<Resultaat 322 van 2044

>

p1
Stameen,
Near Drogheda
Ireland

My dear Father Gezelle,

A happy happy new year to you, and many returns of it in this life – and then the never ending happy ones of Heaven where God grant we may see eachp2other. You will I hope have no objection to this last wish though you do seem determined to cut my acquaintance. Though it may not be very flattering to my amour propre I hope most sincerely your silence has been caused by your having forgotten me, or not caring about me, and not by over-workp3ill-health or anything else disagreeable to you. I would really give anything to hear from you and to know how the world goes with you. Perhaps if I could get up some great “case of conscience” to consult you about, you would write to me, but alas! having very little cons cience left me. I cannot consult anyone about it. I took it into my head a short time since, I ought to try to be a nun. When I approached the subject with Father Frank – he, though a very polite jesuit, told mep4“to go to the –––––– ” and everyone here tells me I have not a-bit of “nun’s flesh” in my composition. Joking apart, I have often felt since I came over, how hard it is to serve God in the world. Ireland is a terribly dissipating place and I so love it. I am sure I often make a goose of myself – it is so hard to remember one is old and passée when people seem bent on making you forget it – and after stiff Belgium where there seems to be nothing between rigid coldness and the other extreme, Irish “flirtation”p5is pleasant, if even a wee bit bewildering But I am trying to be very good and sensible, and to mind my work. I have one draw back since I came here. It is the difficulty of going regularly to the sacraments Being in the country of course makes it difficult, and when I went up to Dublin at Christmas to spend ten days I had to mind my brother‘s house as my sister in-law had just had her first baby. I had to nurse it of course – my first niece born on the 8th of December, was not that nice? That with other things made much piety out of the question and here I am back trusting to chance for even fortnightly confession Oh it is all hard work and I wish I could get up the courage to put myselfp6decidedly under God’s yoke. But if that is not God’s will I can do nothing It is by no grand straight way I am to go to Heaven, but by a horrid mean good for nothing straggling kind of way. Well, pray for me do that I may grow strong and firm of purpose, for I see every day how little is worth caring for, depending on, except Dieu seul

Do write, and tell me you wish me a happy new year, and that you remember me and pray for me I give you something to write, so do not say you had nothing to write about.

I have just had news from Bruges. It appears Mr Laude the librarian of the Hotel de ville is dead. I did not know him, but for Papa‘s sake I am sorryp7I hope he died as a Christian

Good bye, give my love to your sister, who, I hope, is getting strong. Take care of yourself; do not work too hard. Is there ever a chance of your getting a little change of scene? If you do write to me, will you give me a little information on one point – is not a contemplative life more perfect than a religious active one? I am always doing battle here for the contemplatives It is astonishing how few even good Catholics can relish the idea of a life devoted chiefly to prayer & penitence When I quote Mary & Martha I am told Martha was the woman of the world & not the active nun.[1] I say she was working for our Lord & yet he gave thep8preference to her who sat apparently idle at His feet. Few can be contemplatives but those few are in a more perfect state, more united to God than those who work actively for him though they are in a grand & noble state. Are my ideas just? I wish you would tell me. A pious young Gentleman here is to shew me something in Rodriguez[2] against my views, but he has not found it yet – I would like too to influence another that has I think a fight going on in himself on the matter. I so envy holy people & always wish to give them a “shove up” Do not think there is any nonsense in all this. It is all in the way of my business, and as I have to talk about such things. I would rather talk*p1what is true than what is false. But here I am crossing my letter Forgive me that as you have much more,

and believe me, my own dear dear Father
Your own devoted and ever grateful child,
Kate M. Woodlock

Turn over

*p2

Oh I must tell you the other day I mentioned your name to Father Frank “Do you know” he said “I think you are very fond of that Father Gezelle “oh I dote on him”[3] I said “I guessed as much said the other and he quizzes me in great*p3style about “my dear Gazelle” – mixing you up with the quadruped that Eastern ladies are so fond of

Noten

[1] Referentie aan Lucas 10: 38-42.
[2] Wellicht gaat het hier om een boek van de Spaanse jezuïet Alonso Rodriguez, bekend om zijn werk ’The practice of Christian perfection’.
[3] Iemand adoreren.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/

Briefschrijver

NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDrogheda

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLaude, Pierre Jospeh
Datums° Lagnicourt, 26/02/1794 - ✝ Brugge, 06/01/1870
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; bibliothecaris
BioPierre-Joseph Laude was vanaf 1843 stadsbibliothecaris van Brugge. Oorspronkelijk afkomstig uit Pas-de-Calais, raakte hij in contact met Nicolas Deschamps (Saint-Dizier, 1769 - Brugge, 1847), die hem een betrekking in Brugge bezorgde. Zodoende vestigde Laude zich hier in 1818. Hij werd eerst studiemeester, en vervolgens leraar. Terwijl hij zich verder schoolde in wijsbegeerte en rechten aan de universiteit van Gent, gaf hij lessen Grieks en letterkunde aan het koninklijk atheneum van Brugge. In 1829 trouwde hij met Adèle-Isabelle Englebert (°1807). Samen woonden ze in bij haar halfbroer Edouard op de Markt. Mogelijk was het in ditzelfde huis dat Laude zijn kostschool vestigde, die vanaf 1841-42 bekend stond onder de naam 'Pensionnat de l'Athénée'. In 1843 werd hij door baron de Pelichy, burgemeester van Brugge, tot stadsbibliothecaris aangesteld. Terwijl hij in het onderwijs bleef tot 1851, oefende Laude zijn taak als stadsbibliothecaris gedurende bijna 30 jaar uit. Daarbij besteedde hij grote zorg aan het ontsluiten van de werken. Daartoe zorgde hij voor een volledige nieuwe catalogus, die in 1847 verscheen. In 1859 werd deze gevolgd door een catalogus van de handschriften. Laude was agnost, maar bekeerde zich tot het katholicisme onder invloed van zijn vriend John Steinmetz. Diezelfde vriendschap had tot resultaat dat Steinmetz zijn belangrijke collectie prenten en tekeningen uiteindelijk aan Brugge schonk.
Links[wikipedia]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWoodlock, Katharine M.; Woodlock, Catharine, Kate
Datums° Dublin, 06/1837 - ✝ Bath, 13/12/1920
GeslachtVrouwelijk
Beroepgouvernante
VerblijfplaatsIerland
BioKatharine M. Woodlock werd geboren in juni 1837 in Dublin (Ierland), en op 14 juni gedoopt in St. Mary's (Pro-Cathedral). Ze was de dochter van de advocaat William Woodlock (°10/11/1801) en Catherine Teeling (°14/06/1808). Vooraleer ze naar Brugge kwam, werkte Katharine een tijdje in Frankrijk als gouvernante bij Marie-Caroline Germaine de Chaumontel. Tijdens de jaren 1860 behoorde Katharine tot de Engelse kolonie te Brugge. Ze woonde er met haar familie in de Nieuwe Wandeling 82. Tijdens deze periode ontstond het contact met Guido Gezelle. Hij trad op als haar biechtvader en vertrouweling. Dat was de aanleiding voor een uitgebreide en intieme correspondentie. In de zomer van 1867 ging ze terug naar Dublin waar ze bij haar familie verbleef. Daar kreeg ze bericht van haar nieuwe tewerkstelling als gouvernante bij de familie Ruzette-D’Anethan te Brugge. Ze startte er rond 1 oktober 1867 en zorgde er kort voor Albéric Ruzette. Op 6 oktober was ze echter al terug bij haar familie in de Nieuwe Wandeling uit onvrede met haar werkgever. Vervolgens werd ze begin 1868 door de familie Koch in Brussel (Regentschapsstraat 9) in dienst gesteld. De tewerkstelling was opnieuw van korte duur, door een conflict met mevrouw Koch. Na een korte tussenperiode in Brugge, waar ze Gezelle opnieuw ontmoette, ging ze eind 1868 bij het gezin Simonis in Verviers (Limburgstraat, 27) aan de slag. Ook daar liep het fout. Tot slot was Katharine sinds 1869 als gouvernante actief in Stameen, Drogheda, Ierland, waar ze op het landhuis van de familie Chadwick werkte. Ze huwde op 5 september 1874 in Bray, county Wicklow, Ierland met handelaar John Francis Chadwick, zoon van linnenfabrikant John Francis Chadwick. Het huwelijk werd ingezegend door haar oom Bartholomew Woodlock. Op 8 september 1875 werd hun enige zoon John Francis Mary Joseph Chadwick in Drogheda, Ierland, geboren. Hij zou later priester worden (canon John Francis Chadwick of Saltburn). Katharine overleed op 13 december 1920, op 83-jarige leeftijd te bath, waar ze ook begraven werd.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/
NaamWoodlock, William
Datums° Dublin, 10/11/1801 - ✝ Brugge, 30/05/1883
GeslachtMannelijk
Beroeprechter correctionele rechtbank; rentenier
VerblijfplaatsIerland
BioWilliam Woodlock werd geboren te Dublin op 10/11/1801. Zijn ouders waren William Woodlock en Mary Cleary. Hij was rechter op de correctionele rechtbank te Dublin. Ook onderhield hij goede contacten met Daniel O'Connell (1775-1847), die de politieke leider was van de rooms-katholieke meerderheid in Ierland. Daarvan getuigt de bewaarde briefwisseling uit de jaren 1830. In 1829 huwde William met Catharine Teeling. Ze hadden negen kinderen: William (1832-1890), Luke (1834-1838), Kate (1837-1920), Henry (1838-1905), Mary (1841-1896), Frances (1843-1914), Joseph Louis (1846-1918), Christine (1848-1915) en Arthur (°1850-1919). Ze vestigden zich te Brugge op 31 december 1866 en woonden met het gezin op de Nieuwe Wandeling 82 en de Waalsestraat 9. Als Engelse inwijkelingen te Brugge konden ze rekenen op de steun van Guido Gezelle. Hij overleed in de Sint-Clarastraat te Brugge op 30 mei 1883.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Engelse kolonie te Brugge
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be/; https://books.google.be/books?id=BKseeY_lJlsC&pg=RA1-PA74&dq=Woodlock+daniel+oconnell&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwifsZq83bj-AhW4xAIHHdbnABwQ6AF6BAgDEAI#v=onepage&q=Woodlock%20daniel%20oconnell&f=false; https://historiek.net/daniel-oconnell-vrijheidsstrijder-van-de-ierse-katholieken/54543/
NaamWoodlock, William (jr.)
Datums° Dublin, 10/02/1832 - ✝ Dublin, 12/06/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppolitierechter; advocaat
VerblijfplaatsIerland
BioWilliam Woodlock jr. werd op 10 februari 1832 in Dublin, Ierland, geboren en overleed op 12 juni 1890 te 15, Mountjoy-Square North in Dublin, waar hij samen met zijn vrouw Fanny Dillon (1832-1916) woonde. Hij was de oudste zoon van William Woodlock (1801-1883) en Catherine Teeling (1808-1885) en bouwde een carrière uit als magistraat. Rond 1853 was hij student aan de Kings Inn, de school voor juristen in Dublin. In 1868 werd hij als advocaat geregistreerd op het adres 1, Upper Temple Street. Tussen 1873 en 1890 was hij verbonden aan de politierechtbank van Dublin. Bij het overlijden van zijn vader in 1883 was hij rechter bij de correctionele rechtbank in Dublin. Hij gaf toen het overlijden van zijn vader in Brugge aan.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.familysearch.org/nl/; https://www.findmypast.co.uk/
NaamRodriguez, Alonso
Datums° Valladolid, 15/04/1538 - ✝ Sevilla, 21/02/1616
GeslachtMannelijk
Beroepjezuïet; leraar; rector; auteur
VerblijfplaatsSpanje
BioAlonso Rodriguez trad in bij de jezuïeten in 1558 en werd na zijn studies achtereenvolgens leraar moraaltheologie aan het college van Monterey, novicemeester, rector en tenslotte geestelijk leider in Cordova. Hij was, ondanks zijn grote en door iedereen erkende talenten, een zeer godsdienstig en nederig man die als het ware zijn eigen karakter neerschreef in zijn bekend en veel vertaald werk "Ejercicio de perfección y virtutes cristianas" (Sevilla, 1609).
Links[wikipedia]
NaamDillon, Frances Mary; Fanny
Datums° Dublin, ca. 1832 - ✝ Dublin, 09/1916
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsIerland
BioFrances Mary 'Fanny' Dillon werd circa 1832 in Dublin, Ierland, geboren en overleed in september 1916 in Zuid-Dublin, Ierland. Ze huwde met William Woodlock jr. (1832-1890), waarmee ze twee kinderen kreeg: Mary Woodlock (1870-1876) en Frances Woodlock (°1876). Ze was de schoonzus van Kate Woodlock.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamWoodlock, Mary
Datums° Dublin, 08/12/1870 - ✝ Dublin, 1876
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsIerland
BioMary Woodlock werd geboren op 8 december 1870 in Dublin, Ierland, en overleed daar in 1876. Ze was de dochter van William Joseph Woodlock (1832-1890) en Frances Mary Dillon (1832-1916). Vlak na haar geboorte werd ze verzorgd door haar tante Katharine Woodlock (1837-1920), die toen bij het gezin in Dublin op bezoek was.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/
NaamMurphy, Francis; Father Frank
Datums° Cork, 13/09/1814 - ✝ Melbourne, 20/04/1898
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; rector
VerblijfplaatsIerland; Italië; Australië
BioFrancis Murphy werd op 13 september 1814 geboren in Cork, County Cork, Ierland, en twee dagen later gedoopt in St. Finbarr's, Cork. Zijn ouders waren Daniel Murphy en Frances Donogan. Hij trad op 24 oktober 1830 in bij de Jezuïeten in San Andrea, Rome, Italië, en werd priester gewijd in 1843. Hij studeerde theologie in Leuven in 1841, en uit 1844 is er zelfs een verslag van een mondeling examen in Leuven van hem bewaard. Daarna was hij actief in verschillende Jezuïetencolleges in Ierland: Clane (Clongowes Wood College), Tullabeg (St. Stanislaus College) en Dublin (Belvedere College, Great Denmark Street). In dit laatste college was hij tevens rector ca. 1858. In 1865 was hij verbonden aan de Jezuïetenkerk Franciscus Xaverius in de Upper Gardiner Street in Dublin. In de vroege jaren 1870 vertrok hij naar Australië, waar hij ca. 1872 rector was van het St. Patrick's College in Melbourne. Hij overleed in dit St. Patrick's College op 20 april 1898.
Bronnen https://www.jesuitarchives.ie/murphy-francis-1814-1898-jesuit-priest; https://www.ancestry.co.uk/

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamDrogheda
NaamDublin

Titel - ander werk

TitelThe practice of Christian perfection written in Spanish by Rd. Father Alphonsus Rodriquez of the Society of Jesus. Translated into English out of the French copy of Mr. Regnier Des-Marais, of the Royal Academy of Paris
AuteurRodríguez, Alfonso
Datum1697-1699
PlaatsLondon
UitgeverThomas Hales

Titel08/01/1870, Drogheda, Katharine M. Woodlock aan [Guido Gezelle]
EditeurAmber Sonck; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWoodlock, Katharine M.
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum08/01/1870
VerzendingsplaatsDrogheda
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.96-98
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 dubbele vellen, 177x109; 209x134
wit en rose
papiersoort: 8 zijden beschreven; zijden 1, 2 en 3 kruiselings beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: Trade Mark en daarboven hartvormige figuur met tekst: Good All
watermerk: J. Allen & Sons Super Fine
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4871
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11198
Inhoud
IncipitA happy happy
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.