<Resultaat 498 van 2182

>

p1
Dear Father Gezelle

I was not able to write to you for Christmas but I am determined not to let New Year come without wishing you a very ‘Happy New Year’ and many returns of it in which all here join. Mr Weale is in Paris

Bernie encloses a card[1] which he asked me to send on Christmas but I could not

I had the pleasure of seeing Frank this week He is growing so stout but is looking very well and is very happy at Reading[2]p2I have now a bit of good news for you – Ethel is going to join Les Dames de St André[3] You who know me so well will understand how happy I am first in having my first boy called to the Priesthood and now my first girl to be a Nun Pray that she may have a true vocation.

I am sorry that Bernie shows no indication for anything but play. He will be 16 next St Mark’s day[4] and it will soon be time for him to turn to something or other. John is going up for Matriculation[5] at the London University next June, and his papa has promised him a gold watch if he passes in honours he was eighteen on St John’s day.[6] I think that I told you that he and Willie werep3going up for the Oxford examination[7] last May but they caught the measles just a week before and so could not go up. I had a terrible time of it eight of them took them even Cyril who lives in London. Frank and Sybil were the only ones who escaped. Frank at Reading and Sybil at Folkestone.[8]

It quite undid all the good I received from my trip in Belgium,[9] and was in the doctors hands from the 9th of August till Cyril’s birthday the 22nd of December so you see I had a long time of it taking medicine three times a day. Those blessed doctors insisted on extracting all my remaining teeth so here I am with a beautiful set of teeth so I am quite young againp4I do not know exactly when Ethel will leave, but Mr Weale has promised my confessor,[10] though much against his will, to let her go at Easter if possible.[11] At first he said that he would not give her a penny even for her outfit and now he says that he will see what he can do. I am afraid that it will be very little. He ought to pay a pension for the two years Postulancy[12] but I am sure that he won’t. I dont like Ethel going without the pension for fear that she would feel bound in honour to stay even if she had no desire to do so. Say a prayer that all may come right

Now dear Father Gezelle I must say goodbye and with best wishes
I remain
yours faithfully
Helena Weale
15 The Grove
Clapham Common[13]
S.W.

Noten

[1] De kaart is niet bewaard gebleven in het Guido Gezellearchief van de Openbare bibliotheek Brugge.
[2] Frank Weale was sinds 1879 priester in de St James Church te Reading.
[3] Nadat ze naar school was gegaan bij de Dames van Sint-Andreas in Brugge, Doornik en Tunbridge Wells, trad ze in 1881 in bij de Dames van Sint-Andreas in Doornik.
[4] Op St. Mark’s Day viert de christelijke gemeenschap de feestdag van de Heilige Marcus. De naamdag van de evangelist valt op 25 april.
[5] In sommige Britse universiteiten moeten studenten eerst slagen voor een toegangsexamen, ook wel Matriculation genoemd. Studenten kunnen enkel toegang krijgen tot de universiteit wanneer ze dat examen succesvol doorstaan.
[6] Op St. John’s Day viert de christelijke gemeenschap het Hoogfeest van de geboorte van Johannes de Doper. Het zogenaamde Sint-Jansfeest valt op 27 december.
[7] The Oxford Examination is het toegangsexamen dat studenten moeten voltooien vooraleer ze kunnen studeren aan Oxford University.
[8] De toen achtjarige Sybil Weale ging vermoedelijk naar de katholieke school Stella Maris in Martello street te Folkestone. Deze school werd opgericht omstreeks 1860 (J.E. Woolam, The white Cliffs of Dover: a story of Irish immigrants, 2019).
[9] In een eerdere brief schreef Helena dat ze naar Luik was afgereisd omdat ze afgesproken had met enkele vrienden, en dat ze zich door de vakantie een stuk beter voelde. Kort na haar terugkeer naar Engeland werd ze echter besmet met de mazelen, waardoor dat goede gevoel verdween als sneeuw voor de zon.
[10] Mogelijk was dit nog steeds Albert Stroom, die volgens een eerdere brief van Helena aan Guido Gezelle haar biechtvader was.
[11] Ethel zou op 12 mei 1881 intreden bij de Dames van Sint-Andreas in Doornik.
[12] Eng. postulancy of postulantie komt van het Latijnse postulare, ’vragen’. Dit is een periode van 6 tot 24 maanden en betreft de eerste stap voor Ethel als vragende kandidaat om toe te treden tot een monastieke instelling.
[13] Clapham Common is een park gesitueerd in Clapham. Rondom het park woonden voornamelijk rijke zakenlieden, die hun huizen bouwden volgens de laatste mode.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLonden

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamStroom, Albert
Datums° Stuivekenskerke, 25/04/1835 - ✝ Torhout, 06/08/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; vicerector; ere-kanunnik; deken
BioAlbert Stroom was de zoon van Carolus-Franciscus, landbouwer en Joanna-Theresia Ooghe. Hij ontving zijn priesterwijding op 21 december 1861. Hij studeerde aan de katholieke universiteit te Leuven tot juli 1863 en promoveerde er tot doctor theologie in 1866. Hij was werkzaam te Brugge als leraar aan het grootseminarie en als vicerector van het Engels Seminarie, na Gezelles vertrek. Bij de afschaffing van het Engels Seminarie vroeg hij om naar Engeland te mogen vertrekken maar mgr. Faict weigerde dit op 18 augustus 1873. Op 28 maart 1876 werd hij erekanunnik, examinator prosynodaal en lid van de bisschoppelijke raad. Van 20 augustus 1880 tot 8 januari 1906 was hij pastoor-deken te Torhout. Na zijn ontslag verbleef hij er verder in het klooster van de H. Vincentius.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Bernard Joseph
Datums° Brugge, 25/04/1865 - ✝ Australië, 1925
GeslachtMannelijk
Beroepkantoorbediende; schaapherder; leraar; magazijnier
VerblijfplaatsEngeland
BioBernard Joseph is het vijfde kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Guido Gezelle is zijn dooppeter en Marie Raphael Cels zijn doopmeter. Hij was leerling aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (1876-1877), en keerde in 1878 terug naar Engeland. In 1879 vinden we hem terug in St. Michael's School, Kelvedon, Essex. Omstreeks oktober 1880 ging hij werken in een Londens kantoor, eerst op proef, maar eind 1881 kon hij al naar Gezelle schrijven: "I am now in business". In 1883 vertrok hij met zijn broer Cyril naar Australië en oefende er verschillende beroepen uit, o.m. schaapherder. In 1888 kwam hij als lesgever en magazijnier bij de familie Jones terecht in Queensland (Australië). Omstreeks 1893 verliet hij Australië voor Nieuw-Zeeland, maar in 1897 keerde hij opnieuw naar West-Australië terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Camille John
Datums° Brugge, 27/12/1862 - ✝ Londen, 17/09/1895
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist
VerblijfplaatsEngeland
BioCamille John was het vierde kind van W.H. James Weale en Helena Walton en doopkind van Camille de Borman. Hij was leerling aan het Sint-Lodewijkscollege Brugge in het schooljaar 1876-1877. Hij emigreerde naar Australië, waar hij werkte als sociaal geëngageerd journalist. In 1895 kwam hij ziek terug om thuis te sterven.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, John Cyril Marie des Anges Weale
Datums° Brugge, 22/12/1857 - ✝ Londen, 22/11/1942
GeslachtMannelijk
Beroepredacteur; dichter; vertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Cyril Marie des Anges Weale was het tweede kind van W.H. James Weale en Helena Walton, en werd geboren in Brugge op 22 december 1857. Hij volgde les aan het college van Brugge en Doornik. In 1878 debuteerde hij met de Nederlandse vertaling van de roman 'Aemilius' bij het Davidsfonds. In hetzelfde jaar verhuisde hij naar Engeland, en in de census van 1881 is hij terug te vinden in St. Pancras, Londen als "subeditor to publishing firm". Ook in 1883 woonde hij nog in St. Pancras, maar omwille van zijn zwakke gezondheid vertrok hij dat jaar echter met zijn broer Bernard naar Sydney, Australië. Hij werd er redacteur van de katholieke krant The Sydney Express. Daar trouwde hij in 1886 met Margaret Walshe, een katholiek meisje met wie hij vijf kinderen kreeg. In The Sydney Mail van 19 februari 1887 is er sprake van de geboorte van een dochter, niet bij naam genoemd, op 11 januari 1887 in Australië. In 1888 verbleef hij in Nieuw-Zeeland waar hij 'editor of the Catholic Friars in Wellington' was, maar in 1892 keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk. Hij werkte er als corrector bij The Daily Telegraph en was onderzoeker voor de Catholic Record Society. Hij publiceerde gedichten, een vertaling van Karel De Flous 'Promenades dans Bruges' en enkele kunsthistorische werken samen met zijn vader. In de census van de jaren 1896, 1900, 1918, 1919 en 1921 staat hij in Wandsworth, Londen, terwijl hij volgens de census van 1901 in Aberdeen, Schotland woonde, samen met Margaret Walshe, een zevenjarig zoontje Thomas en een vierjarig meisje Geraldine. Hij was toen journalist. In 1908-1909 bevond hij zich in Cambridge, met de census van 1911 stond hij vermeld als "corrector and author" in Foxton. In de jaren 1922, 1931, 1933 en 1939 is hij terug te vinden in respectievelijk Clapham, Prixton-Kensington, Surrey, en als "retired journalist" in Wandsworth, Londen. Het is uiteindelijk daar, in Wandsworth, dat hij in november 1942 overleed.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ancestry.co.uk/family-tree/person/tree/116103608/person/102122847895/facts?_phsrc=HGv43&_phstart=successSource
NaamWeale, Ethel; Xaveria (zuster); Elizabeth Rose Ethelburga Xaveria
Datums° Brugge, 13/10/1860 - ✝ Doornik, 24/10/1923
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares; bibliothecaris; kloosterzuster
VerblijfplaatsEngeland
BioElizabeth Rose Ethelburge werd op 13 oktober 1860 in Brugge geboren als het derde kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Ze was achtereenvolgens leerlinge aan het Instituut Saint-André te Brugge, te Doornik en te Tunbridge Wells, en studeerde Romaanse talen aan de universiteit te Oxford. Op 12 mei 1881 trad ze in bij de congregatie van Saint-André in Doornik, waar ze op 2 augustus van dat jaar haar noviciaat aanving onder de naam Xaveria. Op 8 september 1883 legde ze haar religieuze geloften af, waarna ze een jaar aan de normaalschool te Brugge verbleef. Vervolgens werd haar wens verhoord om missiewerk te mogen doen: ze werd naar het klooster van St. Matthew op het eiland Jersey gestuurd, waar ze aan het hoofd stond van een school voor rijke kinderen. In de census van 1891 en 1901 stond ze er vermeld in de parochie van St. Mary, waar ze het huis St. Louis betrok, en later het St. Andreas Institute, samen met medezusters Helene Masselis, Henriette Van Aelst, Alice Beer en Emma Van Besien. Op 3 maart 1895 legde Ethel haar laatste geloften af en startte ze een nieuwe school in het nabijgelegen Saint-Ouen mee op. Elke dag ondernam ze de tocht van 6 km te voet tussen haar klooster St.Matthew en de school. Ondertussen behaalde ze ook nog het diploma voor leerkracht. Na een verblijf van tweeëntwintig jaar te Jersey verbleef ze achtereenvolgens te Streatham (1908), te Doornik (1909), Streatham (1916) en daarna definitief te Doornik (1919). Daar was ze lerares Latijn, Engels en bibliothecaresse. Ze stierf te Doornik op 24 oktober 1923.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.familysearch.org/; Archief Soeurs de Saint-André
NaamWeale, Francis Lawrence; Weale, Frank
Datums° Islington, 15/11/1855 - ✝ Reading, 28/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kapelaan; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioFrancis Weale was het eerste kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Hij was leerling aan de bisschoppelijke colleges te Tielt en Brugge, waar hij les kreeg van Hugo Verriest. Hij studeerde verder voor priester aan St. Edmund's, Ware en St. Thomas's Seminary, Hammersmith, Londen. Zijn priesterwijding ontving hij te Londen op 07/06/1879. Hij was kort kapelaan te Farnham en te Tichborne (1883) en sedert 1880 priester aan de St James' Church te Reading. In 1884 volgde hij L. Hall op als rector (hoofdpriester) in Reading. Hij overleed in Reading op 28 mei 1906.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Sibylle Henriette Agnes Marie des Anges; Sybil; Sibyl
Datums° Brugge, 19/01/1872 - ✝ Londen, 05/11/1916
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares
BioSibylle Henriette Agnes Marie des Anges Weale werd op 19 januari 1872 in de Sint-Clarastraat 1 te Brugge geboren als het achtste kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Ze was het petekind van Jean Bethune, en als getuigen op de geboorteakte staan Jean Steinmetz en Arthur Robinson. Sibylle was werkzaam als gouvernante in Clapham, en als lerares in het Sint-Andreasinstituut te Brugge. In 1901 was ze, samen met haar zus Ethel, lerares aan het St. Andrew's Institution in St. Mary op Jersey. Ze stierf te Londen op 5 november 1916.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be/
NaamWeale, Thomas William; Tom of Willie
Datums° Brugge, 07/07/1867 - ✝ Brooklyn, 18/03/1938
GeslachtMannelijk
Beroepuitgever; klerk
VerblijfplaatsEngeland; Verenigde Staten
BioThomas Weale, het zesde kind van W.H. James Weale en Helena Walton, werd geboren in Brugge op 7 juli 1867. Hij volgde zijn opleiding in Clapham Commons. In 1885 overleefde hij een tyfusinfectie. In 1887 diende hij als vertegenwoordiger voor Desclée De Brouwer en hij richtte een jaar later zijn eigen uitgeverij op. In advertenties in 'The Tablet' van 26 mei en 7 juli 1888 profileerde hij zich als "catholic bookseller and publisher". Hij verkocht ook rozenkransen, medailles, kruisbeelden en religieuze prenten. Zijn bedrijf was gevestigd op 2 Orange Street, Red Lion-Square, Londen. De uitgaven van de ‘Catholic Truth Society’ en de ‘Catholic Art and Book Company’ waren er altijd op voorraad. Op 26 mei 1888 adverteerde hij in 'The Tablet' als de uitgever van het eerste nummer van 'The Ecclesiologist', dat op 1 juni 1888 verscheen met "notes and queries on christian antiquities". De uitgave werd verzorgd door James Weale vanop hetzelfde adres 2 Orange-street. De uitgave bleef allicht beperkt tot één nummer. In 'The Tablet' van 21 juli 1888 verscheen John Thomas Foran als partner en de zaak kreeg de naam Weale and Foran. In juni en oktober 1888 publiceerde Weale and Foran de eerste twee delen van James Weales ‘Analecta Liturgica’. Uiteindelijk werd Desclée de Brouwer in 1889 genoemd als uitgever van de ‘Analecta Liturgica’. Op 5 februari 1889 werd gemeld in ‘The Bookseller’ dat Thomas Weale de associatie met John Thomas Foran verliet, waarbij Foran de schulden overnam en de zaak alleen voortzette. Thomas Weale droeg ook bij aan het tijdschrift 'De Dietsche Warande' en was de auteur van 'De legende van de H. Veronica' uit 1890. Na het beëindigen van de samenwerking met Foran vertrok hij kort daarna naar de Verenigde Staten. Volgens de passagierslijst van 2 april 1889 was zijn bestemming New York. Tussen 1891 en 1892 werkte hij als klerk op Amsterdam Avenue. Op een gegeven moment verbleef Thomas in St. Louis, totdat hij in er in april 1897 vertrok. In 1889 kwam hij aan in Chicago en hij was volgens de volkstelling nog steeds aanwezig in 1920. Thomas overleed op 18 maart 1938, alleenstaand en werkzaam als klerk. Hij woonde op 332, 50th Street in Brooklyn en werd begraven op het kerkhof Trinity in Amityville.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; New York city Directory (1891-1892); Volkstelling Chicago 1920
NaamWeale, William Henry James; Francis Mary of the Angels
Datums° St. Marylebone, Londen, 08/03/1832 - ✝ Clapham, Londen, 26/04/1917
GeslachtMannelijk
Beroepkunsthistoricus; conservator; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Henry James Weale werd in London geboren op 8 maart 1832 als zoon van James Weale en Susan De Vesien. Hij studeerde Grieks, Hebreeuws, geschiedenis en theologie aan King's College, Londen (1843-1848). Hij kwam in contact met Frederick Oakeley, kapelaan van St. George's Southwark en bekeerde zich onder zijn impuls op 09/02/1849 tot de Rooms-Katholieke Kerk. Oakeley werd pastoor te St. John, Islington en deed een beroep op James om een kloostergemeenschap te stichten. Weale was toen brother Francis Mary of the Angels. Met een groepje bekeerlingen kwam hij voor de eerste keer naar Brugge voor de bisschopswijding van Mgr. Malou. Hij reisde doorheen België. Vervolgens was hij een korte tijd ambtenaar. Hij gaf daarna les aan een Katholieke armenschool voor Ierse kinderen verbonden aan de kerk van St. Johannes de Evangelist in Duncan Terrace. Daar werd hij op heterdaad betrapt door getuigen terwijl hij een jongen met een lineaal mishandelde. De jongen was ondertussen bewusteloos. Weale gaf toe dat hij een opvliegend karakter had. Voor het ernstig afranselen van die zesjarige leerling John Farrell, werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Hij vertrok op een lange reis door Europa waardoor zijn interesse voor de middeleeuwen en kunst werd opgewekt. Op 30/08/1854 huwde hij met Helena Amelia Walton. Ze kregen 11 kinderen. In december 1854 kwam hij naar Brugge, waar hij zich in 1857 definitief vestigde. Hij maakte kennis met de gebroeders Bethune, de architect Brangwyn en King, belangrijke vertegenwoordigers van de christelijke kunst en bouwstijl in Vlaanderen. Weale bestudeerde de kunst en de liturgie van de middeleeuwen. Hij ontdekte verloren kunstwerken en identificeerde schilders. Hij was lid van de Commission royale d'art et d'archéologie (1860) en briefwisselend lid van de Belgische Koninklijke Commissie voor monumenten (1861). In 1863 was hij ook de stichter van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas die de studie van de oude christelijke kunst ging stimuleren. Hij was ook medestichter en de eerste conservator van de Société Archéologique. Deze vereniging richtte het eerste historische museum van Brugge op, de voorloper van het huidige Gruuthusemuseum. Samen met Gezelle stichtte hij 'Rond den Heerd' (1865) maar zette de samenwerking stop op 26/05/1866. Hij schreef talrijke artikels en bijdragen tegen betaling. In 1863 ging hij als vertegenwoordiger werken voor de firma Chance Brothers Glass Works in Birmingham. Hij leverde o.m. glas aan Jean Bethune en Samuel Coucke. In 1872 werd hij verbonden aan het South-Kensington Museum en belast met het catalogiseren van Nederlandse kunstvoorwerpen. Op 03/08/1878 verliet hij Brugge en vestigde zich te Clapham, Londen. Hij importeerde er o.m. liturgische boeken voor de uitgevers Desclée de Brouwer (1883-1885). In 1890 werd hij conservator van de National Art Library in South-Kensington maar werd in 1897 tot ontslag gedwongen. In 1899 organiseerde hij in de New Gallery te Londen een tentoonstelling over de Vlaamse Primitieven, gevolgd door een grote tentoonstelling in Brugge in 1902. Enkele belangrijke werken: 'Guide book for Belgium', 'Aix-la-Chapelle and Cologne' (1858), 'Bruges et ses environs' (1862), 'Hans Memlinc' (1865), 'Bibliographia Liturgica' (1886), 'Analecta Liturgica' (1889), 'Bookbindings in the National Art Gallery' (1898), 'Hubert and John van Eyck' (1908).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; Rond den Heerd; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Karen Ellis Rees, William Weale, Brother Francis and the Bad Boy. Op: London Overlooked. True Stories from the Old Smoke: https://london-overlooked.com/weale/

Naam - plaats

NaamLonden
NaamParijs
NaamClapham (Londen)
NaamReading
NaamFolkestone

Naam - instituut/vereniging

NaamUniversity of London
BeschrijvingDe University of London werd gesticht in 1836 en functioneert als een overkoepelende universiteit. De universiteit beheert 18 Londense universiteiten en ziet toe op een kwalitatieve samenwerking tussen die verschillende instituten. Aan het einde van de 19de eeuw konden studenten aan University of London diploma’s behalen in kunsten, wetenschappen, rechten, geneeskunde en chirurgie.
Datering1836-heden
NaamOxford, University
BeschrijvingDe universiteit van Oxford, opgericht in de 11e eeuw, is een topuniversiteit in het VK, samen met Cambridge bekend als Oxbridge. Gerangschikt als 's werelds beste universiteit, heeft Oxford een rijke geschiedenis, inclusief een breuk met de katholieke kerk na koning Hendrik VIII. Opgericht in 1209, is het de op een na oudste universiteit ter wereld na Bologna. Oxford omvat 39 colleges, biedt tutorials en herbergt 's werelds grootste universiteitsuitgeverij. In 1879 opende het zich voor vrouwelijke studenten, en het blijft een academisch bolwerk met wereldwijde invloed.
Dateringca. 1096-heden
Links[wikipedia]
NaamSint-Andreasinstituut, Doornik
BeschrijvingDit was het moederhuis van de congregatie van de zusters van Sint-Andreas. In 1230, op de rechteroever van de Schelde aan de poorten van Doornik, openden enkele vrouwen een gasthuis voor pelgrims en reizigers, ‘Saint Nicolas du Bruille’, genoemd naar de naburige parochie. In 1249 kreeg de congregatie officiële erkenning door een pauselijke bul van Innocentius IV, die ook zijn bescherming toezegde aan het gasthuis van de zusters. Vanaf het einde van de 13e eeuw, een tijd die meer gekenmerkt werd door hongersnood en ziekte dan pelgrimstochten, veranderde het gasthuis in een ziekenhuis en in de 15e eeuw kreeg het de naam Sint-Andreas. Pas in 1611 werd het pand een klooster en als dusdanig erkend. In de 18e eeuw namen de zusters meisjes op om hen te onderwijzen en hun opvoeding te voltooien. In 1796 werden de zusters uit hun klooster verdreven. Enkele zusters bleven in de buurt en bestierden een paar jaar lang een naaiatelier. Onder Napoleon kwam de situatie eindelijk tot rust. De zusters kochten een deel van hun klooster terug, maar keerden niet terug naar het monastieke leven. Al in 1801 gaven ze onderwijs aan de armen, en om de inkomsten en uitgaven in evenwicht te houden, namen ze ook rijkere leerlingen aan. Alzo overleefden ze van naaiwerk en onderwijs. De overgang naar een officiële, diocesane congregatie verliep langzaam. In 1837 werden de eerste zusters als 'Dames de Saint-André' geprofest. Pas twintig jaar later kregen ze ook goedgekeurde, ignatiaanse constituties. Er volgde een periode van internationale expansie, maar in 1940 werd het moederklooster in Doornik volledig vernield. Met veel moeilijkheden die de congregatie meermaals op de rand van het bankroet bracht, werd in het nabijgelegen Ramegnies-Chin een nieuw klooster- en schoolcomplex uitgebouwd.
Datering1611-1940

Titel31/12/1880, [Londen], Helena Amelia Walton (= Mevr. Weale) aan [Guido Gezelle]
EditeurJustine Huyvaert; Peter De Baets (research); Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWalton, Helena Amelia
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum31/12/1880
VerzendingsplaatsLonden
AnnotatieBriefversie van datering: New Year's Eve 1880 ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.192-193
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 206x132
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5178
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11480
Inhoud
IncipitI was not able to
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.