of Mercy (The Tablet van 24 augustus 1861). Ter ere van Pagliano ontwikkelde zijn schoonfamilie voor hem het parfum 'Bergamotto di Positano'. Het bestaat nog altijd.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamSint Norbertus
Datums° Gennep, circa 1080-1085 - ✝ Maagdenburg, 06/06/1134
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
VerblijfplaatsNederland; Duitsland
BioNorbertus was een rooms-katholieke bisschop en stichter van de Orde der Premonstratenzers. Hij was de zoon van Herbert, heer van Gennep (Nederland), kreeg zijn opleiding in Keulen en was daarna enige tijd verbonden aan de St.-Victorkerk in Xanten (Duitsland). In 1115 werd hij tot priester gewijd. Na een verblijf te Antwerpen en opnieuw te Xanten trok hij als boete- en vredeprediker door Frankrijk waar hij in Prémontré bij Laon een klooster stichtte. In 1126 werd hij bisschop van Maagdenburg waar hij overleed in 1134. Hij werd in 1582 door paus Gregorius XIII heilig verklaard.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLonden
NaamHammersmith
NaamYork

Naam - instituut/vereniging

NaamSisters of Penance of Saint Dominic
BeschrijvingDe Sisters (of the Third Order) of Penance of Saint Dominic, is een rooms-katholieke derde orde in Engeland, die is aangesloten bij de Dominicaanse Orde. De Derde Orde is een niveau binnen een kloosterorde. Leden van een Derde Orde, ook wel tertiarissen genoemd, zijn niet-gewijde gelovigen die leven volgens een zogenaamde derde (klooster)regel. Ook leken kunnen lid van een Derde Orde worden. De Derde Orde wordt verdeeld in een reguliere en een seculiere tak. O.m. Francesca Ursula Christophers, moeder van Hicks Edmund en correspondent van Guido Gezelle, trad in 1861 toe tot deze orde. Dergelijke seculiere tertiarissen leven in de wereld. Sommigen hebben een eigen huis, een baan en een gezin. Seculiere leden leggen plechtige geloften af (vb. kuisheid), maar geen echte kloostergeloften. De stichtster van de reguliere tak van de Derde Orde van de Dominicanessen in Engeland was tertiaris mother Margaret Mary Hallahan (1803-1868). Zij woonde van 1826 tot 1842 in Brugge en keerde daarna naar Engeland terug waar zij verschillende stichtingen in het leven riep. De reguliere tertiarissen van de Derde Orde van Sint-Dominicus kwamen pas naar Londen in 1867. Gaandeweg ruilde de reguliere tak de benaming Sisters of Penance voor deze van de English Congregation of Dominican Nuns of the Third Order om zich te onderscheiden van de seculiere tertiarissen.
Links[wikipedia]

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

Gebeurtenis1e Engelandreis
Periode13/09/1861
BeschrijvingEerste Engelandreis van Gezelle, liep van 13 september tot 15 oktober of 16 oktober. Hij logeert in de aartsbisschoppelijke residentie, York Place 8. Baker Street London.

Titel[29/05/1862], [Londen], [Francesca Ursula Christophers (= Fanny George)] aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Christophers, Francesca Ursula]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[29/05/1862]
VerzendingsplaatsLonden
AnnotatieBriefversie van datering: Feast of the Ascension; jaartal en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; Fanny George = Francesca Ursula Christophers.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.I, p.311-312
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 213x133
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijden 1, 2 en 3 kruiselings beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: angoulème
Toevoegingen op zijde 1 midden in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [29/5 1862?] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4391
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|10679
Inhoud
IncipitI have
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.