<Resultaat 321 van 2044

>

p1
Care of Mrs Chadwick
The Glen,
Near Drogheda.

My Dear Father Gezelle,

Here I am once again writing to you from dear old Ireland. I received such welcomes from so many friends that I have scarcely yet recovered my senses. I spent ten days in “dear dirty Dublin”, and came down here last Tuesday, and am trying to mind my business as well as I can. I am in comfortable quarters and have very nice kind good people to deal with. The only draw back is – and you will say it is a serious one enough - , that the lady would give the world to be able to send her daughter[1] to school to a convent, and is only preventedp2from doing so, by the girl’s health not allowing her to bear school life. Would it be a sin for me to pray she may stay delicate? The lady is very good & pious and exceedingly thoughtful and considerate – the gentleman still nicer, and the Lord be praised, leaves me to myself and his wife. Now, will you pray that I may go on well here, for it is perhaps on the whole, the best thing I have tried yet – the very air of Ireland makes me feel a different girl. I have a most passionate love for the dear old land and if ever I am again exiled I shall break my heart.

I wish I could think I could make you jealous, then I would give you a great account of how my Jesuit friend Father Murphy met me. He gave me such a hearty welcome and seemed so glad to have me back again bothering him, thatp3I could not help thinking how I would feel if you ever seemed so glad to see me. How that man keeps his senses I cannot conceive. He is called out of his box to hear some one in the house, and then makes twenty fruitless efforts to get back – he is way laid at every corner by stray penitents & has a long string waiting in the church. He has visits to sick penitents all over the County, and preaches beautiful sermons from time to time. He must have too a most voluminous correspondence, yet he talks nonsense to poor Kate as if there was no one else to be thought of. You see it was no wonder for me to be a little spoiled.

My dear Father Gezelle, was it not strange that the first Gospel I heard read from the pulpit on my return to Dublin was the one containing your last written words to me “confide Filia”. – Ip4thought it a happy omen. When I knelt down to get your blessing the morning I bid you good bye, I had in my mind the words of the poor woman who was cured by touching the hem of Our Lord’s garment,[2] but I was afraid to annoy you by what you might have called “extravagance” – it almost seemed like a dream when you wrote those words of Our Saviour’s – it was such an answer to my thoughts.

I was thinking to-day how hard it would be for me to lose my faith – my certainty about some holy things almost frightens me. You will say I am romancing. I want to be very good, I have not been very wicked since I came here – if I can only persevere. I am forbidden to kneel, I hope God will hear me all the same

Now, I want to talk about yourself. I wish I knew how you are – scold me, be as furious as you like, but I really am anxious about youp5I do not think perhaps you – are sick or weak in body, but, there is something the matter with you, and I wish from my heart you could get into some kind able hands that would force you to do yourself some good. I often think of what you told me of your preferring a Community life to your present one. If you do take it into your head to become a religious, will you tell me. Do not run away without letting me know what has become of you. I know you think me very impertinent, but forgive me, and remember that it is the good you have done me which is the cause of my caring so much for you. I wish you would write to me – and do not say you have nothing to say. Tell me how you are, how your sister is, how the church is going on, and if the curé – one of my forty loves, you know – is as active as ever.p6My present parish priest is a great character – advises people from the altar not to shoot landlords, – “it is hard not to do so sometimes, but it would be better if they could avoid it” Then as to the English, he says “Them ignorant brutalized English, if it was not for the likes of such men as Faber & Newman & a few others the Lord would send fire & brimstone from Heaven, to distroy them”, “Mad Irish” you will say.

Good night. Mind pray hard for me I wish I could grow good like the people around me – you cannot think how good & holy they are all. The goodness of the Irish gentlemen strikes me very much, their great refinement in comparison with what I have heard and seen even with good people abroadp7Imagine I heard to-day the people I left in Verviers have had two governesses since I left. I cannot help feeling glad, though I know it is spiteful – I think I am glad too, because it shows it was not all my fault. However I must “let the dead past bury its dead”. Do write. If you do not I will say you take no interest in me and if you give me up it will not be kind of you, and I will really begin to think that Belgians are incapable of being kind or warm hearted – and will you let me run away with such an idea?

If I have talked nonsense never mind it.

Remember me, in your prayers at the foot of the altar, and believe me ever, your own attached child who respects you as she loves you
Kate

Noten

[1] Verwijzing naar Mary (15 jaar) of Agnes Mary (13 jaar). De twee andere dochters Catherine Mary en Monica Mary waren respectievelijk nog maar 5 en 2 jaar.
[2] Referentie aan Marcus 5: 25-29; Lucas 8: 43-44; Mattheüs 9: 20-22.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/

Briefschrijver

NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDrogheda

Naam - persoon

NaamFaber, Frederick William
Datums° Caverley, 28/06/1814 - ✝ Londen, 26/09/1863
GeslachtMannelijk
Beroeprector; theoloog
VerblijfplaatsEngeland
BioFrederick William Faber werd geboren in Calverley, Yorkshire op 28 juni 1814 uit een Hugenootse familie met Calvinistische geloofsovertuiging. Na zijn middelbare studies ging hij in 1832 naar het Ballioll College van de universiteit van Oxford en twee jaar later naar het University College waar hij afstudeerde. Hij kwam er in contact met het anglo-katholicisme en de Oxford-beweging en werd een enthousiast volgeling van John Henry Newman. In 1839 werd hij gewijd in de Church of England en even later rector in een kerk in Elton. In 1845 tenslotte voegde hij zich, samen met een groep getrouwen, bij de Rooms-katholieke kerk en vestigde zich in Birmingham. Zoals Newman voelde hij zich aangetrokken tot het Oratorium van St. Philip Neri en verhuisde naar Bromton, Londen om er een eigen Oratorium te leiden. Ondanks zijn zwakke gezondheid bleef hij veel prediken en publiceerde hij talrijke hymnen en theologische werken, o.m. over de Maria-devotie. Hij overleed er op 26 november 1863.
Links[wikipedia]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamFrutsaert, Augustin
Datums° St.-Omaars, 22/06/1822 - ✝ Brugge, 17/06/1897
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; superior
BioAugustin Frutsaert werd priester gewijd te Brugge op 19 december 1846. Hij was leraar (1846) en superior (1853) aan het college van Poperinge. In 1856 werd hij superior van het kleinseminarie te Roeselare, waar Gezelle les gaf. Daarna was hij achtereenvolgens pastoor te Ploegsteert (1859), Dottenijs (1864) en van St.-Walburga, Brugge sinds 25/06/1868. Daar vond hij Gezelle terug als onderpastoor. Frutsaert was er tevens bestuurder van de zwarte zusters. Hij stierf te Brugge op 17 juni 1897.
Links[odis]
Relatie tot Gezellesuperieur; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamNewman John Henry
Datums° Londen, 21/02/1801 - ✝ Birmingham, 11/08/1890
GeslachtMannelijk
BioJohn Henry Newman werd op 21 februari 1801 geboren als zoon van de bankier John Newman. Hij kreeg een opvoeding binnen de Anglicaanse Kerk, en studeerde van 1816 tot 1820 aan Trinity College (Oxford). In 1824 werd hij tot diaken gewijd, en de jaren erna was hij vicesuperior van Alban Hall (1825-1826). Hij werd predikant te Whitehall (1827), vicaris van St. Mary's, Oxford (1828-1843) en kapelaan van Littlemore (vanaf 1828). In september 1833 kwam hij in contact met Dr. Wiseman en stichtte hij met Keble en Pusey de Oxfordbeweging tot herleving van de Anglicaanse Kerk. Om dit doel te realiseren, schreef hij "Tracts for the times". In 1842 trok hij zich terug te Littlemore, waar hij "An essay on the development of christian doctrine" (1845) schreef. Op 9/10/1845 werd hij in de Rooms-Katholieke Kerk opgenomen. Een jaar later trok hij naar Rome, waar hij tot priester werd gewijd en de titel 'doctor in de godgeleerdheid’ ontving. Eind 1847 keerde hij als oratoriaan terug naar Engeland, waar hij in 1849 het Oratory of St. Philip Neri te Londen stichtte, met Frederick William Faber als overste. Op verzoek van de Ierse katholieke bisschoppen trok Newman in 1854 naar Dublin om er rector van de nieuwe katholieke universiteit te worden. Deze positie bekleedde hij tot 1858. In 1859 richtte hij de oratoriumschool te Edgbaston op als katholiek alternatief voor Eton College. Op 12 mei 1879 benoemde paus Leo XIII hem tot kardinaal-deken. De laatste jaren van zijn leven verbleef Newman aan Birmingham Oratory, in Engeland, waar hij stierf op 11 augustus 1890. In 1991 werd hij zalig verklaard, wat gevolgd werd door zijn heiligverklaring in 2019.
Links[wikipedia]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/
NaamSwarbreck, Agnes Maria
Datums° Thirsk, Yorkshire, 15/08/1827 - ✝ Bath, Somerset, 16/08/1915
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioAgnes Maria Swarbreck werd geboren op 15 augustus 1827 in Thirsk, Yorkshire, Engeland en overleed op 16 augustus 1915 in Bath, Somerset, Engeland. Ze was de dochter van Thomas Swarbreck (1796-1867) en Marie Teresa Andrade (1799-1869). In juli 1851 huwde ze met de weduwnaar John Francis Chadwick (1809-1893) met wie ze samen tien kinderen kreeg. In 1869 werd Katharine Woodlock bij dit gezin in dienst genomen als gouvernante.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamChadwick, Mary
Datums° 1854 - ✝ 1933
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Chadwick werd geboren in 1854 en overleed in 1933. Ze was de dochter van John Francis Chadwick (1809-1893) en Agnes Maria Swarbreck (1827-1915).
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamChadwick, Agnes Mary
Datums° 1856 - ✝ Eastry, Kent, 04/1931
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioAgnes Maria Chadwick werd geboren in 1856 en overleed in april 1931 in Eastry, Kent, Engeland. Ze was de dochter van John Francis Chadwick (1809-1893) en Agnes Maria Swarbreck (1827-1915).
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamChadwick, Catherine Mary
Datums° 1864 - ✝ 1887
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioCatherine Mary Chadwick werd geboren in 1864 en overleed in 1887. Ze was de dochter van John Francis Chadwick (1809-1893) en Agnes Maria Swarbreck (1827-1915).
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamChadwick, Monica Mary
Datums° 01/09/1867 - ✝ 1954
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMonica Mary Chadwick werd geboren op 1 september 1867 en overleed in 1954. Ze was de dochter van John Francis Chadwick (1809-1893) en Agnes Maria Swarbreck (1827-1915).
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamTierney, James
Datums° Tuyllyallen, ca. 1803 - ✝ Drogheda, 30/01/1873
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aartsdiaken
VerblijfplaatsIerland
BioJames Tierney werd rond 1803 geboren in Tuyllyallen (bij Drogheda). Hij werd priester gewijd in 1828. Hij werd onderpastoor in Ardee waar hij zich fors inzette tijdens de choleraepidemie. Daarna werd hij eerst onderpastoor en later pastoor van St. Peter's Drogheda, de katholieke kerk van Drogheda. Na zijn dood op 30 januari, werd hij op 7 februari 1873 begraven. Een massa volk kwam erop af. Hij was erg populair.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/ ; https://www.familysearch.org/nl/ ; Weekly Examiner (Belfast) van 8 februari 1873
NaamMurphy, Francis; Father Frank
Datums° Cork, 13/09/1814 - ✝ Melbourne, 20/04/1898
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; rector
VerblijfplaatsIerland; Italië; Australië
BioFrancis Murphy werd op 13 september 1814 geboren in Cork, County Cork, Ierland, en twee dagen later gedoopt in St. Finbarr's, Cork. Zijn ouders waren Daniel Murphy en Frances Donogan. Hij trad op 24 oktober 1830 in bij de Jezuïeten in San Andrea, Rome, Italië, en werd priester gewijd in 1843. Hij studeerde theologie in Leuven in 1841, en uit 1844 is er zelfs een verslag van een mondeling examen in Leuven van hem bewaard. Daarna was hij actief in verschillende Jezuïetencolleges in Ierland: Clane (Clongowes Wood College), Tullabeg (St. Stanislaus College) en Dublin (Belvedere College, Great Denmark Street). In dit laatste college was hij tevens rector ca. 1858. In 1865 was hij verbonden aan de Jezuïetenkerk Franciscus Xaverius in de Upper Gardiner Street in Dublin. In de vroege jaren 1870 vertrok hij naar Australië, waar hij ca. 1872 rector was van het St. Patrick's College in Melbourne. Hij overleed in dit St. Patrick's College op 20 april 1898.
Bronnen https://www.jesuitarchives.ie/murphy-francis-1814-1898-jesuit-priest; https://www.ancestry.co.uk/
NaamChadwick, John Francis Sr.
Datums° Dromgoole, 02/08/1809 - ✝ Stameen, 08/01/1893
GeslachtMannelijk
Beroeplinnenfabrikant
VerblijfplaatsIerland
BioJohn Francis Chadwick was een linnenfabrikant in Drogheda. De Chadwicks bezaten zeven grote vlasmolens in Drogheda en stonden aan het hoofd van een belangrijke linnenproductie. Daardoor was deze welstellende familie een van de grootste lokale werkgevers. Daarnaast steunden ze de katholieke kerk, onder meer door de bouw van de nieuwe augustijner kerk in Drogheda. John Francis was een eerste keer getrouwd met Catherine Thompson (1820-1846), waarmee hij drie kinderen kreeg. Zij stierf echter op jonge leeftijd, waarna hij hertrouwde met Agnes Maria Swarbreck (1827-1915). Samen met haar kreeg hij nog eens tien kinderen. In 1869 werd Katharine Woodlock bij dit gezin in dienst genomen als gouvernante.

Naam - plaats

NaamDrogheda
NaamDublin
NaamVerviers

Titel[29-30-31[?]/12/1869], Drogheda, Katharine M. Woodlock aan [Guido Gezelle]
EditeurAmber Sonck; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWoodlock, Katharine M.
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[29-30-31[?]/12/1869]
VerzendingsplaatsDrogheda
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van de handgeschreven brief van K. Woodlock aan G.G. van 08/01/1870 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.94-96
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 dubbele vellen, 211x136
wit
papiersoort: 7 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4869
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11195
Inhoud
IncipitHere I am once
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.