<Resultaat 444 van 3014

>

p1
! שָֹלוֹם [1]

אֲדוֹנִי

מִפִּי הַבִיקַאר מְטִהְילְט שָׁמַעְתִּי

כִּי אַדוֹנִי תַּלְמִיד לָשוֹן עִבְרִי הוּא

וְאִם כֵּן הַדָּבָר אֶשְּׂמַח אָנֹכִי מְאֹד

לְהַצִיעַ לִפְנֵי פּנֵי כְּבוֹדוֹ שׁוּרוֹתַי

אֵלֶה בְּבַקָשָׁתִי מְאֲדוֹנִי לְהַשִׁבֵנִי

!עַל זאֹת: שָלוֹם
מְהַמְכַבְּדוֹ
Joseph Bahri
Professor
St. Joseph’s College
To Mr. G. Gezelle. etc. etc.

Noten

[1] Vertaling door Prof. Pierre Van Hecke:

Tielt, 20 december 1870

Gegroet !

Van de onderpastoor uit Tielt heb ik gehoord

dat mijn heer student van de Hebreeuwse taal is.

Indien dit het geval is, ben ik zeer verheugd

om aan de geachte heer deze regels aan te bieden,

met mijn verzoek aan mijn heer om me te antwoorden

op deze brief. Gegroet!

Van zijn bewonderaar

Joseph Bahri

Prof.

Sint-Jozefs college

Aan de heer G. Gezelle enz. enz.

Register

Correspondenten - personen

NaamBahri, Jozef
Datums° Lissa (Leszno), 1846 - ✝ Melton Mowbray, 1889
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; missionaris; pastoor
BioJoseph Bahri werd omstreeks 1846 geboren in Lissa (Leszno) in Polen. In 1870 verbleef hij in Tielt, waar hij als leraar aan het Sint-Jozefscollege een brief in het Hebreeuws richtte aan Guido Gezelle. Zijn naam komt echter niet voor in de officiële lijsten van het lerarenkorps van het college. Na zijn verblijf in Tielt bekeerde hij zich tot het christendom in Stuttgart, onder invloed van de 'British Society for the Propagation of the Gospel among the Jews'. Vervolgens trok hij naar Wenen, waar hij in 1873 als leraar wordt vermeld. Daarnaast trad hij er op als lekenzendeling: hij zette zich in voor de bekering van Joden tot het christendom binnen de lokale afdeling van de 'London Society for Promoting Christianity amongst the Jews (LJS)', een in 1809 in Londen opgerichte organisatie verbonden met de Anglicaanse Kerk. In 1877 werkte hij mee aan het tijdschrift “The Jewish Intelligence: a monthly register of the London Society for Promoting Christianity amongst the Jews”. Hij huwde in 1875 in Croydon (Londen) met Anne Margaret Clapperton, dochter van kapitein Andrew Balford Clapperton van de East India Company’s Service. Ze werd geboren op 10 november 1834 in Calcutta (Bengalen, India). In 1879 kondigde hij in Wenen zijn vertrek naar Engeland. In februari 1880 werd hij tot diaken gewijd en in juni 1880 tot Anglikaans priester in de parochiekerk van Bradford. Nog datzelfde jaar werd hij aangesteld als “curate” (kapelaan) in Baildon (Yorkshire), in 1881 in Spitalfields (Londen) en in 1887 in Hoby en Rotherby (Leicester). Joseph Bahri overleed in 1889 te Melton Mowbray aan acute bronchitis, kort nadat hij nog kerkdiensten had geleid ondanks ernstige ziekte. In 1911 werd zijn nagedachtenis herdacht met de restauratie van een grafsteen in Rotherby door zijn weduwe.
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBahri, Jozef
Datums° Lissa (Leszno), 1846 - ✝ Melton Mowbray, 1889
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; missionaris; pastoor
BioJoseph Bahri werd omstreeks 1846 geboren in Lissa (Leszno) in Polen. In 1870 verbleef hij in Tielt, waar hij als leraar aan het Sint-Jozefscollege een brief in het Hebreeuws richtte aan Guido Gezelle. Zijn naam komt echter niet voor in de officiële lijsten van het lerarenkorps van het college. Na zijn verblijf in Tielt bekeerde hij zich tot het christendom in Stuttgart, onder invloed van de 'British Society for the Propagation of the Gospel among the Jews'. Vervolgens trok hij naar Wenen, waar hij in 1873 als leraar wordt vermeld. Daarnaast trad hij er op als lekenzendeling: hij zette zich in voor de bekering van Joden tot het christendom binnen de lokale afdeling van de 'London Society for Promoting Christianity amongst the Jews (LJS)', een in 1809 in Londen opgerichte organisatie verbonden met de Anglicaanse Kerk. In 1877 werkte hij mee aan het tijdschrift “The Jewish Intelligence: a monthly register of the London Society for Promoting Christianity amongst the Jews”. Hij huwde in 1875 in Croydon (Londen) met Anne Margaret Clapperton, dochter van kapitein Andrew Balford Clapperton van de East India Company’s Service. Ze werd geboren op 10 november 1834 in Calcutta (Bengalen, India). In 1879 kondigde hij in Wenen zijn vertrek naar Engeland. In februari 1880 werd hij tot diaken gewijd en in juni 1880 tot Anglikaans priester in de parochiekerk van Bradford. Nog datzelfde jaar werd hij aangesteld als “curate” (kapelaan) in Baildon (Yorkshire), in 1881 in Spitalfields (Londen) en in 1887 in Hoby en Rotherby (Leicester). Joseph Bahri overleed in 1889 te Melton Mowbray aan acute bronchitis, kort nadat hij nog kerkdiensten had geleid ondanks ernstige ziekte. In 1911 werd zijn nagedachtenis herdacht met de restauratie van een grafsteen in Rotherby door zijn weduwe.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - persoon

NaamBaelen, Alwin (Aloïs)
Datums° Poperinge, 18/02/1839 - ✝ Kortrijk, 13/02/1923
GeslachtMannelijk
Beroeponderpastoor; leraar; directeur
Bio(Aloïs) Alwin Baelen was de zoon van Pieter Baelen, werkman, en Regina Hennebau. Hij werd tot priester gewijd op 17 december 1864 en leraar aan het St.-Stanislascollege te Poperinge. Op 27 mei 1867 werd hij onderpastoor van de St.-Martinusparochie te Oekene en twee jaar later van de St.-Pietersparochie te Tielt. Op 26 september 1874 volgde zijn benoeming tot directeur van de Zusters der Barmhartigheid Jesu van het St.-Annagasthuis in Kortrijk. Te zijner attentie schreef Gezelle nog in 1899, ter gelegenheid van Baelens 25-jarig jubileum als ‘belieder’ van St.-Anna, het gedicht 'Och Baelen, Baelen…'.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamBahri, Jozef
Datums° Lissa (Leszno), 1846 - ✝ Melton Mowbray, 1889
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; missionaris; pastoor
BioJoseph Bahri werd omstreeks 1846 geboren in Lissa (Leszno) in Polen. In 1870 verbleef hij in Tielt, waar hij als leraar aan het Sint-Jozefscollege een brief in het Hebreeuws richtte aan Guido Gezelle. Zijn naam komt echter niet voor in de officiële lijsten van het lerarenkorps van het college. Na zijn verblijf in Tielt bekeerde hij zich tot het christendom in Stuttgart, onder invloed van de 'British Society for the Propagation of the Gospel among the Jews'. Vervolgens trok hij naar Wenen, waar hij in 1873 als leraar wordt vermeld. Daarnaast trad hij er op als lekenzendeling: hij zette zich in voor de bekering van Joden tot het christendom binnen de lokale afdeling van de 'London Society for Promoting Christianity amongst the Jews (LJS)', een in 1809 in Londen opgerichte organisatie verbonden met de Anglicaanse Kerk. In 1877 werkte hij mee aan het tijdschrift “The Jewish Intelligence: a monthly register of the London Society for Promoting Christianity amongst the Jews”. Hij huwde in 1875 in Croydon (Londen) met Anne Margaret Clapperton, dochter van kapitein Andrew Balford Clapperton van de East India Company’s Service. Ze werd geboren op 10 november 1834 in Calcutta (Bengalen, India). In 1879 kondigde hij in Wenen zijn vertrek naar Engeland. In februari 1880 werd hij tot diaken gewijd en in juni 1880 tot Anglikaans priester in de parochiekerk van Bradford. Nog datzelfde jaar werd hij aangesteld als “curate” (kapelaan) in Baildon (Yorkshire), in 1881 in Spitalfields (Londen) en in 1887 in Hoby en Rotherby (Leicester). Joseph Bahri overleed in 1889 te Melton Mowbray aan acute bronchitis, kort nadat hij nog kerkdiensten had geleid ondanks ernstige ziekte. In 1911 werd zijn nagedachtenis herdacht met de restauratie van een grafsteen in Rotherby door zijn weduwe.
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Jozefscollege Tielt
BeschrijvingHet Sint-Jozefscollege werd gesticht in 1686 als Latijnse School door de Minderbroeders. Na een onderbreking in de Franse tijd werd terug heropend in 1830 door de Minderbroeders. Vanaf 1848 viel het volledig onder de bevoegdheid van het bisdom. Daardoor waren er nauwe contacten met het kleinseminarie. Er werden ook Engelse leerlingen gehuisvest. Gezelle had er contact met oud-leerlingen, leraars en principaals.
Datering1830
Links[odis]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Bahri, Jozef

Correspondenten - personen

Bahri, Jozef
Gezelle, Guido

Naam - instituut/vereniging

Sint-Jozefscollege Tielt

Naam - persoon

Baelen, Alwin (Aloïs)
Bahri, Jozef
Gezelle, Guido

Naam - plaats

Tielt

Plaats van verzending

Tielt

Titel20/12/1870, Tielt, Jozef Bahri aan Guido Gezelle
EditeurPierre Van Hecke
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenPierre Van Hecke, Bahri Jozef aan Gezelle Guido, Tielt (Tielt), 20/12/1870. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
VerzenderBahri, Jozef
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum20/12/1870
VerzendingsplaatsTielt (Tielt)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 275 mm x 210 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven; zijde 1 met adressaat, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 2 linksboven in de zijrand: 20/12 1870 (inkt, verticaal, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4898
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11227
Inhoud
IncipitShalom! Gegroet
Tekstsoortbrief
TalenHebreeuws; Hebreeuws
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.