<Resultaat 237 van 2182

>

p1

1)

Heere Vriend,

'T is van over lange dat er in uw geeerd gazetje,- dat van langst te liever gelezen is, omdes wille

't is waerlyk spek

Voor ieders bek, -

voor alleman te lezen staet dat gy brieven en al uit vreemde spraken overstelt. Zoo, die willen profiteren van d'occasie, zy kunnen het maer schoone hebben.

Had er nog by gestaen dat gy ook gedichten uit oude en nieuwe talen in 't Vlaemsch verdichtte, zou ik u gevraegd hebben van entwat voor my te willen doen - niet voor nieten maer voor geld.

Nu, è vrage is vry. Ik zend u dan hiernevens twee schoone kleene stukjes opdat gy zoudet willen zoo goed zyn van ze in vlaemsche verzen te willen overzetten[1]

Myn Heer en God! ik min u zeer

'T een begint met O Deus! ego amo te[2] Myn Heer en God! ik min u zeer ; en is van S. Franciscus Xaverius die wonder vierige man voor 't goed. 'T ander begint met Tota vita Iesu Christi (J-C gansche leven) en is van Thomas à Kempis onder wiens standbeeld dat er stoeg te lezen:

In omnibus requiem quasivi, sed non inveni;

nisi in Hoexkins ende Boexkins.[3]

en wien elk end een kent door 't schoonste van zyne werken: Vier boeken van de Navolging Christi of in een woord door Thomas à Kempis.

Ik zou geeren nog entwat derby (1) vragen. Ik zou geeren hebben, als het een beetje meugelyk is, dat gy de vlaemsche verzen denzelven zwier zoudet willen geven, en op denzelven stap zoudet willen doen gaen als de latynsche. 'T is wat vele, è nee, en toen nog entwat

’t gedicht
uit plicht
Gelukt niet ligt
Maer hinkt aen yzeren boeijen
't heeft vier
noch zwier
noch... noch....
En kruipt in plaets van vloeijen. (2)

Dat is al wel en goed voor een ander maer voor U, die poeet geboren zyt, dat en is al niet. Ondertusschen 'k gaen een artikeltje op de leeste slaen. 't leer legt ol è sneen. ('t leer ligt al gesneden), maer en verwacht U nog een keer niet aen niet vele; 't zyn nog d'eerste partjes. (3)

Tot ziens.
H.A. DB. van Voormezeele

(1) derby poperinghsch: voor daerby. Als ik u iets zende, en dat gy het wilt te passe brengen gy schikt het en gy schryft het gelyk of gy wilt - tua sunt: tolle, adjice, muta, ut vis[4] met de noten gy doet ook wat gy wilt.

(2) Deze verzen, "'t gedicht" zyn van Bilderdyk, getrokken uit de dichtstukken, schoolboek gedrukt te Leuven vult ze in, ik zeg ze van buiten en heb ze schier vergeten…

(3) paer schoen. kleenwoord paertje maer te poperinghe partje, mv. partjesp2

2) Canticum VIII.[5]

Hymnus de passione Domini nostri Jesu Christi

Tota vita Jesu Christi
Crux fuit et martyrium:
Hunc sequi suum servulum
Decet, per iter asperum.

Memor ero quamdiu sum,
Laborum atque dolorum,
Quos Jesus meus Dominus,
Gessit in Carne positus.

Passio tua, Domine,
Facta est amara valde.
O quantum me delexisti,
Cum pro me mortem subisti.

Semper Crux, clavi, lancea,
Fel, arundo cum spongia:
Sputa, corona spinea,
Et dira tua vulnera:

Cordi meo sint infixa,
Et in memoria scripta:
Nam sunt amoris stigmata,
Sponsique myrrha electa.

Serve meus me respice,
Quot sumpsi vulnera pro te :
Stude vicem rependere,
Quamvis impari pondere.

Prospera mundi despice,
Adversa libens suscpice;
Mecum in cruce morere,
Ut mihi queas vivere.

O Jesu splendor gloriae
Et spes futurae patriae:
Quanto pro me es vilior
Tanto mihi es charior.

Pudeat nunc sub capite
Spinato membrum gaudere:
Cum et amara bibere
Voluit conditor vitae.

Sit honor, laus, devotio,
Jesu Mariae filio,
Tenso crucis patibulo
Pro redimendo populo. Amen.

O Deus! ego amo te San Franciscus Xaverius

Vide, Carissime, tua[6] Alcune poesie de’ poeti celesti » p.3.

Noten

[1] Gezelle antwoordt op deze vraag in: Myn spreekkamerke. In: ‘t Jaer 30 (14/10/1865): H.A.D.B. te late voor van de weke; ‘k zal doen dat gy vraegt, met tyd en stond. De vertalinge van ‘t eene bestaet handschriftelyk in de Saerterkamer van den Dune.
[2] Deze beroemde Latijnse verzen worden toegeschreven aan St.-Franciscus Xaverius. Het betreft de Latijnse vertaling van het anoniem gebleven Spaanse sonnet No me mueve, mi Dios dat al vele jaren bestond alvorens het in 1628 voor het eerst werd gedrukt. In zijn missie-instructies maakte Franciscus Xaverius (+1552) gebruik van zowel de Spaanse als van een Portugese versie.

O Deus ego amo Te

Nec amo Te ut salves me

Aut quia non amantes Te

Aeterno punis igene.

Tu, Tu mi Jesu totum me

Amplexus es in cruce,

Tulisti clavos, lanceam

Multamque ignominiam,

Innumeros dolores,

Sudores et algores

Et mortem et haec propter me

Et pro me peccatore.

Cur igitur non amem Te

Mi Jesu amantissime,

Non ne aeternum damnes me

Nec ut in caelo salves me

Nec praemii ullius spe.

Sed sicut Tu amasti me

Sic amo et amabo Te,

Solum quia Rex meus es

Et solum quia Deus es.

Vertaling zie: Alcune poesie de' poeti celesti

[3] Paul Thoen: De meest courante versie luidt: In omnibus requiem quaesivi, et nusquam inveni nisi in angulo cum libro = overal heb ik rust gezocht en die nergens gevonden tenzij in een hoek(je) met een boek(je).
[4] Vertaling Paul Thoen (Latijn): het is van jou: schrap, voeg toe, verander, zoals je wil
[5] Nr. 8 van de Cantica spiritualia zie: (Opuscula) van de Opera omnia, uitgegeven door F. X. Kraus, op Vol. I, pp. 455-6.
[6] Vertaling Paul Thoen (Latijn): Zie, mijn beste, jouw

Register

Correspondenten

NaamDe Badts, Hendrik Augustijn
Datums° Poperinge, 10/12/1837 - ✝ Dudzele, 19/11/1898
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur; vertaler
BioDe Badts werd geboren te Poperinge op 10/12/1837 als zoon van Pieter De Badts en Euphemia Lazoore. Hij studeerde aan het grootseminarie te Brugge, waar hij op 19/12/1863 tot priester is gewijd. Eerst kreeg hij een opdracht als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, van januari tot augustus 1864. Op 19/08/1864 werd hij benoemd tot onderpastoor in Voormezele bij Ieper. Na 18 maanden aldaar, werd hij op 17 maart 1866 benoemd tot onderpastoor in de Sint-Eutropiusparochie te Heule. Na zeven jaar volgde op 12 juli 1873 zijn benoeming tot onderpastoor van de Sint-Amandus- en Sint-Blasiusparochie te Waregem. Hij verbleef daar tot 29/10/1877. Toen werd hij naar Brugge geroepen als onderpastoor voor de O.-L.-Vrouwekerk en bleef dat tot 6 juni 1883. Diezelfde dag werd hij aangesteld tot pastoor van de Sint-Audomarusparochie in Bissegem, waar hij die functie uitoefende tot 7 mei 1885. Ten slotte werd hij pastoor van de parochie Sint-Pieters-in-de-banden te Dudzele: van 7 mei 1885 tot aan zijn dood op 19 november 1898. Hij had goede contacten met Guido Gezelle, was correspondent voor diens ’t Jaer 30 en schreef bijdragen voor Rond den Heerd. Hij schreef een Latijns werk en publiceerde Leven van den heiligen Job, voorbeeld van allergrootste verduldigheid en bijzonderen patroon tegen allerhande gezwellen en zweeren, Kortrijk, 1872.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd; 't Jaer 30
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Badts, Hendrik Augustijn
Datums° Poperinge, 10/12/1837 - ✝ Dudzele, 19/11/1898
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur; vertaler
BioDe Badts werd geboren te Poperinge op 10/12/1837 als zoon van Pieter De Badts en Euphemia Lazoore. Hij studeerde aan het grootseminarie te Brugge, waar hij op 19/12/1863 tot priester is gewijd. Eerst kreeg hij een opdracht als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, van januari tot augustus 1864. Op 19/08/1864 werd hij benoemd tot onderpastoor in Voormezele bij Ieper. Na 18 maanden aldaar, werd hij op 17 maart 1866 benoemd tot onderpastoor in de Sint-Eutropiusparochie te Heule. Na zeven jaar volgde op 12 juli 1873 zijn benoeming tot onderpastoor van de Sint-Amandus- en Sint-Blasiusparochie te Waregem. Hij verbleef daar tot 29/10/1877. Toen werd hij naar Brugge geroepen als onderpastoor voor de O.-L.-Vrouwekerk en bleef dat tot 6 juni 1883. Diezelfde dag werd hij aangesteld tot pastoor van de Sint-Audomarusparochie in Bissegem, waar hij die functie uitoefende tot 7 mei 1885. Ten slotte werd hij pastoor van de parochie Sint-Pieters-in-de-banden te Dudzele: van 7 mei 1885 tot aan zijn dood op 19 november 1898. Hij had goede contacten met Guido Gezelle, was correspondent voor diens ’t Jaer 30 en schreef bijdragen voor Rond den Heerd. Hij schreef een Latijns werk en publiceerde Leven van den heiligen Job, voorbeeld van allergrootste verduldigheid en bijzonderen patroon tegen allerhande gezwellen en zweeren, Kortrijk, 1872.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd; 't Jaer 30

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamVoormezele
GemeenteIeper

Naam - persoon

NaamDe Badts, Hendrik Augustijn
Datums° Poperinge, 10/12/1837 - ✝ Dudzele, 19/11/1898
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur; vertaler
BioDe Badts werd geboren te Poperinge op 10/12/1837 als zoon van Pieter De Badts en Euphemia Lazoore. Hij studeerde aan het grootseminarie te Brugge, waar hij op 19/12/1863 tot priester is gewijd. Eerst kreeg hij een opdracht als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, van januari tot augustus 1864. Op 19/08/1864 werd hij benoemd tot onderpastoor in Voormezele bij Ieper. Na 18 maanden aldaar, werd hij op 17 maart 1866 benoemd tot onderpastoor in de Sint-Eutropiusparochie te Heule. Na zeven jaar volgde op 12 juli 1873 zijn benoeming tot onderpastoor van de Sint-Amandus- en Sint-Blasiusparochie te Waregem. Hij verbleef daar tot 29/10/1877. Toen werd hij naar Brugge geroepen als onderpastoor voor de O.-L.-Vrouwekerk en bleef dat tot 6 juni 1883. Diezelfde dag werd hij aangesteld tot pastoor van de Sint-Audomarusparochie in Bissegem, waar hij die functie uitoefende tot 7 mei 1885. Ten slotte werd hij pastoor van de parochie Sint-Pieters-in-de-banden te Dudzele: van 7 mei 1885 tot aan zijn dood op 19 november 1898. Hij had goede contacten met Guido Gezelle, was correspondent voor diens ’t Jaer 30 en schreef bijdragen voor Rond den Heerd. Hij schreef een Latijns werk en publiceerde Leven van den heiligen Job, voorbeeld van allergrootste verduldigheid en bijzonderen patroon tegen allerhande gezwellen en zweeren, Kortrijk, 1872.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd; 't Jaer 30
NaamFranciscus Xaverius
Datums° Javier, 07/04/1506 - ✝ Shangchuan, 03/12/1552
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris; jezuïet
VerblijfplaatsSpanje; AzIë
BioFranciscus Xaverius was een missionaris uit Navarra werkzaam in Zuid- en Oost-Azië. Hij was één van de eerste jezuïeten en speelde een belangrijke rol bij de stichting van de Sociëteit van Jezus. Hij werd heiligverklaard in 1622.
Links[wikipedia]
Naama Kempis, Thomas; Thomas van Kempen; Thomas Hemerken of Haemerken
Datums° Kempen (Keur-Keulen), ca. 1380 - ✝ Zwolle, 25/07/1471
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; kanunnik; mysticus
VerblijfplaatsNederland
BioThomas a Kempis was een middeleeuws augustijner kanunnik, kopiist, schrijver en mysticus. Hij is geboren circa 1380, als zoon van Jan Hemerken, een smid (vandaar ook zijn namen Thomas Hemerken, Thomas Haemerken, Thomas Hamerkin) en Gertrude Hemerken, een onderwijzeres. In 1393 werd Thomas naar de Latijnse School in Deventer gestuurd, die nauwe banden had met de Broeders van het Gemene Leven. Hij werd er volgens de leer van de Moderne Devotie van Geert Grote opgeleid. Tijdens zijn studies specialiseerde hij zich in het kopiëren van handschriften en werd daarna zelfstandig kopiist. Later trad hij toe tot de reguliere augustijner kanunniken in Zwolle. Hij werd er priester gewijd in 1413 en superior in 1429. Hij overleed er in 1471. Thomas a Kempis geldt als een van de beste bijbelkopiisten en schreef talrijke traktaten en biografieën, o.m. over het leven van Geert Grote en andere Broeders van het Gemene Leven. Zijn bekendste werk is 'De Imitatione Christi' (Over de navolging van Christus), geschreven vanaf 1424 en postuum in 1471-72 gedrukt in Augsburg. Het werd nadien honderden keren herdrukt en vertaald.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamPoperinge
GemeentePoperinge
NaamVoormezele
GemeenteIeper

Titel - werk van Guido Gezelle

Titelt Jaer 30 of politieke wegwyzer voor treffelyke lieden.
Links[gezelle.be]
TitelAlcune poesie de’ poeti celesti

Titel - ander werk

TitelNederduitsche letterkunde. Deel 2 : Dichtstukken
AuteurBilderdijk, Willem
Datum1854
PlaatsLeuven
UitgeverVanlinthout en Cie
GGB1854 is de vierde uitgave

Titel11/10/1865, [Voormezele], [Hendrik Augustijn De Badts] aan [Guido Gezelle]
EditeurJan Geens; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[De Badts, Hendrik Augustijn]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum11/10/1865
VerzendingsplaatsVoormezele (Ieper)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van biografische gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 208x135
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: angoulème
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4759
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11083
Inhoud
Incipit'T is van over lange dat er in uw geeerd gazetje, - dat van
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.