<Resultaat 333 van 1594

>

p1
Eerweerde en hoog geachte Heer!

Ware 't niet dat Gij in uwen voorlaatsten brief[1] mij ten uitdrukkeliksten beloofd haddet, mij de nummers van uw belangrijk maandblad Loquela geregeld te zullen toezenden[2] ik zoude nu van deze zake zwijgen. Want bedelen om iets wat men mij uit genegener herten schenken wil - en wat ik ten slotte toch altijd ook nog wel koopen kan - dat wil ik niet. Maar ik vermoed dat de schuld wel weer aan uwen uitgever liggen zal, dat ik No 6[3] van Loquela[4] nog steeds niet ontvangen heb. En daarom klage ik U dit bij dezen, nu ik ook uwen laatsten brief[5] beantwoorden wil.

Te oordeelen naar de staaltjes, die Gij me mededeeldet van de tale, waarin uw oud "duutsch" gebedenboek in Handschrift[6] geschreven is, vermoed ik dat p2de plaats van herkomste te zoeken is in 't oostelike deel van Noord-Brabant, of in de daaraan zwettende[7] gouen[8] van Gelderland, Limburg of Neder-Rijnland; misschien is 't 's Hertogenbosch, Nijmegen, Venlo, Roermonde, Goch of Gelder of Kevelaer. In allen gevalle is die taal frankisch-nederduitsch[9] niet saksisch[10] of friesch.

Wat de door U gevonden vrouwenaam Commertje[11] betreft - ja, die is me zeer wel bekend. - Kommer is een oorspronkelike germaansche mansnaam, en Kommertje is de vrouwelike weerga daarvan. Deze namen komen nog wel, ofschoon hoe langer hoe zeldzamer, in Noord-Nederland en bepaaldelijk in Holland voor. Vroeger waren ze geenszins zeldzaam; ze worden dan natuurlik ook vermeld in Leendertz's "Lijst van nederlandsche voornamen", in 't maandschrift De Navorscher, jaargangen 18 en 22[12] Het oorspronkelike Kommer en Kommertje komt ook, door roomsch-kerkeliken invloed verlatijnscht voor als: Combertus en Commerina. (Dunkt U dit ook geen wansmaak, als mij?) Enp3dit Commerina is dan weer door 't volk op nieuw verdietscht tot Kommerijntje, Kommerijn. - Indien ik mij niet zeer bedriege, komt de naam Commer ook voor in: Thélu - Noms de baptême avec leurs contractifs et dimunitifs en usage chez les Flamands de France, in het derde deel van de "Annales du comité flamand de France"[13] Ik heb dat werk hier niet ter mijner beschikkinge.

Met uwe Sinte-Ontkommere[14] heeft deze Kommer en Kommertje nietmetal te maken. - De naam Sinte-Ontkommere schijnt me slechts een verdietsching te wezen van Sancta Liberata[15] en een slechte verdietschinge toe.

Aanveerd, eerweerde en hoog geachte Heer! de betuging mijner bizondere genegenheid t'uwaarts, en een vriendelike groetenis van
Uwen
Johan Winkler.

Noten

[2] ”al de Nos van Loquela zullen u, hope ik, in 't korte geworden” aldus Gezelle in zijn voorlaatste brief aan Winkler (25/08/1881, Kortrijk)
[3] Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6
[4] Loquela: 1 (Bamesse 1881) 6
[6] In zijn laatste brief (09/09/1881, Kortrijk) gaf Gezelle enkele voorbeelden van woorden die hij vond in een gebedenboek dat St.-Ontkommer vermeldde, een heilige waar hij een bijzondere interesse voor toonde, in de hoop dat Winkler de herkomst van dit handschrift zou kunnen duiden: ”Myn handschrift zegt byvoorbeeld Korsten, Korstdag voor Kersten Kerstdag, Krensken, almechtig voor Kransken, almachtig, zuut, brüder voor zoet, broeder enz.”
[7] grenzende
[8] landstreek, landgewest
[9] Nederduits is een verzamelnaam voor een aantal West-Germaanse dialecten die niet onderhevig waren aan de Hoogduitse klankverschuiving (tweede Germaanse klankverschuiving die plaatsvond tussen de 3e eeuw en 9e eeuw) en die in het noorden van Duitsland en in Nederland gesproken werden. ”Frankisch” verwijst naar specifieke taalvariëteiten ten zuidwesten van het Nederduitse taalgebied.
[10] Nederlands Nedersaksisch omvat een groep niet-gestandaardiseerde West-Germaanse Nederduitse taalvariëteiten, voornamelijk gesproken in het noordelijk en oostelijk deel van Nederland.
[11] Bij zijn laatste brief (09/09/1881, Kortrijk) voegde Gezelle een ”uittrek en afschrift uit den Notarius Belgicus, waarin de doopname Commertje te passe komt”; hij vroeg zich af of deze naam iets te maken zou kunnen hebben met Sint-Ontkommer, een vrouwelijke heilige waar hij een bijzondere interesse voor had.
[12] In de ”Lijst van de Nederlandsche voornamen” wordt bij elke voornaam de verklaring van haar oorsprong gegeven. In jaargang 18 (1868) komt ”Kommertje” voor in de lijst van mansnamen op p.367; in jaargang 22 (1872) is op p.566 de naam “Commer“ te vinden onder mansnamen en “Commerina” en ”Kommerijn” onder vrouwennamen.
[13] C. Thélu, Noms de baptême avec leurs contractifs et diminutifs en usage chez les Flamands de France. In: Annales du Comité Flamande de France: 3 (1856/1857) p.268-291. De naam Commer komt voor op p.275 als ”Commera”, van oorsprong Latijns en met ”Commerijne”, ”Commertje” en ”Commerken” als variaties.
[14] Een vrouwelijke heilige waar Gezelle een bijzondere interesse voor had, voornamelijk taalkundig.
[15] De Italiaanse naam voor de heilige Sint-Ontkommer.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamDe Meester, Jules
Datums° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relatie tot Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon, waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan Rond den Heerd vanaf 1875 en aan Loquela vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor Biekorf. Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamLeendertz, Pieter
Datums° Amsterdam, 07/11/1817 - ✝ Dortmund, 10/09/1880
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsNederland
BioPieter Leendertz werd geboren in een gelovig gezin te Amsterdam. Hij was een ijverig en vooruitstrevend predikant, maar zette zijn grootste stempel op het gebied van de taal- en letterkunde. Hij schreef onder andere “Onze voornamen” in de Almanak voor Protestansche Nederlanders voor 1858 en “Hoe eene taal verandert” in den Almanak der Maatsch. tot Nut van ’t Algemeen voor 1861. Vanaf 1856 tot zijn dood was hij redacteur van het tijdschrift De Navorscher en tilde hij het tijdschrift zichtbaar naar een hoger niveau. In 1863 ging een groot deel van zijn werk, waaronder een met 1000 namen aangevuld exemplaar van Wassenberghs lijst van friesche eigennamen, verloren in een brand naar aanleiding van een hevige storm in Noord-Holland, maar deze schade heeft hij grotendeels kunnen herstellen in de jaren daarna. Hiernaast was Leendertz ook actief als bestuurslid voor lokale verenigingen zoals dat van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, en gaf hij les in vakken waarvoor anders geen of onvoldoende onderwijs ter beschikking was (oude talen, maar ook nieuwe talen en zelfs wiskunde). In 1868 was hij een van de oprichters van de Vereeniging voor Nederlandsche Muziekgeschiedenis, waar De Navorscher het orgaan voor werd. Leendertz overleed tijdens een buitenlands verblijf in Dortmund.
Links[dbnl]
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/58654991
NaamThélu, Constant Jacques-Alexandre
Datums° Duinkerke, 28/01/1796 - ✝ Duinkerke, 06/04/1863
GeslachtMannelijk
Beroepchirurg; bibliothecaris; archivaris
VerblijfplaatsFrankrijk
BioConstant Thélu werd geboren in Duinkerke. Zijn vader, M. Théodore Thélu, had hier een “soutsiederye” (producent van zout) en werd in 1798 verkozen als lid van de ‘Raad van Vijfhonderd’ voor Frankrijk. Thélu begon als hulpchirurg bij het leger, maar groeide daarna uit tot gerenommeerd arts in Duinkerke. Zijn goede kennis van het Vlaams wordt gezien als een van de redenen voor zijn succes, doordat hij met al zijn patiënten even persoonlijk kon communiceren over hun klachten. Naast zijn werk als arts was Thélu ook fervent bezig met de Vlaamse taal; hij werd geprezen voor zijn bijzondere toewijding als bibliothecaris en archivaris van de "Société Dunkerquoise pour l'Encouragement des Sciences, des Lettres et des Arts" (opgericht in 1851) en van het naar aanleiding hiervan opgerichte Comité Flamand de France (opgericht in 1853).
BronnenJ.-J. Carlier, Notice nécrologique sur. In: Bulletin du Comité Flamand de France: 3 (1863) p. 60-64 https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k5506995n/f16.item.r=th%C3%A9lu%20%C3%A9tait%20n%C3%A9%20%C3%A0

Naam - plaats

NaamHaarlem
NaamGoch
Naams-Hertogenbosch
NaamNijmegen
NaamVenlo
NaamRoermond
NaamGeldern
NaamKevelaer

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe Navorscher. Tijdschrift, Een middel tot gedachtewisseling en letterkundig verkeer tusschen allen die iets weten, iets te vragen hebben, of iets kunnen oplossen (periodiek)
AuteurLeendertz, P.; e.a.; Winkler, Johan (medewerker)
Datum1851-1960
PlaatsAmsterdam
UitgeverFrederik Muller
TitelNotarius Belgicus, Oft Ampt Der Notarissen, Verdeelt In Theorie En Practyque : Met Byvoeginge Van D'authoriteyten Van Rechten, De Placcaerten En Edicten Van Syne Majesteyt, Mitsgaders De Formulieren Volgens Den Modernen Stiele, En Hedendaegsche Observantie, Waer Naer Volgt Een Extens Vocabulair
AuteurHuygens, Jean-Baptiste-Joseph
Datum1725
PlaatsBrussel
UitgeverSimon t'Serstevens

Titel11/10/1881, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurSofie Meneve; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum11/10/1881
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.36-37
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x134
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5211
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11512
Inhoud
IncipitWare 't niet dat Gy in uwen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.